donderdag 23 april 2015

Vaten olijfolie opgevist door vissers uit Middelharnis in 1792 en vaten brandewijn in 1760

In de reeks op Arjaentje over incidentele verdiensten van vissers zoals het binnenhalen van een potvis, vrachtvervoer, passagiersvervoer, loodsdiensten en reddingen tot slot enkele berichten over het opvissen van lading die door andere schepen is verloren.


april 1792:
Door visser Bastiaans Jacobsz Visser zijn twee vaten met olie van olijven opgevist en in Middelharnis aangebracht. Pieter van den Tol viste ook een vat op. 
In het krantenbericht staan de opschriften waar de vaten mee gemerkt waren exact vermeld. De rechthebbende die de lading verloren had kon zich melden bij de substituut-strandvonder A. Mosselmans in Middelharnis.
De vissers waren verplicht dergelijke vangsten aan te geven. Er heeft vast een beloning voor de vinders aan vast gezeten. 

Rotterdamsche courant, 3 april 1792

De afwikkeling verliep niet altijd vlekkeloos. Uit onderstaande kwestie blijkt dat strandvonder Adriaan van Driel van Middelharnis in 1760  niet gelijk genegen was om de door vissers opgeviste vaten brandewijn in te leveren.


Streekarchief Voorne-Putten


Geen opmerkingen:

Een reactie posten