donderdag 13 mei 2021

Diefstal op de sloep Dordrechts Welvaren uit Middelharnis (1837)

De stuurman van een vissloep kreeg van de boekhouder altijd wat handgeld mee voor lopende uitgaven gedurende de reis. Alle verkochte vis verse vis werd contant afgerekend. De stuurman had de verantwoordelijkheid voor al deze contanten, die, afhankelijk van de besomming, tot  honderden gulden op konden lopen. Een matroos van de sloep Dordrechts Welvaren uit Middelharnis kon in mei 1837 de verleiding niet weerstaan om het afgesloten kastje van de stuurman open te breken. Dit voorval haalde de kolommen van een rechtsgeleerd tijdschrift.

Uit het regterlijk te dezer zake ingesteld onderzoek, in verband met de bekentenis van de beschuldigde is hoofdzakelijk gebleken: dat de beschuldigde , als matroos voor loon in dienst zijnde, op de Vischsloep Dordrechts welvaren, gevoerd door den stuurman Jeroen Langbroek, op den 6 Mei j.l. zich bevindende in het Nieuwe Diep, door middel van inwendige braak, uit een behoorlijk gesloten kastje in het vooronder had ontstolen eene somma van zestien gulden vijf en zeventig cents
De betreffende matroos kreeg de volgende morgen in de gaten dat hij verdacht werd en nam de benen. Hij zwierf rond in publieke huizen die zich kennelijk in de omgeving van het Nieuwe Diep bevonden. Op 8 mei kwam hij in Den Helder aan waar hij bij Pieter Korff, commissionair voor de scheepvaart, aanklopte. Hij vroeg hier uit naam van Jeroen Langbroek om dertien gulden en overhandigde de commissionair een briefje met de valse handtekening van Jeroen Langbroek. De visser stelde zich voor onder een valse naam (Gerrit Spiza), bemanningslid van Jeroen Langbroek. 

Bij winkelier Augustinus Senderman aan het Nieuwe Diep leende hij namens Jeroen Langbroek vijftien gulden en overhandigde de winkelier eveneens een kwitantie met de naam van de stuurman.

De volgende dag, 9 mei, klopte hij nogmaals bij Korff aan om opnieuw om geld te vragen. Hij stelde zich onder weer een andere naam, als bemanningslid van de sloep 't Eiland Schouwen, stuurman Gerrit den Boer. Korff twijfelde of dit de man was die hij de dag ervoor ook al geld gegeven had. Maar de matroos wist hem ervan te overtuigen dat dit iemand anders geweest moest zijn en hij kreeg de gevraagde achttien gulden op basis van een kwitantie met de nagemaakte handtekening van Gerrit den Boer.

Toen hij zich voor de tweede keer bij Augustinus Senderman aandiende om deze keer uit naam van Gerrit den Boer achttien gulden te lenen viel hij door de mand. De winkelier haalde politieagent Gerrit Kouseband erbij en de visser bekende. Zijn aanhoudend bidden en smeken om te mogen vertrekken maakte indruk. V.d. P.  kreeg de gelegenheid om te vluchten. 

Hij vertrok uit Noord-Holland en verhuurde zich vanaf 19 mei als knecht bij schipper Jakobus van Lith, varende uit Driel. Op 30 mei gingen de schipper en zijn vrouw aan land in Lith, terwijl de knecht op het schip achterbleef. Hij sloeg de ruitjes van het achteronder in, klom naar binnen en beroofde het schippersechtpaar van 44 gulden, een zilveren tabaksdoos en nog enkele gouden en zilveren voorwerpen.

Het Hof van Assises voor de Provincie Noord-Braband hield zitting op 15 september 1837 onder voorzitterschap van president Mr. G.J. Jordens. V.d. P. werd schuldig bevonden aan inwendige braak (op de vissloep), uitwendige braak (op het binnenvaartschip) en valsheid in geschrifte. De opgelegde straf bestond uit 'tepronkstelling' en vijf jaar gevangenisstraf.

De dader was in 1836 getrouwd en vader geworden van een dochter. Zijn tweede dochter is in juni 1841 geboren. We kunnen hieruit opmaken dat hij na drie jaar vervroegd vrijgelaten moet zijn. Overigens heeft de straf hem niet tot inkeer gebracht want hij overleed in de strafgevangenis van Leeuwarden.



Bron: Het Regt in Nederland, Regtsgeleerd tijdschrift (Amsterdam 1839) 1e deel, 153-154



dinsdag 11 mei 2021

Registratienummers van de Noordzeevloot van Middelharnis

Registratienummers voor haringschepen
Tot 1882 voerden alleen de haringschepen een registratienummer. 
Van 1834 tot en met 1872 nam Middelharnis deel aan de haringvisserij.
De letters MH stonden van 1834 tot en met 1840 voor Middelharnis. MH 1 Waakzaamheid was in 1834 het eerste haringschip. MH 2 Zeeland kwam er in 1838 bij.
Van 1840 tot en met 1848 hanteerde men de letters MS; in 1849 werd het MHS

Het maximale aantal haringschepen vanuit Middelharnis was zes. Dit was in 1867.


MHS 1

Op Hoop van Zegen

Wed. C. Kolff en Zoon

MHS 2

Waakzaamheid

P.L. Slis

MHS 3

Tweelingen

Wed. C. Kolff en Zoon

MHS 4

Onbestendigheid

P.L. Slis

MHS 5

Dankbaarheid

Wed. C. Kolff en Zoon

MHS 6

Maria Cornelia

P.L. Slis

 



MH 1 Waakzaamheid. Aquarel voorstellende '”Thuisreis van de wel gebouwd hoekerbuis genaamd De Waakzaamheit gevoert door H. Verschoor”, toegeschreven aan Arij Storm, datering circa 1835.(Museum Vlaardingen)


Verplichte registratienummers voor alle vissersschepen op de Noordzee
Op 6 mei 1882 kwamen de landen rond de Noordzee in Den Haag overeen dat alle vissersschepen die werkzaam waren op de Noordzee moesten worden geregistreerd in de gemeente van hun thuishaven, en worden voorzien van een uniek kenteken dat duidelijk zichtbaar moest worden gevoerd. De gemeente Middelharnis legde in 1882 een register van de ingeschreven schepen aan.
De thuishavens van de vissersschepen zijn af te leiden uit de letters die voor op het schip zijn aangebracht. Voor Middelharnis gold de afkorting MD.

De nummers konden opnieuw gebruikt worden als ze vrij kwamen door verkoop, sloop of vergaan van een schip.

naam

nummer

1e vermelding

rederij

Waakzaamheid

MD 1

1882

P.L. Slis en Zoon

Luctor et Emergo

MD 1

1898

P.L. Slis en Zoon

Maria Cornelia

MD 2

1882

P.L. Slis en Zoon

Doggersbank

MD 2

1897

P.L. Slis en Zoon

Prinses Juliana

MD 2

1910

P.L. Slis en Zoon

Nijverheid

MD 3

1882

P.L. Slis en Zoon

Anna

MD 3

1903

Wed. C. Kolff en Zoon

Volharding

MD 4

1882

P.L. Slis en Zoon

Theodora Emmerentia

MD 4

1905

P.L. Slis en Zoon

Onbestendigheid

MD 5

1882

P.L. Slis en Zoon

Titia Jacoba

MD 6

1882

P.L. Slis en Zoon

Wilhelmina

MD 6

1912

A. Kruijs (Dordrecht)

Bedachtzaamheid

MD 7

1882

P.L. Slis en Zoon

Toekomst

MD 7

1894

P.L. Slis en Zoon

Burgemeester Mijs

MD 7

1907

Wed. C. Kolff en Zoon

Willem de Zwijger

MD 8

1882

P.L. Slis en Zoon

Toekomst

MD 8

1900

P.L. Slis en Zoon

Albatros

MD 8

1911

P.L. Slis en Zoon

Dankbaarheid

MD 9

1882

Wed. C. Kolff en Zoon

Middelharnis

MD 9

1889

Wed. C. Kolff en Zoon

Tweelingen

MD 10

1882

Wed. C. Kolff en Zoon

Johanna Hendrika

MD 10

1897

Wed. C. Kolff en Zoon

Hendrika Adriana

MD 11

1882

Wed. C. Kolff en Zoon

Oranje Nassau

MD 11

1911

Wed. C. Kolff en Zoon

Twee Cornelissen

MD 12

1882

Wed. C. Kolff en Zoon

Zeemeeuw

MD 12

1888

Wed. C. Kolff en Zoon

Adriana Lumina

MD 13

1882

Wed. C. Kolff en Zoon

Voorlichter

MD 13

1902

Wed. C. Kolff en Zoon

Noord Over

MD 14

1882

Wed. C. Kolff en Zoon

Paul Kruger

MD 14

1901

Wed. C. Kolff en Zoon

Ulbo

MD 15

1882

Wed. C. Kolff en Zoon

Poolster

MD 15

1897

Wed. C. Kolff en Zoon

Op Hoop van Zegen

MD 16

1882

Wed. C. Kolff en Zoon

Emma en Anna

MD 17

1882

Wed. C. Kolff en Zoon

Zeemanshoop

MD 18

1882

Wed. C. Kolff en Zoon

Vertrouwen

MD 28

1886

P.L. Slis en Zoon

Eben Haƫzer

MD 32

1884

Wed. C. Kolff en Zoon

Noordster

MD 32

1904

Wed. C. Kolff en Zoon

Lientje en Cornelis/Pionier

MD 35

1891/1894

K.J. Meijer/ P.L. Slis en Zoon





 


MD 8 Albatros van rederij P.L. Slis en Zoon


© Marlies Jongejan, november 2023


Verantwoording:

Naamlijst der haring-schepen in Zuid- en Noord-Holland uitgerust, benevens derzelver boekhouders en stuurlieden, jaargangen 1834-1871.

Register voor vissersvaartuigen (vanaf 1882). Streekarchief Goeree-Overflakkee, Archief Gemeente Middelharnis, inv. nr. 1736.

Sloepen van Middelharnis, 1834-1923. Handgeschreven overzicht.  Aanwezig in Maritiem Museum Rotterdam. Incompleet tot 1887. Opmerking: dit schrift draagt de titel "Sloepen van Middelharnis". Tot 1887 bevat het overzicht echter uitsluitend de haringschepen. De auteur, waarschijnlijk Hendrik de Korte Johsz, heeft zich gebaseerd op de Naamlijst van haringrederijen (zie hierboven) . Hierin werd pas vanaf 1887 de overige Noordzeevloot vermeld