donderdag 30 mei 2013

Paulus de Koning (1776-1813) en Adriaantje van Abeele (1780-1857)

Ouders
Paulus de Koning was een zoon van Paulus de Koning  en Neeltje Gerritsdr. van Besooijen (1753-1815). Paulus werd geboren op 5 november 1776 en als "onegt" op 29 januari 1777 in Middelharnis gedoopt. Paulus is voor de geboorte van zijn zoon overleden. Paulus en Neeltje waren nog niet getrouwd (1). 
Paulus de Koning (1753-1776) was ventjager, hij is in 1776 verdronken, circa 23 jaar oud. Neeltje van Besooijen is op 25 april 1779 getrouwd met Arend van der Velde. Hij is eveneens op zee verongelukt, in 1819.

Adriaantje van Abeele was een dochter van Pieter Abeele (1742-1809) en Hendrina Tieleman (1749-1800). 


Huwelijk en kinderen
Paulus en Adriaantje trouwden op 17 april 1804 in Middelharnis. Op 26 november 1804 werd zoon Paulus geboren die nog geen drie jaar oud werd, overleden op 15 september 1807.
Op 11 februari 1807 werd Hendrina de Koning geboren en op 6 september 1811 opnieuw een zoon met de naam Paulus.

Overlijden van Paulus de Koning (1777-1813), Adriaantje hertrouwd
Paulus de Koning is op 8 februari 1813 verdronken bij het vergaan van de gaffelschuit van Leendert Buurveld (2).  Adriaantje was 32 jaar toen ze weduwe werd en met twee jonge kinderen overbleef. Ze hertrouwde op 30 december 1814 met weduwnaar Cornelis Verhage (1773-1848) die ook visser was. 
Op 29 mei 1816 werd dochter Adriana Verhage geboren.
In 1848 is de tweede man van Adriaantje Abeele overleden. Haar eigen beroep was weesmoeder.

Huwelijk van de kinderen 
- Dochter Hendrina trouwde op 22 februari 1828 met Willem Buurveld. Ze waren allebei 21 jaar en hadden al een zoon Leendert Buurveld die op 3 januari 1828 geboren was en door Willem erkend is.
- Zoon Paulus de Koning trouwde op 29 oktober 1837 met Cornelia Touw, geboren in Zuidland.
Ze kregen zes kinderen waarvan er een jong overleed. Paulus, Bastiana, Cornelis, Adriaantje en Willem zijn allemaal ouder dan zeventig jaar geworden en tussen 1912 en 1923 overleden.
Cornelia Touw (1813-1849) overleed tijdens de cholera-epidemie van 1849. Paulus bleef met zes jonge kinderen achter, Hij hertrouwde met Willemtje Rooij in 1851. Ze kregen samen nog een dochter Aaltje die na enkele maanden overleed.
- Adriana Verhage trouwde in 1856 met Leendert de Koning die in 1854 gescheiden was van Pieternella Rooij. Ze waren allebei 39 jaar. Leendert geboren 29 januari 1817 is op 5 januari 1864 overleden. Adriana hertrouwde met Govert Schilperoord in 1866.

Familieleden op zee gebleven
Naast Paulus de Koning (1777-1813) zijn in de loop van de eeuw meer familieleden verdronken.
- Willem Buurveld (1806-1828)De man van Hendrina de Koning verdronk op 5 maart 1828. Gezien deze datum kunnen we concluderen dat Willem Buurveld  bij de bemanning van de Catharina Elisabeth hoorde die bij Egmond in een storm vergaan is. Zie tekst op dit weblog van 21 maart 2012. Hendrina en Willem waren in februari getrouwd en hadden een zoontje van twee maanden. Hendrina de Koning is in 1834 hertrouwd met Leendert Wittekoek (3). Leendert was in 1856 omroeper volgens het bevolkingsregister.
- Paulus de Koning (1811-1863) was een van de bemanningsleden van de Vrouwe Aplonia, een van de sloepen die van 3 op 4 december 1863 met man en muis vergaan is (4).
- Cornelis de Koning (1874-1895) was als jongen aan boord van de sloep Zeemanshoop die in  december 1895 is vergaan. Hij was ongehuwd, zoon van Paulus de Koning en Kaatje Vroegindeweij, kleinzoon van de hierboven vermelde Paulus.

1. Volgens de liste civique uit 1811 is Paulus op 5 november 1776 geboren. De doop vond in 1777 plaats. Doopboek Middelharnis dtb 7p3. De tekst luidt: Anno 1777. Den 29 Januari is gedoopt een onegt kindt -Paulus- V: Paulus de Koning (zijnde reeds overleden), M: Neeltje van Besoijen. Gegevens van Pieter Koster Czn.
2. Huwelijsakte 2e huwelijk Adriaantje . 1814, akte 31.
3. Zie Parenteel William Hutchison - Paulus de Koning en huwelijksbijlage bij het huwelijk van 22 februari 1828 Buurveld -  de Koning. Ook de vader van Willem Buurveld,  Leendert Buurveld, is bij de scheepsramp van 1813 verdronken. Huwelijksakte 13 van 11 mei 1834 vermeldt zowel het overlijden van Paulus de Koning (1777-1813) als van Willem Buurveld (1806-1828).
4. Huwelijksakte 11 van 21 april 1866, Paulus de Koning met Kaatje Vroegindeweij.

Paulus de Koning heeft in de Franse tijd zoals veel vissers uit Middelharnis onder Deense vlag gevaren, in 1798 was hij aan boord van de gaffelvisschuit De Goede Verwachting. Zie bericht van 6 april 2016.

dinsdag 21 mei 2013

Van den Hoek, schippers op de sloepen van Middelharnis 1866-1912

Veel schippers van de vissersvloot van Middelharnis aan het eind van de negentiende en begin van de twintigste eeuw heetten Van den Hoek. Deze naam kwam eerder niet voor onder de vissers van Middelharnis. Uit de burgerlijke stand en het bevolkingsregister blijkt dat het om zeven broers gaat die visscherstuurman waren. Zie de vorige tekst op dit weblog.

Cornelis van den Hoek, de vader van de gebroeders van den Hoek was landarbeider in Dirksland, later pakhuisknecht en winkelier in Middelharnis. Zijn zeven zoons werden allemaal schipper op een sloep uit Middelharnis.

Op de onderstaande pagina zien we (van oud naar jong):

1. Jacob van den Hoek (1844-1917) schipper van de MD 16 Op Hoop van Zegen  van Kolff
2. Huibrecht van den Hoek (1845-1931) schipper van de MD 18 Zeemanshoop van reder Kolff
3. Jakobus van den Hoek (1849-1935) schipper van de MD 3 Nijverheid van Slis
4. Cornelis van den Hoek (1851-1932) schipper van de MD 28 Vertrouwen van Slis
5. Jan van den Hoek (1856-1929) schipper van de MD 8 Willem de Zwijger van Slis
6. Willem van den Hoek (1860-1910) schipper van de MD 2 Maria Cornelia van reder Slis





Pagina 1887-1889 uit: De Sloepen van Middelharnis, 1834-1923 (1)

7. Dirk van den Hoek (1861-1943) was van 1894 tot en met 1896 schipper op de MD 6 Titia Jacoba van Slis.
Zijn schoonvader Jan van der Put was ook schipper.

De eerste die schipper werd was Jacob. Hij was in 1866 op de leeftijd van 22 jaar al schipper van de sloep Op Hoop van Zegen, toen MHS 1.  Hij is rond 1900 gestopt en toen nog pakhuisknecht geworden. Jacob is eind 1866 getrouwd. Zijn schoonvader was Hendrik Langbroek, die eveneens schipper was. We zien hem op bovenstaand overzicht als schipper van de MD 32 Eben Haëzer.
Cornelis was eveneens al schipper (visser-stuurman) ten tijde van zijn huwelijk in 1875 (akte 3) op 23-jarige leeftijd. Ook zijn schoonvader Glijn Langbroek was schipper geweest.
Hetzelfde geldt voor Jan die in 1879 trouwde (akte 8) : hij was 23 jaar en visser-stuurman toen hij trouwde.
Willem was 28 jaar toen hij in 1888 trouwde, hij was in 1887 of al eerder schipper geworden.

Van de volgende generatie is Cornelis van den Hoek Jzn. in 1901 en 1902 vermeld als schipper van de MD 15 Poolster van Kolff. Dit was de zoon van Jacob van den Hoek en Johanna Langbroek, getrouwd met Willemtje Jongejan (zie bericht van 17 februari 2012).

De laatste vermelding van schippers met de naam Van den Hoek is in 1912 toen de vloot nog maar uit negen sloepen bestond:
Jacobus van den Hoek op de MD 2 Prinses Juliana van Slis
Jan van den Hoek op de MD 4 Theodora Emmerentia van Slis

Zonen van landarbeider werden schipper
De loopbaan van de zoons van Cornelis van den Hoek en Cornelia van Okkenburg is bijzonder. Gebruikelijk was dat vissers zonen van vissers waren en dat de vader uit Middelharnis kwam. Cornelis van den Hoek was echter een landarbeider uit Dirksland. Er was duidelijk sprake van maatschappelijke stijging: een visser stond hoger in aanzien dan een landarbeider en een schipper was de hoogste in rang op een vissloep, iemand met veel verantwoordelijkheid en een hogere verdienste dan de matrozen.
In 1887 was op zeven van de twintig sloepen van Middelharnis een Van den Hoek schipper.
Er zijn verschillende factoren die bij dit maatschappelijk succes een rol gespeeld hebben.
1. Toen de broers Van den Hoek volwassen werden vanaf ca. 1865 groeide de vissersvloot en daarom was er ruimte voor nieuwkomers
2. Vader Cornelis toonde initiatief door het bestaan als landarbeider in Dirksland vaarwel te zeggen en in Middelharnis te gaan werken
3. Vader Cornelis ging werken als knecht bij een wijnpakhuis, dat moet bij Kolff de reder geweest zijn. De jongens waren zodoende in beeld om al vroeg naar zee te gaan. Ze groeiden op in de nabijheid van de haven
4. Partnerkeuze. Drie van de zeven broers trouwden een dochter van een schipper.
5. De vaardigheden en de karaktereigenschappen om als schipper te kunnen functioneren.

Ik vermoed dat ze zich vooral op dit laatste punt onderscheiden hebben. Arjanus Faasse beschrijft schipper Jan van den Hoek in zijn boek "Zee en eiland" op pagina 114 en 115.
Hij komt naar voren als iemand met natuurlijk gezag, weinig spraakzaam, beheerst, oprecht, vroom en streng. Het zullen deze eigenschappen geweest zijn die zijn broers ook in meer of mindere mate hadden en die maakten dat ze schipper werden en gedurende lange tijd bleven.

In de winter van 1910/11 voer ik op de Theodora-Emmerentia, de M.D. 4. Schipper Jan van den Hoek, een broer van Willem van den Hoek van de Luctor et Emergo, die kort geleden "gebleven" was. De. M.D.4 was een ijzeren of stalen anderhalf-master, grijs geverfd en het was de snelst varende sloep van de vloot. Jan van den Hoek was een "gelukkige" schipper, een echte mannetjesputter ter zee, zonder pretenties schipper bij de gratie Gods, een vanzelfsprekende gezagsdrager, ongeforceerd, natuurlijk. Napoleon heeft eens gezegd : Frankrijk ben ik. Jan van den Hoek zei niks, maar hij was de beugvisserij.
Van de kleine "grote man", stevig gebouwd en stoer met de handen in de zakken van de wijde zeemansbroek, rammelende met de sleutels, ging gezag en invloed uit. Met de grijze, strenge maar toch ook niet onvriendelijke ogen regeerde hij niet alleen de bemanning, maar ook zou men haast gezegd hebben: het weer. Onder collega's had zijn stem een doorslaggevende betekenis. Ik heb hem nooit in paniekstemming gezien. Zelfs in hachelijke situaties kon hij zich nog beheersen. Zijn bevelen werden stipt uitgevoerd. Niemand dacht eraan het anders te doen, het was altijd goed. Als hij mij een schouderklopje gaf (dat gebeurde niet vaak) was mijn dag weer goed. Volgens mij was hij een oprecht en vroom man, maar streng. 

De wederwaardigheden van de broers van den Hoek als schipper zijn te volgen aan de hand van de artikelen van Rinus van Dam als het gaat om averij, ongevallen en rampen. (2).

Averij
De jonge schipper Jacob van den Hoek, begonnen toen hij 22 jaar was in 1866, liep in zijn tweede jaar (27 maart 1867) averij op aan de mast van de sloep Op Hoop van Zegen.
Jan van den Hoek, schipper van de Willem de Zwijger, had op 14 maart 1880, ook aan het begin van zijn loopbaan, een kapotte mast. In 1912 liep hij averij op met de Theodora Emmerentia, de MD 4 van Slis.
Cornelis van den Hoek had op 2 november 1894 met de MD 28 Vertrouwen van Slis een gebroken mast en een beschadigde jol. In april 1911 maakte hij zijn laatste reis met deze sloep


Vooruit, 12 april 1911


Aanvaring
Jacobus van den Hoek kwam op 10 februari 1908 met De MD 2 Doggersbank van rederij Slis in aanvaring met een Engelse stoomtrawler. De gehele bemanning kon worden gered.
Zie bericht van 17 maart 2017.

Man over boord
In 1882 is Jeroen Langbroek (1866-1882) geboren 28 augustus 1866, zoon van Simon Langbroek en Neeltje van der Sluis, bij het neerhalen van de stagfok overboord geslagen en verdronken. Dit gebeurde op  de MD 1 Waakzaamheid, schipper Jacobus van den Hoek.
Op 27 januari 1894 is Pieter Faasse (1862-1894) geboren 18 maart 1862 in Sommelsdijk, op de MD 7 Toekomst (voorheen Avenir) schipper Jan van den Hoek, bij het uitdraaien van het achterlicht overboord gevallen en verdronken. Hij was 31 jaar oud. Hij was in 1885 gehuwd met Elizabeth Groen. Ze hadden drie kinderen: Adrianus (1887), Hendrik (1890) en Willemtje (1892).
Op 28 november 1910 is Geerit van Dijk (1892-1910) geboren 29 augustus 1892, zoon van Stoffeltje van Dijk en Elizabeth Cornelia Rasenberg, van de MD 28 Vertrouwen schipper Cornelis van den Hoek, bij goed weer overboord gevallen en verdronken. Hij was achttien jaar oud. Vader Stoffeltje van Dijk was touwslager, het gezin is in 1915 naar Vlaardingen vertrokken.


De MD 7 Toekomst overvaren in 1899
De Toekomst met schipper Jan van den Hoek is in mei 1899 in het Skagerrak met dichte mist overvaren door een Noorse bark. Drie opvarenden die probeerden over te springen op het Noorse schip de Zorida zijn verdronken. Het betreft Jan de Man (1863-1899), Arend de Koning (1864-1899) en Leendert Koster (1863-1899). Laurens van Gelder (1849-1899) raakte gewond en is enkele uren later overleden. Leendert Koster was een zoon van Dirk Koster en Bastiana van Eeuwen, hij was in 1886 gehuwd met Dirkje de Ruiter. 

De ramp met de Luctor et Emergo januari 1910
Bij deze ramp zijn schipper Willem van de Hoek (1860-1910)  en Cornelis van den Hoek (1877-1910) zoon van Hubrecht, verdronken. De volgende tekst is overgenomen uit het  tweede artikel van Van Dam p. 39.



Op 15 januari 1910 vertrok de vissloep MD 1, Luctor et Emergo van rederij P.L. Slis en Zn. ter visvangst (kabeljauw, heilbot en schelvis) vanuit de haven van IJmuiden. Op 24 januari bevond het schip zich in de omgeving van de Doggersbank. Op dat moment woedde er een orkaan tussen de Britse eilanden en Scandinavië. Dit noodweer werd de Luctor et Emergo fataal. Schip en bemanning keerden niet meer terug van dit gebied, dat bekend stond als het ‘Brielsche kerkhof’, nadat er jaren eerder een groot aantal vissersschepen uit Den Briel in een hevige storm was vergaan. Het betrof schipper Willem van den Hoek, ouweman Pieter van den Berg, matrozen Leendert Kattestaart, Adrianus van den Nieuwendijk, Cornelis van den Hoek, Adrianus Jongejan, Gerrit Jongejan en Krijn van Gelder, en de jongens Machiel Onderdelinden, Arie van den Tak, Jan Don, Arie de Koning en Marinus Onderdelinden. 
Schipper Jacobus van den Hoek, broer van de omgekomen schipper, had de Luctor et Emergo op 22 januari 1910 ‘s avonds om elf uur gepraaid op circa 55 NB, 04 OL, benoorden de Doggersbank. De laatste die het schip had gezien was schipper Hermanus van Selm van de VL 176 in de avond van 23 januari. De Luctor et Emergo was een 34 jaar oude houten sloep, gebouwd bij de werf W.v.d. Windt te Vlaardingen, die gebreken vertoonde. Bij zwaar weer lekte het schip zodanig dat er voortdurend gepompt moest worden en op de werf was de sloep tijdens reparatiewerkzaamheden een keer omgevallen, wat de zeewaardigheid niet ten goede kwam. Hierdoor ontstond ook in de pers nogal wat deining. Het gerucht ging dat het schip zou zijn ‘weggebracht’, wat wil zeggen dat het moedwillig naar zee zou zijn gestuurd, in de verwachting dat het zou vergaan en het verzekeringsgeld geïnd konden worden. Het was de tijd van Herman Heyermans’ drama ‘Op Hoop van Zegen’ (1900), waarin de visserijreders in een slecht daglicht werden gesteld. In het verslag van de Raad voor de Scheepvaart, werd dit echter weerlegd en geconstateerd dat het schip wel degelijk aan de eisen van zeewaardigheid had voldaan.

Bronvermelding:
1. De sloepen van Middelharnis, 1834-1923. Handgeschreven overzicht, auteur onbekend. Aanwezig in Maritiem Museum Rotterdam, 64 p.  Compleet vanaf 1887.
2.Dam, M.J. van. Luctor et Submergor; scheepsrampen en ongevallen op de Middelharnisse vissersvloot. In: De Ouwe Waerelt, 11(2011) 32, pp.37-45 en 11(2011)33, pp.37-45.


vrijdag 17 mei 2013

Cornelis van den Hoek (1811-1891) en Cornelia van Okkenburg (1821-1890)

Huwelijk en kinderen
Cornelis van den Hoek is in Dirksland geboren in 1811. Hij was een zoon van Jacob van den Hoek die arbeider was en Neeltje Platteeuw.
Cornelis van Okkenburg(t) is een dochter van Huibrecht van Okkenburg(t), arbeider, en Geertje Heinberg, beiden uit Dirksland.

Het huwelijk tussen Cornelis en Cornelia werd gesloten op 16 februari 1844 in Dirksland. Cornelis was 32 jaar en Cornelia 23. Hij was arbeider ten tijde van het huwelijk en zij dienstbode.
Vrij snel na het huwelijk verhuisde het echtpaar naar Middelharnis. Het beroep van Cornelis werd pakhuisknecht en meer specifiek wijnpakhuisknecht (bij Kolff vermoedelijk). Later staat hij als winkelier vermeld. Het gezin woonde in de Kaaidreef.

Kinderen:
1. Jacob van den Hoek (1844-1917) werd drie maanden na het huwelijk en wel op 25 juni 1844 in Middelharnis geboren. Hij werd visser en trouwde op 19 december 1866 met Johanna Langbroek (1843-1893) 23 jaar en vissersdochter (dochter van Hendrik Langbroek en Helena Cornelia Boogerman). Zie ook bericht op dit weblog van 17 februari 2012.
2. Huibrecht van den Hoek (1845-1931) was de tweede zoon. Hij was visser en is op 24 oktober 1871 gehuwd met Lijntje Visser (1845-1921), dienstbode 26 jaar, dochter van een visser. Huibrecht is op 3 oktober 1931 in Rotterdam-Poortugaal overleden. Hij is na de dood van Lijntje, dus op hoge leeftijd, pas verhuisd.*
3. Jakobus van den Hoek (1849-1935), visser, gehuwd op 11 april met Anna Wilhelmina Wursten (1849-1906) die uit een schippersfamilie kwam. Haar broer Bartel was eveneens visser. Jakobus is op 1 mei 1915 naar Velsen vertrokken. Voor hoe lang weet ik niet, hij is in Middelharnis overleden. Zijn beide zoons waren al eerder naar Rotterdam verhuisd.
4. Cornelis van den Hoek (1851-1932), gehuwd op 22 april 1875 met Neeltje Gerritjes Langbroek (1850-1939), vissersdochter. Cornelis was ten tijde van zijn huwelijk al visser-stuurman (schipper).
5. Neeltje geboren in februari 1852 en enkele maanden later overleden
6. Neeltje van den Hoek (1854-1924) gehuwd  op 16 april 1874 met Cornelis Muije (1852-1892) die eerst visser was en later schipper (binnenvaart) . Zijn vader was kleermaker. Cornelis is op 6 november 1892 aan boord van een schip in Numansdorp overleden. 
7. Jan van den Hoek (1856-1929), gehuwd op 10 april 1879 met Grietha Grootenboer (1854-1889) uit Sommelsdijk. Grietha was de dochter van een tuinman, ze is jong overleden. Jan woonde samen met zijn dochter, kleindochter en schoonvader. Op 4 juni 1915 is Jan met Klaasje Verduin, de weduwe van zijn broer Willem, hertrouwd.
8. Geertje van den Hoek (1857-1927) trouwde op 6 februari 1885 met Gerrit van Rikxoort (1856-1933)  een timmerman uit Sommelsdijk. Ook zijn vader was timmerman.
9. Willem van den Hoek (1860-1910) was visser en trouwde met Klaasje Verduin (1861-1941) op 19 oktober 1888. Klaasje was de dochter van een arbeider. Willem was ten tijde van zijn huwelijk al visser-stuurman.
10. Dirk van den Hoek (1861-1943) was visser en trouwde met Maatje van der Put (1865-1928) op 8 februari 1886. Maatje was een vissersdochter. Dit gezin is op 20 november 1889 naar Rotterdam verhuisd. op 26 september 1892 teruggekomen naar Middelharnis en op 26 mei 1897 definitief naar Rotterdam gegaan. Dirk is op 16 juli 1943 in Rotterdam overleden.

Van de tien kinderen van Cornelis en Cornelia overleed een kind na enkele maanden. Van de andere negen zijn de meesten zeventig jaar of ouder geworden. Een sterk geslacht.
Hoewel vader Cornelis geen visser was en ook Cornelia niet uit een vissersgezin kwam, werden de zeven zoons allemaal visser.  Alle zeven broers brachten het zelfs tot schipper.
Van de zoons trouwden er vier met een vissersdochter, een met een dochter van een binnenschipper, een met een dochter van een arbeider en een met de dochter van een tuinman
Een dochter trouwde met een timmerman, de andere met een visser die later binnenschipper werd.


Familieleden op zee gebleven
De eerste vermelding van een Van den Hoek als schipper van een sloep uit Middelharnis vinden we in 1866. Er zijn diverse ongevallen gebeurd aan boord van sloepen waarop een Van den Hoek schipper was (waarover meer in de volgende tekst), maar de zoons van Cornelis en Cornelia hebben het er zelf altijd goed van af gebracht. Tot het in 1910 mis ging.
In januari 1910 verging de MD1 Luctor et Emergo  van schipper Willem van den Hoek. De sloep was op 22 januari nog gezien door Jacobus, broer van Willem.
Willem van den Hoek was net op 20 januari 1910 vijftig jaar geworden.

Aan boord was ook zijn neef Cornelis van den Hoek, een zoon van Huibrecht van den Hoek en Lijntje Visser, geboren op 7 april 1877. Cornelis was 32 jaar en ongehuwd.


De MD 1, Luctor et Emergo in de haven van Middelharnis

Er is nog een tweede zoon van Hu(i)brecht van den Hoek en Lijntje Visser verdronken. Hubrecht van den Hoek (1884-1919) geboren 10 december 1884, is op 14 oktober 1910 gehuwd met Suzanna Roodzant geboren op 3 juli 1884 in Rotterdam, dochter van Marinus Roodzant en Suzanna de Moeij (zie tekst van 19 februari 2012). 
Het gezin is op 6 januari 1913 naar Rotterdam verhuisd. Ze hadden een zoon die Cornelis Hubrecht heette (1912-1975), geboren in Middelharnis en een zoon Marinus (1914-1992) geboren in Rotterdam.
Hubrecht van den Hoek voer op de zeillogger Hendrik Willem uit IJmuiden die rond 8 maart 1919 is vergaan (1).




1. Hij is op 15-5-1919 ambtshalve afgevoerd uit het bevolkingsregister Rotterdam.
bron: digitale stamboom Rotterdam, bevolkingsregister.
* getuigen waren o.a. Arij Jongejan 49 jaar en Marinus Jongejan 38 jaar, beiden vissers.

Zie ook de vooroudersite familie Van den Hoek door Cees Jan van den Hoek

donderdag 16 mei 2013

Willem Jongejan (1829-1865) en Aaltje Grootenboer (1830-1881)

Ouders
Willem Jongejan was de tweede zoon van Jakob Jongejan en Geertruij Touw (1).
Willem is geboren in  Middelharnis op 6 mei 1829. Aaltje Grootenboer is geboren in Sommelsdijk op 23 juni 1830, dochter van Cornelis Grootenboer en Maartje Landheer.

Huwelijk en kinderen
Willem en Aaltje zijn op 5 april 1854 in Sommelsdijk getrouwd. Hij was 24 en zij 23 jaar oud. Op 16 februari 1855 is Jacob geboren, op 28 oktober 1857 Cornelis, op  3 december 1860 Gertruda (Antwerpen) en op 30 april 1863 Willem (Antwerpen).
Cornelis is op 20 oktober 1864 overleden, bijna zeven jaar oud. 

Vertrek naar Antwerpen
Het gezin vertrok op 12 juni 1859 naar Antwerpen, Willem was toen dertig jaar.

Hieronder het document van de inschrijving van het gezin in Antwerpen.

Fiche 16.305, Genver/service/België
immigratie stad Antwerpen 1859

De namen van de kinderen en grootouders werden al gelijk verfranst: Corneille, Jacques, Gertrude. Willem staat in het register als Guillaume.
Uit dit document blijkt dat Willem als visser bij rederij Jacques van Baelen ging werken. Ze woonden in Place St. Paul (St. Paulsplaats) in de schippersbuurt vlakbij de vissershaven.
In 1860 is in Antwerpen dochter Gertrude geboren en in 1863 zoon Willem.





Antwerpse sloep De Hoop
schilderij van C.L. Weyts, 1855
collectie MAS nr. AS.1929.007.001

link naar de afbeelding MAS

De ramp met de sloep De Hoop in januari 1865, Willem Jongejan verdronken
Willem Jongejan was een van de opvarenden van de sloep De Hoop van rederij Van Baelen. De sloep is in januari 1865 vergaan (2).



Doodsprentje ter nagedachtenis aan de bemanning
van de sloep De Hoop vergaan 3/4 december 1863
De naam Willem Jongejan staat als 2e naam rechterkant
met dank aan Raymond Van Ael te Antwerpen voor de foto

Willem was ruim 35 jaar oud ten tijde van de ramp. Aaltje en hij hadden ten tijde van de ramp drie kinderen want Cornelis was enkele maanden eerder overleden.


Nabestaanden
Er werd voor de nabestaanden een liefdadigheidsvereniging opgericht genaamd "Troost der zeelieden". Ook werd een stoet georganiseerd en een prentbriefkaart op posterformaat verkocht om de nabestaanden te ondersteunen.


Aaltje kreeg steun van haar zus Maatje Grootenboer (1824-1865) getrouwd met Cornelis van Gilst (1824-1866). Maatje en Cornelis hadden geen kinderen. Maatje is tijdens haar verblijf in Antwerpen overleden op 6 juli 1865.
Twee weken later, op 19 juli 1865, is Aaltje Grootenboer met de kinderen Jacob, Gertrude en Willem teruggekomen naar Middelharnis (bev. reg. folio 296). Er is toen niet ingevuld op welk adres ze woonden en ook niet wanneer ze precies weer naar Antwerpen teruggegaan zijn. Ik vermoed dat ze niet lang gebleven zijn. Op 5 september 1873 zijn de vier namen "ambtshalve doorgehaald".

Jacob Jongejan (Jacques) is op 2 augustus 1875, hij was 21 jaar, opnieuw ingeschreven in Antwerpen (fiche 34.558). Zijn beroep was timmerman en hij was in 1870 (begrijp ik uit de documenten) uit Antwerpen vertrokken. In 1875 kwam hij vanuit Sommelsdijk terug naar Antwerpen. 
Aaltje Grootenboer overleed In Antwerpen op 17 april 1881 (geregistreerd op 5 januari 1882 te Sommelsdijk).

Hoe is het Jacob, Gertrude en Willem vergaan ? Op deze vragen hoop ik nog een keer een antwoord te vinden.

Willem is helaas niet op het rechte pad gebleven. Hij was lid van de bende van Jef, een van de vele dievenbendes in het Antwerpse havengebied en omstreken. Dit leidde tot een verblijf van enkele jaren in de Leuvense gevangenis. Aangekomen in de gevangenis op 09/07/1888 Gevangenis verlaten op 05/03/1891 (via search.be)

Op 28 januari 1888 was een 32-jarige timmerman "Joseph" Jongejan getuige bij een huwelijk in Schaarbeek (huwelijksakte 1888/30). Hij tekende als J. Jongejan. Misschien is dit een spoor dat leidt tot meer gegevens over Jacob (via search.arch.be).

Tijdens de eerste wereldoorlog zijn er familieleden die Jongejan heetten naar Middelharnis gekomen. Zij behoorden tot de grote groep Belgische vluchtelingen die Antwerpen ontvluchtten voor het oorlogsgeweld. Ze hadden o.a. contact met Adriaantje Jongejan (e.v. Johannis Martinus Boogerman). Mogelijk waren dit haar neven en nicht, Jacob, Willem en Geertrui. Adriaantje ontving nog tot in de jaren dertig ansichten van Geertrui Jongejan, weduwe de Stuers, uit Antwerpen (4).



1. Zie de teksten in het blogarchief van 5 februari 2012, 29 oktober 2012 en 26 april 2013 over Jakob en Geertruij en hun zonen Arie, Gerrit en Hendrik.De twee zussen van Willem heetten Bastiana Maria en Lijntje.
2. Het Handelsblad van Antwerpen, 29 en 30 januari 1865.
3. Gevangenis Leuven-Centraal. Archiefdienst: Rijksarchief Leuven (BE-A0518)
Archiefblok: 518-1225. Periode: 1861-1889. ingekomen 9 juli 1888, vertrokken 5 maart 1891. via arch.search.be
4. Mededeling van Atie de Hamer-Boogerman.

Laurens van der Put (1882-1911), Cornelia Viskil (1883-1955) en Dirk Koster (1867-1930)

Ouders
Laurens van der Put is geboren op 14 december 1882 te Middelharnis, zoon van Huibrecht van der Put  die visser was en Jannetje Witvliet, dochter van Mattheus Witvliet (zie tekst van 4 mei 2013)
Cornelia Viskil is geboren op 27 januari 1883. Haar ouders waren Willem Viskil en Pietronella Hollaar. Zie het vorige bericht van 12 mei 2013 op dit weblog

De ramp met de Zeemanshoop
De vader van Cornelia, Willem Viskil, was schipper van de MD 18 Zeemanshoop van de Rederij Kolff. De sloep is omstreeks Sinterklaas 1895 met man en muis vergaan. Het laatst was zij gezien bij het Zand op de Doggersbank. De gehele, uit dertien personen bestaande, bemanning kwam om het leven. Zeven vrouwen verloren hun echtgenoot en zestien kinderen hun vader. Voor hun levensonderhoud werd een beroep gedaan op liefdadigheid. De koningin schonk honderd gulden aan de weduwen en wezen (1).

Cornelia Viskil was bijna dertien jaar oud toen haar vader omgekomen is.

Maas- en Scheldebode, 27 december 1895


Bij deze scheepsramp kwam ook een oom van Laurens van der Put om, Cornelis van der Put (1863-1895).


Huwelijk en kinderen
Laurens werd visser. Laurens en Cornelia trouwden op 12 oktober 1906 te Middelharnis. Getuigen bij het huwelijk waren: Jasper Viskil, 49, visser, oom van de bruid; Mattheus Witvliet, 82, visser en oom (2) van de bruidegom, Leendert Koote, 42, brievenbesteller en oom van de bruid, en Jan de Koning, 39, visser, allen wonende te Middelharnis.*
Het echtpaar ging wonen aan de Oostelijke Achterweg nr. 41 boven. Later verhuisden zij naar de Visscherstraat C 170. Op 27 juni 1907 werd zoon Huibrecht geboren en op 6 september 1908 dochter Pietronella.

Verhuizing naar Rotterdam en terug naar Middelharnis
Op 19 maart 1910 vertrok het gezin naar Rotterdam en ging wonen in de Stampioenstraat 30b. In deze buurt woonden ook de zus van Laurens, Dirkje van der Put en haar man Andries van den Doel. Evenals zijn zwager Andries was het beroep van Laurens in Rotterdam bootwerker. Het duurde maar kort: op 12 oktober 1910 werd het gezin weer ingeschreven in Middelharnis, Westdijk B 294. Laurens ging weer werken als visser.

Laurens in Engeland overleden
In september 1911 was het schip van Laurens in Engeland, in North Shields aan de monding van de Tyne, ten westen van Newcastle upon Tyne. Hij had aan boord paratyfus opgelopen en was opgenomen in een ziekenhuis in Engeland. De op 18 september 1911 afgegeven overlijdensakte van het district Tynemouth geeft als doodsoorzaak: Enteric Fever, Perforated Ulcer and Peritonitis, dus: buiktyfus (die zowel  door tyfus als door paratyfus  veroorzaakt kan zijn), een geperforeerde  maagzweer  en buikvliesontsteking. Laurens is op drie maanden na 29 jaar oud geworden.


Maas- en Scheldebode, 27 september 1911


De nabestaanden
Cornelia bleef met twee jonge kinderen achter.
Op 3 december 1912 trokken haar broer Jasper Viskil en zus Willemptje  Viskil bij haar in. Zij woonden in de Visserstraat C 150, later 158. 
In november 1913 plaatste Cornelia een advertentie namens de weduwen van de bemanning van de MD3 Anna (vergaan januari 1912als dankbetuiging voor de gulle gaven. Het is aannemelijk dat Laurens ook bemanningslid van de Anna was ten tijde van zijn overlijden. Waarschijnlijk heeft Cornelia daarom meegedeeld in de opbrengst.
Op 30 april 1921 is Cornelia (toen 38) te Middelharnis hertrouwd met de 53-jarige Dirk Koster, zoon van Cornelis Koster en Huibertje Boeser.

Dirk Koster
Dirk was van beroep aanvankelijk diepzee-visser, later koopman in vis. Hij had als bijnaam: “de Lord”, maar waarom is niet duidelijk. Dirk was weduwnaar van Jacomina van Gelder (1869-1919). Dirk en Jacomina hadden een zoon, Cornelis Koster geboren op 19 juni 1902 in Middelharnis.
Zoon Cornelis Koster vertrok naar IJmuiden. Hij trouwde 1923 in Velsen met Neeltje Jongejan, 21 jaar (4). Zij kregen twee kinderen. Cornelis was schilder van beroep.

Dirk Koster overleed op februari 1930 in Sommelsdijk, 62 jaar oud.
Cornelia Viskil zette kennelijk zijn bedrijf voort: zij had als beroep: winkelierster in vis. Cornelia Viskil overleed op 13 juni 1955 te Middelharnis.


Tekst van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje

1. Een aantal gegevens is afkomstig van Piet Koster te Eindhoven
2. Mattheus Witvliet was geen oom, maar de grootvader van Laurens en dat is dus onjuist vermeld in de trouwakte. 
3. Uit overlevering (bron ?) is het volgende verhaal bekend: Laurens sprak geen Engels en daarom begreep hij niet waarom hij alleen maar lichte kost kreeg. Hij klaagde hierover bij zijn collega's die hem toen peren brachten. Die kon hij (nog) niet verdragen. Een paar dagen na het eten hiervan is hij overleden.
4. Neeltje Jongejan, geboren in Velsen 23 oktober 1902 is een dochter van Arij Jongejan en Cornelia Schmidt. Zie tekst op dit weblog van 12 november 2012

zaterdag 11 mei 2013

Hendrik Viskil (1834-1870) en Cornelia Lugthart (1836-1896)

Ouders
Hendrik Viskil is een zoon van Willem Viskil, visser, en Martina Hoogmoed. Over het gezin van zijn grootouders gaat de vorige tekst van 11 mei 2013 op dit weblog.
Cornelia Lugthart is een dochter van Jaspert Lugthart, arbeider te Nieuwe-Tonge en Adriaantje Wittekoek (overleden 1854). Cornelia is in Sommelsdijk geboren.

Ten tijde van het huwelijk was alleen de vader van Cornelia nog in leven.  De beide ouders van Hendrik zijn in 1849, het jaar van de grote cholera-epidemie, overleden. Martina Hoogmoed op 14 maart en Willem Viskil op 21 juni. In juni en juli vielen de meeste doden maar ook in de maanden ervoor maakte de ziekte al slachtoffers.
Hendrik stond onder voogdij van de regenten van het weeshuis (vier namen in de huwelijksakte 6, 1856, genoemd).

Huwelijk en kinderen
Op 15 maart 1856 zijn Hendrik en Cornelia getrouwd, hij was 21 jaar en zij 19 jaar oud. Het beroep van Hendrik was visser. Zijn oom Cornelis, ook visser, was een van de getuigen. Het gezin heeft altijd in de Nieuwstraat gewoond.

Martina Viskil (1856-1933) was de oudste dochter, zij trouwde met Cornelis van der Kooij die arbeider was.
Jaspert Viskil (1857-1929) was hun tweede kind. Hij werd visser en is op 6 mei 1887 gehuwd met Sara Pietertje Sprong die ook uit een vissersfamilie kwam. De bruid was dienstbode ten tijde van het huwelijk.
Willem Viskil (1858-1895) werd visser en trouwde in 1882 met Pietronella Hollaar, dienstbode. Zij is afkomstig uit Zwartewaal, haar vader was visser. Het gezin is in 1873 in Middelharnis komen wonen. Willem was 23 jaar en Pietronella19 jaar oud toen ze trouwden.
Hendrik Viskil (1860-1937) trouwde op 7 mei 1886 met Martijntje Langbroek, een vissersdochter. Hendrik was visser en Martijntje dienstbode. Dit gezin is in maart 1894 naar Rotterdam vertrokken.
Adrianus (1863-1910) was visser en is in maart 1896 met zijn gezin (vrouw en drie kinderen) naar Den Haag vertrokken. Adrianus is in Rotterdam overleden, gescheiden van Aartje Jacoba de Wert uit Heenvliet.
Krijn Viskil (1864-1916) werd visser en is in 1890 getrouwd met vissersdochter Martijntje de Korte.
Adriaantje (1866-1947) is in Middelharnis gebleven, trouwde in 1893 met Leendert Koote die brievenbesteller was.
Anna (1869-1927) trouwde in 1892 met Gerrit van Eck, visser. Ze zijn samen in mei 1894 naar Rotterdam vertrokken.
Leendert (1870-?) werd geboren op 30 december 1870, hij is in december 1896 naar Rotterdam verhuisd.

Alle negen kinderen bereikten de volwassen leeftijd. Van de zes zonen werden er vijf visser, het beroep van de jongste weet ik niet. Van de drie dochters trouwde er maar een met een visser. Drie bruiden waren ten tijde van hun huwelijk dienstbode.Twee zonen die visser waren zijn verdronken. Drie zonen en een dochter zijn in de jaren '90 van de negentiende eeuw uit Middelharnis weggegaan. Hendrik, Leendert en Anna naar Rotterdam en Adrianus naar Den Haag. Alleen Martina, Jaspert en Adriaantje zijn in Middelharnis gebleven.

Hendrik Viskil in 1870 overleden
Hendrik Viskil is op 21 mei 1870 verdronken toen hij overboord sloeg op 55 graden NB van de vissloep Middelharnis. Hij was 36 jaar oud.
De sloep Middelharnis was van reder Johannes Meijer Veerman, de schipper was Cornelis Smit. De zoon van de schipper is in 1868 omgekomen toen hij overboord sloeg en in 1872 is de sloep in zijn geheel vergaan met de volledige bemanning.

Cornelia bleef in 1870 achter met acht kinderen waarvan de oudste nog geen veertien jaar was. De jongste zoon Leendert is op 30 december 1870 geboren, zeven maanden nadat zijn vader was verdronken.
Hoe Cornelia in haar levensonderhoud voorzag is niet bekend: ze is niet hertrouwd, ze was geen winkelierster en de zonen waren nog erg jong toen hun vader overleed.
Enkele jaren eerder, in 1867, was ook haar zus Anna Lugthart weduwe geworden toen haar man Marinus Du Pree verdronken is, hij was aan boord van de sloep Wisselvalligheid die in 1867 is vergaan.

Cornelia Lugthart is op 17 oktober 1896 overleden, zestig jaar oud. In 1894 waren dochter Anna en zoon Hendrik met hun gezinnen naar Rotterdam vertrokken. In december 1895 was zoon Willem op 36-jarige leeftijd omgekomen bij de ramp met de MD 18 Zeemanshoop. Adrianus en zijn gezin vertrokken in maart 1896. Deze ingrijpende gebeurtenissen heeft Cornelia dus nog allemaal moeten meemaken.
Na het overlijden van zijn moeder is Leendert in december 1896 ook naar Rotterdam vertrokken.

Schipper Willem Viskil (1858-1895) en de ramp met de Zeemanshoop, december 1895
Willem was elf jaar toen zijn vader in 1870 is verdronken. Willem is op jonge leeftijd naar zee gegaan en was pas 28 jaar oud toen hij in oktober 1887 schipper werd op de sloep Zeemanshoop van reder Kolff. In dit eerste jaar dat Willem schipper was is mijn oudoom Cornelis de Moei op 28 november 1888 overboord gevallen en verdronken (zie tekst op dit weblog van 3 februari 2012). Cornelis was twintig jaar oud.
Willem trouwde op 6 oktober 1882 met Pietronella Hollaar, geboren op 26 april 1863 in Zwartewaal. Enkele maanden daarvoor op 3 augustus 1882 was haar vader Jan Hollaar (1842-1882) verdronken (overlijdensakte 47), 39 jaar oud. Hij was over boord geslagen van de sloep Hendrika Adriana, een sloep van reder Kolff.
Op 27 januari 1883 werd dochter Cornelia geboren, gevolgd door Jan, Hendrik, Neeltje en Jasper. Hendrik is met Pietertje van den Berg, een dochter van Pieter van den Berg getrouwd (zie tekst van 12 november 2012).

In december 1895 is de sloep Zeemanshoop met man en muis vergaan in de omgeving van de Doggersbank. Willem was toen 37 jaar oud. Mijn overgrootvader Gerrit Jongejan, 63 jaar oud, was stuurman/ouweman op deze sloep.
Drie maanden na de dood van Willem, op 13 maart 1896 ,werd de jongste dochter van Willem en Pietronella geboren. Ze werd Willemtje genoemd. Pietronella bleef met zes kinderen achter waarvan de oudste bijna dertien was. Wat mij opviel is dat Pietronella en haar gezin overgingen naar de Christelijk gereformeerde kerk.

Het bestaande Vissersfonds was niet toereikend om in de behoeften van de nabestaanden te voorzien. Er werd daarom op allerlei manieren geld ingezameld. Onderstaande advertentie verscheen op  o.a. op 4 januari in de Gooi- en Eemlander en op 10 januari in het Rotterdamsch Nieuwsblad en het Algemeen Handelsblad.


Gooi- en Eemlander, 4 januari 1896



Maas- en Scheldebode, 27 december 1895


Krijn Viskil, overleden 1916
Krijn Viskil (1864-1916) zoon van Hendrik en Cornelia, is op 19 januari 1916 verdronken toen hij samen met Kaspar Bonjoannij overboord sloeg van de stalen sloep MD 14 Paul Kruger, schipper Leen Koster. Zie tekst met bronvermelding op dit weblog van 1 november 2012.


Vooruit, 26 januari 1916

Fragment uit een interview uit 1970.
Kasper Bonjoannij en Krijn Viskil voeren bij de ouwe Leen Koster. Ze zijn verdronken bij het overhalen van de zeilen, waarschijnlijk handen tussen de blokken dat prakkezeren ze. We zaten de trein hierover te praten. Stopten in Leiden, Leen Koster werd gevraagd door een mede-passagier waarom hij moest overhalen. Koster zei dat hij uit de vaargeul wilde blijven. Toen kregen deze weduwen ook een uitkering, omdat het ongeval verband hield met de oorlog. Dus uitkering voor oorlogsslachtoffer (1e wereldoorlog) daar gingen ze werk van maken. Ze kregen pensioen als oorlogsweduwen, 16 gulden in de week.
Interview van Kees Koster en Gerrit Langbroek met J. Boomsma uit 1970. ZB 1903 A 07 


Jan Viskil (1884-1938)
Begin september 1938 berichtte de IJmuider Courant dat de stoomtrawler IJM 60 Catharina Duyvis de visvangst moest afbreken omdat de schipper, Jan Viskil, ernstig ziek was geworden. Hij werd overgebracht naar het Antonius Ziekenhuis te IJmuiden, waar hij op 2 september 1938 overleed, 53 jaar oud. Jan Viskil werd op 26 december 1884 geboren te Middelharnis. Hij was de oudste zoon van Willem Viskil, schipper van de MD18 Zeemanshoop en Pieternella Hollaar. Hij trouwde op 10 juni 1910 met Annetje van Groningen, geboren op 6 maart 1885, dochter van Laurus van Groningen (1838-1917) en Bastiana Jordaan (1840-1927). In 1918 was Jan Viskil stuurman (ouweman) van de MD 11 Oranje Nassau en na de verkoop aan de rederij Klinge en Poortman te Maassluis werd hij schipper van deze vissloep tot eind 1925. Op 11 april 1931 vestigde Jan zich met vrouw en zoon in IJmuiden. Bij zijn begrafenis werd gememoreerd dat met hem de IJmuider vissersvloot een van haar meest geziene schippers had verloren. Zoon Willem werd huisschilder. Annetje Viskil-van Groningen overleed op 10 juni 1955 te Velsen, 70 jaar oud.

Gerrit Jongejan Gzn. en Cornelia Viskil
Een zoon van Gerrit Jongejan (verdronken in 1910, aan boord van de Luctor et Emergo) en Geertrui Witvliet (zie tekst van 13 februari 2012) heette ook Gerrit, geboren in 1887. Hij was visser en trouwde met Cornelia Viskil, eveneens in 1887 geboren. Cornelia was een dochter van Jaspert  Viskil en Sara Pietertje Sprong.


foto van de site online-begraafplaatsen



Adrianus Viskil (1763-1845) en Francina de Moeij (1765-1848)

Ouders
Adrianus is op 3 augustus 1845 op tachtigjarige leeftijd overleden aldus de overlijdensakte. In de 'liste civique' van 1811 staat hij met juli 1763 als geboortedatum. Dan zou hij dus geen 80 maar 82 zijn geweest ten tijde van zijn overlijden. Hij was visser van beroep.
Adrianus was een zoon van Cornelis Viskil en Maartje Verhage. Hij had een broer Jacob (1771-1820) die visser was en een broer Willem (1768-1830) die veerman/binnenschipper was.
Francina de Moeij overleed op 11 maart 1848, 82 jaar oud. Zij is een dochter van Frans de Moeij en Neeltje Dominé, geboren op 25 december 1765. Ze heeft haar vader nooit gekend, hij is drie maanden voor haar geboorte overleden (zie bericht van 12 maart 2014).
Haar achternaam wordt ook vermeld als Moij, Moei, Mooij of Mooi.

Kinderen
Het huwelijk is vermoedelijk rond 1793 gesloten.
-  Dochter Maartje is in 1795 geboren, zij is op 21 oktober 1819 getrouwd met Pieter Koster, visser (geb. 1797).  De vier getuigen waren vissers, waaronder Gerrit Jongejan, 24 jaar oud. Op 13 december 1819 werd hun zoon Adrianus Viskil Koster geboren. Maartje is op 21 juni 1881 in Brouwershaven overleden, 86 jaar oud.
- Cornelis werd op 15 februari 1798 geboren en overleed in 1874, 76 jaar oud. Hij is gehuwd met Meijndrina van Nierop op 12 oktober 1829. Cornelis werd visser, net als zijn vader. Hij is in 1813 als bemanningslid van de gaffelschuit Jonge Cornelis in een Engelse gevangenis beland. Het schip was door de Engelsen gekaapt.
- Frans Viskil werd in 1801 geboren, trouwde met Hendrina Oudzegel, dienstbode.Frans was geen visser maar schipper (binnenvaart). Hij was 85 jaar toen hij op 21 oktober 1886 overleed.
- Willem is op 21 december 1805 geboren, gehuwd met dienstbode Martina Hoogmoed op 29 mei 1828 in Sommelsdijk. Willem was visser. Willem en Martina zijn allebei jong overleden, in 1849 toen er een cholera-epidemie heerstte.
- Jacob is in 1809 geboren, getrouwd op 22 oktober 1843, 34 jaar oud met Hendrika Hotting, 29 jaar oud. Jacob trouwde was schippersknecht.
- Adrianus werd op 5 december 1812 geboren, hij overleed in 1816, 4 jaar oud.

In de generatie van Adrianus en in de generatie van zijn kinderen hebben alle mannen maritieme beroepen. Er komen in beide generaties zowel vissers als binnenschippers voor.

Familieleden op zee gebleven.
Pieter Koster (1797-1825), de man van Maartje Viskil, was een van de opvarenden van de gaffelschuit van Jacob Bree die in 1825 met man en muis is vergaan.
Adrianus Viskil Koster (1819-1867) de zoon van Pieter en Maartje, is in januari 1867, 47 jaar oud verdronken. Hij was aan boord van de Wisselvalligheid.
Willem Viskil en Martina Hoogmoed had o.a. een zoon die Hendrik heette, hij is in 1870 verdronken bij een ongeluk op de sloep Middelharnis. Twee zonen van Hendrik zijn resp. in 1895 en in 1916 verdronken. Zie de volgende tekst over Hendrik Viskil en Cornelia Lugthart.

zaterdag 4 mei 2013

Mattheus Witvliet (1823-1917) en Teuntje van Strien (1824-1907)

Ouders
Mattheus Witvliet is op 7 oktober 1823 geboren, zoon van Cornelis Witvliet en Jannetje Olijman. Cornelis Witvliet was visser.
Teuntje van Strien is op 10 oktober 1824 in Sommelsdijk geboren, dochter van Leendert van Strien en Pietertje Zeedijk. Leendert van Strien was arbeider.

Huwelijk en kinderen
Mattheus en Teuntje trouwden op 22 november 1849 in Sommelsdijk, ze waren 26 en 25 jaar oud. Mattheus was visser van beroep en Teuntje was dienstbode.
Op 12 augustus 1850 werd dochter Jannetje geboren. Teuntje werd op 27 november 1852 geboren; zij is op 18 augustus 1863 op tienjarige leeftijd overleden. Op 23 november 1854 kwam een kind van Mattheus en Teuntje levenloos ter wereld.
Adriana Witvliet is op 11 december 1855 geboren. De enige zoon Leendert is op 11 augustus 1858 geboren en daarna volgde Geertruij op 7 juni 1861. In 1865 is opnieuw een Teuntje geboren die maar anderhalf jaar oud werd.
Van de zes kinderen van Mattheus en Teuntje bereikten er vier de volwassen leeftijd.

Huwelijk van de kinderen
Jannetje Witvliet trouwde in 1875 met Huibrecht van der Put, zoon van Laurens van der Put en Dirkje Boer. Jannetje was 25 en Huibrecht 23 jaar oud ten tijde van het huwelijk. Huibrecht was visser van beroep. Een van de getuigen was Arij Jongejan (1823-1910) stuurman, aangetrouwde oom van de bruidegom. Zie hiervoor ook de tekst op dit weblog van 27 februari 2013. Jannetje was 49 jaar toen ze in 1900 in Middelharnis overleed; Huibrecht is in 1909 in Velsen overleden.
Adriana Witvliet trouwde in 1876 met Bastiaan Dubbeld, ze waren twintig en 22 jaar oud. Bastiaan was visser, later stuurman op de MD 11 Oranje Nassau. Zie tekst van 8 april 2013.
Bastiaan is in 1914 overleden, Adriana werd heel oud: ze overleed op 12 november 1944 in Rotterdam, 88 jaar oud.
Leendert Witvliet trouwde in 1883 in Zwartewaal met Gerritje Starrenburg; hij was 24 en zij negentien of twintig jaar oud. Leendert was visser. Het huwelijk is in 1896 ontbonden; Leendert is in 1899 in Velsen hertrouwd met Johanna Berghauser. Leendert is in 1942 in Maassluis overleden, 83 jaar oud.
Geertruij trouwde met mijn oudoom Gerrit Jongejan. Over dit echtpaar staat al een tekst op dit weblog van 13 februari 2012 met een mooie foto van Gerrit in zijn jonge jaren. Ze zijn in 1886 getrouwd, allebei 24 jaar oud. Gerrit is in januari 1910 verdronken bij de scheepsramp van de Luctor et Emergo. Geertruij is in 1930 overleden, 69 jaar oud.

Overlijden van Mattheus en Teuntje
Teuntje is in 1907 in Middelharnis overleden, ze was 82 jaar oud. Mattheus was 94 jaar oud toen hij in 1917 in Middelharnis overleed.


Teuntje van Strien en Mattheus Witvliet 
op latere leeftijd



met dank aan Pieter Koster te Haarlem voor de gegevens en de foto.