zaterdag 12 mei 2018

Kortstondige herleving van de zeevisserij vanuit Zierikzee (1858-1863)

In de zeventiende en achttiende eeuw bedreven tientallen hoekers uit Zierikzee in de zomer de IJslandvisserij. De zeevisserij is in het laatste kwart van de achttiende eeuw beƫindigd.
De onderneming "De Nieuwe Visscherij"  was een initiatief in 1817 om de zeevisserij vanuit Zierikzee nieuw leven in te blazen. Tien nieuwe schepen werden gebouwd die werkgelegenheid boden aan circa 130 vissers. Een deel van de vissers en de stuurlieden kwam uit Vlaardingen, Maassluis en Middelharnis, omdat er onvoldoende ervaren beugvissers in Zierikzee zelf te vinden waren. Zie het bericht van 16 juni 2014 over vissers uit Middelharnis die op de Zierikzeese vloot gingen werken."De Nieuwe Visscherij" werd in 1835 beĆ«indigd, bijna het gehele startkapitaal ging verloren.

Deze ervaring weerhield enkele ingezetenen van Zierikzee er niet van om, door een toevallige aanleiding, in 1858 opnieuw met de zeevisserij te starten. 
In november 1857 strandde de Oostendse vissloep Diana, stuurman H. Loures, op de Banjaard. De bemanning kon met een boot de vuurtoren van Westenschouwen bereiken.
Op 30 maart 1858 werd de vissloep geveild. De hoogste bieder was handelaar Hendrik Albert van IJselsteijn jr., die voor 850 gulden eigenaar werd (1).
Met een aantal anderen, die niet met name worden genoemd, richtte Van IJsselsteijn een vereeniging/ rederij op, hij vervulde de functie van boekhouder. De Diana, een kleine sloep met een bemanning van acht koppen, werd uitgerust voor de kordevisserij (visserij met sleepnet) in de winter en de kolvisserij in de zomer (en na verloop van tijd ook voor de beugvisserij). De sloep kreeg de naam Hubert Johan naar de op 17 april 1856 geboren zoon van Van IJsselsteijn. Schipper van de Hubert Johan werd L. Verschoor en "de Vereeniging verschafte zich in Pernis een geschikte equipage." (2).

Bij de eerste binnenkomst van de sloep met 75 ton zoute vis op 23 juli 1858 werd de hoop uitgesproken dat dit het begin was een nieuwe periode waarin de visserij opnieuw een rijke bron van welvaart zou zijn. De vangst werd, na een advertentie in landelijke bladen, in Zierikzee bij publieke afslag verkocht. Op 27 september kwam de sloep terug van een tweede reis met 33 ton zoute vis.(3)



Zierikzeesche Courant, 24 juli 1858
In het Verslag over de staat der zeevisscherijen over 1859 werd opgemerkt dat, in afwijking van wat elders gebruikelijk is, alle gevangen vis in Zierikzee zelf werd afgeslagen.Men vroeg zich af of Zierikzee op den duur een geschikte markt voor zoute vis zou blijken te zijn. Zoute vis werd altijd in Vlaardingen afgeslagen en verse vis in Hellevoetsluis (4).

De resultaten van het eerste jaar stemden kennelijk tot tevredenheid. De rederij kocht in het voorjaar van 1859 een tweedehands sloep uit Middelharnis, de naam van deze sloep is niet bekend. Beide sloepen bedreven in de zomer de kolvaart, in de winter ging de kleine sloep met de korde vissen en de grote sloep met de beug. De grote sloep had een bemanning van dertien koppen en kreeg de naam Cornelis Anthonij.



Zierikzeesche Courant, 11 juli 1860

Schipper van de Cornelis Anthonij (of Anthonie) was S. Verschoor, zeer waarschijnlijk ook uit Pernis (6). Het jaar 1860 gaf slechte uitkomsten te zien, met name voor de Hubert JohanDeze kleine sloep werd in de zomer van 1861 buiten dienst gesteld en voor de winter 1861-62 niet uitgerust. In de winter van 1862 op 1863 was alleen de Cornelis Anthonij nog in de vaart, die eveneens slechte resultaten gaf. De opbrengst van de aanvoer van zoute vis (inmiddels in Vlaardingen afgeslagen) in de zomer viel eveneens tegen. De eerste reis was goed, maar de tweede reis leverde weinig op. De Zierikzeese rederij is na de zomer van 1863 ontbonden. De sloepen zijn in Vlaardingen openbaar verkocht aan rederijen uit Pernis en Vlaardingen (5).



Zierikzeesche Courant, 5 oktober 1864

Het mislukken van de proef werd voornamelijk toegeschreven aan het gemis van geschikt scheepsvolk.


1. Zierikzeesche Courant, 28 november 1857 en Zierikzeesche Courant, 31 maart 1858
2. Verslag van den staat der Nederlandsche zeevisscherijen over 1859, 83 en 84
Zierikzeesche Courant, 25 september 1861, 3 september 1862 en 5 oktober 1864. In de Zierikzeesche Courant van 23 juli 1859 staat J. de Winter vermeld als schipper van de Hubert Johan. In dezelfde krant van 25 september 1861 staat het aantal bemanningsleden van beide sloepen.
3. Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad, 26 juli 1858; Middelburgsche Courant, 30 september 1858.
4. Verslag idem 1859, 84
5. Verslag idem 1863, 63-64
6. Vermelding in Algemeen Handelsblad van 17 juli 1861.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten