maandag 17 februari 2014

Cornelis Kolff (1776-1830) en Hermina Johanna Kolff (1784-1859)

Ouders
Cornelis Kolff is op 5 januari 1776 in Middelharnis geboren. Hij is een zoon van Adrianus Quirinus Kolff (1745-1826) en Hendrina van der Hoeven (1749-1823). Zijn vader was wijnkoper en reder en had daarnaast een aantal bestuurlijke functies, vooral in polderbesturen.  Broers van Cornelis, Gualtherus en Cornelis Geertruyus, zijn op jonge leeftijd naar Rotterdam vertrokken.
Adrianus Quirinus Kolff heeft in 1768 het pand aan de Voorstraat met wagenhuis en pakhuis aan de Achterweg gekocht om hier zijn bedrijf te beginnen.
Hermina Johanna Kolff is op 19 april 1784 in Middelharnis geboren, dochter van Lambertus Kolff (1749-1823) en zijn achternicht  Constantia Margaretha Kolff (1752-1811). Haar broer Lambertus Kolff van Oosterwijk (1779-1836) was reder en notaris in Middelharnis. Een andere broer, Willem Hendrik, werd wijnkoper in Gouda. Haar broer Gualtherus Kolff (1781-1820) is in 1811  getrouwd met Maria Hendrina Friderichs (1793-1858). Ze kregen in 1817 een dochter die in 1819 overleed. Gualtherus was 39 jaar toen hij overleed. Zijn weduwe werd boekhandelaar (1). 


Lambertus Kolff (1749-1823)



Adrianus Quirinus en Lambertus waren zoons van Gualtherus Kolff (1711-1789) en Alida Vosmaer (1712-1789). Een andere zoon, Cornelis Kolff, werd wijnkoper in Gouda. Lambertus was meer de bestuurder en Adrianus meer de ondernemer, hoewel ook Lambertus aandelen in schepen had en boekhouder was (reder, voerde administratie over schepen). Adrianus Quirinus was een man van de Verlichting, groot voorstander van de koepokinenting, een van de oprichters van het departement Middelharnis-Sommelsdijk van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen en de eerste penningmeester van het Nut. 

Gualtherus was van de tweede generatie Kolff in Middelharnis, Zijn vader, Cornelis Kolff (1685-1759) is in Maassluis geboren en overleden. Hij was van 1710 tot 1741 notaris in Middelharnis.


Cornelis Kolff (1685-1759) scan uit het boek van
 C.J. Hameeteman, Middelharnis een eeuw in foto's en herinneringen
(1996). p.12.


Huwelijk en kinderen
Cornelis en Hermina Johanna zijn op 27 juni 1804 in Middelharnis getrouwd. 


Opregte Haarlemse Courant, 4 juni 1804

Op 11 april 1805 werd dochter Hendrika Adriana geboren, zij is maar een half jaar oud geworden. Ze kregen twaalf kinderen. Lambertus uit 1806 is in 1836 overleden, Adrianus Quirinus uit 1808 is maar vijf jaar oud geworden evenals Adrianus Quirinus uit 1814. Constantinus Margaretus uit 1810 stierf in 1811, Adrianus Quirinus uit 1823 is in 1842 overleden, Maria Lambertina, geboren in 1825, overleed binnen het jaar.
Vijf kinderen zijn als kind en twee als (jong) volwassene overleden. Cornelis Kolff overleed op 22 september 1830.
Alida Jacoba Kolff, geboren in 1820, is met een geneesheer getrouwd en in 1909 in Rotterdam overleden. Dochters Hendrika Adriana Kolff (1816-1865) en Constantia Margaretha Kolff (1812-1860) trouwden niet. Ze woonden tot hun overlijden in Middelharnis (2).
Gualtherus Constantinus Marius Kolff (1819-1890) was rentmeester, koopman en lid van de firma Wed. C. Kolff. Hij is ook een tijd reder geweest. In 1880 vertrok hij naar Rotterdam.  Arnoldus Catharinus (1827-1901) werd reder en touwslager in Middelharnis.

De firma Wed. C. Kolff en Zn.
Cornelis Kolff was net als zijn vader wijnkoper van beroep De firma heette fa. C. Kolff A.Q z. en Comp. De firma pachtte de Bank van Leening. Cornelis Kolff werd in 1825 kassier van de spaarbank van het Nut. Uit voorzichtigheid werd belegd in Nederlandse staatsschuld. De waardepapieren verloren ten tijde van de Belgische opstand in hoog tempo hun waarde. Kort na de dood van Cornelis moest zijn zoon Lambertus, die hem als penningmeester was opgevolgd, concluderen dat er een nadelig saldo was. Men besloot de Spaarbank in 1831 te liquideren. "De spaarbank was door de Belgen vermoord" (3).




Hermina Johanna Kolff (1784-1859)
bron: www.kolff.nl


De wijnhandel was een constante in de activiteiten van de firma.  In de achttiende eeuw hadden diverse leden van de familie Kolff aandelen in vissersschepen en voerden de administratie over een aantal schepen (boekhouder).  In de negentiende eeuw ontstond er een andere bedrijfsvoering waarbij de reder zijn intrede deed die volledig eigenaar was van een schip. De oude naam boekhouder werd nog lang gebruikt.

In 1817 werd de eerste vissersboot van het type sloep, de Vrouwe Aplonia, deels voor rekening van de vader van Cornelis (de firma A.Q. Kolff) gebouwd.  De sloep werd in Vlaardingen gebouwd door de firma Hoogendijk. In april 1826 werd de eerste vissloep die in Middelharnis zelf gebouwd was in gebruik genomen: de Lucretia Adelaïde (zie bericht van 10 januari 2013 in het blogarchief).  Reder van deze sloep was Lambertus Kolff van Oosterwijk. Op 6 maart 1829 liep de Vrouwe Pietertje van stapel, gebouwd opdracht van Lambertus Kolff van Oosterwijk op de werf van scheepstimmerman Adr. van der Staal en 7 maart 1829 de Vrouw Hermina Johanna, boekhouder C. Kolff A.Q. zoon, gebouwd op de werf van Jan Peeman.
In het bericht in de Rotterdamsche Courant hieronder wordt het vergaan van de Catharina Elizabeth gememoreerd, de sloep die in oktober 1827 van stapel liep in Middelharnis en in maart 1828 vergaan is. Lambertus Kolff van Oosterwijk was ook van deze sloep de reder.



Rotterdamsche Courant, 19 maart 1829

Anderhalf jaar na de ingebruikname van de sloep Vrouw Hermina Johanna is Cornelis Kolff overleden. Toen Cornelis overleed (22 september 1830) waren de drie zoons vierentwintig, elf en bijna drie jaar oud. De firma werd voortgezet door Hermina Johanna Kolff onder de naam Wed. C. Kolff & zn. De oudste zoon Lambertus trad op als reder van de Vrouw Aplonia en de Vrouw Hermina Johanna. Hij overleed in 1836 (4).
In 1842 was de fa. Wed. C. Kolff en Zoon eigenaar van de MS3 Dankbaarheid, met schipper Hendrik Langbroek. In 1843 kwam daar de MS 5 Middelharnis schipper Maarten Langbroek bij, deze sloep werd door de reders Gualtherus en Lambertus Kolff gexploiteerd.  Van 1843 tot en met 1851 worden ook Gualtherus en Lambertus als reder genoemd, apart van de firma Wed. C. Kolff en Zoon. Gualtherus Constantinus Marius Kolff en zijn neef Lambertus Constantinus Catharinus Kolff van Oosterwijk (1820-1877) waren kennelijk voor eigen rekening actief als reder. De laatste was burgemeester en secretaris van Stad aan 't Haringvliet (vanaf 1843), Middelharnis (vanaf 1852) en Den Bommel (vanaf 1859). Hun namen (met vermelding "reder") staan ook in de advertenties die in 1865 gezet zijn voor inzameling ten behoeve van de nabestaanden van de bemanning van de Lucretia Adelaïde. In 1872 ontbreekt de naam van Lambertus onder de advertenties die toen geplaatst werden. 
Tussen 1865 en 1912 zijn drie sloepen van de rederij met volledige bemanning vergaan, Lucretia Adelaïde (1865), Zeemanshoop (1895) en Anna (1912).
Rond 1875 zijn in opdracht van de rederij 56 visserswoningen gebouwd: de Vissersstraat.(zie bericht van 21 maart 2012). In 1902 werd met twee sloepen van Kolff de IJslandvaart beproefd (zie bericht van 7 oktober 2012).

Arnoldus Catharinus Kolff was tot ongeveer 1885 de man van de rederij. Een zoon van Gualtherus Constantinus Marius, Cornelis Kolff (1850-1931) werd ook lid van de firma. en was gehuwd met Anna Elisabeth van den Broek. Hij is in 1918 naar een villa in Hilversum verhuisd (5).
Naast reder was Arnoldus Catharinus touwslager en koopman. Arnoldus werd opgevolgd door zijn zoon Cornelis Kolff (1860-1923) die de rederij tot 1923 heeft voortgezet samen met zijn neef Cornelis. Ze werden de oude en de jonge Cor genoemd. Rond 1890 waren er elf sloepen van rederij Kolff in bedrijf, waarmee Kolff net iets groter was dan rederij P.L. Slis. 
Rederij en wijnhandel waren de kernactiviteiten maar ook de spaarbank van het Nut kwam weer terug in de familie. Cornelis ACzn werd in 1895 boekhouder van de Nutsspaarbank.
Een overzicht  van de activiteiten van de firma rond 1930: drankenhandel (groot- en kleinhandel), groothandel in levensmiddelen, agentschap van de Nederlandsche Bank, Nutsspaarbank, verzekeringen (voor Tiel-Utrecht en voor Mees) en administratie (rentmeesterschap) voor polderbesturen. Het beheer van het Vissers Weduwen Fonds was ook onderdeel van de firma.

Arnoldus Catharinus Kolff (1827-1901) en Adriana Lumina Heerma van Voss (1829-1919) 
Arnoldus Catharinus trouwde op 25 augustus 1859 met Adriana Lumina Heerma van Voss, dochter van Ulbo Jetze Heerma van Voss en Jacoba Johanna Fercken. Zoon Cornelis werd op 2 juli 1860 geboren. Ulbo Jetze uit 1861 is in 1880 overleden, Hermina Johanna uit 1863 is nog geen twee jaar oud geworden.
Zoon Gualtherus Hendrikus uit 1870 werd directeur van de Nutsspaarbank en woonde in Epe.
Hermina Johanna is in 1865 geboren (1961 in Oostburg overleden). Zij is in 1894 met Arend Mijs getrouwd, geboren in Oudenbosch, zoon van Ds. Jacob Mijs en Agatha Wilhelmina Heerma van Voss (zus van Adriana Lumina). Jacob en Agatha zijn de ouders van de latere burgemeester Ulbo Jetze Mijs.
Jacoba Johanna Kolff geboren in 1867 trouwde met een landbouwer uit Tholen.
De jongste dochter Agatha Wilhelmina Jetske Heerma Kolff is in 1872 geboren en in 1953 in Oostburg overleden. Zij was ongehuwd.

Cornelis Kolff (1860-1923) en Johanna Hendrika Mijs (1861-1933)
Johanna Hendrika Mijs is ook een dochter van bovenvermelde Ds. Jacob Mijs en Agatha Wilhelmina Heerma van Voss, een zus van Arend Mijs en van Ulbo Mijs.
Cornelis en Johanna Hendrika zijn op 13 augustus 1885 getrouwd. Op 18 november 1886 werd zoon Arnoldus Catharinus geboren, hij werd ingenieur. Adriana Lumina is in 1891 geboren, zij werd onderwijzeres
Agatha Wilhelmina werd  in 1889 geboren, zij kwam in de zaak van haar vader.

Agatha Wilhelmina Kolff (1889-1951) 
Agatha was ongehuwd. Ze werd na het overlijden van haar vader directrice van de Wed. C. Kolff & Zoon en Spaarbank. Ze gaf leiding aan de vier mensen die op het kantoor werkten en aan het overige personeel zoals een reiziger/ vertegenwoordiger en pakhuisknechts. We lezen veel over deze laatste jaren van de firma op de website van de Familievereniging Kolff, waaronder deze tekst over het Vissers Weduwen Fonds.
Ter ondersteuning van de weduwen en verwanten van op zee gebleven vissers bestond te Middelharnis het Vissers Weduwen Fonds. Het beheer ervan was tenslotte in handen van onze nicht Agaath (1889-1951), de dochter van de in 1923 gestorven Jonge Cor. Het kapitaal moet wel ongeveer twee ton hebben bedragen. De uitkeringen lagen tussen één en twee gulden per week. Nog tot na de Tweede Wereldoorlog nam de jongste bediende van de Firma Kolff op zaterdagmiddag, als al het andere werk op kantoor was gedaan, het door 'juffrouw Kolff' klaargelegde bedrag van ongeveer honderd gulden mee op de fiets de uitkeringen bij de weduwen thuis te bezorgen.
Naar dit fonds van de vissers en de reders samen dat vanaf 1882 is gevuld, is door Fons Grasveld onderzoek gedaan. Zie hiervoor  p. 138-148 van het hieronder vermelde boek.


Naamgeving van sloepen
Een aantal sloepen is naar familieleden genoemd.
            1829 Hermina Johanna
            1849 Adriana Hendrika, echtgenote van G.C.M. Kolff, gehuwd in 1848
            1859 Tweelingen, G.C.M. en Hendrikus Adrianus, kinderen van G.C.M. en A.H.
            1865 Hendrika Adriana, dochter van A.H. Kolff-Kolff en G.C.M. Kolff
MD 12 1865 Twee Cornelissen, Cornelis GCMzn en Cornelis ACzn
MD 13 1868 Adriana Lumina, echtgenote van Arnoldus Catharinus
MD 15 1869 Ulbo, Ulbo Jetze Kolff (1861-1880) z.v. A.C. Kolff en A.L. Heerma van Voss
MD 11 1882  Hendrika Adriana (2)
MD 10 1896 Johanna Hendrika, echtgenote van Cornelis ACzn
MD 3  1902 Anna, echtgenote van Cornelis Kolff GCMzn
MD 7  1907 Burgemeester Mijs, zwager van Cornelis ACzn

Genelaogische gegevens van http://www.kolff.nl/ , bewerkt voor Arjaentje.

Bronnen en literatuur:

De sloepen van Middelharnis, 1834-1923. Handgeschreven overzicht, auteur onbekend. Aanwezig in Maritiem Museum Rotterdam. Incompleet tot 1887
J.C. Both. Burgemeester Mijslaan in Middelharnis, in: De Ouwe Waerelt, 13(2013)37, 22-25
J.C. Both. Lambertus Kolff, regent voor het leven; Middelharnis in de Bataafs/Franse tijd.
PDF op website SGO
Zie ook:
Fons Grasveld. Het lot van de MD3 Anna. Met medewerking van Jan van de Voort. Hilversum 2014. p. 20-32., 146-148
Hierin op p. 25 een plattegrond met de panden van Kolff



1..Via Google books vinden we Wed. G. Kolff rond 1840 terug op lijsten van intekenaren op boeken met als beroep boekhandelares . Overigens vermeldt de Burgerlijke stand , overlijdensakte 22, 1820 dat Gualtherus en Maria Hendrina gescheiden waren.

2.. Hendrika Adriana Kolff (1816 -1865) dochter van Cornelis en Hermina Johanna overleed op 48-jarige leeftijd in 1865. Per abuis zijn haar initialen als A.H. vermeld.

Vermelding in: Stemmen voor waarheid en vrede, vol. 2. 1865.

3. K.Vos.Gedenkschrift ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het departement Middelharnis-Sommelsdijk der maatschappij tot nut van 't algemeen uit aantn. van Jan van Schouwen Cz. . Middelharnis, 1910. p. 38
4. Lambertus Czn. was de auteur van een van gedichten die ter gelegenheid van het vergaan van de sloep van Jacob Bree is gemaakt. Zie tekst van 22 februari 2013, met link naar E-book
5. Grasveld, p. 147

Gegevens over de sloepen 1825-1853 in: Nationaal Archief, toegang 3.11.04. Commissie van de kleine Visscherij, inv. nrs. 65-70.



Constantia Margaretha Kolff (1810-1843)
Eva Lassing heeft in Ouwe Waerelt nr. 23 van 2008 een artikel geschreven "Borduren voor Koning en vaderland, een grote verloting van handwerken in Middelharnis , 1831". De verloting was een opmerkelijk initiatief van Constantia Margaretha Kolff, dochter van de notaris Lambertus Kolff van Oosterwijk (nichtje van Hermina Johanna). Ze bracht bijna 10.000 gulden bijeen uit het hele land met het verkopen van loten. De opbrengst was voor de koning / staatskas als bijdrage in de kosten van de herovering van België.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten