Posts tonen met het label kaping 1805. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kaping 1805. Alle posts tonen

zaterdag 2 januari 2016

Cornelis van der Sloot (1767-1838), Jannetje Visser (1768-1790) en Elizabeth Bree (1768-1828)

Ouders, broers en zussen
Cornelis (van der) Sloot is een zoon van Jan Pietersz van der Sloot en Elizabeth Cornelisse Abeele. Jan Pietersz van der Sloot is afkomstig uit Ooltgensplaat.
Cornelis van der Sloot is op 27 maart 1767 geboren en op 5 april 1767 in Middelharnis gedoopt. Hij is een kleinzoon van Cornelis Pietersz Abeele. Zie het bericht van 3 november 2014 over Cornelis Pietersz Abeele, zijn zoon Joost en zijn schoonzoons Herman Koert, Jan Kom en Gerrit Onderdelinden, die allemaal stuurman waren op een visschuit in Middelharnis in 1782.
Teunis Sloot, gehuwd met Maria Jongejan, is een broer van Cornelis. Teunis is in 1819 verdronken bij de ramp met de gaffelschuit van Pieter van den Tol. Zie het bericht van 22 juni 2013.
Lydia van der Sloot is een zus van Cornelis. Lydia was getrouwd met Leendert Boon, de enige zoon en erfgenaam van Gerrit Boon, een visser die in 1779 verdronken is. Zie bericht van 6 april 2014.
Magdalena van der Sloot, gehuwd met Job Breeman, is ook een zus van Cornelis. Job Breeman is in 1791 bij de ramp met de schuit van Jan Muije omgekomen. Zie bericht van 21 juni 2013.

Jannetje Dircks Visser is een dochter van Dirk Jacobsz Visser en Neeltje Pieters Koning. Jannetje is op 17 april 1768 in Middelharnis gedoopt. Dirk Visser was in 1782 stuurman van de bezaanvisschuit Janna en Louiza. Zie bericht van 1 november 2014. De schuit was naar de beide dochters van de stuurman genoemd.

Elizabeth Bree is op 6 maart 1768 in Middelharnis gedoopt. Ze is een dochter van Hendrik Johannesz Bree en Maria Abrahms Vrijbergen. Haar broers Abram, Johannes en Jacob waren vissers en stuurlieden. Ze zijn alle drie op zee gebleven. Zie de berichten van 22 februari 2013, 9 december 2013 en 9 januari 2014. Ook de man van Maria Bree, een zuster van Elizabeth, is omgekomen. Hij heette Arend Wittekoek en is bij de scheepsramp van 1808 verdronken. Zie bericht van 26 mei 2014. De man van de Jannetje Bree, de jongste zuster van Elizabeth heette Hendrik van Dalen. Hij is bij de scheepsramp van 1825 omgekomen. Zie bericht van 2 januari 2014.

Huwelijk van Cornelis van der Sloot en Jannetje Visser
Cornelis en Jannetje zijn op 2 mei 1790 in Middelharnis getrouwd, ze waren 23 en 22 jaar oud. Enkele maanden na het huwelijk werd een zoon of dochter geboren, het kind heeft maar kort geleefd en is op 23 september 1790 begraven. Jannetje overleed kort daarna, waarschijnlijk als gevolg van de kraamvrouwenkoorts. Ze is op 30 september 1790 begraven.


Cornelis van der Sloot, Elizabeth Bree en hun kinderen
Het huwelijk tussen Cornelis en Elizabeth vond plaats op 14 oktober 1792 in Middelharnis. Cornelis was 25 jaar en Elizabeth 24. Op 7 april 1793 is de oudste zoon Jan gedoopt. Maria werd op 27 december 1795 gedoopt, Elisabeth is op 15 oktober 1797 geboren. Zij is ten hoogste zeven jaar oud geworden. Hendrik, geboren 17 juni 1801. Hij is op 29 juni 1805 in de oude Oost Spui verdronken, vermoedelijk is hij van het plankier gevallen (1). Op 4 december 1803 is opnieuw een dochter met de naam Elisabeth geboren en op 21 juli 1806 een zoon met de naam Hendrik.
Jan van der Sloot (1793-1867) werd visser en stuurman in Middelharnis. Hij trouwde in 1814 in Middelharnis met Willemina Kornelia Both uit Vlaardingen. Ze kregen elf kinderen van wie slechts twee zoons en twee dochters de kindertijd overleefden. De beide zoons Cornelis (1824-1861) en Willem (1826-1850) zijn op zee overleden. Het gezin is rond 1840 naar Vlaardingen verhuisd.
Over Maria van der Sloot (1795-1862) en haar drie echtgenoten is eerder op dit weblog geschreven op 12 mei 2014 en 1 juli 2014.
Elisabeth (1803-1866) trouwde in 1827 in Middelharnis met de weduwnaar Cornelis Mallard uit Scherpenisse.
Hendrik van der Sloot (1806-1869) trouwde in 1837 met Aagtje de Bloeme.

Stuurman Cornelis van der Sloot
Cornelis van der Sloot was in 1791 stuurman van de bezaanbunschuit De Arke. In 1782 was zijn grootvader Cornelis Abeele stuurman van deze schuit. Op 9 april 1793 is een bezaanschuit, gevoerd door Cornelis Sloot verkocht. Dit zal waarschijnlijk De Arke geweest zijn.

Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr. 68, 9 april 1793.

De gaffelschuit Vrouwe Jacoba Geertruijda
Korte tijd na zijn huwelijk werd Cornelis Sloot op 26-jarige leeftijd stuurman van de gaffelschuit Vrouwe Jacoba Geertruijda. Zijn grootvader was een van investeerders in deze nieuwe schuit. De Vrouwe Jacoba Geertruijda is in 1793 'uijtgehaald' en in 1823 verkocht. De gaffelschuit heeft dus dertig jaar dienst gedaan. Jan Sloot, zoon van Cornelis, was in 1823 de stuurman.


Verkoop Jacoba Geertruij. Rotterdamsche courant 16 september 1823. 


Na het overlijden van Cornelis Pietersz Abeele op 24 december 1798 op 83-jarige leeftijd werd een inventaris van de boedel opgemaakt. Hiertoe behoorde 'een zestiende part in de Vrouwe Jacoba Geertruijda, stuurman Cornelis Sloot'.
In 1808 en 1809 was Cornelis van der Sloot nog steeds de stuurman van de Jacoba Geertruijda, zo blijkt uit de verhandelde scheepsparten (2). Hij heeft een aantal keren de eed op de stuurlieden afgelegd (3)


Onder Deense vlag
Cornelis Sloot was een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die in 1798 onder Deense vlag voer (6).

De gaffelschuit Sara Cornelia in 1805
In de Franse tijd zien we Cornelis Sloot als stuurman van de Sara Cornelia, een gaffelschuit die in 1805 onder Pruisische vlag voer. Schepen kregen vaak een andere naam als ze onder vreemde vlag gingen varen. Vermoedelijk is de Vrouwe Jacoba Geertruijda tijdelijk omgedoopt. De schuit werd rond 25 september 1805 op zee genomen door een Engelse kaper, de Hunter van kapitein Riches uit Yarmouth. Vier matrozen van de gaffelschuit werden gedwongen om als gijzelaar aan boord van de Engelse kotter te komen. Drie Engelse bemanningsleden van het kaperschip werden aan boord van de gaffelschuit van Cornelis Sloot gebracht, om de schuit naar een Engelse haven te brengen. Cornelis overmeesterde met zijn bemanning de drie op zijn vaartuig geplaatste Engelsen en zette koers naar de Goeree. Hij heeft de drie Engelsen in Hellevoetsluis aan de autoriteiten overgeleverd. Voor deze heldendaad heeft hij een 'douceur' van twintig dukaten gekregen wegens 'welberaden en manmoedig gedrag'.






Middelburgsche courant, 5 oktober 1805 


Intussen zaten vier van zijn bemanningsleden nog vast op het Engelse kaperschip. Na veertien dagen wachten kreeg de kapitein het vermoeden dat de Sara Cornelia al lang terug was in Middelharnis. Hij stuurde drie van de vissers terug naar Middelharnis met een gepeperde brief aan Lambertus Kolff, de reder van de gaffelschuit. Een bemanningslid werd nog vastgehouden als drukmiddel om de drie Engelsen vrij te krijgen. Deze persoon, hij heette Jan Kalle (4), hoefde niet naar de gevangenis maar werd aan boord van de Hunter vastgehouden en op 31 oktober 1805 uitvoerig verhoord over het reilen en zeilen van de visserij in Middelharnis. Hij gaf alle details prijs, waarmee aangetoond werd dat het varen onder Pruisische vlag een schijnvertoning was. Nadat de drie Engelse gijzelaars vrijgelaten waren mocht uiteindelijk ook Jan Kalle naar huis.

In de Engelse bron (5) waar dit verhaal beschreven staat wordt Cornelis Sloot omschreven als 'a tall, swarthy, raw-boned fellow' - een grote, donkere man met ruwe gelaatstrekken. Het overmeesteren en 'verkopen' van de drie Engelse bemanningsleden van het kaperschip wordt 'cowardice and avarice' - laf en schraperig - genoemd.

Bemanningslid verdronken 

Gerrit Bakker is in 1813 in volle zee overboord geslagen van de gaffelschuit van stuurman Cornelis van der Sloot. De datum van het ongeval is niet bekend. Het voorval heeft in Middelharnis veel gerucht veroorzaakt. Zie bericht van 4 december 2013

Elizabeth Bree is op 17 november 1828 overleden, ze was 60 jaar oud; Cornelis van der Sloot overleed op 28 januari 1838, 70 jaar oud


Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje


1. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv,nr 31, akte van schouwing, 29 juni 1805.
2. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr. 19. (1808/2, 3). Transportakten van schepen en schuiten gepasseerd voor schout en schepenen, 1808-1811
3. Archief Gemeente Middelharnis. Resolutieboek, inv. nr. 13 1808

4. Waarschijnlijk Jan Pietersz Kalle, zoon van Pieter Pietersz Kalle en Willemtje Jans van der Kabel, gedoopt op zondag 7 april 1771 in Middelharnis, overleden op maandag 19 oktober 1818 in Middelharnis, 47 jaar oud. Jan Kalle bleef ongehuwd. Na dit voorval was hij vermoedelijk niet meer welkom in de visserij. Zijn beroep in 1811 was arbeider.
5. John Brown. The mysteries of neutralization. Londen,1806, o.a. p. 139. Paspoort om naar Emden te reizen:
Rechterlijk Archief Middelharnis, inventarisnummer 31, 21 januari 1804. Met signalement
De Nederlandse versie van dit voorval staat in het boek van: Vermaas, J.C. en M.C. Sigal, De haringvisscherij van 1795-1813. Vlaardingen, 1922. p.83 :
De gaffelschuit van Cornelis Sloot voer onder Pruisische vlag. Hij heeft de gevangenen overgegeven aan een Hollands oorlogsschip dat voor Hellevoetsluis lag. De vissers werden als helden gehuldigd. Het Committé (opvolger van de vroegere Visserijcolleges) was niet zo enthousiast. De gevangen genomen Hollandse vissers waren namelijk al door de Engelsen vrijgelaten. De Raadspensionaris liet de drie Engelse gevangenen onmiddellijk vrij.
6. Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798



vrijdag 15 mei 2015

Simon Stapel (1757-1826) en Aren Stapel (1767-1829), stuurlieden op de gaffelschuiten van Middelharnis

De naam Stapel is nauw verbonden met de bloeitijd van de visserij met gaffelschuiten in Middelharnis in de tweede helft van de achttiende eeuw.
De twee laatste stuurlieden uit deze familie waren Simon en Aren. Zij waren ook in de nadagen van de gaffelschuiten, nog tot ongeveer 1825, actief als stuurman. 
Op de nieuwe sloepen die vanaf 1817 geleidelijk in de plaats kwamen van de gaffelschuitendeel voer een jongere generatie stuurlieden. 

Zie voor de gegevens over de ouders, Gerrit Stapel en Maatje Stapel, het bericht van 6 november 2014.

Simon Stapel, Maatje Abeele (1761-1787) en Huibertje van Heest (1770-1816)

Simon is op 7 november 1784 met Maatje Jans Abeele getrouwd, dochter van Jan Willemsz Abeele en Jannetje Pas. ze kregen in 1786 een dochter Maatje, gedoopt op 23 april 1787. Enkele maanden later overleed Maatje Abeele, ze is begraven op 9 augustus 1787.
Na het overlijden van zijn vrouw trouwde Simon in 1791 met Huibertje van Heest. Huibertje is een dochter van Dirk Michielsz van Heest en Leuntje Gerritsz Verhage. Ze kregen vijf kinderen: Leuntje in 1793, Gerrit in 1795 (overleden in 1813, 18 jaar oud), Kaatje in 1798, Jannetje in 1801 (overleden 1827, 26 jaar oud) en Dirk in 1806.

Maatje Stapel trouwde in 1807 met Aren Janse de Waard. Aren was in 1822 stuurman op een sloep. Zij kregen acht kinderen, waaronder Johannis de Waard die in 1863 op de Antwerpse sloep Josephine is omgekomen. Aren Janse de Waard is een broer van Leendert de Waard, stuurman van de sloep die in 1828 is vergaan. Hun broer Johannis was eveneens stuurman.
De oudste zoon van Maatje en Aren was Jan de Waard, geboren op 11 maart 1809. Zijn vrouw Suzanna Ruitenberg is op 28 december 1881 in Antwerpen overleden. Mogelijk zijn Jan en Suzanna naar Antwerpen geëmigreerd.

Aren Stapel en Adriaantje Smit (1773-1845)
Aren trouwde in 1795 met Adriaantje Smit, dochter van Leendert Smit en Lena Dubbeld.
Hun dochter Maatje, geboren in 1795, trouwde in 1815 met Maarten Buurveld. Maatje is in 1816 overleden. Maarten Buurveld is een zoon van Leendert Buurveld, de stuurman van de gaffelschuit die in 1813 is vergaan. Maarten werd eveneens stuurman op een gaffelschuit (vermelding in 1822).

Simon Stapel onder Oostenrijkse vlag in 1782
Simon is op 23-jarige leeftijd stuurman geworden. Van de groep stuurlieden die in 1782 onder Oostenrijkse vlag ging varen was hij met vijfentwintig jaar de jongste.

Simon en Aren Stapel onder Deense vlag in 1798
In 1798 voeren de schuiten van Simon en Aren Stapel, zoals alle gaffelschuiten van Middelharnis, onder Deense vlag (6).

De Jonge Maatje gekaapt in 1798
De gaffelschuit de Jonge Maetje staat in de transportakten van schepen op z'n vroegst vermeld op 28 oktober 1791. Lambertus Kolff verkocht op die datum 1/8 part. De naam van Simon Stapel als stuurman van deze schuit is op 12 juni 1796 en op 24 november 1797 vermeld (1). Op 14 april 1798 is de Jonge Maetje met als stuurman Simon Stapel op zijn reis met kooptarbot naar Engeland door een Engelse kaper genomen, prijs verklaard en verkocht. Adrianus Quirinus Kolff was in het bezit van 1/16 part (2).


Simon en Aren Stapel, stuurlieden in de Bataafs Franse tijd
Aren Stapel en Simon Stapel voeren in 1805 onder Pruisische vlag. Het schip van Simon was in 1805 de Paulina en Helena; Aren was stuurman van de Martha en Maria (ook al in 1799), de schuit waar voorheen zijn vader op voer. Beide schuiten zijn in september 1805 gekaapt. De kaping werd door de Prize Court onrechtmatig verklaard (3).
Simon Stapel van de Paulina Helena en tien bemanningsleden verklaarden, bijna een jaar na het voorval, voor de vrederechter van Sommelsdijk dat ze op 21 juli 1810 door een bewapende Engelse kotter voor Scheveningen zijn aangehouden. Enkele manschappen zijn in een sloep naar de gaffelschuit gekomen en hebben de vissers gedwongen om vis af te staan. In ruil daarvoor kregen ze een mand met gebruiksvoorwerpen zoals een dozijn kleine schotels, twee waterpotten, vier kleine glaasjes en enkele kwispeldoren. Bij thuiskomst op 27 juli 1810 zijn ze –allen tot op het hemd ontkleed - door de douane gevisiteerd. De verkregen voorwerpen hebben ze ingeleverd.  Ze verklaren de Engelse wal niet te hebben aangedaan en niet in een Britse haven te zijn geweest, dat ze sedert 1805 niet meer in Engeland zijn geweest. Ze zijn toen wederrechtelijk opgebracht en na verloop van vier weken weer vrijgelaten. Sindsdien hebben ze de Engelse wal niet meer gezien en zich niet met handel of het overvaren van passagiers beziggehouden. Ze hebben zich in alle opzichten volgens de wet gedragen en zich alleen met het vangen van vis beziggehouden. Op 21 juli 1810 is niemand van de bemanning aan boord van het Britse vaartuig geweest. Deze verklaring werd waarschijnlijk afgelegd om zich in te dekken tegen verdere vervolging door de Franse douane (4).
Hij nam rum aan van Engelsen als betaling voor een partij tarbot en spiering. Op 12 juni 1812 had hij samen met Cornelis Langbroek contact op zee met de Engelsen. Hierover is hij uitgebreid verhoord. Er werd hem gevraagd waarom hij niet gevlucht is voor de Engelsen. Zijn verklaring was dat er geen wind was en dat het tij tegen zat.
Voor het transport van militairen en goederen met de  Paulina Helena voor het Franse leger ontving hij een bedrag van 26 gulden (4).


Simon en Aren Stapel in 1821 en 1822
De laatste berichten uit de lange loopbaan van de beide broers dateren uit 1821 en 1822.
De gaffelvisschuit van Simon Stapel werd in februari 1821 bijna overvaren door een hoeker. Het gevaar werd door het hulpgeroep van de wacht afgewend.







Het volgende bericht betreft Aren Stapel en is van 24 februari 1822, eveneens in het Flakkees maandblad.

In Scheveningen en Zwartewaal zijn door de stormen vissersschepen verloren gegaan. In Middelharnis heerste dankbaarheid over de behouden thuiskomst van de vloot. Jacob Bree die tijdens de storm op zee was is veilig teruggekeerd. Drie matrozen van de schuit van Aren Stapel zijn op miraculeuze wijze aan de dood ontsnapt

kunnen wij als een treffend bewijs van Goddelijke bewaring aanmerken dat bij stuurman Arend Stapel door eene stortzee drie matrozen werden overboord geslagen, doch gelukkig weder op de schuit werden geworpen. Terwijl de stuurman meende dat hij in een klap van al zijn volk was beroofd geworden, en hoezeer de visscherij door de sobere winsten in merkelijk verval is en zelfs een persoon het gebruik van een zijner voeten voor altoos moet missen, hebben wij toch stoffe van dankbaarheid dat niemand onzer is achter gebleven.


Simon Stapel is op 4 augustus 1826 overleden, 69 jaar oud. Beroep: stuurman
Aren Stapel is op 15 april 1829 overleden, 62 jaar oud. Beroep: stuurman



Genealogische gegevens van Pieter Koster, bewerkt voor Arjaentje


* Journaal Jan van Dueren mei-juli 1822 vermeldt Maarten Buurveld en Jan Smit. Verkoop de Jonge Arentje in Rotterdamsche courant 27 september 1823.

1
. Rechterlijk Archief Middelharnis. Inventarisnr. 18. klapper

2. J. Verseput. Van Visschershaven naar jachthaven, p.27. en National archives, HCA 32/699/238  
3.Brown, Mysteries of neutralization, 140,141 en meerdere pagina's. 
dossiers: 
HCA32/1623/4774 HCA32/1573/3946
4. E. H. Wind. Het Vredegerecht van Sommelsdijk en Napoleons continentaal stelsel (november 1806-april 1814) (Rockanje 1988) V-55, akte 87, 17 juni 1811
5.. Marco Kuiper. Verandering en verval, de visserij van Middelharnis in de Franse tijd. Leiden, 2009. 22,26.
6. Vermelding Aren Stapel: Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798