Posts tonen met het label Neutralisatie 1798. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Neutralisatie 1798. Alle posts tonen

maandag 6 februari 2017

Willem van der Meulen (1757-1833) en Kaatje Kanse (1760-1830)

Ouders
Willem Pietersz van der Meulen (Vermeule(n), Van der Moole en andere varianten) is een zoon van Pieter Jansz Vermeulen en Cornelia Rooij. Hij is gedoopt op 27 mei 1757 in Middelharnis. Zijn vader is in 1717 in Dirksland geboren, zijn moeder is een dochter van stuurman Willem Rooij.
Kaatje (Catharina) Jans Kanse is een dochter van Jan Jacobs Kanse en Josina Klaase Buth. Zij is gedoopt op 3 februari 1760 in Middelharnis. 

Huwelijk en kinderen
Willem en Kaatje trouwden op 26 november 1783 in Middelharnis, ze waren 26 en 23 jaar oud. Ruim tien jaar later, op 9 november 1794  is Cornelia gedoopt in Middelharnis. Jan is geboren op zaterdag 23 februari 1799 in Middelharnis. 

Stuurman Willem Vermeule
Willem Vermeule (Van der Moole) heeft op 24 april 1795 de eed als stuurman afgelegd. In 1806 en in 1809 legde hij opnieuw de eed af. Op 23 oktober 1795 kocht hij 1/16 part in de gaffelschuit Jonge Cornelia (2). 
In 1798 ging hij onder Deense vlag varen en in 1804 onder Pruisische vlag (zie berichten van 10 januari en 20 juni 2016 op dit weblog).
In het boek van John Brown uit 1805 komt Vermeule waarschijnlijk voor als V.D.M. (1). 

In 1810 was Willem stuurman van de gaffelschuit Jonge Neeltje (2).



Genealogische gegevens van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje

Bronnen:
1. John Brown, The mysteries of neutralization, 141
2. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nrs. 18,19




zondag 2 oktober 2016

Crijn Verhage (1734-1805) en Adriana Hartingsveld (1735-1809)

Ouders
Crijn Adriaansz Verhage is een zoon van Adriaan Gerritsz Verhage en Cornelia Wolfs (Kolf[s]). Hij is op 23 oktober 1734 in Middelharnis gedoopt.
Adriana Hartingsvelt is een dochter van Wouter Hartingsvelt en Pieternella van der Meijde. Ze is in Sommelsdijk gedoopt op 23 oktober 1735.

Huwelijk en kinderen
Crijn en Adriana trouwden op 20 mei 1759 in Sommelsdijk, ze waren 24 en 23 jaar oud. Op 15 maart 1761 werd Adrianus (1761-1827) in Middelharnis gedoopt. Gerrit (1762-1831) is op 17 november 1762 gedoopt, Wouter (1763-1846) op 21 december 1763, Pieternella (1769-1819) op 8 oktober 1769, Cornelis (1773-1848) op 1 augustus 1773 en Maria (1777-1830) op 12 mei 1777.

Huwelijk van de kinderen
Adrianus trouwde op 7 november 1784 in Sommelsdijk met Johanna Wilhelmina van den Enden. Op 15 mei 1785 werd Adriana geboren. Adrianus werd een van de prominente stuurlieden van Middelharnis. 
Gerrit trouwde op 25 mei 1789 met Elizabeth Luijendijk. Hij was 35 jaar en de bruid 20 jaar oud. Gerrit was van beroep bouwman.
Wouter werd visser en trouwde op 29 november 1786 met Adriaantje Wafelbakker.
Pieternella is 8 april 1792 in Middelharnis getrouwd met Jan Cornelisz Buurveld (1769-1843). Jan was visser, een zoon van Cornelis Buurveld en Hendrina Dubbeld. Zijn broers Leendert en Teunis zijn in 1813 verdronken met het vergaan van de gaffelschuit van Leendert Buurveld. Zie berichten van 6 en 16 april 2014. Jan Buurveld is op 19 mei 1821 hertrouwd met Willemtje Missel.
Cornelis werd visser en trouwde met Maria Lugthart (1776-1812). Op 30 december 1814 is Cornelis hertrouwd met Adriaantje Abeele, weduwe van Paulus de Koning (Paulus is eveneens in 1813 verdronken). Zie bericht van 30 mei 2013.
Maria is op 2 november 1801 met Beschier Gijze (1776-1841) getrouwd, zoon van Aren Gijze en Jannetje de Korte. 

Stuurman Adrianus Verhage in de Bataafs Franse tijd
In 1798 was Adrianus Verhage een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die de Deense vlag voerden (1).  Hij was stuurman van de gaffelschuit Jacob Johannis, zie bericht van 6 april 2016. Zijn broer Cornelis was matroos. Tussen 1792 en eind 1810 staat Adrianus vermeld als stuurman van deze schuit, waarvan ook zijn oom Gerrit een part bezat.
Adrianus vertegenwoordigde de stuurlieden in gesprekken met het gemeentebestuur over de hoogte van het afslagrecht op de visafslag. Zo schreef hij in oktober 1806 samen met Jacob van de Rovaart om het afslagrecht  te verlagen op tarbot die ze in zee aan Engelse vissers verkochten (2).





 1. Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9, Resolutieboek, verklaring van de stuurlieden van 25 juni 1798.
2. U.J. Mijs, De vischafslag van Middelharnis, p. 62

maandag 20 juni 2016

Stuurmannen uit Middelharnis onder Deense vlag (1798)

Begin 1795 raakte de Bataafse Republiek in het kielzog van Frankrijk in oorlog  met Engeland.
Met de ervaring van 1782 (zie berichten van 27 januari 2015 en van 30 november 2015) in gedachten besloten de boekhouders van Middelharnis om de vloot weer onder neutrale vlag te brengen. Het werd deze keer de vlag van Denemarken. 
Tot en met de maand maart van 1798 heeft het varen onder Deense vlag de gaffelschuiten van Middelharnis bescherming geboden tegen de Engelse kapers. In de loop van maart liep de spanning op. Op 17 maart werden op verzoek van Leendert van den Tol door de schepenen van Middelharnis twee verklaringen van vissers, matrozen onder Deense vlag, opgetekend (zie bericht van 6 april 2016). De gaffelschuiten mochten -al dan niet na het tonen van hun Deense papieren aan de schepen van de Engelse marine-  hun weg ongemoeid vervolgen. Volgens deze verklaringen hadden de vissers niet veel van de Engelsen te duchten. Maar enkele weken later, op 14 april 1798, werd de gaffelschuit de Jonge Maatje uit Middelharnis toch opgebracht naar Engeland.
Eind juni 1798 is door toedoen van de Bataafse regering een einde gekomen aan het varen onder Deense vlag. De Commissaris van de Marine te Vlissingen  heeft begin juni, in verband met een op handen zijnde invasie vanuit Engeland, zes gaffelschuiten uit Middelharnis gevorderd om als kanonneerboten of ‘uitleggers’ (1) te dienen op de Zeeuwse stromen. De gezamenlijke boekhouders van 29 gaffelschuiten hebben medewerking geweigerd met als argument dat de schepen eigendom waren van Deense burgers. Leendert van den Tol heeft als vice consul namens de Koning van Denemarken tegen deze behandeling geprotesteerd. Op 23 juni heeft het Uitvoerend Bewind (2) de Municipaliteit van Middelharnis aangeschreven om de schuiten te hollandiseren. Als er geen gevolg aan gegeven werd zouden de gezinnen binnen 24 uur Middelharnis en binnen drie dagen het grondgebied van de Bataafse Republiek moeten verlaten. Na voorlezing van dit besluit zijn de boekhouders gezwicht. De schepen werden gehollandiseerd en ten dienste van de marine verhuurd.(3)


De stuurlieden moesten bij het gemeentebestuur verschijnen om te verklaren

dat zij gezind waren hunne gaffelvisschuiten wederom te hollandizeeren en ten dienste van de Marine dezer Republiek te verhuuren.
Op 25 juni 1798 hebben de stuurlieden de gevraagde verklaring afgelegd, een groep in de ochtend en een groep in de avond. Ze lieten optekenen dat de bemanning van de schuiten uit vissers bestond die alleen vrijwillig voor andere taken ingezet kon worden. [4]


1. Wachtschepen
2. Het Uitvoerend Bewind vormde de regering van de Bataafse Republiek van 1798 tot 1801 als opvolger van de Tweede Nationale Vergadering.
3. Mijs, Eenige bladzijden, 68-70.
4. Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9, Resolutieboek, verklaring van de stuurlieden van 25 juni 1798.


Dit zijn de namen van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die de Deense vlag voerden in 1798.
U kunt doorklikken op de namen voor meer bijzonderheden over de families.

Joost Abeele (1)
Willem de Bloeme 
Leendert Buurveld 
Hendrik van Daalen 
Pieter Groen (2)
Marinus Haverstadt  
Michiel van Heest ook namens zijn vader Dirk van Heest
Arij Jongejan 
Jacob Kanse 
Herman Koert (1)
Jan Koote 
Leendert Koudijzer (3)
Bastiaan Langbroek (1)
Jeroen Langbroek 
Gijsbert Muije 
Gerrit Gijsbertsz Onderdelinden 
Jacob van de Roovaart 
Cornelis Sloot 
Mattheus Smit 
Aren Stapel 
Simon Stapel (4)
Pieter van den Tol 
Adrianus Verhage 
Willem Vermeulen (Van der Meulen) 
Thomas Visser 
Jan de Waard 
Aren Wafelbakker 
Pieter van der Zee Hzn


(1) David van der Vlugt vertegenwoordigde Herman Koert, Bastiaan Langbroek en Joost Abeele.
(2) Pieter Groen is om onbekende reden niet op het gemeentehuis verschenen. Dat hij als stuurman onder Deense vlag voer is bekend uit zijn verklaring van 17 maart 1798. Zie bericht van 6 april 2016 op dit weblog.
(3)  Waarschijnlijk Leendert Simonsz Koudijzer (1761-1800).Op 12 oktober 1787 heeft een Leendert Koudijzer de eed als stuurman afgelegd. Ook mogelijk: Leendert Jacobsz Koudijzer (1754-1810), stuurman van de Willem Frederik, erfprins van Oranje . Zie  ook bericht van 6 april 2016.
Andere mogelijkheden: Leendert Pietersz Koudijzer (1764-1821). Hij is op de vloot van Zierikzee in verdronken. Zie bericht van 11 juni 2014. Of: Leendert Pleunisz  Koudijzer (1760-1828)  Zijn vader is in 1763 verdronken. Zie bericht van 1 maart 2014.
(4) Simon Stapel, stuurman van de Jonge Maatje, verbleef ten tijde van het afleggen van deze verklaring in Engeland. 

zaterdag 18 juni 2016

Jan Koote (1754-1812), Francijntje van Gelder (1751-1780) en Lena Vos (1752-1810)

Ouders
Jan Mattheusz Koote is en zoon van Mattheus Cornelisz Koote en Cornelia Jans Breijs. Hij is op 13 januari 1754 in Middelharnis geboren.
De grootvader van Jan, Cornelis Dirksz Koote, was in 1748 stuurman van De Eendragt en in 1751 van de Prins Willem.
Francijntje Ariens van Gelder is een dochter van Arients Fransz van Gelder en Tannetje Huibregts Koster. Ze is op 6 juni 1751 in Middelharnis gedoopt.

Huwelijken en kinderen
Jan en Francijntje zijn op 29 mei 1774 in Middelharnis getrouwd, ze waren 20 en 22 jaar oud. Op 26 februari 1775 werd Mattheus gedoopt en op 16 augustus 1778 Tannetje. Francijntje van Gelder is op 17 april 1780 overleden, 28 jaar oud.
Jan Koote hertrouwde op 20 oktober 1782 in Middelharnis met Lena Huiberts Vos uit Oude Tonge, weduwe van Pieter Quak. Ze waren 28 en 30 jaar oud.
Op 19 november 1783 werd Willemina gedoopt. Daarna volgden twee zoons met de naam Cornelis die allebei jong overleden zijn.

Jan Koote, stuurman onder Deense vlag
Jan Koote heeft op 1 oktober 1794 de eed als stuurman afgelegd. Eerder dat jaar kocht hij 1/32 part in de gaffelschuit de Princes Royal. Niet vermeld is of hij de stuurman was. In 1798 was Jan Koote een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die de vlag van Denemarken voerden (1).
Op 30 november 1801 verkocht hij een part in de Jonge Jeroen.
In de liste civique van 1811 staat Jan als visser vermeld. In 1812 is daar de aantekening 'overleden' aan toegevoegd. Op 12 december 1812 is Jan Koote overleden.

Mattheus Koote, stuurman
De zoon van Jan Koote en Francijntje van Gelder werd eveneens stuurman. Mattheus heeft op 21 maart 1804 de eed afgelegd. In 
Op 5 maart 1822 is Christiaan de Groot "van scheepsboord gevallen en verdronken". Het gebeurde op de gaffelschuit van Mattheus Koote. De stuurman (47 jaar) deed aangifte van het overlijden op 6 maart 1822 (akte 17) samen met Jacob van Ek, visser (39 jaar).
Christiaan was 21 jaar en ongehuwd.


Genealogische gegevens afkomstig van G. Koote, via www.hogenda.nl


1. Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798

*
Hendrik Koote (1762-1846), een andere kleinzoon van deze Cornelis, was in 1811 visser.

vrijdag 17 juni 2016

Pieter van der Zee (1745-1827) en Tannetje van den Nieuwendijk(1746-1810)

Ouders
Pieter van der Zee is een zoon van Huibregt van der Zee en Jannetje Visser. Hij is op 1 februari 1745 in Geervliet geboren
Tannetje van den Nieuwendijk is een dochter van Cornelis Aartsz van den Nieuwendijk en Maatje Florisd van Eck. Ze is op 7 augustus 1746 in Middelharnis geboren.

Huwelijk en kinderen
Pieter en Tannetje zijn op 25 maart 1771 in Middelharnis getrouwd. Ze waren 26 en 24 jaar oud. Op 5 januari 1772 werd Jannetje gedoopt en op 2 januari 1774 Huibregt. Beide kinderen zijn jong overleden. Op 12 mei 1776 werd opnieuw een zoon met de naam Huibregt geboren en op 21 september 1783 opnieuw een dochter met de naam Jannetje.

Stuurman Pieter van der Zee onder Deense vlag
Pieter van der Zee heeft op 23 januari 1796 de eed als stuurman afgelegd.Op 16 oktober 1795 had hij 1/16 part in de gaffelschuit Sint Michiel gekocht.In 1798 was hij een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die de Deense vlag voerden (1).

 In dienst van de marine van Napoleon
In 1811 was het beroep van Pieter nog steeds visser. In de liste civique staat de aantekening dat hij in dienst van de marine is gesteld.

Huwelijk van Huibregt van der Zee met Anna Koning
Huibregt trouwde op 3 december 1823 met Anna Koning. Huibregt was 47 en Anna 40
Anna was de weduwe van Bastiaan Visser en een kleindochter van Gerrit Koning. Zie voor de scheepsramp met de gaffelschuit van Gerrit Koning in 1764 het bericht van 2 januari 2014.
Pieter van der Zee legde met het oog op dit huwelijk samen met drie andere vissers een verklaring af voor de vrederechter over de toedracht van deze scheepsramp. Vanwege zijn hoge leeftijd werd Pieter wel vaker gevraagd om te getuigen over scheepsrampen en ongelukken op zee.


Tannetje van den Nieuwendijk is op 23 oktober 1810 overleden, 62 jaar oud.
Pieter is op 28 december 1827 overleden in Middelharnis, hij was 82 jaar.



1. Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798

woensdag 6 april 2016

Twee attestaties van ‘Deense’ matrozen uit Middelharnis, maart 1798

Op verzoek van boekhouder Leendert van den Tol hebben de bemanningsleden van twee gaffelschuiten - voor zover meerderjarig - verklaringen op laten tekenen over hun contacten met Engelse oorlogsschepen in maart 1798. De gaffelschuiten mochten -al dan niet na het tonen van hun Deense papieren aan de schepen van de Engelse marine-  hun weg ongemoeid vervolgen.



De attestatie van de bemanning van de Jacob Johannis heeft de volgende inhoud:
Op 17 maart 1798 verschenen voor Hendrik Matse en Hendrik Monté, schepenen van Middelharnis, Adrianus Verhaege, stuurman, Cornelis Buurveld, Marinus den Boer, Jillis Tulp, Jacob Joostzn Krijger, Willem Viskil, Heijmen Vermaas, Cornelis Verhaege en Hendrik Pas, allen matrozen onder Deense vlag, ter visvangst varende van deze plaats op de gaffelschuit de Jacob Johannis. 
Op verzoek van Leendert van den Tol verklaren ze ten zuidoosten van Texel op vrijdag 9 maart een Engelse driemast logger gezien te hebben die zestien stukken geschut aan boord had. Er waren vijf andere gaffelschuiten uit Middelharnis bij van de stuurlieden Aren Wafelbakker, Bastiaan Langbroek, Hendrik van Daalen, Leendert Buurveld en Pieter Groen. De Engelse logger was bezig een tweemast brik te visiteren die onder Zweedse vlag voer. Daarna kwam de sloep, die bij de logger hoorde, met een officier en vijf manschappen naar de schuit van Adrianus Verhaege. De officier informeerde naar de herkomst van de visschuit, vroeg naar de visvangst en vertelde dat hij de opdracht had van de Admiraliteit van Engeland om alle vissers van Oostende en Duinkerken te nemen, maar om de Hollandse vissers met rust te laten. 
De officier wenste de vissers een goede reis en keerde naar zijn schip terug. Op de terugreis naar de haven, op 15 maart 1798 tussen twee en drie uur in de middag, vissend ter hoogte van Goedereede, samen met de schuit van Bastiaan Langbroek, heeft de bemanning van de Jacob Johannis op grote afstand nog twee grote Engelse oorlogsschepen gezien.

De attestatie van de bemanning van de Goede Verwachting :
Op 17 maart 1798 verschenen voor Hendrik Matse en Hendrik Monté, schepenen van Middelharnis, Leendert Koudijzer, stuurman, Jacob Koudijzer, Jan Dubbeld, Marinus Koudijzer, Leendert Simonsz Koudijzer, Jan Pietersz de Bloeme, Laurens van der Put, Arij Gouwman, Abram van der Waal en Paulus de Kooning, allen matrozen onder Deense vlag, ter visvangst varende van deze plaats op de gaffelschuit de Goede Verwachting. 
Op verzoek van Leendert van den Tol verklaren ze dat ze op donderdag 15 maart op thuisreis samen met gaffelschuit van Herman Koert, de Goedereede een uur ten zuiden van hen, op een diepte van elf tot twaalf vadem, drie vrij zware Engelse oorlogsschepen in het gezicht kregen. Een van de schepen maakte jacht op hen maar kreeg averij. Een tweede schip met ongemene spoed op hen af. Een Engelse officier is met een sloep vergezeld van zeven manschappen aan boord gekomen en hij vroeg naar de scheepspapieren. Ze hebben de papieren bekeken en in orde bevonden. De officier vroeg vervolgens naar de papieren van de gaffelschuit van Herman Koert; Leendert Koudijzer antwoordde dat Koert dezelfde papieren had. 
De officier vertelde nog dat zijn schip 64 stukken geschut en negenhonderd man aan boord had en dat hij zeven dagen geleden uit Duinkerken gezeild was. Vervolgens kwamen de manschappen uit de sloep met geld in hun hand vragen om vis te kopen. Ze hebben een ‘zoode visch’ gekregen maar hoefden er niet voor te betalen.

Bron:
Rechterlijk Archief Middelharnis,  inv. nr 30, 17 maart 1798
Ook vermeld in diverse kranten, bijvoorbeeld Amsterdamsche Courant, 22 maart 1798

dinsdag 1 maart 2016

Jan de Waard (1758-1831), Johanna Visser (1758-1812) en Kaatje Pickaart(1759-1821)

Ouders
Jan Arendsz de Waard is geboren op 7 februari 1758 in Middelharnis, zoon van Arend Janse de Waard en Klasina Meijnders. Arend Janse de Waard heeft in december 1768 de eed als stuurman in Middelharnis afgelegd. Hij was in 1778 stuurman van de ventjagersschuit de Jonge Geertruij en Isaac.(1).
Johanna Thomasse Visser is een dochter van Thomas Bastiaans Visser en Lijsbeth Janse van den Broek. Thomas Visser was stuurman op een gaffelschuit, zie het bericht van 1 november 2014.

Huwelijk en kinderen
Op 11 mei 1783 trouwden Jan en Johanna. Ze waren 25 en 24 jaar oud. Op 2 juni 1784 werd Arend geboren en op 26 mei 1786 Tomas. Over Klaas uit 1788 zijn geen gegevens bekend, hij is waarschijnlijk jong overleden. Leendert uit 1789 is nog geen drie jaar oud geworden. Elizabeth de Waard is op 19 juni 1791 gedoopt. Isaac uit 1793 is jong overleden, evenals Izaak uit 1798 die maar 1 maand oud werd. Leendert is op 12 april 1795 gedoopt en Johannis op 15 februari 1797. Ook Jan die in 1800 werd geboren is waarschijnlijk als zuigeling overleden.

De kinderen
Arend Janse de Waard (1784-1864) trouwde in 1807 met Maatje Stapel (1786-1853), een dochter van Simon Stapel en Maatje Abeele. Zie bericht van 15 mei 2015. Arend en Maatje zijn de ouders van Johannes de Waard die in 1863 op de Antwerpse sloep Josephine omgekomen is. Zie bericht van 30 oktober 2013. Arend Janse de Waard was stuurman.Hij legde de eed af in 1808.Hij was stuurman van de gaffelschuit Willem Hendrik.  
Tomas Jansz de Waard trouwde in 1809 in Sommelsdijk met Jannetje Pieterse Abeele, een vissersdochter. Thomas werd stuurman. Hij legde de eed af in 1809. Hij was stuurman van de gaffelschuit de Jonge Jannetje van den Tol. 
Elizabeth trouwde in 1813 met Florus van den Nieuwendijk, weduwnaar van Leentje Vermeulen. Hij heeft op 26 april 1809 de eed als stuurman afgelegd.
Leendert de Waard is in 1819 getrouwd met Elizabeth Breeman. Leendert was stuurman van de Catharina en Elizabeth. De sloep is in 1828 met man en muis vergaan. Zie bericht van 21 april 2012.
Johannes de Waard is in 1818 met Neeltje de Wit getrouwd. Hij werd eveneens stuurman. Zie over dit gezin het bericht van 21 februari 2012. Johannes is in 1833 op 36-jarige leeftijd overleden als gevolg van cholera, volgens de overlevering.


Jan de Waard, stuurman 
Jan de Waard kocht op 24 februari 1780 een aantal parten, 1/16 en 1/128, in de ventjagersschuit de Jonge Geertruij en Isaac. Zijn vader was stuurman op deze schuit. Jan was nog minderjarig ten tijde van de aankoop. Op 5 juli 1784 heeft hij zijn parten verkocht aan Cornelis van der Vlugt.(1).
Op 3 september 1792 was Jan stuurman op de gaffelschuit De Gans waarin hij 1/16 part bezat. In 1782 was dit de schuit van Corstiaan Wafelbakker. Jan de Waard heeft op 23 september 1792 de eed als stuurman afgelegd. In 1795 voer hij op de Vrouw Elizabeth (van den Tol). In 1802 was hij weer stuurman van De Gans.

Onder Deense en onder Pruisische vlag
In 1798 was Jan de Waard een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die onder Deense vlag voer (2). In 1804 ging hij onder Pruisische vlag varen. Hij kreeg op 17 april 1804 een paspoort om naar Emden te reizen (3).
Op 3 maart 1810 was Jan stuurman van de Jonge Pieter (Meijer Veerman).
In 1811 staat hij als visser vermeld

Overlijden van Johanna Visser, huwelijk met Kaatje Pickaart.
Johanna overleed op 4 augustus 1812. Jan de Waard trouwde op 4 mei 1813 met Kaatje Pickaart, de weduwe van Marinus Haverstadt. Ze waren 55 en 54 jaar oud. Zie bericht van 6 januari 2016.


Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje

1. Rechterlijk Archief Middelharnis, inventarisnummer 17, 18. 19. klappers
2.Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798
3. Rechterlijk Archief Middelharnis, inventarisnummer 31, 17 april 1804. Met signalement

maandag 15 februari 2016

Willem de Bloeme (1755-1830) en Aagje Abeele (1758-1836)

Ouders
De familie de Bloeme behoort tot de oudste vissersfamilies van Middelharnis. Het contract over de oprichting van de visafslag in 1598 is ondertekend door Cornelis Thoniszoon, de waarschijnlijke stamvader van de familie De Bloeme.
Willem Jansz de Bloeme is een zoon van Jan Cornelisz de Bloeme en Ingetje Jacobse Kabos. Hij is op 10 oktober 1755 in Middelharnis gedoopt. Willem was de jongste van het gezin. Zijn vader is twee keer getrouwd geweest, uit beide huwelijken zijn in totaal twaalf kinderen geboren. Willem en zijn oudere broers Aren en Jan werden visser, zijn zussen trouwden eveneens met vissers. Zijn oudste halfbroer Teunis geboren 1729 was o.a. collecteur van de visafslag.
Aagje Abeele is een dochter van Jan Willemsz Abeele en Jannetje Pas. Ze is op 10 september 1758 in Middelharnis gedoopt. Zie het bericht over haar ouders op 4 november 2014.

Huwelijk en kinderen
Willem en Aagje trouwden op 16 juni 1780 in Middelharnis. Ze waren 24 en 21 jaar oud.
Op 27 juni 1781 werd Jan geboren. Mattheus is op 30 mei 1784 gedoopt, hij is voor 1789 overleden. Joost is gedoopt op 20 mei 1787, Mattheus op 11 januari 1789 en Teunis op 21 juli 1793. Het jongste kind was Jannetje, geboren op 27 april 1797.

Huwelijken van de kinderen
Jan de Bloeme (1781-1856) werd visser. Hij trouwde op 2 april 1809 met Klaartje Koert, een dochter van stuurman Herman Koert. Zie bericht van 3 november 2014.
Joost de Bloeme (1787-1868) was van beroep koopman ten tijde van zijn huwelijk op 11 februari 1813 met Elisabeth van Dijk.
Mattheus de Bloeme (1789-1852) werd visser. Hij trouwde met Adriana Vermaas, een kleindochter van Maarten Vermaas (zie bericht van 14 april 2015). Mattheus heeft korte tijd gevaren op de vissloep De Vreede uit Zierikzee. Zie bericht van 1 juni 2015 over Mattheus en Adriana.
Jannetje de Bloeme (1797-1872) trouwde op 27 augustus 1820 met Willem van Dijk, een broer van bovenvermelde Elisabeth. Willem was mandenmakersknecht.
Teunis (1793-1828) bleef ongehuwd. Hij was schoenmaker van beroep.

Wilem de Bloeme, stuurman onder Deense vlag
In 1791 heeft Willem de Bloeme de eed als stuurman afgelegd. In 1796 en ook nog 1803 was hij stuurman van de gaffelschuit de Bruinvisch. In 1798 was hij een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die de Deense vlag voerde (2).  

Onder Pruisische vlag en toch gekaapt. 
In januari 1804 ging hij onder Pruisische vlag varen. Hij kreeg een paspoort om naar Emden te reizen (1). Op 23 juni 1804 is de Bruinvisch door de Engelsen gekaapt. Het schip is prijs verklaard en in Engeland geveild (3).

Koopman, tapper en tagrijn
In 1811 staat Willem als visser vermeld; in 1813 als koopman en in 1814 als tapper. In 1830 was zijn beroep scheepstagrijn, handelaar in tweedehands scheepsbenodigdheden.



Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje


1. Rechterlijk Archief Middelharnis, inventarisnummer 31, 21 januari 1804. Met signalement
2. Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798
3. HCA32/1369/539

zaterdag 13 februari 2016

Gaffelschuiten uit Middelharnis en Zwartewaal als kanonneerboten (1798)

Vordering van gaffelschepen in 1798
In juni 1798 zijn in Middelharnis en in Zwartewaal gaffelschuiten gevorderd om ten dienste van de Bataafse Marine als kanonneerboten ingezet te worden. De vissersvloot van de beide plaatsen voer onder neutrale Deense vlag, maar dat voorkwam niet dat de schepen gevorderd werden.
Het idee om gaffelschuiten te bewapenen was afkomstig van de Oranjegezinde Jan Hendrik van Kinsbergen. Hij had het plan in 1793 ontwikkeld als onderdeel van een heel aantal maatregelen om de Nederlandse kusten en handelsschepen tegen de Fransen te beschermen. Dat zijn plan -na de Bataafse omwenteling- gebruikt zou worden om met de Fransen tegen de Engelsen te strijden had hij waarschijnlijk niet voorzien. Als representant van het oude regime heeft hij na de omwenteling ontslag gekregen.
Waarschijnlijk zijn de gaffelschuiten niet ingezet in de strijd. De gevreesde invasie van de Engelsen vond niet in het zuidwesten van Holland plaats maar in Noord-Holland (Brits-Russische invasie 27 augustus 1799 - 19 november 1799).

De gaffelschuiten achtte hij sterk genoeg 'om achtponders te kunnen voeren' met vijftig manschappen aan boord.


Beschryvinge van het gebeurde ten tyde van den inval der Franschen in ons land,
benevens de middelen van defensie,
aangewend door [...] J.H. van Kinsbergen, vice-admiraal
van Holland en West-Friesland [TWEEDE DEEL] 1793


De held van de Zwarte Zee en van de Doggersbank
Van Kinsbergen heeft bij twee gelegenheden naam gemaakt als zeeheld. Toen zich in de Republiek onvoldoende mogelijkheden voordeden tot actieve dienst ter zee, trad Van Kinsbergen in Russische dienst. Daar kreeg hij het opperbevel in de strijd tegen de Turken, die hij in 1773 tot tweemaal toe versloeg in de Zwarte Zee. In 1775 keerde hij terug naar de Republiek als ‘held van de Zwarte Zee’.
Tijdens de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) escorteerde de Nederlandse marine een koopvaardijvloot naar de Oostzee. Op 5 augustus 1781 kwam het tot een zeeslag met de Britten bij de Doggersbank, een zandbank in de Noordzee. Van Kinsbergen was een van de admiraals onder schout-bij-nacht A.J. Zoutman. Met name door het optreden van Van Kinsbergen hield de vloot stand, al werd het doel, de ongehinderde doorvaart van de koopvaardijschepen naar de Oostzee, niet bereikt. Van Kinsbergen werd nu ook ‘held van de Doggersbank’. (overgenomen uit: Biografisch woordenboek Gelderland )



Jan Hendrik van Kinsbergen (1735-1819)

woensdag 6 januari 2016

Jeroen Langbroek (1756-1832) en Elia Rooij (1763-1831)

Ouders
Jeroen Cornelisz Langbroek is een zoon van Cornelis Gleijnsz Langbroek en Huibertje Jeroense van den Roovaart, Hij is gedoopt op 31 juli 1756 in Middelharnis.
De vader van Jeroen is in 1762 verdronken, zijn jongere broer Hendrik in 1783. Zie de berichten van 15 januari 2014.
Elia (de) Rooij is een dochter van Maarten Willemsz de Roij en Annetje Paulusse Kreeft. Ze is op 7 augustus 1763 in Middelharnis gedoopt.

Huwelijk en kinderen
Jeroen en Elia zijn op 24 april 1785 getrouwd, ze waren 28 en 21 jaar oud. Op 16 februari 1786 is Cornelis gedoopt; hij heeft maar kort geleefd. Op 4 november 1787 werd opnieuw een zoon met de naam Cornelis gedoopt. Maarten werd op 4 oktober 1789 gedoopt.

Huwelijk van de kinderen
Cornelis trouwde in 1814 met Neeltje Hotting. Hun zoon Maarten was de stuurman van de Vrouwe Aplonia, vergaan in 1863. Zie bericht van 6 maart 2013.
Maarten Langbroek trouwde in 1813 met Jobje Breeman. Zijn tweede vrouw was Gerbrigta van Rixoort met wie hij in 1834 trouwde. Maarten is in 1847 verdronken op de Noordzee. Zie bericht van 21 juni 2013.

Jeroen Langbroek als stuurman 
Jeroen Langbroek staat in de periode 1796 tot en met april 1806 vermeld als stuurman van de gaffelschuit De Vreede (2 en 3).  Op 19 december 1806 was hij stuurman van de gaffelschuit De Hoop (1), evenals in 1811. Hij had zelf 1/32 part in eigendom.
De Hoop is in 1826 publiek verkocht.


Rotterdamsche courant, 17 augustus 1826
Onder Deense vlag
Jeroen Langbroek was een van 29 stuurlieden die in 1798 onder Deense vlag voer (5).

Onder Pruisische vlag
In 1805 voer Jeroen Langbroek als stuurman onder Pruisische vlag. De naam van zijn schip staat niet vermeld, waarschijnlijk was het de schuit met de toepasselijke naam De Vreede Hij woonde op de Oostdijk (4).


Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje

1. Archief Gemeente Middelharnis. Resolutieboeken, inv. nr. 10, 1806.
2. Rechterlijk Archief Middelharnis. Inventarisnr. 18. klapper
3. Rechterlijk Archief Middelharnis. Inventarisnr. 19. klapper
4. Brown, Mysteries of neutralization, 141
5. Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798

Marinus Haverstadt (1753-1809) en Kaatje Pickaart (1759-1821)

Ouders
Marinus Jansz Haverstadt is een zoon van Jan Havestad, geboren in 's-Gravendeel, en Neeltje Marinusse Dupree. Marinus is op 8 april 1753 in Sommelsdijk gedoopt.
Kaatje Pickaart (Catharina Boudewijn Pikkaart of Picaar) is een dochter van Boudewijn Pickaart en Trijntje Lagendijk. Kaatje is op 4 maart 1759 in Sommelsdijk gedoopt.
De moeder van Marinus kwam uit een vissersfamilie. Zij is een zus van Maarten Dupree (zie bericht van 3 december 2014).
Na het overlijden van Boudewijn Pickaart trouwde zijn weduwe, Trijntje Lagendijk, met Maarten Dupree. Maarten Dupree was door dit huwelijk zowel de oom als de stiefvader van Marinus Haverstadt.


Huwelijk en kinderen
Marinus en Kaatje zijn op 18 juli 1778 in Middelharnis getrouwd, ze waren 25 en 19 jaar oud. Op 10 januari 1779 is de oudste zoon Jan gedoopt, hij is voor 1788 overleden. Trijntje werd op 12 augustus 1781 gedoopt, Jan op 25 mei 1788, Neeltje op 23 mei 1790 en Catharina op 6 januari 1793. Vermoedelijk hebben alleen Trijntje en Neeltje de volwassen leeftijd bereikt.
Trijntje is gehuwd met Reinier Kamerling uit Nieuwe-Tonge. Neeltje trouwde op 28 juni 1817 in Middelharnis met Leendert Breeman, zoon van Jacob Breeman en Klaasje Vlietland. Leendert was visser van beroep.

Marinus Haverstadt, stuurman van de Trijntje en Neeltje

Marinus Haverstadt heeft op 22 december 1786 en op 27 september 1806 de eed als stuurman afgelegd en opnieuw (1). Op 12 juni 1796 staat hij vermeld als stuurman van de gaffelschuit Trijntje en Neeltje, genoemd naar zijn beide dochters. De schuit is na 1791 nieuw gebouwd. Op 21 oktober 1804 was Marinus Haverstadt nog stuurman van dezelfde gaffelschuit (2). Maarten Dupree had ook aandelen in de schuit.
Marinus Haverstadt is waarschijnlijk tot aan zijn dood in september 1809 stuurman op de Trijntje en Neeltje gebleven. Zijn weduwe verkocht op 27 oktober 1809 het 1/16 part in de gaffelschuit dat ze had geërfd (3). Jan Cornelisz Buurveld kocht 1/16 part op die datum, hij werd de nieuwe stuurman.
Een zoon van Maarten Dupree en Trijntje Lagendijk, Arij Dupree, nam de schuit later over. Arij was zowel de neef als de (half)zwager van Marinus Haverstadt. 
Het schip is in 1821 verloren gegaan (zie bericht van 31 augustus 2014).

Onder Deense vlag
Marinus Haverstadt was in 1798 een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die onder Deense vlag voer (5)

Onder Pruisische  vlag en toch gekaapt
Begin 1804 is Haverstadt met de Trijntje en Neeltje onder Pruisische vlag gaan varen. Desondanks is de schuit op 23 juni 1804 door de Engelsen gekaapt. Na enkele maanden is de schuit weer vrijgegeven (6).
Haverstadt wordt ook genoemd in het boek van Brown. Hij woonde op de Oostdijk (4).




Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje

1. Archief Gemeente Middelharnis. Resolutieboeken, inv. nr. 7, 22 december 1786 en inv. nr. 10, 27 september 1806.
2. Rechterlijk Archief Middelharnis. Inventarisnr. 18. klapper
3. Rechterlijk Archief Middelharnis. Inventarisnr. 19. klapper
4. Brown, Mysteries of neutralization, 141.
Op 21 januari 1804 kreeg Marinus Haverstadt een paspoort om naar Emden te reizen. 
 Rechterlijk Archief Middelharnis, inventarisnummer 31. Met signalement
5. Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798

6. HCA32/1679/5689

zaterdag 2 januari 2016

Cornelis van der Sloot (1767-1838), Jannetje Visser (1768-1790) en Elizabeth Bree (1768-1828)

Ouders, broers en zussen
Cornelis (van der) Sloot is een zoon van Jan Pietersz van der Sloot en Elizabeth Cornelisse Abeele. Jan Pietersz van der Sloot is afkomstig uit Ooltgensplaat.
Cornelis van der Sloot is op 27 maart 1767 geboren en op 5 april 1767 in Middelharnis gedoopt. Hij is een kleinzoon van Cornelis Pietersz Abeele. Zie het bericht van 3 november 2014 over Cornelis Pietersz Abeele, zijn zoon Joost en zijn schoonzoons Herman Koert, Jan Kom en Gerrit Onderdelinden, die allemaal stuurman waren op een visschuit in Middelharnis in 1782.
Teunis Sloot, gehuwd met Maria Jongejan, is een broer van Cornelis. Teunis is in 1819 verdronken bij de ramp met de gaffelschuit van Pieter van den Tol. Zie het bericht van 22 juni 2013.
Lydia van der Sloot is een zus van Cornelis. Lydia was getrouwd met Leendert Boon, de enige zoon en erfgenaam van Gerrit Boon, een visser die in 1779 verdronken is. Zie bericht van 6 april 2014.
Magdalena van der Sloot, gehuwd met Job Breeman, is ook een zus van Cornelis. Job Breeman is in 1791 bij de ramp met de schuit van Jan Muije omgekomen. Zie bericht van 21 juni 2013.

Jannetje Dircks Visser is een dochter van Dirk Jacobsz Visser en Neeltje Pieters Koning. Jannetje is op 17 april 1768 in Middelharnis gedoopt. Dirk Visser was in 1782 stuurman van de bezaanvisschuit Janna en Louiza. Zie bericht van 1 november 2014. De schuit was naar de beide dochters van de stuurman genoemd.

Elizabeth Bree is op 6 maart 1768 in Middelharnis gedoopt. Ze is een dochter van Hendrik Johannesz Bree en Maria Abrahms Vrijbergen. Haar broers Abram, Johannes en Jacob waren vissers en stuurlieden. Ze zijn alle drie op zee gebleven. Zie de berichten van 22 februari 2013, 9 december 2013 en 9 januari 2014. Ook de man van Maria Bree, een zuster van Elizabeth, is omgekomen. Hij heette Arend Wittekoek en is bij de scheepsramp van 1808 verdronken. Zie bericht van 26 mei 2014. De man van de Jannetje Bree, de jongste zuster van Elizabeth heette Hendrik van Dalen. Hij is bij de scheepsramp van 1825 omgekomen. Zie bericht van 2 januari 2014.

Huwelijk van Cornelis van der Sloot en Jannetje Visser
Cornelis en Jannetje zijn op 2 mei 1790 in Middelharnis getrouwd, ze waren 23 en 22 jaar oud. Enkele maanden na het huwelijk werd een zoon of dochter geboren, het kind heeft maar kort geleefd en is op 23 september 1790 begraven. Jannetje overleed kort daarna, waarschijnlijk als gevolg van de kraamvrouwenkoorts. Ze is op 30 september 1790 begraven.


Cornelis van der Sloot, Elizabeth Bree en hun kinderen
Het huwelijk tussen Cornelis en Elizabeth vond plaats op 14 oktober 1792 in Middelharnis. Cornelis was 25 jaar en Elizabeth 24. Op 7 april 1793 is de oudste zoon Jan gedoopt. Maria werd op 27 december 1795 gedoopt, Elisabeth is op 15 oktober 1797 geboren. Zij is ten hoogste zeven jaar oud geworden. Hendrik, geboren 17 juni 1801. Hij is op 29 juni 1805 in de oude Oost Spui verdronken, vermoedelijk is hij van het plankier gevallen (1). Op 4 december 1803 is opnieuw een dochter met de naam Elisabeth geboren en op 21 juli 1806 een zoon met de naam Hendrik.
Jan van der Sloot (1793-1867) werd visser en stuurman in Middelharnis. Hij trouwde in 1814 in Middelharnis met Willemina Kornelia Both uit Vlaardingen. Ze kregen elf kinderen van wie slechts twee zoons en twee dochters de kindertijd overleefden. De beide zoons Cornelis (1824-1861) en Willem (1826-1850) zijn op zee overleden. Het gezin is rond 1840 naar Vlaardingen verhuisd.
Over Maria van der Sloot (1795-1862) en haar drie echtgenoten is eerder op dit weblog geschreven op 12 mei 2014 en 1 juli 2014.
Elisabeth (1803-1866) trouwde in 1827 in Middelharnis met de weduwnaar Cornelis Mallard uit Scherpenisse.
Hendrik van der Sloot (1806-1869) trouwde in 1837 met Aagtje de Bloeme.

Stuurman Cornelis van der Sloot
Cornelis van der Sloot was in 1791 stuurman van de bezaanbunschuit De Arke. In 1782 was zijn grootvader Cornelis Abeele stuurman van deze schuit. Op 9 april 1793 is een bezaanschuit, gevoerd door Cornelis Sloot verkocht. Dit zal waarschijnlijk De Arke geweest zijn.

Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr. 68, 9 april 1793.

De gaffelschuit Vrouwe Jacoba Geertruijda
Korte tijd na zijn huwelijk werd Cornelis Sloot op 26-jarige leeftijd stuurman van de gaffelschuit Vrouwe Jacoba Geertruijda. Zijn grootvader was een van investeerders in deze nieuwe schuit. De Vrouwe Jacoba Geertruijda is in 1793 'uijtgehaald' en in 1823 verkocht. De gaffelschuit heeft dus dertig jaar dienst gedaan. Jan Sloot, zoon van Cornelis, was in 1823 de stuurman.


Verkoop Jacoba Geertruij. Rotterdamsche courant 16 september 1823. 


Na het overlijden van Cornelis Pietersz Abeele op 24 december 1798 op 83-jarige leeftijd werd een inventaris van de boedel opgemaakt. Hiertoe behoorde 'een zestiende part in de Vrouwe Jacoba Geertruijda, stuurman Cornelis Sloot'.
In 1808 en 1809 was Cornelis van der Sloot nog steeds de stuurman van de Jacoba Geertruijda, zo blijkt uit de verhandelde scheepsparten (2). Hij heeft een aantal keren de eed op de stuurlieden afgelegd (3)


Onder Deense vlag
Cornelis Sloot was een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die in 1798 onder Deense vlag voer (6).

De gaffelschuit Sara Cornelia in 1805
In de Franse tijd zien we Cornelis Sloot als stuurman van de Sara Cornelia, een gaffelschuit die in 1805 onder Pruisische vlag voer. Schepen kregen vaak een andere naam als ze onder vreemde vlag gingen varen. Vermoedelijk is de Vrouwe Jacoba Geertruijda tijdelijk omgedoopt. De schuit werd rond 25 september 1805 op zee genomen door een Engelse kaper, de Hunter van kapitein Riches uit Yarmouth. Vier matrozen van de gaffelschuit werden gedwongen om als gijzelaar aan boord van de Engelse kotter te komen. Drie Engelse bemanningsleden van het kaperschip werden aan boord van de gaffelschuit van Cornelis Sloot gebracht, om de schuit naar een Engelse haven te brengen. Cornelis overmeesterde met zijn bemanning de drie op zijn vaartuig geplaatste Engelsen en zette koers naar de Goeree. Hij heeft de drie Engelsen in Hellevoetsluis aan de autoriteiten overgeleverd. Voor deze heldendaad heeft hij een 'douceur' van twintig dukaten gekregen wegens 'welberaden en manmoedig gedrag'.






Middelburgsche courant, 5 oktober 1805 


Intussen zaten vier van zijn bemanningsleden nog vast op het Engelse kaperschip. Na veertien dagen wachten kreeg de kapitein het vermoeden dat de Sara Cornelia al lang terug was in Middelharnis. Hij stuurde drie van de vissers terug naar Middelharnis met een gepeperde brief aan Lambertus Kolff, de reder van de gaffelschuit. Een bemanningslid werd nog vastgehouden als drukmiddel om de drie Engelsen vrij te krijgen. Deze persoon, hij heette Jan Kalle (4), hoefde niet naar de gevangenis maar werd aan boord van de Hunter vastgehouden en op 31 oktober 1805 uitvoerig verhoord over het reilen en zeilen van de visserij in Middelharnis. Hij gaf alle details prijs, waarmee aangetoond werd dat het varen onder Pruisische vlag een schijnvertoning was. Nadat de drie Engelse gijzelaars vrijgelaten waren mocht uiteindelijk ook Jan Kalle naar huis.

In de Engelse bron (5) waar dit verhaal beschreven staat wordt Cornelis Sloot omschreven als 'a tall, swarthy, raw-boned fellow' - een grote, donkere man met ruwe gelaatstrekken. Het overmeesteren en 'verkopen' van de drie Engelse bemanningsleden van het kaperschip wordt 'cowardice and avarice' - laf en schraperig - genoemd.

Bemanningslid verdronken 

Gerrit Bakker is in 1813 in volle zee overboord geslagen van de gaffelschuit van stuurman Cornelis van der Sloot. De datum van het ongeval is niet bekend. Het voorval heeft in Middelharnis veel gerucht veroorzaakt. Zie bericht van 4 december 2013

Elizabeth Bree is op 17 november 1828 overleden, ze was 60 jaar oud; Cornelis van der Sloot overleed op 28 januari 1838, 70 jaar oud


Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje


1. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv,nr 31, akte van schouwing, 29 juni 1805.
2. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr. 19. (1808/2, 3). Transportakten van schepen en schuiten gepasseerd voor schout en schepenen, 1808-1811
3. Archief Gemeente Middelharnis. Resolutieboek, inv. nr. 13 1808

4. Waarschijnlijk Jan Pietersz Kalle, zoon van Pieter Pietersz Kalle en Willemtje Jans van der Kabel, gedoopt op zondag 7 april 1771 in Middelharnis, overleden op maandag 19 oktober 1818 in Middelharnis, 47 jaar oud. Jan Kalle bleef ongehuwd. Na dit voorval was hij vermoedelijk niet meer welkom in de visserij. Zijn beroep in 1811 was arbeider.
5. John Brown. The mysteries of neutralization. Londen,1806, o.a. p. 139. Paspoort om naar Emden te reizen:
Rechterlijk Archief Middelharnis, inventarisnummer 31, 21 januari 1804. Met signalement
De Nederlandse versie van dit voorval staat in het boek van: Vermaas, J.C. en M.C. Sigal, De haringvisscherij van 1795-1813. Vlaardingen, 1922. p.83 :
De gaffelschuit van Cornelis Sloot voer onder Pruisische vlag. Hij heeft de gevangenen overgegeven aan een Hollands oorlogsschip dat voor Hellevoetsluis lag. De vissers werden als helden gehuldigd. Het Committé (opvolger van de vroegere Visserijcolleges) was niet zo enthousiast. De gevangen genomen Hollandse vissers waren namelijk al door de Engelsen vrijgelaten. De Raadspensionaris liet de drie Engelse gevangenen onmiddellijk vrij.
6. Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798



vrijdag 15 mei 2015

Simon Stapel (1757-1826) en Aren Stapel (1767-1829), stuurlieden op de gaffelschuiten van Middelharnis

De naam Stapel is nauw verbonden met de bloeitijd van de visserij met gaffelschuiten in Middelharnis in de tweede helft van de achttiende eeuw.
De twee laatste stuurlieden uit deze familie waren Simon en Aren. Zij waren ook in de nadagen van de gaffelschuiten, nog tot ongeveer 1825, actief als stuurman. 
Op de nieuwe sloepen die vanaf 1817 geleidelijk in de plaats kwamen van de gaffelschuitendeel voer een jongere generatie stuurlieden. 

Zie voor de gegevens over de ouders, Gerrit Stapel en Maatje Stapel, het bericht van 6 november 2014.

Simon Stapel, Maatje Abeele (1761-1787) en Huibertje van Heest (1770-1816)

Simon is op 7 november 1784 met Maatje Jans Abeele getrouwd, dochter van Jan Willemsz Abeele en Jannetje Pas. ze kregen in 1786 een dochter Maatje, gedoopt op 23 april 1787. Enkele maanden later overleed Maatje Abeele, ze is begraven op 9 augustus 1787.
Na het overlijden van zijn vrouw trouwde Simon in 1791 met Huibertje van Heest. Huibertje is een dochter van Dirk Michielsz van Heest en Leuntje Gerritsz Verhage. Ze kregen vijf kinderen: Leuntje in 1793, Gerrit in 1795 (overleden in 1813, 18 jaar oud), Kaatje in 1798, Jannetje in 1801 (overleden 1827, 26 jaar oud) en Dirk in 1806.

Maatje Stapel trouwde in 1807 met Aren Janse de Waard. Aren was in 1822 stuurman op een sloep. Zij kregen acht kinderen, waaronder Johannis de Waard die in 1863 op de Antwerpse sloep Josephine is omgekomen. Aren Janse de Waard is een broer van Leendert de Waard, stuurman van de sloep die in 1828 is vergaan. Hun broer Johannis was eveneens stuurman.
De oudste zoon van Maatje en Aren was Jan de Waard, geboren op 11 maart 1809. Zijn vrouw Suzanna Ruitenberg is op 28 december 1881 in Antwerpen overleden. Mogelijk zijn Jan en Suzanna naar Antwerpen geëmigreerd.

Aren Stapel en Adriaantje Smit (1773-1845)
Aren trouwde in 1795 met Adriaantje Smit, dochter van Leendert Smit en Lena Dubbeld.
Hun dochter Maatje, geboren in 1795, trouwde in 1815 met Maarten Buurveld. Maatje is in 1816 overleden. Maarten Buurveld is een zoon van Leendert Buurveld, de stuurman van de gaffelschuit die in 1813 is vergaan. Maarten werd eveneens stuurman op een gaffelschuit (vermelding in 1822).

Simon Stapel onder Oostenrijkse vlag in 1782
Simon is op 23-jarige leeftijd stuurman geworden. Van de groep stuurlieden die in 1782 onder Oostenrijkse vlag ging varen was hij met vijfentwintig jaar de jongste.

Simon en Aren Stapel onder Deense vlag in 1798
In 1798 voeren de schuiten van Simon en Aren Stapel, zoals alle gaffelschuiten van Middelharnis, onder Deense vlag (6).

De Jonge Maatje gekaapt in 1798
De gaffelschuit de Jonge Maetje staat in de transportakten van schepen op z'n vroegst vermeld op 28 oktober 1791. Lambertus Kolff verkocht op die datum 1/8 part. De naam van Simon Stapel als stuurman van deze schuit is op 12 juni 1796 en op 24 november 1797 vermeld (1). Op 14 april 1798 is de Jonge Maetje met als stuurman Simon Stapel op zijn reis met kooptarbot naar Engeland door een Engelse kaper genomen, prijs verklaard en verkocht. Adrianus Quirinus Kolff was in het bezit van 1/16 part (2).


Simon en Aren Stapel, stuurlieden in de Bataafs Franse tijd
Aren Stapel en Simon Stapel voeren in 1805 onder Pruisische vlag. Het schip van Simon was in 1805 de Paulina en Helena; Aren was stuurman van de Martha en Maria (ook al in 1799), de schuit waar voorheen zijn vader op voer. Beide schuiten zijn in september 1805 gekaapt. De kaping werd door de Prize Court onrechtmatig verklaard (3).
Simon Stapel van de Paulina Helena en tien bemanningsleden verklaarden, bijna een jaar na het voorval, voor de vrederechter van Sommelsdijk dat ze op 21 juli 1810 door een bewapende Engelse kotter voor Scheveningen zijn aangehouden. Enkele manschappen zijn in een sloep naar de gaffelschuit gekomen en hebben de vissers gedwongen om vis af te staan. In ruil daarvoor kregen ze een mand met gebruiksvoorwerpen zoals een dozijn kleine schotels, twee waterpotten, vier kleine glaasjes en enkele kwispeldoren. Bij thuiskomst op 27 juli 1810 zijn ze –allen tot op het hemd ontkleed - door de douane gevisiteerd. De verkregen voorwerpen hebben ze ingeleverd.  Ze verklaren de Engelse wal niet te hebben aangedaan en niet in een Britse haven te zijn geweest, dat ze sedert 1805 niet meer in Engeland zijn geweest. Ze zijn toen wederrechtelijk opgebracht en na verloop van vier weken weer vrijgelaten. Sindsdien hebben ze de Engelse wal niet meer gezien en zich niet met handel of het overvaren van passagiers beziggehouden. Ze hebben zich in alle opzichten volgens de wet gedragen en zich alleen met het vangen van vis beziggehouden. Op 21 juli 1810 is niemand van de bemanning aan boord van het Britse vaartuig geweest. Deze verklaring werd waarschijnlijk afgelegd om zich in te dekken tegen verdere vervolging door de Franse douane (4).
Hij nam rum aan van Engelsen als betaling voor een partij tarbot en spiering. Op 12 juni 1812 had hij samen met Cornelis Langbroek contact op zee met de Engelsen. Hierover is hij uitgebreid verhoord. Er werd hem gevraagd waarom hij niet gevlucht is voor de Engelsen. Zijn verklaring was dat er geen wind was en dat het tij tegen zat.
Voor het transport van militairen en goederen met de  Paulina Helena voor het Franse leger ontving hij een bedrag van 26 gulden (4).


Simon en Aren Stapel in 1821 en 1822
De laatste berichten uit de lange loopbaan van de beide broers dateren uit 1821 en 1822.
De gaffelvisschuit van Simon Stapel werd in februari 1821 bijna overvaren door een hoeker. Het gevaar werd door het hulpgeroep van de wacht afgewend.







Het volgende bericht betreft Aren Stapel en is van 24 februari 1822, eveneens in het Flakkees maandblad.

In Scheveningen en Zwartewaal zijn door de stormen vissersschepen verloren gegaan. In Middelharnis heerste dankbaarheid over de behouden thuiskomst van de vloot. Jacob Bree die tijdens de storm op zee was is veilig teruggekeerd. Drie matrozen van de schuit van Aren Stapel zijn op miraculeuze wijze aan de dood ontsnapt

kunnen wij als een treffend bewijs van Goddelijke bewaring aanmerken dat bij stuurman Arend Stapel door eene stortzee drie matrozen werden overboord geslagen, doch gelukkig weder op de schuit werden geworpen. Terwijl de stuurman meende dat hij in een klap van al zijn volk was beroofd geworden, en hoezeer de visscherij door de sobere winsten in merkelijk verval is en zelfs een persoon het gebruik van een zijner voeten voor altoos moet missen, hebben wij toch stoffe van dankbaarheid dat niemand onzer is achter gebleven.


Simon Stapel is op 4 augustus 1826 overleden, 69 jaar oud. Beroep: stuurman
Aren Stapel is op 15 april 1829 overleden, 62 jaar oud. Beroep: stuurman



Genealogische gegevens van Pieter Koster, bewerkt voor Arjaentje


* Journaal Jan van Dueren mei-juli 1822 vermeldt Maarten Buurveld en Jan Smit. Verkoop de Jonge Arentje in Rotterdamsche courant 27 september 1823.

1
. Rechterlijk Archief Middelharnis. Inventarisnr. 18. klapper

2. J. Verseput. Van Visschershaven naar jachthaven, p.27. en National archives, HCA 32/699/238  
3.Brown, Mysteries of neutralization, 140,141 en meerdere pagina's. 
dossiers: 
HCA32/1623/4774 HCA32/1573/3946
4. E. H. Wind. Het Vredegerecht van Sommelsdijk en Napoleons continentaal stelsel (november 1806-april 1814) (Rockanje 1988) V-55, akte 87, 17 juni 1811
5.. Marco Kuiper. Verandering en verval, de visserij van Middelharnis in de Franse tijd. Leiden, 2009. 22,26.
6. Vermelding Aren Stapel: Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798