Posts tonen met het label Neutralisatie 1782. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Neutralisatie 1782. Alle posts tonen

donderdag 25 februari 2016

Hendrik Matze (1740-1821), Anna Matze (-1763) en Jannetje Buijtendijk(1751-1834)

Ouders
Hendrik Ariens Matze is een zoon van Arij Leenderts Masse en Lijsbeth Hendriks Don. Hij is op 17 januari 1740 in Middelharnis gedoopt. Arij Leenderts Matse was stuurman op de Melkmeijd.
Hendrik is op 15 november 1762 in Middelharnis getrouwd met Anna Arijsz Matse. Zij is korte tijd na het huwelijk overleden. Ze is op 18 mei 1763 in Middelharnis begraven.
Jannetje Lievens Buijtendijk is een dochter van Lieven Leendertsz Buijtendijk en Neeltje Joachims de Korte. Ze is op 7 februari 1751 in Stad aan 't Haringvliet gedoopt.

Huwelijk en kinderen
Hendrik is negen jaar na het overlijden van zijn eerste vrouw hertrouwd met Jannetje Buijtendijk op 22 mei 1772. Ze waren 32 en 21 jaar oud.
Op 22 mei 1773 werd Lieven gedoopt, op 15 september 1772 Arie, op 27 september 1778 de tweeling Gerrit en Neeltje. Tien jaar later, op 7 oktober 1787 werd de jongste zoon Leendert gedoopt.

Hendrik Matze, ventjager 
In 1782 was Hendik Arijsz Matze eigenaar en stuurman van de bezaanbunschuit Jonge Maria. Op 11 juli 1782 werd de schuit verkocht aan Abraham van Dongen uit Emden met als doel om de vishandel onder Pruisische vlag voort te zetten. De Jonge Maria had twee bemanningsleden. Op 24 januari 1783 kocht hij de ventjagersbezaanbunschuit de Jonge Anna.
Op 19 mei 1785 verkocht hij als eigenaar/stuurman zijn ventjagersbezaanbunschuit de Jonge Maria. Op 24 september 1790 verkocht hij 1/32  part in de bezaanschuit Jonge Anna

Schepen, horlogemaker en chirurgijn
Ten tijde van zijn overlijden op 14 september 1821 was Hendrik horlogemaker van beroep. Deze aanduiding staat ook vermeld in een stuk in het rechterlijk archief van 1805. Op dat moment was hij tevens schepen (3), evenals in 1798 (4).  De liste civique van 1811 vermeldt hem als chirurgijn.

Kinderen
Lieven trouwde in 1805 met Cornelia Troelja (Trouilla). Lieven was ten tijde van de inlijving bij Frankrijk in dienst van Marine. Hij is op 11 augustus 1812 in Den Helder overleden.
Arie trouwde in 1803 met Burgtje den Boer. Zijn kleindochter Burgje Matze (dochter van Hendrik Matze en Arendje Hoogmoed) trouwde met Leendert Boon. Leendert kwam om met de ramp van de Wisselvalligheid in 1867. Haar broer Hendrik Matze (1845-1867) was hoogstwaarschijnlijk ook aan boord van deze sloep. Zie bericht van 24 juni 2013.

Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje 



1. Rechterlijk archief Middelharnis, inv. nr. 17, klapper, vermelding van 1760 tot en met 1764, scheepstype niet vermeld.
2. idem, inv, nr, 17 folio 188v en klapper, inv.nr. 18, klapper
3. Op heden den 13 juli 1805 verscheen Hendrik Matze, 65 jaar, horlogemaker en thans ook comptoirmeester van den afslag op de visch, folio 79 verso
4. Op 17 maart 1798 verschenen voor Hendrik Matse en Hendrik Monté, schepenen van Middelharnis, Leendert Koudijzer, stuurman etc. RA Middelharnis inv. Nr 30, 17 maart 1798

dinsdag 16 februari 2016

Joost Boeter (1746-1807) en Marrigje Leeflang (1747-1813)

Ouders
Joost Pietersz Boeter is een zoon van Pieter Jansz Boeter en Trijntje Joosten Goudswaard. Hij is op 18 december 1746 in Middelharnis gedoopt.
Marrigje Cornelisse Leeflang is een dochter van Cornelis Maartensz Leeflang en Aletta Imans Bette. Ze is op 19 november 1747 in Middelharnis gedoopt.
Zie het bericht van 4 november 2014 over Maarten Leeflang, de broer van Marrigje. Hij was stuurman.

Huwelijk en kinderen
Joost en Marrigje trouwden op 21 april 1771 in Middelharnis, ze waren 24 en 23 jaar oud.
Op 29 september 1771 werd Pieter gedoopt, op 13 december 1772 Aletta, op 29 oktober 1775 Trijntje (zij is voor 1781 overleden) en op 19 oktober 1777 Cornelis. Op 7 januari 1781 werd opnieuw een dochter met de naam Trijntje gedoopt. Maria is op 21 september 1783 gedoopt en Willemtje op 26 juni 1785.

Huwelijken van de kinderen
Aletta trouwde in 1796 met Pieter Jansz van der Sloot, een broer van Cornelis van der Sloot (zie bericht van 2 januari 2016). 
Cornelis Boeter werd binnenschipper, hij trouwde met Johanna Kok en is in 1813 overleden.
Trijntje ging op 13 april 1804 in ondertrouw met Frans van de Roovaard, van beroep hoefsmid. Trijntje overleed op 15 mei 1804 zonder dat het huwelijk gesloten was.

Ventjager
Joost Boeter was ventjager. In 1782 ging hij met zijn ventjagersbezaanbunschuit de Jonge Cornelis (de schuit is waarschijnlijk naar zijn zoon Cornelis genoemd) onder Oostenrijkse vlag varen. Joost Boeter werd volgens een aantekening in de transportakte inwoner van Gent, maar zijn naam is niet in het poortersboek van Gent vermeld. Zie het bericht van 27 januari 2015.

In 1785 en 1790 staat hij vermeld als stuurman van de ventjagersschuit de Jonge Catharina en in 1791 voer hij op gaffelschuit de Jonge Jannetje van den Tol.
Hij was de compagnon van Cornelis Vermaas. Ze vervoerden en verhandelden paling en tarbot van de Zuiderzee en de rede van Texel naar Londen en naar Antwerpen.

Joost is overleden op donderdag 12 november 1807 in Middelharnis, 60 jaar oud, enkele maanden na zijn compagnon Cornelis Vermaas.De weduwe van Joost Boeter verkocht op 27 december 1809 een zestiende part in de gaffelschuit de Jonge Jannetje van den Tol, stuurman Thomas de Waard (1.)


Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje



1. Rechterlijk archief Middelharnis, inv. nr. 17,18,19 en 31.

maandag 30 november 2015

Vissen onder Oostenrijkse vlag, Middelharnis tijdens de Vierde Engelse oorlog (1780-1784)

In het zojuist verschenen najaarsummer van het Tijdschrift voor Zeegeschiedenis is een artikel geplaatst over de visserij van Middelharnis tijdens de roerige periode van de Vierde Engelse oorlog. De reders, boekhouders en stuurmannen vonden een creatieve oplossing om ondanks de oorlogsomstandigheden toch te kunnen vissen en te handelen in tarbot.

Samenvatting:
Middelharnis, een vissersdorp in het zuiden van Holland, had een belangrijke visafslag en was een grote leverancier van tarbot en paling voor de Engelse markt. Door de Vierde Engelse Oorlog kwam de visserij stil te liggen waardoor het dorp in de loop van 1781 tot grote armoede verviel. Om weer naar zee te kunnen werden de 32 visschuiten in 1782 aan onderdanen van de neutrale Oostenrijkse Nederlanden verkocht en werden de stuurlieden als poorter van de stad Gent ingeschreven. De visschuiten hielden Middelharnis als thuishaven. Diverse bronnen wijzen uit dat de schijnverkopen er inderdaad toe leidden dat er weer op zee gevist kon worden. Ook de tarbothandel op Londen kwam weer op gang. De reders van Middelharnis meenden hiertoe door de neutralisatie bevoegd te zijn, ook al was alle handel met Engeland streng verboden. Na de wapenstilstand tussen Frankrijk, Spanje en Engeland op 20 januari 1783 werden de schuiten direct teruggekocht door de oorspronkelijke eigenaren.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------

Een sleutelfiguur in de transacties was Gualtherus Kolff. Hij onderhield de contacten met het Haagse circuit en regelde de formaliteiten zoals het betalen van borgsommen met de Admiraliteit op de Maas. 


Portret van Gualtherus Kolff (1711-1789) uit 1751
schilder:
 Domenicus van der Smissen (1704-1760)
bron: Beeldbank RKD.


Eerder zijn op dit weblog de families van de betrokken stuurmannen beschreven. Voor een overzicht  van de families zie de tekst van 27 januari 2015


Titel:
Marlies Jongejan. 'Vissen onder Oostenrijkse vlag, Middelharnis tijdens de Vierde Engelse oorlog (1780-1784)' in: Tijdschrift voor Zeegeschiedenis 34(2015)2, 77-95


erratum p.80.  De ventjagers hadden daar [op de visafslag] een deposito waar de stuurlieden uit betaald kregen.
Dit moet zijn: de ventjagers kregen op basis van een vertrouwensrelatie krediet bij de visafslag. De stuurlieden kregen op vertoon van een bewijs van verkoop van de vis hun geld uitbetaald, na aftrek van het afslagrecht.


Link naar de volledige tekst van het artikel:

vrijdag 15 mei 2015

Simon Stapel (1757-1826) en Aren Stapel (1767-1829), stuurlieden op de gaffelschuiten van Middelharnis

De naam Stapel is nauw verbonden met de bloeitijd van de visserij met gaffelschuiten in Middelharnis in de tweede helft van de achttiende eeuw.
De twee laatste stuurlieden uit deze familie waren Simon en Aren. Zij waren ook in de nadagen van de gaffelschuiten, nog tot ongeveer 1825, actief als stuurman. 
Op de nieuwe sloepen die vanaf 1817 geleidelijk in de plaats kwamen van de gaffelschuitendeel voer een jongere generatie stuurlieden. 

Zie voor de gegevens over de ouders, Gerrit Stapel en Maatje Stapel, het bericht van 6 november 2014.

Simon Stapel, Maatje Abeele (1761-1787) en Huibertje van Heest (1770-1816)

Simon is op 7 november 1784 met Maatje Jans Abeele getrouwd, dochter van Jan Willemsz Abeele en Jannetje Pas. ze kregen in 1786 een dochter Maatje, gedoopt op 23 april 1787. Enkele maanden later overleed Maatje Abeele, ze is begraven op 9 augustus 1787.
Na het overlijden van zijn vrouw trouwde Simon in 1791 met Huibertje van Heest. Huibertje is een dochter van Dirk Michielsz van Heest en Leuntje Gerritsz Verhage. Ze kregen vijf kinderen: Leuntje in 1793, Gerrit in 1795 (overleden in 1813, 18 jaar oud), Kaatje in 1798, Jannetje in 1801 (overleden 1827, 26 jaar oud) en Dirk in 1806.

Maatje Stapel trouwde in 1807 met Aren Janse de Waard. Aren was in 1822 stuurman op een sloep. Zij kregen acht kinderen, waaronder Johannis de Waard die in 1863 op de Antwerpse sloep Josephine is omgekomen. Aren Janse de Waard is een broer van Leendert de Waard, stuurman van de sloep die in 1828 is vergaan. Hun broer Johannis was eveneens stuurman.
De oudste zoon van Maatje en Aren was Jan de Waard, geboren op 11 maart 1809. Zijn vrouw Suzanna Ruitenberg is op 28 december 1881 in Antwerpen overleden. Mogelijk zijn Jan en Suzanna naar Antwerpen geëmigreerd.

Aren Stapel en Adriaantje Smit (1773-1845)
Aren trouwde in 1795 met Adriaantje Smit, dochter van Leendert Smit en Lena Dubbeld.
Hun dochter Maatje, geboren in 1795, trouwde in 1815 met Maarten Buurveld. Maatje is in 1816 overleden. Maarten Buurveld is een zoon van Leendert Buurveld, de stuurman van de gaffelschuit die in 1813 is vergaan. Maarten werd eveneens stuurman op een gaffelschuit (vermelding in 1822).

Simon Stapel onder Oostenrijkse vlag in 1782
Simon is op 23-jarige leeftijd stuurman geworden. Van de groep stuurlieden die in 1782 onder Oostenrijkse vlag ging varen was hij met vijfentwintig jaar de jongste.

Simon en Aren Stapel onder Deense vlag in 1798
In 1798 voeren de schuiten van Simon en Aren Stapel, zoals alle gaffelschuiten van Middelharnis, onder Deense vlag (6).

De Jonge Maatje gekaapt in 1798
De gaffelschuit de Jonge Maetje staat in de transportakten van schepen op z'n vroegst vermeld op 28 oktober 1791. Lambertus Kolff verkocht op die datum 1/8 part. De naam van Simon Stapel als stuurman van deze schuit is op 12 juni 1796 en op 24 november 1797 vermeld (1). Op 14 april 1798 is de Jonge Maetje met als stuurman Simon Stapel op zijn reis met kooptarbot naar Engeland door een Engelse kaper genomen, prijs verklaard en verkocht. Adrianus Quirinus Kolff was in het bezit van 1/16 part (2).


Simon en Aren Stapel, stuurlieden in de Bataafs Franse tijd
Aren Stapel en Simon Stapel voeren in 1805 onder Pruisische vlag. Het schip van Simon was in 1805 de Paulina en Helena; Aren was stuurman van de Martha en Maria (ook al in 1799), de schuit waar voorheen zijn vader op voer. Beide schuiten zijn in september 1805 gekaapt. De kaping werd door de Prize Court onrechtmatig verklaard (3).
Simon Stapel van de Paulina Helena en tien bemanningsleden verklaarden, bijna een jaar na het voorval, voor de vrederechter van Sommelsdijk dat ze op 21 juli 1810 door een bewapende Engelse kotter voor Scheveningen zijn aangehouden. Enkele manschappen zijn in een sloep naar de gaffelschuit gekomen en hebben de vissers gedwongen om vis af te staan. In ruil daarvoor kregen ze een mand met gebruiksvoorwerpen zoals een dozijn kleine schotels, twee waterpotten, vier kleine glaasjes en enkele kwispeldoren. Bij thuiskomst op 27 juli 1810 zijn ze –allen tot op het hemd ontkleed - door de douane gevisiteerd. De verkregen voorwerpen hebben ze ingeleverd.  Ze verklaren de Engelse wal niet te hebben aangedaan en niet in een Britse haven te zijn geweest, dat ze sedert 1805 niet meer in Engeland zijn geweest. Ze zijn toen wederrechtelijk opgebracht en na verloop van vier weken weer vrijgelaten. Sindsdien hebben ze de Engelse wal niet meer gezien en zich niet met handel of het overvaren van passagiers beziggehouden. Ze hebben zich in alle opzichten volgens de wet gedragen en zich alleen met het vangen van vis beziggehouden. Op 21 juli 1810 is niemand van de bemanning aan boord van het Britse vaartuig geweest. Deze verklaring werd waarschijnlijk afgelegd om zich in te dekken tegen verdere vervolging door de Franse douane (4).
Hij nam rum aan van Engelsen als betaling voor een partij tarbot en spiering. Op 12 juni 1812 had hij samen met Cornelis Langbroek contact op zee met de Engelsen. Hierover is hij uitgebreid verhoord. Er werd hem gevraagd waarom hij niet gevlucht is voor de Engelsen. Zijn verklaring was dat er geen wind was en dat het tij tegen zat.
Voor het transport van militairen en goederen met de  Paulina Helena voor het Franse leger ontving hij een bedrag van 26 gulden (4).


Simon en Aren Stapel in 1821 en 1822
De laatste berichten uit de lange loopbaan van de beide broers dateren uit 1821 en 1822.
De gaffelvisschuit van Simon Stapel werd in februari 1821 bijna overvaren door een hoeker. Het gevaar werd door het hulpgeroep van de wacht afgewend.







Het volgende bericht betreft Aren Stapel en is van 24 februari 1822, eveneens in het Flakkees maandblad.

In Scheveningen en Zwartewaal zijn door de stormen vissersschepen verloren gegaan. In Middelharnis heerste dankbaarheid over de behouden thuiskomst van de vloot. Jacob Bree die tijdens de storm op zee was is veilig teruggekeerd. Drie matrozen van de schuit van Aren Stapel zijn op miraculeuze wijze aan de dood ontsnapt

kunnen wij als een treffend bewijs van Goddelijke bewaring aanmerken dat bij stuurman Arend Stapel door eene stortzee drie matrozen werden overboord geslagen, doch gelukkig weder op de schuit werden geworpen. Terwijl de stuurman meende dat hij in een klap van al zijn volk was beroofd geworden, en hoezeer de visscherij door de sobere winsten in merkelijk verval is en zelfs een persoon het gebruik van een zijner voeten voor altoos moet missen, hebben wij toch stoffe van dankbaarheid dat niemand onzer is achter gebleven.


Simon Stapel is op 4 augustus 1826 overleden, 69 jaar oud. Beroep: stuurman
Aren Stapel is op 15 april 1829 overleden, 62 jaar oud. Beroep: stuurman



Genealogische gegevens van Pieter Koster, bewerkt voor Arjaentje


* Journaal Jan van Dueren mei-juli 1822 vermeldt Maarten Buurveld en Jan Smit. Verkoop de Jonge Arentje in Rotterdamsche courant 27 september 1823.

1
. Rechterlijk Archief Middelharnis. Inventarisnr. 18. klapper

2. J. Verseput. Van Visschershaven naar jachthaven, p.27. en National archives, HCA 32/699/238  
3.Brown, Mysteries of neutralization, 140,141 en meerdere pagina's. 
dossiers: 
HCA32/1623/4774 HCA32/1573/3946
4. E. H. Wind. Het Vredegerecht van Sommelsdijk en Napoleons continentaal stelsel (november 1806-april 1814) (Rockanje 1988) V-55, akte 87, 17 juni 1811
5.. Marco Kuiper. Verandering en verval, de visserij van Middelharnis in de Franse tijd. Leiden, 2009. 22,26.
6. Vermelding Aren Stapel: Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798

dinsdag 27 januari 2015

Stuurmannen van de visschuiten van Middelharnis in 1782

In 1782 hadden dertig bezaanvisschuiten en gaffelvisschuiten de haven van Middelharnis als thuishaven. Naast de bezanen en de gaffelaars waren er ook de schuiten van de ventjagers, de ventjagersbezaanbunschuiten.

Door transacties van schepen en scheepsparten, waarvan de akten in het archief bewaard zijn (1), weten we hoe de vloot eruit zag in die jaren en wie de stuurmannen waren.

Op een deel van de namen kunt u doorklikken voor genealogische en historische informatie over de stuurmannen, de families en de schuiten. De gegevens worden zo mogelijk nog aangevuld.



Stuurlieden van bezaan- en gaffelschuiten
Cornelis Abeele (1715-1798)
Jan Abeele (1732-1806)
Joost Abeele (1755-1804)
Jacob van de Bogaart (1733-1803) 
Huijbert van Dalen (1736- )
Cornelis van Eck (1741-   )
Dirk van Heest (1744-    )
Jan Kanse (1738-1795)
Herman Koert (1746-1817)
Jan Kom (1746-1784)
Maarten Leeflang (1745-1810)
Gijsbert Muije (1730-1811)
Aren van den Nieuwendijk (1737-voor 1801)
Gerrit Onderdelinden (1743-1826)
Simon Pas
Adrianus van de Roovaart (1724-1799)

Michiel van de Roovaart (1753-1784)
Mattheus Smit (1752-1821)
Jacob Spaan (1745-1812)

Klaas Spaan (1738-1811)
Cornelis Stapel (1730-   )
Gerrit Stapel (1731-1801)
Simon Stapel (1757-1826)
Jan van den Tol
Bastiaan Visser (1723-1801)

Dirk Visser (1737-1803)
Thomas Visser (1737-1811)
Aren Wafelbakker (1753-  ) 
Corstiaan Wafelbakker (1755-1832)

Ventjagers

Joost Boeter (1746-1807)
Maarten Dupree (1735-1824) 
Pleunis Leeflang (1736-1781)
Hendrik Matse (1740-1821)
Cornelis Vermaas




1. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr 17.  

Zie ook:
Marlies Jongejan. Vissen onder Oostenrijkse vlag, Middelharnis tijdens de Vierde Engelse oorlog (1780-1784) in: Tijdschrift voor Zeegeschiedenis 34(2015)2, 77-95


zaterdag 17 januari 2015

Dirk Spaan (1711-1746) en Annetje Bijkerke (1715-1782)

Ouders
Dirk Cornelisze Spaan is een zoon van Cornelis Dirksz Spaan en Maria Jacobs van der Valk. Hij is op 28 juni 1711 in Middelharnis gedoopt.
Annetje Klaasdr Bijkerke is een dochter van Klaas Cornelisz Bijkerk en Lijsbeth Andriesse Lagendijk. Ze is op 3 februari 1715 in Middelharnis gedoopt.

Huwelijk en kinderen
Dirk en Annetje zijn op 2 april 1734 in Middelharnis getrouwd, ze waren 22 en 19 jaar oud. Op 22 januari 1736 is Maatje gedoopt. Klaas is op 10 januari 1738 gedoopt, Elisabeth op 6 juni 1740, Cornelis op 7 oktober 1742 en Jacob op 20 juni 1745.

Huwelijk van de kinderen
Klaas Spaan (1738-1811) is op 2 april 1766 getrouwd met Maria Vliegvis. Ze waren 28 en 21 jaar oud. Maria Vliegvis is een dochter van Hendrik Pietersz Vliegvis en Maria Jacobsdr Oosterling. Ze is gedoopt in Stad aan 't Haringvliet op 10 september 1745 en in Middelharnis overleden in 1805. Op 17 december 1766 is Dirk gedoopt, op 19 maart 1769 en op 7 augustus 1774 zijn er eveneens zoons met de naam Dirk gedoopt. Johannes is op 31 mei 1778 gedoopt en op 3 augustus 1783 is opnieuw een zoon met de naam Johannes gedoopt.
Elisabeth Spaan (1740-1767) is op 28 december 1759 getrouwd met Jacob Jansz Rijcke (1739-1770). Ze waren 19 en 22 jaar oud. Elisabeth en Jacob zijn allebei jong overleden. Ze hadden drie kinderen Cornelia, geboren in 1760, Annetje uit 1762 en Jannetje uit 1763.
Jacob Spaan (1745-1812) is op 9 mei 1784 gehuwd met Arentje Pleunisse Koudijzer (1763-1786). Ze waren 38 en 20 jaar oud. Arentje is een dochter van Pleunis Leenderts Koudijzer en Elisabeth Vermeulen (van der Meulen). Jacob trouwde in 1795 voor de tweede keer, nu met Trijntje Arijse van der Staal, geboren in 1775. Ze waren 50 en 20 jaar oud. 

Klaas Spaan en Jacob Spaan stuurmannen in Middelharnis in 1782
De bezaanvisschuit Jonge Huijbertje uit Middelharnis had als stuurman Klaas Spaan en als boekhouder Leendert van den Tol.Jacob Spaan was stuurman van de bezaanvisschuit De Jonge Dirk van dezelfde boekhouder.
De schuiten zijn op 22 februari 1782 verkocht aan de Compagnie Van der Jagt en Van der Gronden uit Oostende. Klaas Spaan en Jacob Spaan zijn op 25 februari 1782 ingeschreven als poorter van Gent. Beide formaliteiten waren nodig om onder neutrale Zuid-Nederlandse vlag te kunnen varen tijdens de Vierde Engelse Oorlog (1).

  
De erfenis van Annetje Bijkerke
Dirk Spaan was 35 jaar bij zijn overlijden op 10 september 1746. Annetje is 67 jaar geworden, ze overleed 26 november 1782 in Middelharnis. De erfgenamen waren Jacob, Klaas, Cornelis en de drie kinderen van Elisabeth. De kinderen werden vertegenwoordigd door armmeester Dirk van der Slik
dat bij Geregtelijke Inventarisatie van den boedel en goederen, bij voorn: Annetje Claesz: Bijkerke, wedue Spaen, ontruimd en nagelaeten dezelve was bevonden met meerdere Schulden en lasten bezwaerd te zijn, dan de effecten en baeten van die quamen te beloopen; Ende verklaerende daeromme de Compten, zoo in privé als voorz: qualiteit, en dus voor zoo veel hun aengaet, den voorsz: boedel en nalatenschap van de wedue Dirk Spaen te refudiceeren en abandonneeren bij deezen
Cornelis en Jacob hebben de erfenis en dus ook de schulden aanvaard. Dirk van der Slik en Klaas Spaan hebben de erfenis verworpen (2).

Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje

1.  Poorters en buitenpoorters van Gent 1477-1492, 1542-1796. Gent, Stadsarchief, 1986. 269-270.  Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr 17.
2. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr 29, 3 februari 1783.

N.B. Cornelia Rijcke trouwde met  Dirk Hilleman, Annetje in 1785 met  Jacob Jansz van der Meulen, Jannetje in in 1787 met Adrianus Arijse van der Staal. Arij van der Staal (1788-1866) is een zoon van Jannetje.
Haar oom Jacob werd tevens haar zwager.

woensdag 3 december 2014

Maarten Dupree (1735-1824) , Anna Abeele (1738-1774), TrijntjeLagendijk (1735-1785) en Maria Buurman (1750-1815)

Ouders 
Maarten Marinusse Dupree is een zoon van Marinus Daniëls Dupree en Maria Maartens Slootmaker. Hij is gedoopt op 27 januari 1735 in Middelharnis.
Anna Cornelisse Abeele is een dochter van Cornelis Pietersz Abeele en Magdalena Joostens Masteluijn. De vader van Anna was stuurman (zie bericht van 3 novemer 2014). Anna is op 7 december 1738 gedoopt.
Trijntje Ariensdr Lagendijk is op 20 november 1735 in Middelharnis gedoopt.
Maria Buurman is op 9 augustus 1750 gedoopt.

Huwelijken en kinderen
Anna Abeele is op 12 maart 1771 overleden, begraven. Ze was 32 jaar oud. Uit het huwelijk zijn geen kinderen bekend.

Maarten was 36 jaar toen hij op 29 december 1771 trouwde met Trijntje (Teuntje) Lagendijk. Zij was de weduwe van Huijbregt Schep en eerder weduwe van Boudewijn Pickaart.  Op 16 september 1772 is Marinus Dupree gedoopt, op 29 mei 1774 Arij Dupree en op 30 juni 1776 Jeroen. Trijntje Lagendijk is op 20 mei 1785 begraven, ze was vijftig jaar oud. 

Maarten is op zijn vijftigste jaar op 30 november 1785 hertrouwd met Maria Wouters Buurman, 35 jaar oud. Uit dit huwelijk werd een dochter Maria (1789-1818)  geboren. Zij is op 18 oktober 1789 gedoopt. Hun tweede dochter heette Johanna, zij is op 6 juni 1792 gedoopt.

Stuurman van de gaffelschuit de Prins van Orangien
Voordat hij ventjager werd was Maarten stuurman op een gaffelschuit. Zijn opvolger was Jan Bouwensz Kom. De schuit is in 1784 vergaan. Zie bericht van 8 augustus 2014.

Ventjager op de Twee Gebroeders in 1782
De ventjagersbezaanbunschuit Twee Gebroeders uit Middelharnis had als stuurman Maarten Dupree.
De schuit is onder neutrale Zuid-Nederlandse vlag gaan varen tijdens de Vierde Engelse Oorlog. Op 11 april 1782 is hiervoor een borg betaald (1).

Maarten Dupree in de Bataafs Franse tijd
Op 7 augustus 1804 ondertekende Maarten een brief vanuit Londen met het verzoek aan de reder Leendert van den Tol om geld over te maken. Waarschijnlijk bevond hij zich daar omdat hij zich op een gekaapte gaffelschuit bevond.(2) Zijn neef en stiefschoonzoon Marinus Haverstadt  (zie bericht van 6 januari 2016) was ook in Londen.
Daarna begon hij een handeltje in wanten. Op 31 oktober 1810 verklaarde het gemeentebestuur dat Maarten Dupree allerlei soorten Friese wanten verkocht en dat die wanten uitsluitend van inlandse wol gemaakt waren. (3) Het certificaat werd afgegeven om te voorkomen dat Maarten beschuldigd zou worden van verkoop van uit Engeland geïmporteerde waar.

Arij Dupree, stuurman op de gaffelschuit Trijntje en Neeltje in 1821
Zoon Arij werd stuurman op een gaffelschuit. De schuit ging in 1821 verloren. Zie bericht van 31 augustus 2014.


Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje


1.  Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr 29, 43 
2. idem, inv. nr. 45, 25 augustus 1804.
3. idem, inv. nr. 31, 31 oktober 1810.

Dirk van Heest (1744-1807) en Leuntje Verhage (1745-1792)

Ouders
Dirk Michielsz van Heest is een zoon van Michiel Woutersz van Heest en Maria Dirks Mente. Dirk is gedoopt op 21 april 1744 in Middelharnis.
Leuntje Gerrits Verhage is een dochter van Gerrit Adriaansz Verhage en Huibertje Joosten Pas. Ze is op 24 oktober 1745 in Middelharnis gedoopt.

Huwelijk en kinderen
Dirk en Leuntje zijn op 27 april 1766 getrouwd in Middelharnis. Ze waren 22 en 20 jaar oud.. Op 17 augustus 1767 is Machiel gedoopt, op 1 november 1769 Gerrit. Gerrit is voor 1775 overleden. Op 23 december 1770 is Huibertje gedoopt, op 13 augustus 1775 Gerrit en op 22 november 1778 Wouter. Op 24 februari 1782 is Joost gedoopt, hij is voor 1791 overleden want op 22 mei 1791 is weer een zoon met de naam Joost gedoopt.
Wouter, Gerrit en Machiel waren in 1811 visser.

Huwelijk van de kinderen
Huibertje van Heest (1770-1816) is op 1 mei 1791 getrouwd met Simon Gerritsz Stapel (1757-1826), weduwnaar van Maatje Jans Abeele. Over de ouders van Simon zie het bericht van 6 november 2014.
Gerrit van Heest (1775-1834) trouwde met Neeltje van Oostende (1778-1849).

Dirk van Heest, stuurman van De Liefde in 1782
De gaffelvisschuit De Liefde uit Middelharnis had als stuurman Dirk van Heest en als boekhouder Leendert van den Tol
De schuit is op 22 februari 1782 verkocht aan de Compagnie Van der Jagt en Van der Gronden uit Oostende. Dirk van Heest is op 25 februari 1782 ingeschreven als poorter van Gent. Beide formaliteiten waren nodig om onder neutrale Zuid-Nederlandse vlag te kunnen varen tijdens de Vierde Engelse Oorlog (1).

Machiel van Heest (1767-1829), stuurman onder Deense vlag in 1798
Machiel van Heest was een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die in 1798 onder Deense vlag voer. Ook zijn vader Dirk komt op deze lijst voor (3).

Onder Pruisische vlag en toch gekaapt
Machiel van Heest kreeg op 21 januari 1804 een paspoort om naar Oost-Friesland te reizen met het oog op het verkrijgen van neutrale papieren voor een gaffelschuit (2). Hij was stuurman van de Vrouw Elisabeth van den Tol. Zie bericht van 10 januari 2016.
Het schip is op 23 juni 1804 door de Engelsen gekaapt en enkele maanden later weer vrijgegeven (4). 

In 1810 is deze schuit door de Engelsen in de grond gehakt vlak voor de Maas. Wie er toen stuurman was is niet bekend (5).


Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje


1.  Poorters en buitenpoorters van Gent 1477-1492, 1542-1796. Gent, Stadsarchief, 1986. 269-270.  Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr 17.
2.Rechterlijk Archief Middelharnis, inventarisnummer 31, 21 januari 1804. Met signalement
3. Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798

4. HCA/32/1553/3723  
5. Register A.Q. Kolff


vrijdag 21 november 2014

Cornelis van Eck (1741- )

Ouders
Cornelis Jacobsz van Eck is een zoon van Jacob Flore van Eck en Lena Cornelis Kattestaart. Hij is gedoopt op 25 juni 1741 in Middelharnis.

Cornelis is waarschijnlijk ongehuwd gebleven.

Krelis van Eck, stuurman van de  Leendert en Margrieta in 1782
De bezaanvisschuit Leendert en Margrieta uit Middelharnis had als stuurman Krelis (Cornelis)  van Eck en als boekhouder Jacob Visser.
De schuit is op 22 februari 1782 verkocht aan de Compagnie Van der Jagt en Van der Gronden uit Oostende. Cornelis van Eck (Krelis van Ech) is op 25 februari 1782 ingeschreven als poorter van Gent. Beide formaliteiten waren nodig om onder neutrale Zuid-Nederlandse vlag te kunnen varen tijdens de Vierde Engelse Oorlog (1).



Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje.

1.  Poorters en buitenpoorters van Gent 1477-1492, 1542-1796. Gent, Stadsarchief, 1986. 269-270.  Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr 17.

maandag 17 november 2014

Corstiaan Wafelbakker (1755-1832) en Lena Blok (1756-1826)

Ouders
Corstiaan Marinusse Wafelbakker is een zoon van Marinus Arens Wafelbakker en Anna Corstiaans Vinck. Hij is gedoopt op 6 april 1755 in Middelharnis. Aren Wafelbakker (geboren 1753) was een broer van Corstiaan, hij was ook stuurman. Aren was gehuwd met Maatje van de Rovaart, dochter van ventjager Hendrik van de Rovaart.
Lena Jobse Blok is een dochter van Job Arens Blok en Neeltje Leenderts Verhoven. Ze is op 26 september 1756 gedoopt in Middelharnis.

Huwelijk en kinderen
Corstiaan en Lena zijn getrouwd op 1 juli 1778, ze waren 23 en 21 jaar oud, Op 31 januari 1779 is Marinus gedoopt, hij is kort na de geboorte overleden. Op 5 november 1780 is weer een zoon met de naam Marinus gedoopt. Anna is op 18 september 1785 gedoopt, ook zij is jong overleden, want op 18 mei 1788 is weer een dochter met de naam Anna gedoopt. Job Wafelbakker is op 17 juli 1791 gedoopt. Neeltje is op 9 juli 1796 gedoopt en jong overleden. Op 9 januari 1800 is nog een dochter met de naam Neeltje geboren.

Corstiaan Wafelbakker, stuurman van De Gans in 1782
De gaffelvisschuit De Gans uit Middelharnis had als stuurman Corstiaan Wafelbakker en als boekhouder Jacob Alebeek.
De schuit is op 22 februari 1782 verkocht aan de Compagnie Van der Jagt en Van der Gronden uit Oostende. Corstiaan Wafelbakker is op 25 februari 1782 ingeschreven als poorter van Gent. Beide formaliteiten waren nodig om onder neutrale Zuid-Nederlandse vlag te kunnen varen tijdens de Vierde Engelse Oorlog (1).


Aren Wafelbakker, stuurman van het Welvaren van Brugge in 1782
In 1782 lag nog een gaffelschuit op stapel op de werf in Sommelsdijk. Deze schuit werd verkocht op 16 oktober 1782. De naam van de schuit was Het Welvaren van Brugge, boekhouder Leendert van den Tol, stuurman Aren Wafelbakker. De koper was Jacobus Gijsbertus van der Gronden. Hij had inmiddels domicilie in Brugge gekozen, vandaar de toepasselijke scheepsnaam.(2)


Aren Wafelbakker, stuurman onder Deense vlag
Aren Wafelbakker was in 1798 een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die onder Deense vlag voer (5).

Diefstal op de schuit van Corstiaan Wafelbakker in 1791
In de nacht van 23 op 24 maart 1791 heeft de twintigjarige matroos Marinus Maartense Vlasblom ingebroken op de visschuit van Corstiaan Wafelbakker die in de haven lag. In het vooronder haalde hij uit de broekzak van Mattheus Jansz Koote een zakje met geld. Mattheus lag met het andere scheepsvolk te slapen. Een van de vissers schrok wakker en riep dat er een dief in de boot zat. Marinus Vlasblom bekende en gaf het geld terug dat hij had willen gebruiken om naar de herberg te gaan. Tijdens het verhoor bekende hij ook nog de diefstal van een zilveren horloge bij een koffie- en theehuis in Sommelsdijk. Marinus moest met stenen en geselroeden door de straten lopen en veertien dagen op water en brood in de gijzelkamer doorbrengen (3).

Corstiaan Wafelbakker, stuurman van een damschuit
Corstiaan stapte over van de visserij naar de binnenvaart, waarschijnlijk daartoe gedwongen door de moeilijkheden die de visserij in de Franse tijd ondervond.Op 19 september 1801 verkocht hij als stuurman en eigenaar de damschuit Job en Anna. Op 18 november 1809 verkocht hij als stuurman en eigenaar de damschuit (4) Jonge Neeltje aan zijn zoon. De namen van de drie kinderen vinden we in de scheepsnamen terug.

Job Wafelbakker (1791-1868)
De zoon van Corstiaan en Lena werd al vroeg schipper. Ten tijde van zijn huwelijk op 9 september 1812 met Neeltje de Reus uit Oud-Beijerland (ze waren jong, 21 en 19 jaar oud), was hij 'batelier', dat wil zeggen veerman of binnenschipper. In 1809, op zijn achttiende jaar, was Job Wafelbakker de schipper van een poonschip, een scheepstype dat als vrachtschip of beurtschip in gebruik was. In de Koninklijke Courant van 11 december 1809 de vermelding dat het schip te koop is. Het is verbeurd verklaard omdat er smokkelwaar is aangetroffen. Job werd vervolgens schipper/eigenaar van de damschuit van zijn vader.


Koninklijke Courant, 11 december 1809





Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje



1.  Poorters en buitenpoorters van Gent 1477-1492, 1542-1796. Gent, Stadsarchief, 1986. 269-270
2. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr 17. RA 29,24 september 1784.
3, Jan Both.Criminaliteit en rechtspraak in de hoge heerlijkheid Middelharnis 1621 - 1811. Middelharnis 2001
Deels verschenen als feuilleton in Eilanden-nieuws september 2000 - maart 2001. (link verwijst naar PDF op de website van de Streekarchief Goeree-Overflakkee). 
4.Naam voor schepen die in hun afmetingen beperkt werden door de aanwezigheid van een bepaalde sluis in het gebruikelijke vaargebied van deze schepen
5.Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798

vrijdag 14 november 2014

Mattheus Smit (1752-1821) en Anna Abeele (1755-1834)

Ouders
Mattheus Jacobsz Smit is een zoon van Jacob Hendriksz Smit en Lena Arens Witvliet. Hij is gedoopt op 25 oktober 1752 in Middelharnis.
Anna Jans Abeele is een dochter van Jan Willemsz Abeele en Jannetje Pas.Haar vader was ook stuurman. Zie over haar ouders het bericht van 4 november 2014. Anna is gedoopt op 9 november 1755 in Middelharnis.

Huwelijk en kinderen
Het huwelijk van Mattheus en Anna was op 18 maart 1777. Ze waren 24 en 21 jaar oud. Op 8 maart 1777 is Lena gedoopt, op 22 mei 1785 Jannetje en op 14 september 1796 Jan.

Mattheus Smit, stuurman van de Sint Michiel in 1782
De bezaanvisschuit Sint Michiel uit Middelharnis had als stuurman Mattheus Smit en als boekhouder Lambertus Kolff.
De schuit is op 22 februari 1782 verkocht aan de Compagnie Van der Jagt en Van der Gronden uit Oostende. Mattheus Smit is op 25 februari 1782 ingeschreven als poorter van Gent onder de naam Mattheus Hendriks. Beide formaliteiten waren nodig om onder neutrale Zuid-Nederlandse vlag te kunnen varen tijdens de Vierde Engelse Oorlog (1).


Jan Smit (1796-1864), Adriaantje de Bruin en Annetje Witvliet.
Jan, zoon van Mattheus, was in 1835 havenmeester van beroep. Hij trouwde met Adriaantje de Bruin die jong overleed. Zijn tweede huwelijk was in 1835 met Annetje Witvliet, de weduwe van Arend van den Nieuwendijk. Arend is in 1828 omgekomen met de scheepsramp van de Catharina Elisabeth. Zie bericht van 6 januari 2014.

Onder Deense vlag
In 1798 was Mattheus Smit een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die onder Deense vlag voer (4).

Onder Pruisische vlag en toch gekaapt
In januari 1804 ging Mattheus Smit onder Pruisische vlag varen. Hij kreeg een paspoort om naar Emden te reizen (2). Op 23 juni 1804 werd de gaffelschuit Jonge Maria, stuurman Mattheus Smit, door de Engelsen gekaapt. Het schip is prijs verklaard en geveild (5).

Cornelis Smit (1760-1843).
Cornelis Jacobs Smit was een jongere broer van Mattheus.Ook hij werd stuurman. Cornelis is op 25 februari 1784 getrouwd met stuurmansdochter Lijntje Thomas Visser.
Op 23 februari 1805 legden  de stuurlieden Tomas Bastiaansz Visser, Simon Stapel, Cornelis Smit en Aren van der Waal, allen stuurlieden van zogenaamde ‘Schokkers-visschuiten’ (?) vaarende van deeze plaats een verklaring af.(3). 

Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje



1. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr 17.  Poorters en buitenpoorters van Gent 1477-1492, 1542-1796. Gent, Stadsarchief, 1986. 269-270
2. Rechterlijk Archief Middelharnis, inventarisnummer 31, 21 januari 1804. Met signalement
3.idem, 23 februari 1805 en inv. nr. 45.
4.Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798
5. HCA/32/1513/3136

woensdag 12 november 2014

Jacob van den Bogaart (1733-1803) , Jannetje Stierman (1736-1758) en Lena Boshof

Ouders
Jacob Jacobsz van den Bogaart (ook wel Bogaerdt, Bogert en varianten) is een zoon van Jacob Jacobsz Bogaart en Lijsbeth Leendertse van Heest. Jacob is op 8 maart 1733 in Middelharnis gedoopt. Jacob was een broer van Arend van de Bogaart (1737-1778) die in december 1778 omgekomen is toen zijn schuit vergaan is (zie bericht van 13 februari 2014). Tegen zijn broer Leendert, geboren in 1727, werd in 1797 een proces gevoerd (1).

Jannetje Lievense Stierman is op 19 augustus 1736 in Middelharnis gedoopt. Dochter van Lieven Arensz Stierman en Maatje Pieters Hoogesin. 


Huwelijk en kinderen
Jacob en Maatje zijn op 11 januari 1755 in Middelharnis getrouwd, ze waren 21 en 18 jaar oud. Jannetje is op 22-jarige leeftijd overleden, vermoedelijk bij de geboorte van Jacob. Ze is begraven op 29 oktober 1758. Zoon Jacob is op 10 maart 1759 gedoopt (2).
Jacob is op 16 maart 1761 hertrouwd met Lena Boshof, geboren in Sommelsdijk. Jacob was toen 28. Op 12 januari 1762 is Martijntje gedoopt (3) op 28 augustus 1763 Pieter, op 29 maart 1767 Leendert en op 4 februari 1773 Elisabeth.

Jacob van den Bogaert, stuurman van de Jonge Anna in 1782
Jacob was stuurman van de bezaanvisschuit  De Jonge Anna, boekhouder Leendert van den Tol.
De schuit is op 22 februari 1782 verkocht aan de Compagnie Van der Jagt en Van der Gronden uit Oostende. Jacob Vandenbogaert is op 25 februari 1782 ingeschreven als poorter van Gent (4). Beide formaliteiten waren nodig om onder neutrale Zuid-Nederlandse vlag te kunnen varen tijdens de Vierde Engelse Oorlog

Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje

1. Jan Both. Criminaliteit en rechtspraak in de hoge heerlijkheid Middelharnis 1621 - 1811. Middelharnis 2001
Deels verschenen als feuilleton in Eilanden-nieuws september 2000 - maart 2001. (link verwijst naar PDF op de website van de Streekarchief Goeree-Overflakkee). Het betrof onzedelijke handelingen jegens een meisje van dertien jaar.
2. Een zoon van Jacob was Jan van den Bogaard. Hij is in 1828 verdronken toen de boot van stuurman Jan van de Roovaard omsloeg. Zie bericht van 5 juli 2014
3. Martijntje trouwde met timmerman Jan Quirinius Oschman. Zie bericht van 5 december 2013. Oschman is in 1812 in de gevangenis in Ütrecht overleden. Martijntje is op 11 mei 1815 hertrouwd met Marinus Trommel.
4. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr 17.  Poorters en buitenpoorters van Gent 1477-1492, 1542-1796. Gent, Stadsarchief, 1986. 269-270

donderdag 6 november 2014

Gerrit Stapel (1731-1801) en Maatje Stapel (1733- )

Ouders
Gerrit Jacobsz Stapel is een zoon van Jacob Tijse Stapel en Jannetje Gerrits Pijl. Hij is op 25 februari 1731 in Middelharnis gedoopt.
Maatje Simons Stapel is een dochter van Simon Ariens Stapel en Maria Bestmanse Kattestaart. Ze is op 15 januari 1733 in Middelharnis gedoopt.
Haar broer Cornelis Simonszn Stapel is gedoopt op 23 januari 1730. Hij was stuurman.

Huwelijk en kinderen
Gerrit en Maatje zijn op 21 februari 1754 in Middelharnis getrouwd, ze waren 22 en 21 jaar oud, Op 20 oktober 1754 werd Jacob gedoopt, op 15 januari 1757 Simon, op 21 oktober 1759 Mattheus, op 18 juli 1762 Arie, op 9 september 1764 Jannetje, op 19 april 1767 Arent en op 23 december 1770 Maria.
Van Jacob, Mattheus en Arie is geen overlijdensdatum bekend, zij zijn vermoedelijk jong overleden.

Huwelijk van de kinderen
Simon is op 7 november 1784 met Maatje Jans Abeele getrouwd. Haar vader was stuurman (zie het bericht van 4 november 2014). Maatje is op 9 augustus 1787 begraven. Simon is in 1791 met Huibertje van Heest getrouwd, dochter van Dirk van Heest, ook een stuurman.
Jannetje trouwde in 1787 met Bastiaan Cornelisz Langbroek, een zoon van Cornelis Gleijnse Langbroek die in 1762 verdronken is toen zijn schuit is vergaan (zie bericht van 15 januari 2014).
Maria trouwde in 1791 met Arij Pietersz Jongejan (bericht van 31 juli 2013).
Arent trouwde in 1795 met Adriaantje Smit, dochter van Leendert Smit en Lena Dubbeld.

Cornelis, Gerrit en Simon Stapel, stuurlieden in 1782
Cornelis Stapel, de broer van Maatje, zwager van Gerrit, was stuurman op bezaanvisschuit Jonge Maria, boekhouder Jacob Visser,
Gerrit Stapel was stuurman van de gaffelvisschuit De Jonge Jan, boekhouder Gerrit Jonker. Jonker was schepen in Sommelsdijk.
Simon Stapel was stuurman van de bezaanvisschuit Jonge Anthonija, boekhouder Jacob Alebeek.
De drie schuiten zijn op 22 februari 1782 verkocht aan de Compagnie Van der Jagt en Van der Gronden uit Oostende. Gerrit (Gerard) en Simon Stapel zijn op 25 februari 1782 ingeschreven als poorter van Gent. Beide formaliteiten waren nodig om onder neutrale Zuid-Nederlandse vlag te kunnen varen tijdens de Vierde Engelse Oorlog (1). 
Simon Stapel was met 25 jaar de jongste van de groep van 26 stuurlieden die zich in Gent lieten inschrijven.

Gerrit Stapel in Londen in 1787
Om de belangen van de tarbotvissers van Middelharnis in Londen te bepleiten werd gebruik gemaakt van de diensten van twee Engelse kooplieden genaamd Edgley en Peirce. Zij declareerden hun onkosten bij Lambertus Kolff. Het geld dat ze tegoed hadden werd betaald uit de opbrengst een lading tarbot die Gerrit Stapel in Londen op de markt bracht. Hij betaalde de kooplieden op 27 juli 1787. Edgley schreef vervolgens een briefje waarin hij stelt dat "Harry Staple" 36 pond, drie schellingen en zes penningen betaald moet krijgen (2)
In 1789 was Gerrit stuurman van de Martha en Maria (3) Op deze schuit was Arent in 1799 stuurman (3).


Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje


1. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr 17.  Poorters en buitenpoorters van Gent 1477-1492, 1542-1796. Gent, Stadsarchief, 1986. 269-270
2. Marco Kuiper. Vissers en ventjagers, 57.
3. 1789: Boedelscheiding Jacobus Nipius die 1/32 part in deze schuit had. 1799: Boedelscheiding Cornelis Pietersz Abeele die 1/32 portie in deze schuit had. Bron: Weeskamer.



dinsdag 4 november 2014

Maarten Leeflang (1745-1810), Willemtje Abeele (1751- ) en Willemtje Missel (1768-1832)

Ouders
Maarten Cornelisz Leeflang is een zoon van Cornelis Maartensz Leeflang en Aletta Imansdr Bette. Cornelis Maartensz komt uit een agrarische omgeving, hij is in 1706 in Zevenhuizen geboren en trouwde in 1731 in Dirksland met de aldaar geboren Aletta Bette.
De oudste broer van Maarten heette Pleunis (1736-1784). Pleunis was gehuwd met Neeltje Janse Kok en in 1778 stuurman van de ventjagersbezaanbunschuit De Jonge Catharina. Zus Marijtje (1739- ) trouwde met een visser: Laurens Samuelsz Kalle (1735-1819). Zus Jannetje (1743-1813) trouwde in 1766 met Pieter Maartensz Abeele (1745-  ). Margje (1757-1813) trouwde in 1771 met Joost Pietersz Boeter, stuurman van de ventjagersbezaanbunschuit De Jonge Cornelis.
Maarten Leeflang is op 10 juli 1745 in Middelharnis gedoopt.

Willemtje Leendertsz Abeele is een dochter van Leendert Leendertsz Abeele en Annetje (Antje) Wessels Kortbeek (Kortbeck). Willemtje is op 22 augustus 1751 in Middelharnis gedoopt, 
Annetje Wesseldr Kortbeek is een dochter van Wessel Kortbeeck (geboren in Gendringen) en Fijken Wensinck (geboren in Dixperloo).

Huwelijk en kinderen
Op 4 april 1773 trouwde Maarten met Willemtje Abeele. Ze waren 27 en 21 jaar oud. Op 20 maart 1774 is Aletta gedoopt, op 17 september 1775 Annetje en op 2 februari 1780 Cornelis. Willemtje is overleden tussen 1780 en 1791.
Op 12 juni 1791 is Maarten met Willemtje Pieterse Missel getrouwd, een dochter van Pieter Jillisse Missel en Arendje Willems van Heest. Ze waren 45 en 22 jaar oud ten tijde van het huwelijk. Willemtje is gedoopt op 23 september 1768. Maarten Leeflang en Willemtje Missel kregen een dochter met de naam Arentje, gedoopt 6 januari 1798. Arentje was 21 jaar toen ze in 1819 overleed.


Maarten Leeflang, stuurman van De Voogel in 1782
Maarten was stuurman van de gaffelvisschuit de Voogel, boekhouder Leendert van den Tol.
De schuit is op 22 februari 1782 verkocht aan de Compagnie Van der Jagt en Van der Gronden uit Oostende. Maarten Leeflang is op 25 februari 1782 ingeschreven als poorter van Gent. Beide formaliteiten waren nodig om onder neutrale Zuid-Nederlandse vlag te kunnen varen tijdens de Vierde Engelse Oorlog (1). 

Onder Papenburgse vlag in 1804
In 1804 ging Maarten Leeflang net als de andere stuurlieden uit Middelharnis onder neutrale vlag varen. Ondanks de Papenburgse vlag werd de gaffelschuit van Maarten Leeflang, de Jonge Arentje, in juni 1804 door een Engels fregat gekaapt. De schuit is vrijgegeven nadat de Prize Court  had geoordeeld dat de kaping onrechtmatig was (2).

Overlijden van Maarten Leeflang
In 1810, het overlijdensjaar van Maarten, is een aantal scheepsparten verhandeld waaruit blijkt dat de laatste schuit waar hij op voer de Jonge Arentje was (zie lijst bij bericht van 25 maart 2014). Deze gaffelvisschuit is genoemd naar zijn dochter die in 1798 geboren is.

Huwelijk van Aletta Leeflang
Aletta trouwde in 1794 met Leendert Buurveld. Leendert is in 1813 bij een scheepsramp omgekomen evenals vermoedelijk hun zoon Chieljam. Willem Buurveld, een zoon van Leendert en Aletta, verdronk in 1828. Zie bericht van 16 januari 2014.

Willemtje Missel hertrouwd
Na het overlijden van Maarten op 16 augustus 1810 is Willemtje in 1821 hertrouwd met Jan Cornelisz Buurveld (1769-1843).



Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem en van Cor Koene, bewerkt voor Arjaentje


1. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr 17.  Poorters en buitenpoorters van Gent 1477-1492, 1542-1796. Gent, Stadsarchief, 1986. 269-270
2. National Archives. High Court of Admiralty. HCA32/1513/3133