Posts tonen met het label Neutralisatie 1804. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Neutralisatie 1804. Alle posts tonen

maandag 6 februari 2017

Willem van der Meulen (1757-1833) en Kaatje Kanse (1760-1830)

Ouders
Willem Pietersz van der Meulen (Vermeule(n), Van der Moole en andere varianten) is een zoon van Pieter Jansz Vermeulen en Cornelia Rooij. Hij is gedoopt op 27 mei 1757 in Middelharnis. Zijn vader is in 1717 in Dirksland geboren, zijn moeder is een dochter van stuurman Willem Rooij.
Kaatje (Catharina) Jans Kanse is een dochter van Jan Jacobs Kanse en Josina Klaase Buth. Zij is gedoopt op 3 februari 1760 in Middelharnis. 

Huwelijk en kinderen
Willem en Kaatje trouwden op 26 november 1783 in Middelharnis, ze waren 26 en 23 jaar oud. Ruim tien jaar later, op 9 november 1794  is Cornelia gedoopt in Middelharnis. Jan is geboren op zaterdag 23 februari 1799 in Middelharnis. 

Stuurman Willem Vermeule
Willem Vermeule (Van der Moole) heeft op 24 april 1795 de eed als stuurman afgelegd. In 1806 en in 1809 legde hij opnieuw de eed af. Op 23 oktober 1795 kocht hij 1/16 part in de gaffelschuit Jonge Cornelia (2). 
In 1798 ging hij onder Deense vlag varen en in 1804 onder Pruisische vlag (zie berichten van 10 januari en 20 juni 2016 op dit weblog).
In het boek van John Brown uit 1805 komt Vermeule waarschijnlijk voor als V.D.M. (1). 

In 1810 was Willem stuurman van de gaffelschuit Jonge Neeltje (2).



Genealogische gegevens van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje

Bronnen:
1. John Brown, The mysteries of neutralization, 141
2. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nrs. 18,19




zondag 5 februari 2017

Jacob Koning (1756-1829) en Maria van Heest (1760 -1829)

Ouders
Jacob Koning is een zoon van Jan Cornelisse Koning en Lijntje Jacobs Stapel Hij is op 28 november 1756 in Middelharnis gedoopt.
Maria van Heest is een dochter van Willem Arensz van Heest en Hester Jans Vries (Vrees).
Zij is gedoopt op zondag 26 oktober 1760 in Middelharnis 

Huwelijk
Jacob en Maria trouwden op 9 mei 1784 in Middelharnis. Hij was 27 en zij 23 jaar oud.

De Jonge Huijbertje
De Jonge Huijbertje, een bezaanvisschuit, is circa 1780 gebouwd. Tijdens de Vierde Engelse Oorlog (17840-1784) voer de schuit onder Oostenrijkse vlag. Het was toen een van de nieuwste schuiten van Middelharnis. Klaas Spaan was de eerste stuurman van deze schuit. Zie het bericht van 17 januari 2015. Hij bleef stuurman van de schuit tot 7 oktober 1788 en werd opgevolgd door Maarten Pietersz Abeele.

Jacob Koning stuurman van de Jonge Huijbertje in 1804
Wanneer Jacob als stuurman van de Jonge Huijbertje is aangetreden is niet bekend. Hij heeft op 25 oktober 1800 de eed als stuurman in Middelharnis afgelegd.
Vanwege de oorlog met Engeland gingen de schuiten van Middelharnis in 1804 onder neutrale vlag varen. Zo ook Jacob Koning die met de Jonge Huijbertje naar Papenburg voer om de schuit om te vlaggen. Zelf werd hij inwoner van Papenburg. Hij verkocht de schuit namens boekhouder Leendert van den Tol aan de firma Schwarte en Zoon. Na twee weken kocht hij de schuit terug van de Papenburger met alle benodigde neutrale papieren.
In het voorjaar van 1804 maakte hij enkele tarbot-reizen waarbij de vis op zee aan Engelse vishandelaren werd verkocht. Zelf naar Londen gaan om de vis te verkopen was door de oorlog onmogelijk geworden.

De kaping van de Jonge Huijbertje

Op 23 juni 1804 is de bezaanschuit, samen met zes gaffelschepen uit Middelharnis, gekaapt door het Engelse fregat HMS Africaine. Het gebeurde ter hoogte van Zandvoort met land in zicht.
Ten overstaan van de Prize Court wist Jacob Koning niet aannemelijk te maken dat het een Pruisisch schip met een Pruisische bemanning was. Het schip ging voor de vloot van Middelharnis verloren.
Op 18 september 1804 is de Jonge Huijbertje geveild in de King’s Head Inn in Great Yarmouth. De verkoop lukte nog niet gelijk want op 22 november 1804 ging de schuit in de Wrestlers Inn nogmaals onder de hamer. 



Monsterrol van de Jonge Huijbertje, februari 1804



Genealogische gegevens van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje

Bron:
National Archives, High Court of Admiralty 32/1070/3116.



zaterdag 25 juni 2016

Jan van der Sloot (1734-1785) en Elizabeth Abeele (1741-1803)

Ouders
Jan Pietersz van der Sloot is een zoon van Pieter Jansz van der Sloot en Lijdia Cornelisse van der Stelle. Hij is op 14 november 1734 in Ooltgensplaat gedoopt.
Elizabeth (Lijsbeth) Cornelisse Abeele is een dochter van Cornelis Pietersz Abeele en Magdalena Joostens Masteluijn (zie bericht van 3 november 2014). Zij is gedoopt op 21 mei 1741 in Middelharnis.

Huwelijk en kinderen
Jan en Elizabeth zijn op 30 mei 1762 in Middelharnis getrouwd. Ze waren 27 en 21 jaar oud.
Op 29 augustus 1762 werd Pieter gedoopt. Hij is voor 1769 overleden. Magdalena is op 12 maart 1764 gedoopt; Cornelis op 5 april 1767, Pieter op 11 november 1769, Lydia op 19 juli 1772, Joost op 28 augustus 1774 en Teunis op 29 maart 1778.

De kinderen
Magdalena van der Sloot trouwde op 19 april 1789 met Job Marinus Breeman. Zij hadden twee kinderen: Marinus, gedoopt 2 mei 1790 en Jobje gedoopt 15 juli 1792. Job Breeman is in oktober 1791 omgekomen bij de ramp met de gaffelschuit van Jan Muije. Zie de berichten van 21 juni 2013 en 18 januari 2014.
Cornelis van der Sloot trouwde op 2 mei 1790 met Jannetje Dircks Visser en op 14 oktober 1792 met Elizabeth Bree. Hij was stuurman. Zie bericht van 2 januari 2016.
Lydia van der Sloot trouwde op 11 januari 1795 met Leendert Gerritsz Boon, zoon van Gerrit Boon en Arentje Vink (zie bericht van 6 april 2014).
Joost van der Sloot werd visser, hij trouwde op 12 april 1809 met Adriana Karon.
Teunis van der Sloot trouwde op 12 juni 1804 met Maria Jongejan. Teunis is in 1819 verdronken bij de scheepsramp met de gaffelschuit van Pieter van den Tol. Zie bericht van 22 juni 2013.

Pieter van der Sloot (1769-1809) stuurman onder Pruisische vlag (1805)
Pieter van der Sloot trouwde op 6 april 1796 met Aletta Joosten Boeter, een dochter van Joost Pietersz Boeter en Marrigje Cornelisse Leeflang (zie bericht van 16 februari 2016). Pieter was stuurman van de gaffelschuit de Jonge Huijbertje (1796-1797) en van de Cornelis en Jacobus (1802-1805). In 1804/05 was hij een van de stuurlieden uit Middelharnis die onder de vlag van Pruisen voer. Pieter is op 20 april 1809 in Middelharnis overleden op 39-jarige leeftijd. Zijn 1/16 part in de Jonge Jannetje werd op 27 december 1809 verkocht aan stuurman Thomas de Waard (1). 

Hun beide zoons Jan van der Sloot en Joost Boeter van der Sloot zijn naar Rotterdam vertrokken waar ze als loods en varensgezel werkten.Dochter Marigje woonde in Sommelsdijk en trouwde in 1826 met Jacob van Heemst, arbeider.


Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje


1. Reachterlijk archief Middelharnis, inv. nr. 18 en 19 (klappers). 

dinsdag 1 maart 2016

Jan de Waard (1758-1831), Johanna Visser (1758-1812) en Kaatje Pickaart(1759-1821)

Ouders
Jan Arendsz de Waard is geboren op 7 februari 1758 in Middelharnis, zoon van Arend Janse de Waard en Klasina Meijnders. Arend Janse de Waard heeft in december 1768 de eed als stuurman in Middelharnis afgelegd. Hij was in 1778 stuurman van de ventjagersschuit de Jonge Geertruij en Isaac.(1).
Johanna Thomasse Visser is een dochter van Thomas Bastiaans Visser en Lijsbeth Janse van den Broek. Thomas Visser was stuurman op een gaffelschuit, zie het bericht van 1 november 2014.

Huwelijk en kinderen
Op 11 mei 1783 trouwden Jan en Johanna. Ze waren 25 en 24 jaar oud. Op 2 juni 1784 werd Arend geboren en op 26 mei 1786 Tomas. Over Klaas uit 1788 zijn geen gegevens bekend, hij is waarschijnlijk jong overleden. Leendert uit 1789 is nog geen drie jaar oud geworden. Elizabeth de Waard is op 19 juni 1791 gedoopt. Isaac uit 1793 is jong overleden, evenals Izaak uit 1798 die maar 1 maand oud werd. Leendert is op 12 april 1795 gedoopt en Johannis op 15 februari 1797. Ook Jan die in 1800 werd geboren is waarschijnlijk als zuigeling overleden.

De kinderen
Arend Janse de Waard (1784-1864) trouwde in 1807 met Maatje Stapel (1786-1853), een dochter van Simon Stapel en Maatje Abeele. Zie bericht van 15 mei 2015. Arend en Maatje zijn de ouders van Johannes de Waard die in 1863 op de Antwerpse sloep Josephine omgekomen is. Zie bericht van 30 oktober 2013. Arend Janse de Waard was stuurman.Hij legde de eed af in 1808.Hij was stuurman van de gaffelschuit Willem Hendrik.  
Tomas Jansz de Waard trouwde in 1809 in Sommelsdijk met Jannetje Pieterse Abeele, een vissersdochter. Thomas werd stuurman. Hij legde de eed af in 1809. Hij was stuurman van de gaffelschuit de Jonge Jannetje van den Tol. 
Elizabeth trouwde in 1813 met Florus van den Nieuwendijk, weduwnaar van Leentje Vermeulen. Hij heeft op 26 april 1809 de eed als stuurman afgelegd.
Leendert de Waard is in 1819 getrouwd met Elizabeth Breeman. Leendert was stuurman van de Catharina en Elizabeth. De sloep is in 1828 met man en muis vergaan. Zie bericht van 21 april 2012.
Johannes de Waard is in 1818 met Neeltje de Wit getrouwd. Hij werd eveneens stuurman. Zie over dit gezin het bericht van 21 februari 2012. Johannes is in 1833 op 36-jarige leeftijd overleden als gevolg van cholera, volgens de overlevering.


Jan de Waard, stuurman 
Jan de Waard kocht op 24 februari 1780 een aantal parten, 1/16 en 1/128, in de ventjagersschuit de Jonge Geertruij en Isaac. Zijn vader was stuurman op deze schuit. Jan was nog minderjarig ten tijde van de aankoop. Op 5 juli 1784 heeft hij zijn parten verkocht aan Cornelis van der Vlugt.(1).
Op 3 september 1792 was Jan stuurman op de gaffelschuit De Gans waarin hij 1/16 part bezat. In 1782 was dit de schuit van Corstiaan Wafelbakker. Jan de Waard heeft op 23 september 1792 de eed als stuurman afgelegd. In 1795 voer hij op de Vrouw Elizabeth (van den Tol). In 1802 was hij weer stuurman van De Gans.

Onder Deense en onder Pruisische vlag
In 1798 was Jan de Waard een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die onder Deense vlag voer (2). In 1804 ging hij onder Pruisische vlag varen. Hij kreeg op 17 april 1804 een paspoort om naar Emden te reizen (3).
Op 3 maart 1810 was Jan stuurman van de Jonge Pieter (Meijer Veerman).
In 1811 staat hij als visser vermeld

Overlijden van Johanna Visser, huwelijk met Kaatje Pickaart.
Johanna overleed op 4 augustus 1812. Jan de Waard trouwde op 4 mei 1813 met Kaatje Pickaart, de weduwe van Marinus Haverstadt. Ze waren 55 en 54 jaar oud. Zie bericht van 6 januari 2016.


Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje

1. Rechterlijk Archief Middelharnis, inventarisnummer 17, 18. 19. klappers
2.Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798
3. Rechterlijk Archief Middelharnis, inventarisnummer 31, 17 april 1804. Met signalement

maandag 15 februari 2016

Willem de Bloeme (1755-1830) en Aagje Abeele (1758-1836)

Ouders
De familie de Bloeme behoort tot de oudste vissersfamilies van Middelharnis. Het contract over de oprichting van de visafslag in 1598 is ondertekend door Cornelis Thoniszoon, de waarschijnlijke stamvader van de familie De Bloeme.
Willem Jansz de Bloeme is een zoon van Jan Cornelisz de Bloeme en Ingetje Jacobse Kabos. Hij is op 10 oktober 1755 in Middelharnis gedoopt. Willem was de jongste van het gezin. Zijn vader is twee keer getrouwd geweest, uit beide huwelijken zijn in totaal twaalf kinderen geboren. Willem en zijn oudere broers Aren en Jan werden visser, zijn zussen trouwden eveneens met vissers. Zijn oudste halfbroer Teunis geboren 1729 was o.a. collecteur van de visafslag.
Aagje Abeele is een dochter van Jan Willemsz Abeele en Jannetje Pas. Ze is op 10 september 1758 in Middelharnis gedoopt. Zie het bericht over haar ouders op 4 november 2014.

Huwelijk en kinderen
Willem en Aagje trouwden op 16 juni 1780 in Middelharnis. Ze waren 24 en 21 jaar oud.
Op 27 juni 1781 werd Jan geboren. Mattheus is op 30 mei 1784 gedoopt, hij is voor 1789 overleden. Joost is gedoopt op 20 mei 1787, Mattheus op 11 januari 1789 en Teunis op 21 juli 1793. Het jongste kind was Jannetje, geboren op 27 april 1797.

Huwelijken van de kinderen
Jan de Bloeme (1781-1856) werd visser. Hij trouwde op 2 april 1809 met Klaartje Koert, een dochter van stuurman Herman Koert. Zie bericht van 3 november 2014.
Joost de Bloeme (1787-1868) was van beroep koopman ten tijde van zijn huwelijk op 11 februari 1813 met Elisabeth van Dijk.
Mattheus de Bloeme (1789-1852) werd visser. Hij trouwde met Adriana Vermaas, een kleindochter van Maarten Vermaas (zie bericht van 14 april 2015). Mattheus heeft korte tijd gevaren op de vissloep De Vreede uit Zierikzee. Zie bericht van 1 juni 2015 over Mattheus en Adriana.
Jannetje de Bloeme (1797-1872) trouwde op 27 augustus 1820 met Willem van Dijk, een broer van bovenvermelde Elisabeth. Willem was mandenmakersknecht.
Teunis (1793-1828) bleef ongehuwd. Hij was schoenmaker van beroep.

Wilem de Bloeme, stuurman onder Deense vlag
In 1791 heeft Willem de Bloeme de eed als stuurman afgelegd. In 1796 en ook nog 1803 was hij stuurman van de gaffelschuit de Bruinvisch. In 1798 was hij een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die de Deense vlag voerde (2).  

Onder Pruisische vlag en toch gekaapt. 
In januari 1804 ging hij onder Pruisische vlag varen. Hij kreeg een paspoort om naar Emden te reizen (1). Op 23 juni 1804 is de Bruinvisch door de Engelsen gekaapt. Het schip is prijs verklaard en in Engeland geveild (3).

Koopman, tapper en tagrijn
In 1811 staat Willem als visser vermeld; in 1813 als koopman en in 1814 als tapper. In 1830 was zijn beroep scheepstagrijn, handelaar in tweedehands scheepsbenodigdheden.



Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje


1. Rechterlijk Archief Middelharnis, inventarisnummer 31, 21 januari 1804. Met signalement
2. Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798
3. HCA32/1369/539

zondag 10 januari 2016

Stuurmannen uit Middelharnis onder Pruisische vlag (1804-1805)

In de Bataafs Franse tijd zochten de boekhouders van de gaffelschuiten van Middelharnis naar een mogelijkheid om weer naar zee te kunnen. In 1804 en 1805 leek het varen onder neutrale Pruisische vlag enige bescherming te bieden tegen de oorlogsvloot van de Engelsen.

Tussen 20 januari 1804 en 17 april 1804 zijn in Middelharnis zeventien paspoorten afgegeven aan stuurlieden die op reis gingen naar Emden in Oost-Pruisen om de gaffelschuiten van neutrale papieren te voorzien.
U kunt doorklikken op de namen voor meer gegevens over de vissersfamilies.

Willem de Bloeme
Abram Bree
Leendert Buurveld
Teunis Cornelisz Buurveld
Marinus Haverstadt 
Michiel van Heest
Arij Jongejan
Herman Koert
Bouwen Kom
Bastiaan Langbroek
Jacob van de Roovaart 
Cornelis Sloot
Pieter Sloot
Mattheus Smit
Pieter van den Tol
Willem Vermeulen
Jan de Waard

Deze lijst is niet compleet. Kennelijk liet een aantal stuurlieden zich elders als burger inschrijven zonder een paspoort uit Middelharnis mee te nemen. In de dossiers van de Engelse Prize Court zijn de volgende namen aangetroffen van stuurlieden die de Papenburgse vlag voerden:

Jacob Koning
Maarten Leeflang
Cornelis Onderdelinden

Een brief die op 7 augustus 1804 uit Londen is verstuurd vermeldt de namen: Willem de Bloeme, Maarten Dupree, Marinus Haverstadt, Michiel van Heest, Jacob Koning, Bouwen Kom, Maarten Leeflang, Cornelis Onderdelinden. Met uitzondering van Maarten Dupree waren dit allemaal stuurlieden. 
Uit een andere Engelse bron, zie hieronder, is bekend dat Arend Stapel en Simon Stapel onder Pruisische vlag voeren. Deze bron vermeldt ook de namen van Jeroen Langbroek en Teunis Sloot.

List of vessels belonging tot Middelharnes, navigating on the name of Jean Vetter, Emden Lijst van vaartuigen uit Middelharnis, varend op naam van koopman Jean Vetter uit Emden,


De gaffelschuiten gevoerd door:
1. Arend Stapel, Martha en Maria, woont op het Vissersdijk tegenover zijn broer, nr. 2.
2. Simon Stapel, Paulina en Helena (boekhouder: Adrianus Kolff) woont op de hoek van het Vissersdijk
3. Jeroen Langbroek (boekhouder: Lambertus Kolff) woont op de Oostdijk. Naam van de schuit waarschijnlijk De Vreede
4. Marinus Haverstadt woont op de Oostdijk. Waarschijnlijk Trijntje en Neeltje
5.Cornelis Sloot. Sara Cornelia (boekhouder: Lambertus Kolff) woont op de Oostdijk. Waarschijnlijk was de Vrouwe Jacoba Geertruijda omgedoopt.
6.Pieter van den Tol (reder:Lambertus Kolff) woont op de Oostdijk. Mogelijk de Willem Hendrik
7. J-V-D-M. woont in de Voorstraat. Schip mogelijk zijn eigendom en van zijn zoon. nr. 8
8. T-V-D-M woont in de Voorstraat. zoon van nr.7
9. Teunis Sloot woont in de Voorstraat. Schip voor de helft eigendom van Van den Tol).

VDM is waarschijnlijk Vermeulen.
Aansluitend worden drie gaffelschuiten uit Zwartewaal genoemd. Stuurmannen: Jelles van der Roef, Jan van der Roef en Isaac Smit.

Dit zijn de namen die bij de Engelsen bekend waren. Men was op de hoogte van het adres, de burgerlijke staat en het aantal kinderen van de stuurman. Hiermee werd bewezen dat de neutralisatie een schijnvertoning was. Stuurlieden en bemanning waren overduidelijk Hollanders en geen Pruisen.


Bron:
Brown, Mysteries of neutralization, 139-141
Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr. 31 (paspoorten en brief uit Londen)

woensdag 6 januari 2016

Jeroen Langbroek (1756-1832) en Elia Rooij (1763-1831)

Ouders
Jeroen Cornelisz Langbroek is een zoon van Cornelis Gleijnsz Langbroek en Huibertje Jeroense van den Roovaart, Hij is gedoopt op 31 juli 1756 in Middelharnis.
De vader van Jeroen is in 1762 verdronken, zijn jongere broer Hendrik in 1783. Zie de berichten van 15 januari 2014.
Elia (de) Rooij is een dochter van Maarten Willemsz de Roij en Annetje Paulusse Kreeft. Ze is op 7 augustus 1763 in Middelharnis gedoopt.

Huwelijk en kinderen
Jeroen en Elia zijn op 24 april 1785 getrouwd, ze waren 28 en 21 jaar oud. Op 16 februari 1786 is Cornelis gedoopt; hij heeft maar kort geleefd. Op 4 november 1787 werd opnieuw een zoon met de naam Cornelis gedoopt. Maarten werd op 4 oktober 1789 gedoopt.

Huwelijk van de kinderen
Cornelis trouwde in 1814 met Neeltje Hotting. Hun zoon Maarten was de stuurman van de Vrouwe Aplonia, vergaan in 1863. Zie bericht van 6 maart 2013.
Maarten Langbroek trouwde in 1813 met Jobje Breeman. Zijn tweede vrouw was Gerbrigta van Rixoort met wie hij in 1834 trouwde. Maarten is in 1847 verdronken op de Noordzee. Zie bericht van 21 juni 2013.

Jeroen Langbroek als stuurman 
Jeroen Langbroek staat in de periode 1796 tot en met april 1806 vermeld als stuurman van de gaffelschuit De Vreede (2 en 3).  Op 19 december 1806 was hij stuurman van de gaffelschuit De Hoop (1), evenals in 1811. Hij had zelf 1/32 part in eigendom.
De Hoop is in 1826 publiek verkocht.


Rotterdamsche courant, 17 augustus 1826
Onder Deense vlag
Jeroen Langbroek was een van 29 stuurlieden die in 1798 onder Deense vlag voer (5).

Onder Pruisische vlag
In 1805 voer Jeroen Langbroek als stuurman onder Pruisische vlag. De naam van zijn schip staat niet vermeld, waarschijnlijk was het de schuit met de toepasselijke naam De Vreede Hij woonde op de Oostdijk (4).


Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje

1. Archief Gemeente Middelharnis. Resolutieboeken, inv. nr. 10, 1806.
2. Rechterlijk Archief Middelharnis. Inventarisnr. 18. klapper
3. Rechterlijk Archief Middelharnis. Inventarisnr. 19. klapper
4. Brown, Mysteries of neutralization, 141
5. Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798

Marinus Haverstadt (1753-1809) en Kaatje Pickaart (1759-1821)

Ouders
Marinus Jansz Haverstadt is een zoon van Jan Havestad, geboren in 's-Gravendeel, en Neeltje Marinusse Dupree. Marinus is op 8 april 1753 in Sommelsdijk gedoopt.
Kaatje Pickaart (Catharina Boudewijn Pikkaart of Picaar) is een dochter van Boudewijn Pickaart en Trijntje Lagendijk. Kaatje is op 4 maart 1759 in Sommelsdijk gedoopt.
De moeder van Marinus kwam uit een vissersfamilie. Zij is een zus van Maarten Dupree (zie bericht van 3 december 2014).
Na het overlijden van Boudewijn Pickaart trouwde zijn weduwe, Trijntje Lagendijk, met Maarten Dupree. Maarten Dupree was door dit huwelijk zowel de oom als de stiefvader van Marinus Haverstadt.


Huwelijk en kinderen
Marinus en Kaatje zijn op 18 juli 1778 in Middelharnis getrouwd, ze waren 25 en 19 jaar oud. Op 10 januari 1779 is de oudste zoon Jan gedoopt, hij is voor 1788 overleden. Trijntje werd op 12 augustus 1781 gedoopt, Jan op 25 mei 1788, Neeltje op 23 mei 1790 en Catharina op 6 januari 1793. Vermoedelijk hebben alleen Trijntje en Neeltje de volwassen leeftijd bereikt.
Trijntje is gehuwd met Reinier Kamerling uit Nieuwe-Tonge. Neeltje trouwde op 28 juni 1817 in Middelharnis met Leendert Breeman, zoon van Jacob Breeman en Klaasje Vlietland. Leendert was visser van beroep.

Marinus Haverstadt, stuurman van de Trijntje en Neeltje

Marinus Haverstadt heeft op 22 december 1786 en op 27 september 1806 de eed als stuurman afgelegd en opnieuw (1). Op 12 juni 1796 staat hij vermeld als stuurman van de gaffelschuit Trijntje en Neeltje, genoemd naar zijn beide dochters. De schuit is na 1791 nieuw gebouwd. Op 21 oktober 1804 was Marinus Haverstadt nog stuurman van dezelfde gaffelschuit (2). Maarten Dupree had ook aandelen in de schuit.
Marinus Haverstadt is waarschijnlijk tot aan zijn dood in september 1809 stuurman op de Trijntje en Neeltje gebleven. Zijn weduwe verkocht op 27 oktober 1809 het 1/16 part in de gaffelschuit dat ze had geërfd (3). Jan Cornelisz Buurveld kocht 1/16 part op die datum, hij werd de nieuwe stuurman.
Een zoon van Maarten Dupree en Trijntje Lagendijk, Arij Dupree, nam de schuit later over. Arij was zowel de neef als de (half)zwager van Marinus Haverstadt. 
Het schip is in 1821 verloren gegaan (zie bericht van 31 augustus 2014).

Onder Deense vlag
Marinus Haverstadt was in 1798 een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die onder Deense vlag voer (5)

Onder Pruisische  vlag en toch gekaapt
Begin 1804 is Haverstadt met de Trijntje en Neeltje onder Pruisische vlag gaan varen. Desondanks is de schuit op 23 juni 1804 door de Engelsen gekaapt. Na enkele maanden is de schuit weer vrijgegeven (6).
Haverstadt wordt ook genoemd in het boek van Brown. Hij woonde op de Oostdijk (4).




Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje

1. Archief Gemeente Middelharnis. Resolutieboeken, inv. nr. 7, 22 december 1786 en inv. nr. 10, 27 september 1806.
2. Rechterlijk Archief Middelharnis. Inventarisnr. 18. klapper
3. Rechterlijk Archief Middelharnis. Inventarisnr. 19. klapper
4. Brown, Mysteries of neutralization, 141.
Op 21 januari 1804 kreeg Marinus Haverstadt een paspoort om naar Emden te reizen. 
 Rechterlijk Archief Middelharnis, inventarisnummer 31. Met signalement
5. Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798

6. HCA32/1679/5689

zaterdag 2 januari 2016

Cornelis van der Sloot (1767-1838), Jannetje Visser (1768-1790) en Elizabeth Bree (1768-1828)

Ouders, broers en zussen
Cornelis (van der) Sloot is een zoon van Jan Pietersz van der Sloot en Elizabeth Cornelisse Abeele. Jan Pietersz van der Sloot is afkomstig uit Ooltgensplaat.
Cornelis van der Sloot is op 27 maart 1767 geboren en op 5 april 1767 in Middelharnis gedoopt. Hij is een kleinzoon van Cornelis Pietersz Abeele. Zie het bericht van 3 november 2014 over Cornelis Pietersz Abeele, zijn zoon Joost en zijn schoonzoons Herman Koert, Jan Kom en Gerrit Onderdelinden, die allemaal stuurman waren op een visschuit in Middelharnis in 1782.
Teunis Sloot, gehuwd met Maria Jongejan, is een broer van Cornelis. Teunis is in 1819 verdronken bij de ramp met de gaffelschuit van Pieter van den Tol. Zie het bericht van 22 juni 2013.
Lydia van der Sloot is een zus van Cornelis. Lydia was getrouwd met Leendert Boon, de enige zoon en erfgenaam van Gerrit Boon, een visser die in 1779 verdronken is. Zie bericht van 6 april 2014.
Magdalena van der Sloot, gehuwd met Job Breeman, is ook een zus van Cornelis. Job Breeman is in 1791 bij de ramp met de schuit van Jan Muije omgekomen. Zie bericht van 21 juni 2013.

Jannetje Dircks Visser is een dochter van Dirk Jacobsz Visser en Neeltje Pieters Koning. Jannetje is op 17 april 1768 in Middelharnis gedoopt. Dirk Visser was in 1782 stuurman van de bezaanvisschuit Janna en Louiza. Zie bericht van 1 november 2014. De schuit was naar de beide dochters van de stuurman genoemd.

Elizabeth Bree is op 6 maart 1768 in Middelharnis gedoopt. Ze is een dochter van Hendrik Johannesz Bree en Maria Abrahms Vrijbergen. Haar broers Abram, Johannes en Jacob waren vissers en stuurlieden. Ze zijn alle drie op zee gebleven. Zie de berichten van 22 februari 2013, 9 december 2013 en 9 januari 2014. Ook de man van Maria Bree, een zuster van Elizabeth, is omgekomen. Hij heette Arend Wittekoek en is bij de scheepsramp van 1808 verdronken. Zie bericht van 26 mei 2014. De man van de Jannetje Bree, de jongste zuster van Elizabeth heette Hendrik van Dalen. Hij is bij de scheepsramp van 1825 omgekomen. Zie bericht van 2 januari 2014.

Huwelijk van Cornelis van der Sloot en Jannetje Visser
Cornelis en Jannetje zijn op 2 mei 1790 in Middelharnis getrouwd, ze waren 23 en 22 jaar oud. Enkele maanden na het huwelijk werd een zoon of dochter geboren, het kind heeft maar kort geleefd en is op 23 september 1790 begraven. Jannetje overleed kort daarna, waarschijnlijk als gevolg van de kraamvrouwenkoorts. Ze is op 30 september 1790 begraven.


Cornelis van der Sloot, Elizabeth Bree en hun kinderen
Het huwelijk tussen Cornelis en Elizabeth vond plaats op 14 oktober 1792 in Middelharnis. Cornelis was 25 jaar en Elizabeth 24. Op 7 april 1793 is de oudste zoon Jan gedoopt. Maria werd op 27 december 1795 gedoopt, Elisabeth is op 15 oktober 1797 geboren. Zij is ten hoogste zeven jaar oud geworden. Hendrik, geboren 17 juni 1801. Hij is op 29 juni 1805 in de oude Oost Spui verdronken, vermoedelijk is hij van het plankier gevallen (1). Op 4 december 1803 is opnieuw een dochter met de naam Elisabeth geboren en op 21 juli 1806 een zoon met de naam Hendrik.
Jan van der Sloot (1793-1867) werd visser en stuurman in Middelharnis. Hij trouwde in 1814 in Middelharnis met Willemina Kornelia Both uit Vlaardingen. Ze kregen elf kinderen van wie slechts twee zoons en twee dochters de kindertijd overleefden. De beide zoons Cornelis (1824-1861) en Willem (1826-1850) zijn op zee overleden. Het gezin is rond 1840 naar Vlaardingen verhuisd.
Over Maria van der Sloot (1795-1862) en haar drie echtgenoten is eerder op dit weblog geschreven op 12 mei 2014 en 1 juli 2014.
Elisabeth (1803-1866) trouwde in 1827 in Middelharnis met de weduwnaar Cornelis Mallard uit Scherpenisse.
Hendrik van der Sloot (1806-1869) trouwde in 1837 met Aagtje de Bloeme.

Stuurman Cornelis van der Sloot
Cornelis van der Sloot was in 1791 stuurman van de bezaanbunschuit De Arke. In 1782 was zijn grootvader Cornelis Abeele stuurman van deze schuit. Op 9 april 1793 is een bezaanschuit, gevoerd door Cornelis Sloot verkocht. Dit zal waarschijnlijk De Arke geweest zijn.

Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr. 68, 9 april 1793.

De gaffelschuit Vrouwe Jacoba Geertruijda
Korte tijd na zijn huwelijk werd Cornelis Sloot op 26-jarige leeftijd stuurman van de gaffelschuit Vrouwe Jacoba Geertruijda. Zijn grootvader was een van investeerders in deze nieuwe schuit. De Vrouwe Jacoba Geertruijda is in 1793 'uijtgehaald' en in 1823 verkocht. De gaffelschuit heeft dus dertig jaar dienst gedaan. Jan Sloot, zoon van Cornelis, was in 1823 de stuurman.


Verkoop Jacoba Geertruij. Rotterdamsche courant 16 september 1823. 


Na het overlijden van Cornelis Pietersz Abeele op 24 december 1798 op 83-jarige leeftijd werd een inventaris van de boedel opgemaakt. Hiertoe behoorde 'een zestiende part in de Vrouwe Jacoba Geertruijda, stuurman Cornelis Sloot'.
In 1808 en 1809 was Cornelis van der Sloot nog steeds de stuurman van de Jacoba Geertruijda, zo blijkt uit de verhandelde scheepsparten (2). Hij heeft een aantal keren de eed op de stuurlieden afgelegd (3)


Onder Deense vlag
Cornelis Sloot was een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die in 1798 onder Deense vlag voer (6).

De gaffelschuit Sara Cornelia in 1805
In de Franse tijd zien we Cornelis Sloot als stuurman van de Sara Cornelia, een gaffelschuit die in 1805 onder Pruisische vlag voer. Schepen kregen vaak een andere naam als ze onder vreemde vlag gingen varen. Vermoedelijk is de Vrouwe Jacoba Geertruijda tijdelijk omgedoopt. De schuit werd rond 25 september 1805 op zee genomen door een Engelse kaper, de Hunter van kapitein Riches uit Yarmouth. Vier matrozen van de gaffelschuit werden gedwongen om als gijzelaar aan boord van de Engelse kotter te komen. Drie Engelse bemanningsleden van het kaperschip werden aan boord van de gaffelschuit van Cornelis Sloot gebracht, om de schuit naar een Engelse haven te brengen. Cornelis overmeesterde met zijn bemanning de drie op zijn vaartuig geplaatste Engelsen en zette koers naar de Goeree. Hij heeft de drie Engelsen in Hellevoetsluis aan de autoriteiten overgeleverd. Voor deze heldendaad heeft hij een 'douceur' van twintig dukaten gekregen wegens 'welberaden en manmoedig gedrag'.






Middelburgsche courant, 5 oktober 1805 


Intussen zaten vier van zijn bemanningsleden nog vast op het Engelse kaperschip. Na veertien dagen wachten kreeg de kapitein het vermoeden dat de Sara Cornelia al lang terug was in Middelharnis. Hij stuurde drie van de vissers terug naar Middelharnis met een gepeperde brief aan Lambertus Kolff, de reder van de gaffelschuit. Een bemanningslid werd nog vastgehouden als drukmiddel om de drie Engelsen vrij te krijgen. Deze persoon, hij heette Jan Kalle (4), hoefde niet naar de gevangenis maar werd aan boord van de Hunter vastgehouden en op 31 oktober 1805 uitvoerig verhoord over het reilen en zeilen van de visserij in Middelharnis. Hij gaf alle details prijs, waarmee aangetoond werd dat het varen onder Pruisische vlag een schijnvertoning was. Nadat de drie Engelse gijzelaars vrijgelaten waren mocht uiteindelijk ook Jan Kalle naar huis.

In de Engelse bron (5) waar dit verhaal beschreven staat wordt Cornelis Sloot omschreven als 'a tall, swarthy, raw-boned fellow' - een grote, donkere man met ruwe gelaatstrekken. Het overmeesteren en 'verkopen' van de drie Engelse bemanningsleden van het kaperschip wordt 'cowardice and avarice' - laf en schraperig - genoemd.

Bemanningslid verdronken 

Gerrit Bakker is in 1813 in volle zee overboord geslagen van de gaffelschuit van stuurman Cornelis van der Sloot. De datum van het ongeval is niet bekend. Het voorval heeft in Middelharnis veel gerucht veroorzaakt. Zie bericht van 4 december 2013

Elizabeth Bree is op 17 november 1828 overleden, ze was 60 jaar oud; Cornelis van der Sloot overleed op 28 januari 1838, 70 jaar oud


Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje


1. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv,nr 31, akte van schouwing, 29 juni 1805.
2. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr. 19. (1808/2, 3). Transportakten van schepen en schuiten gepasseerd voor schout en schepenen, 1808-1811
3. Archief Gemeente Middelharnis. Resolutieboek, inv. nr. 13 1808

4. Waarschijnlijk Jan Pietersz Kalle, zoon van Pieter Pietersz Kalle en Willemtje Jans van der Kabel, gedoopt op zondag 7 april 1771 in Middelharnis, overleden op maandag 19 oktober 1818 in Middelharnis, 47 jaar oud. Jan Kalle bleef ongehuwd. Na dit voorval was hij vermoedelijk niet meer welkom in de visserij. Zijn beroep in 1811 was arbeider.
5. John Brown. The mysteries of neutralization. Londen,1806, o.a. p. 139. Paspoort om naar Emden te reizen:
Rechterlijk Archief Middelharnis, inventarisnummer 31, 21 januari 1804. Met signalement
De Nederlandse versie van dit voorval staat in het boek van: Vermaas, J.C. en M.C. Sigal, De haringvisscherij van 1795-1813. Vlaardingen, 1922. p.83 :
De gaffelschuit van Cornelis Sloot voer onder Pruisische vlag. Hij heeft de gevangenen overgegeven aan een Hollands oorlogsschip dat voor Hellevoetsluis lag. De vissers werden als helden gehuldigd. Het Committé (opvolger van de vroegere Visserijcolleges) was niet zo enthousiast. De gevangen genomen Hollandse vissers waren namelijk al door de Engelsen vrijgelaten. De Raadspensionaris liet de drie Engelse gevangenen onmiddellijk vrij.
6. Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798



vrijdag 15 mei 2015

Simon Stapel (1757-1826) en Aren Stapel (1767-1829), stuurlieden op de gaffelschuiten van Middelharnis

De naam Stapel is nauw verbonden met de bloeitijd van de visserij met gaffelschuiten in Middelharnis in de tweede helft van de achttiende eeuw.
De twee laatste stuurlieden uit deze familie waren Simon en Aren. Zij waren ook in de nadagen van de gaffelschuiten, nog tot ongeveer 1825, actief als stuurman. 
Op de nieuwe sloepen die vanaf 1817 geleidelijk in de plaats kwamen van de gaffelschuitendeel voer een jongere generatie stuurlieden. 

Zie voor de gegevens over de ouders, Gerrit Stapel en Maatje Stapel, het bericht van 6 november 2014.

Simon Stapel, Maatje Abeele (1761-1787) en Huibertje van Heest (1770-1816)

Simon is op 7 november 1784 met Maatje Jans Abeele getrouwd, dochter van Jan Willemsz Abeele en Jannetje Pas. ze kregen in 1786 een dochter Maatje, gedoopt op 23 april 1787. Enkele maanden later overleed Maatje Abeele, ze is begraven op 9 augustus 1787.
Na het overlijden van zijn vrouw trouwde Simon in 1791 met Huibertje van Heest. Huibertje is een dochter van Dirk Michielsz van Heest en Leuntje Gerritsz Verhage. Ze kregen vijf kinderen: Leuntje in 1793, Gerrit in 1795 (overleden in 1813, 18 jaar oud), Kaatje in 1798, Jannetje in 1801 (overleden 1827, 26 jaar oud) en Dirk in 1806.

Maatje Stapel trouwde in 1807 met Aren Janse de Waard. Aren was in 1822 stuurman op een sloep. Zij kregen acht kinderen, waaronder Johannis de Waard die in 1863 op de Antwerpse sloep Josephine is omgekomen. Aren Janse de Waard is een broer van Leendert de Waard, stuurman van de sloep die in 1828 is vergaan. Hun broer Johannis was eveneens stuurman.
De oudste zoon van Maatje en Aren was Jan de Waard, geboren op 11 maart 1809. Zijn vrouw Suzanna Ruitenberg is op 28 december 1881 in Antwerpen overleden. Mogelijk zijn Jan en Suzanna naar Antwerpen geëmigreerd.

Aren Stapel en Adriaantje Smit (1773-1845)
Aren trouwde in 1795 met Adriaantje Smit, dochter van Leendert Smit en Lena Dubbeld.
Hun dochter Maatje, geboren in 1795, trouwde in 1815 met Maarten Buurveld. Maatje is in 1816 overleden. Maarten Buurveld is een zoon van Leendert Buurveld, de stuurman van de gaffelschuit die in 1813 is vergaan. Maarten werd eveneens stuurman op een gaffelschuit (vermelding in 1822).

Simon Stapel onder Oostenrijkse vlag in 1782
Simon is op 23-jarige leeftijd stuurman geworden. Van de groep stuurlieden die in 1782 onder Oostenrijkse vlag ging varen was hij met vijfentwintig jaar de jongste.

Simon en Aren Stapel onder Deense vlag in 1798
In 1798 voeren de schuiten van Simon en Aren Stapel, zoals alle gaffelschuiten van Middelharnis, onder Deense vlag (6).

De Jonge Maatje gekaapt in 1798
De gaffelschuit de Jonge Maetje staat in de transportakten van schepen op z'n vroegst vermeld op 28 oktober 1791. Lambertus Kolff verkocht op die datum 1/8 part. De naam van Simon Stapel als stuurman van deze schuit is op 12 juni 1796 en op 24 november 1797 vermeld (1). Op 14 april 1798 is de Jonge Maetje met als stuurman Simon Stapel op zijn reis met kooptarbot naar Engeland door een Engelse kaper genomen, prijs verklaard en verkocht. Adrianus Quirinus Kolff was in het bezit van 1/16 part (2).


Simon en Aren Stapel, stuurlieden in de Bataafs Franse tijd
Aren Stapel en Simon Stapel voeren in 1805 onder Pruisische vlag. Het schip van Simon was in 1805 de Paulina en Helena; Aren was stuurman van de Martha en Maria (ook al in 1799), de schuit waar voorheen zijn vader op voer. Beide schuiten zijn in september 1805 gekaapt. De kaping werd door de Prize Court onrechtmatig verklaard (3).
Simon Stapel van de Paulina Helena en tien bemanningsleden verklaarden, bijna een jaar na het voorval, voor de vrederechter van Sommelsdijk dat ze op 21 juli 1810 door een bewapende Engelse kotter voor Scheveningen zijn aangehouden. Enkele manschappen zijn in een sloep naar de gaffelschuit gekomen en hebben de vissers gedwongen om vis af te staan. In ruil daarvoor kregen ze een mand met gebruiksvoorwerpen zoals een dozijn kleine schotels, twee waterpotten, vier kleine glaasjes en enkele kwispeldoren. Bij thuiskomst op 27 juli 1810 zijn ze –allen tot op het hemd ontkleed - door de douane gevisiteerd. De verkregen voorwerpen hebben ze ingeleverd.  Ze verklaren de Engelse wal niet te hebben aangedaan en niet in een Britse haven te zijn geweest, dat ze sedert 1805 niet meer in Engeland zijn geweest. Ze zijn toen wederrechtelijk opgebracht en na verloop van vier weken weer vrijgelaten. Sindsdien hebben ze de Engelse wal niet meer gezien en zich niet met handel of het overvaren van passagiers beziggehouden. Ze hebben zich in alle opzichten volgens de wet gedragen en zich alleen met het vangen van vis beziggehouden. Op 21 juli 1810 is niemand van de bemanning aan boord van het Britse vaartuig geweest. Deze verklaring werd waarschijnlijk afgelegd om zich in te dekken tegen verdere vervolging door de Franse douane (4).
Hij nam rum aan van Engelsen als betaling voor een partij tarbot en spiering. Op 12 juni 1812 had hij samen met Cornelis Langbroek contact op zee met de Engelsen. Hierover is hij uitgebreid verhoord. Er werd hem gevraagd waarom hij niet gevlucht is voor de Engelsen. Zijn verklaring was dat er geen wind was en dat het tij tegen zat.
Voor het transport van militairen en goederen met de  Paulina Helena voor het Franse leger ontving hij een bedrag van 26 gulden (4).


Simon en Aren Stapel in 1821 en 1822
De laatste berichten uit de lange loopbaan van de beide broers dateren uit 1821 en 1822.
De gaffelvisschuit van Simon Stapel werd in februari 1821 bijna overvaren door een hoeker. Het gevaar werd door het hulpgeroep van de wacht afgewend.







Het volgende bericht betreft Aren Stapel en is van 24 februari 1822, eveneens in het Flakkees maandblad.

In Scheveningen en Zwartewaal zijn door de stormen vissersschepen verloren gegaan. In Middelharnis heerste dankbaarheid over de behouden thuiskomst van de vloot. Jacob Bree die tijdens de storm op zee was is veilig teruggekeerd. Drie matrozen van de schuit van Aren Stapel zijn op miraculeuze wijze aan de dood ontsnapt

kunnen wij als een treffend bewijs van Goddelijke bewaring aanmerken dat bij stuurman Arend Stapel door eene stortzee drie matrozen werden overboord geslagen, doch gelukkig weder op de schuit werden geworpen. Terwijl de stuurman meende dat hij in een klap van al zijn volk was beroofd geworden, en hoezeer de visscherij door de sobere winsten in merkelijk verval is en zelfs een persoon het gebruik van een zijner voeten voor altoos moet missen, hebben wij toch stoffe van dankbaarheid dat niemand onzer is achter gebleven.


Simon Stapel is op 4 augustus 1826 overleden, 69 jaar oud. Beroep: stuurman
Aren Stapel is op 15 april 1829 overleden, 62 jaar oud. Beroep: stuurman



Genealogische gegevens van Pieter Koster, bewerkt voor Arjaentje


* Journaal Jan van Dueren mei-juli 1822 vermeldt Maarten Buurveld en Jan Smit. Verkoop de Jonge Arentje in Rotterdamsche courant 27 september 1823.

1
. Rechterlijk Archief Middelharnis. Inventarisnr. 18. klapper

2. J. Verseput. Van Visschershaven naar jachthaven, p.27. en National archives, HCA 32/699/238  
3.Brown, Mysteries of neutralization, 140,141 en meerdere pagina's. 
dossiers: 
HCA32/1623/4774 HCA32/1573/3946
4. E. H. Wind. Het Vredegerecht van Sommelsdijk en Napoleons continentaal stelsel (november 1806-april 1814) (Rockanje 1988) V-55, akte 87, 17 juni 1811
5.. Marco Kuiper. Verandering en verval, de visserij van Middelharnis in de Franse tijd. Leiden, 2009. 22,26.
6. Vermelding Aren Stapel: Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798

woensdag 3 december 2014

Dirk van Heest (1744-1807) en Leuntje Verhage (1745-1792)

Ouders
Dirk Michielsz van Heest is een zoon van Michiel Woutersz van Heest en Maria Dirks Mente. Dirk is gedoopt op 21 april 1744 in Middelharnis.
Leuntje Gerrits Verhage is een dochter van Gerrit Adriaansz Verhage en Huibertje Joosten Pas. Ze is op 24 oktober 1745 in Middelharnis gedoopt.

Huwelijk en kinderen
Dirk en Leuntje zijn op 27 april 1766 getrouwd in Middelharnis. Ze waren 22 en 20 jaar oud.. Op 17 augustus 1767 is Machiel gedoopt, op 1 november 1769 Gerrit. Gerrit is voor 1775 overleden. Op 23 december 1770 is Huibertje gedoopt, op 13 augustus 1775 Gerrit en op 22 november 1778 Wouter. Op 24 februari 1782 is Joost gedoopt, hij is voor 1791 overleden want op 22 mei 1791 is weer een zoon met de naam Joost gedoopt.
Wouter, Gerrit en Machiel waren in 1811 visser.

Huwelijk van de kinderen
Huibertje van Heest (1770-1816) is op 1 mei 1791 getrouwd met Simon Gerritsz Stapel (1757-1826), weduwnaar van Maatje Jans Abeele. Over de ouders van Simon zie het bericht van 6 november 2014.
Gerrit van Heest (1775-1834) trouwde met Neeltje van Oostende (1778-1849).

Dirk van Heest, stuurman van De Liefde in 1782
De gaffelvisschuit De Liefde uit Middelharnis had als stuurman Dirk van Heest en als boekhouder Leendert van den Tol
De schuit is op 22 februari 1782 verkocht aan de Compagnie Van der Jagt en Van der Gronden uit Oostende. Dirk van Heest is op 25 februari 1782 ingeschreven als poorter van Gent. Beide formaliteiten waren nodig om onder neutrale Zuid-Nederlandse vlag te kunnen varen tijdens de Vierde Engelse Oorlog (1).

Machiel van Heest (1767-1829), stuurman onder Deense vlag in 1798
Machiel van Heest was een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die in 1798 onder Deense vlag voer. Ook zijn vader Dirk komt op deze lijst voor (3).

Onder Pruisische vlag en toch gekaapt
Machiel van Heest kreeg op 21 januari 1804 een paspoort om naar Oost-Friesland te reizen met het oog op het verkrijgen van neutrale papieren voor een gaffelschuit (2). Hij was stuurman van de Vrouw Elisabeth van den Tol. Zie bericht van 10 januari 2016.
Het schip is op 23 juni 1804 door de Engelsen gekaapt en enkele maanden later weer vrijgegeven (4). 

In 1810 is deze schuit door de Engelsen in de grond gehakt vlak voor de Maas. Wie er toen stuurman was is niet bekend (5).


Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje


1.  Poorters en buitenpoorters van Gent 1477-1492, 1542-1796. Gent, Stadsarchief, 1986. 269-270.  Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr 17.
2.Rechterlijk Archief Middelharnis, inventarisnummer 31, 21 januari 1804. Met signalement
3. Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798

4. HCA/32/1553/3723  
5. Register A.Q. Kolff