maandag 19 februari 2018

In gantsch Holland wordt geen zo vischrijke plaats gevonden (over Middelharnis in 1789)

Jan A. Backer deed op zijn reis door Nederland ook Middelharnis aan. In deel 2 van zijn reisverslag vertelde hij over zijn bezoek aan Overflakkee.


Verders trekken deeze plaatsjes geen gering voordeel van de Visscherij, en wel voornamelijk Middelharnas, althans men zegt  dat in gantsch Holland geen zo vischrijke plaats wordt gevonden [...] Om deeze tyd des jaars, wanneer 'er doorgaans veel Tarbot gevangen wordt, zendt men die naar Engeland









Bron:
Backer, Jan A. De jonge reiziger door Nederland, deel 2, 1789, p. 159

vrijdag 26 januari 2018

Pieter Koudijzer (1853-1887) en Willemtje Hanenberg (1853-1923)

Ouders
Pieter Koudijzer is geboren op 8 februari 1853 in Middelharnis, zoon van Leendert Koudijzer (1814-1875) en Adriaantje Overbeek (1828-1906).
Willemtje Hanenberg is geboren in Sommelsdijk op 25 januari 1853, dochter van Willem Hanenberg (1824-1852) en Pleuntje Vroegindeweij (1828-1902).

Huwelijk en kinderen
Pieter en Willemtje trouwden op 1 mei 1876 in Sommelsdijk.
Drie kinderen werden in Middelharnis geboren: Dirkje (1877-1903), Willem (1878-1918) en Leendert (1880-1954).
Op 13 oktober 1882 vertrokken Pieter en Willemtje met hun gezin naar Pernis. In Pernis werden nog drie kinderen geboren Marinus Abraham (1884-?) en de tweeling Trijntje en Adriaantje, geboren op 22 juni 1886. De drie zoons van Pieter en Willemtje werden visser.

Pieter Koudijzer omgekomen
Op 29 maart 1887 deden Jacob Versteeg (59) en Herman Groenendijk (36), beiden vissers uit Pernis, in Den Helder aangifte van het overlijden van Pieter Koudijzer, oud 34 jaar.
Hij is op 22 maart 1887 ongeveer vijf mijlen benoorden Texel overboord geslagen en verdronken. Het ongeval vond plaats op de HD 30 Pollux (mededeling Jan van Welie).

Nabestaanden
Willemtje bleef met zes jonge kinderen achter.
Ze overleed in Pernis op 15 juni 1923, 70 jaar oud.

Willem Koudijzer (1878-1918) omgekomen

Op 17 juli 1918 vertrok de zeillogger MA 144 Nil Desperandum (Wanhoopt Niet), rederij P. Doelman, vanuit IJmuiden ter beugvisserij op de Noordzee in de vrije vaargeul tussen 53 graden en 56 graden noorderbreedte. De bemanning bestond uit dertien koppen onder schipper A. Noordzij. In de ochtend van 20 juli om vijf uur was het schip nog gezien door schipper W.H. de Bruin van de zeillogger MA 51 Johanna ter hoogte van het lichtschip Doggersbank-Zuid, waarna de MA 144 in de mist verdween. Sindsdien werd van de Nil Desperandum niets meer vernomen. De Raad voor de Scheepvaart concludeerde in zijn uitspraak van 17 september 1918 dat de Nil Desperandum op of na 20 juli 1918 op de Noordzee is vergaan, waar bij alle dertien opvarenden het leven hadden verloren, onder wie de in Pernis woonachtige Willem Koudijzer. Hij was net 40 jaar en ongehuwd.

Gegevens van Pieter Koster, Haarlem.

donderdag 25 januari 2018

De herinneringen van Beschier Faasse (1869-1967) aan de visserij van Middelharnis

In de rubriek "Folklore en Taal" van F. den Eerzamen in het Eilanden-Nieuws zijn in 1956 de herinneringen van Beschier Faasse opgenomen. Er zijn wel meer verhalen door (oud-)vissers opgetekend, meestal uit de periode 1900-1920. De herinneringen van Beschier gaan terug tot 1879.
Beschier Faasse is op 9 oktober 1869 in Sommelsdijk geboren, zoon van Adrianus Faasse en Willemtje van der Slik. Ze hadden een groot gezin, de vader was landarbeider. Ze hadden het thuis niet breed.
In 1876 ging hij met zijn broer Marinus (geboren 1863) naar het havenhoofd waar ze aan boord van een sloep keken. Een jaar later gingen twee van zijn broers naar zee. Dat viel voor thuis niet mee, maar het moest. Ze hadden het zwaar aan boord. Toen ze terugkwamen was het groot feest. "Vader slachtte een geit en we mochten naar hartelust smullen".

In 1879 moest hij als tienjarige jongen gaan werken als koeienwachter. De boer was erg goed voor hem. Toen hij elf was, in 1880, moest hij met de oude Salomon Beket mee uit vissen op bot en paling. Ook maakte hij zijn eerste reis naar zee, het speelreisje. Later in het jaar 1880 kwam hij als kofjekoker bij Cornelis van den Hoek aan boord (de sloep heette de Nijverheid).
Beschier noemt de goede verdiensten vanaf 1882. De besommingen waren hoog, de manschappen verdienden 700-800 gulden per jaar. De schippers Jan van den Hoek en Leen Koster maakten de grootste besommingen. In 1883 overleed vader Adrianus. Ze waren toen met vijf broers op zee.
Over de decemberstorm van 1884 schreef Beschier op dat de Menheerse vloot 36 uur lang in gevaar was. 
De vissers voelden zich ‘in de greep van de dood.’ Het liep allemaal goed af. Toen het gevaar voorbij was hief de bemanning psalm 66 vers 3 aan en daarna sprak een van de bemanningsleden een dankgebed uit. ‘De zeeman weet, dat er maar een dun houten beschot is tussen hem en de dood.’

Hij verhaalt over het drama met de sloep de Tweelingen in 1886, waarbij zijn broer Marinus op het nippertje gered werd (zie bericht 22 september 2013). Het was dat jaar veel slecht weer. Als bijzonderheid vermeldt hij dat ze een partij kokosnoten opvisten. In 1886 kwam Beschier op een nieuwe sloep te werken, de MD 28 Vertrouwen, een snelle zeiler die altijd het eerst aan de markt was. Een nieuwigheid was dat de vissers per spoor vanuit Nieuwediep naar huis kwamen.


In 1889 had hij genoeg van de visserij. Hij is op een binnenvaartschip gaan werken.

Op 27 januari 1894 is zijn broer Pieter, geboren 18 maart 1862, op de MD 7 Toekomst schipper Jan van den Hoek, bij het uitdraaien van het achterlicht overboord gevallen en verdronken. Pieter was gehuwd en had drie kinderen. Jan van den Hoek kwam het aan Beschier en zijn moeder vertellen. Voor Martien (Maarten Jacob geboren 1876), ook een broer van Beschier, was dit aanleiding om eveneens de visserij vaarwel te zeggen.

Nog een seizoen heeft Beschier als visser gewerkt: in 1902 deden twee sloepen uit Middelharnis mee aan de visserij bij IJsland. Beschier en zijn broer Barend (geboren 1870) behoorden tot de bemanning (zie bericht van 7 oktober 2012).
Beschier trouwde op 10 november 1905 in Middelharnis met Maria Boer. Ze waren 36 en 31 jaar oud. Ze verhuisden naar Rotterdam waar drie kinderen geboren werden.


Eilanden-Nieuws 6 oktober 1967


Dat er vijf jongens uit een Sommelsdijks landarbeidersgezin op de sloepen van Middelharnis gingen werken is opmerkelijk, maar niet uniek. Er was in de tweede bloeiperiode van de visserij (1863-1889) veel vraag naar vissers, temeer omdat er veel vissers uit  Middelharnis door scheepsrampen tussen 1863 en 1872 omgekomen waren. De verdiensten waren goed, een visser verdiende meer dan een landarbeider.

Meer voorbeelden van vissers uit landarbeidersgezinnen: gebroeders Van den Hoek (Dirksland), De Man (Dirksland), Jordaan (Middelharnis, zes broers die visser werden), de zoons van Beschier de Korte, den Braber, Sala, Oosterling.

bron:
Eilanden-nieuws 17 oktober 1956, 24 oktober 1956 en 7 december 1956

Eerdere artikelen met herinneringen van Beschier Faasse in Eilanden-nieuws, 7 februari, 7 augustus en 11 augustus 1948

woensdag 20 december 2017

De vergeten vissers van Middelharnis, oproep voor foto's

In 2018 verschijnt een boek over de omgekomen vissers van Middelharnis. De lezers van Arjaentje weten dat op dit weblog sinds 2012 vele bijdragen verschenen zijn over de vissersfamilies van Middelharnis, en in het bijzonder over vissers die verdronken zijn en over hun nabestaanden.
Deze informatie over de scheepsrampen en ongelukken sinds 1717 en nog veel meer interessante onderwerpen uit de visserijgeschiedenis van Middelharnis worden - in samenwerking met het Streekmuseum- samengebracht in een publicatie van circa 175 pagina's. De auteurs zijn Rinus van Dam, Pieter Koster en Marlies Jongejan.

De kern van het boek vormen de circa 285 reconstructies van de gezinnen van de omgekomen vissers. 

In het Eilanden-Nieuws van 20 december 2017 hebben de auteurs een oproep geplaatst voor foto's van vissers die bij de uitoefening van hun beroep zijn omgekomen en van hun directe nabestaanden.
Van voor 1860 zullen er geen foto's meer te vinden zijn. Van na 1860 is het denkbaar dat er afbeeldingen bewaard zijn gebleven. Vissers die een centje over hadden lieten zich soms wel portretteren, als ze bijvoorbeeld in de haven van Nieuwediep of IJmuiden verbleven. Ook foto's van directe nabestaanden zijn welkom.

Mocht u in het bezit zijn van foto's dan kunt u die mailen naar:
vissersvanmiddelharnis@gmail.com
of afgeven bij het Streekmuseum Goeree-Overflakkee in de Kerkstraat in Sommelsdijk
of telefonisch contact opnemen: 0187-602178. 

maandag 18 december 2017

De haven van Middelharnis in 1896

Een bekende foto van de haven van Middelharnis. In een toelichting in Eilanden-Nieuws van 9 februari 1952 wordt gesteld dat de foto van 1898 is. De man met de hoed, rechts, is Leendert Gouswaart*. Hij was 43 jaar oud in 1898. Maar helemaal achterin de haven is de MD 35 Pionier nog te zien. Deze sloep is in september 1896 gezonken. We houden de datering op mei/juni 1896.


De haven van Middelharnis in 1896
(Streekarchief Goeree-Overflakkee)


Op 97-jarige leeftijd, in 1952, vertelde Gouswaart aan de krant wie de kinderen op de foto zijn.





Aagje Onderdelinden (1885-1962) is het meisje in het zwart, aan de linkerkant van Gouswaart, de man met de hoed. Aagje was in de rouw vanwege het overlijden van haar vader. Hij is omgekomen met de sloep Zeemanshoop in december 1895. Aagje werd geboren op 28 januari 1885 in Middelharnis, ze was tien jaar oud, bijna 11, toen haar vader verongelukte. Ze was de oudste van zeven kinderen.
Zij trouwde op 17 mei 1907 met Jacob Johannis Boogerman (1882-1977), zeevisser van beroep. Zij kregen zeven kinderen. In januari 1912 vertrokken zij naar Rotterdam, waar Jacob werkte als bootwerker. Aagje overleed op 31 december 1962 te Rotterdam, 77 jaar oud. 
Zie over de familie Onderdelinden het bericht van 9 augustus 2013.


De volgende sloepen zijn te onderscheiden:
MD 6 Titia Jacoba, schipper Dirk van den Hoek
....
MD 4 Volharding, schipper Cornelis Boon
MD 3 Nijverheid, schipper Jacobus van den Hoek

Achterin: MD 35 Pionier, schipper Ary de Waard




* Zie over Leendert Gouswaart ook het bericht van 3 maart 2012:
Jeroen Vlasbloem Dijkers (1824-1879) en Teuntje van der Velde (1821-1863)

maandag 13 november 2017

Maarten Langbroek (1839-1903), Arendje Buurveld (1839-1875) en Annetje Vermaas (1852-1933)

Ouders
Maarten Langbroek is een zoon van Hendrik Langbroek (1813-1881)  en Helena Cornelia Boogerman  (1811-1885). Hij is op 7 september 1839 in Middelharnis geboren. Hendrik Langbroek  was schipper van de haringhoeker MHS 3 Dankbaarheid en vanaf 1857 van de sloep MHS 5 Dankbaarheid. Maarten is een kleinzoon van Maarten Langbroek (1789-1847), die op 27 juni 1847 door verdrinking om leven kwam. Zie bericht van 21 juni 2013.
Arendje Buurveld is een dochter van Maarten Buurveld (1796-1866) en Maria Boon (1803-1866 . Ze is geboren op 15 oktober 1839 in Middelharnis. Maarten Buurveld was schipper van de haringhoeker MS 5 Middelharnis van 1847 tot 1852.  Hij is een zoon van de in 1813 omgekomen stuurman van de gaffelvisschuit de Jonge Jacob, Leendert Cornelisz Buurveld.
Annetje Vermaas is geboren op 10 november 1852 in Middelharnis. Zij is een dochter van Hijmen Vermaas (1824-1899) en Aagje Gideon (1824-1853). Hijmen Vermaas is een zoon van de in 1825 bij het vergaan van de gaffelvisschuit de Jonge Cornelis van stuurman Jacob Bree omgekomen Gerrit Maartensz Vermaas (1787-1825). Zie over de familie Vermaas o.a. het bericht van 14 april 2015.

Huwelijk en kinderen
Maarten en Arendje trouwden op 16 april 1864, allebei 24 jaar oud. Ze kregen zes kinderen:
- Helena Cornelia, geboren op 14 september 1865 en overleden te Rotterdam op 24 juni 1944. Zij was ongehuwd.
- Maarten Leendert, geboren 13 december 1868 en overleden 7 mei 1942 te Middelharnis. Hij trouwde op 29 april 1892 met Jannetje Anna Taale, geboren 7 maart 1871 en overleden 6 februari 1950 te Middelharnis. 
- Hendrik, geboren 20 januari 1871 en overleden te Velsen op 6 mei 1953. Hij trouwde op 19 maart 1906 te Velsen met Neeltje Pereboom (1871-?), weduwe van Klaas Prins (1877-1904). Hendrik was visser van beroep.
- Maria, geboren 19 april 1872, overleden 3 januari 1874.
- Leendert, geboren 21 augustus 1873, overleden 2 september 1873.
- Maria, geboren 20 december 1874, overleden 14 juni 1875.
Arendje Buurveld overleed op 27 januari 1875 te Middelharnis, 35 jaar oud. 

Maarten hertrouwde op 20 april 1876 met  Annetje Vermaas.
Maarten en Annetje kregen acht kinderen:
- Aagje, geboren 9 januari 1877, overleden 28 september 1879.
- Aagje, geboren op 6 juli 1880, overleden op 28 juni 1961 te Bloemendaal. Zij trouwde op 24 oktober 1907 in Velsen met Hendrik Lustig (1884-?), vishandelaar van beroep.
- Maartje, geboren 18 augustus 1882, overleden 1 oktober 1883.
- Heime, geboren 26 juli 1885, overleden 6 maart 1963 te Velsen. Hij trouwde op 21 juni 1906 te Velsen met Gerhardina Elisabeth Diederika Baak (1884-?). In 1906 was zijn beroep dekknecht.
- Gerrit, geboren 22 augustus 1887, overleden 12 juli 1959 te Velsen. Hij trouwde op 15 oktober 1908 te Velsen met Alida Hofman (1887-?). Zijn beroep was metselaar.
- Jobje, geboren 25 april 1889, overleden 19 oktober 1918 te Velsen. Zij trouwde op 24 februari 1916 met Willem Jacobs Slotemaker (1887-1960), van beroep los werkman.
-Johannis, geboren op 7 februari 1891 en overleden op 21 februari 1972 in Den Haag. Hij trouwde op 4 oktober 1917 te Velsen met Catharina van Akkeren (1886-1969).
- Abraham, geboren 12 juli 1892 en overleden 28 augustus 1962 te Velsen. Hij trouwde op 13 juni 1918 met Grietje Blom (1894-1969).

Schipper Maarten Langbroek Hzn.
Maarten was al  in 1862, op zijn 23ste jaar, stuurman van de MHS 1 Op hoop van Zegen.
en in 1865 werd hij schipper van de op 3 juli van dat jaar te water gelaten houten sloep MD 12 Twee Cornelissen van rederij Wed. C. Kolff & Zoon. Dat was hij tot 1888.
In  november 1887 is een van de bemanningsleden, Jan Boon, verdronken. Zie bericht van 24 juni 2013 op dit weblog.


Algemeen Handelsblad, 5 december 1887


Overlijden in IJmuiden
Het gezin is, met uitzondering van de twee oudste kinderen, op 14 januari 1902 naar IJmuiden verhuisd. Een jaar later, op 6 februari 1903, overleed Maarten "in een schip liggende in de visschershaven te IJmuiden". 
Hij was 62 jaar oud.

Nabestaanden
Vijf  van de kinderen waren nog minderjarig, tussen 10 en 17 jaar oud, toen hun vader overleed. Annetje Vermaas overleed op 20 augustus 1933, 80 jaar oud.


Gegevens van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje


donderdag 9 november 2017

Gaffelschuiten uit Middelharnis verhuurd aan de marine in 1747

Na de Spaanse Successieoorlog (1702-1713) koos de Republiek lange tijd voor een neutrale positie. Er werd weinig geïnvesteerd in het leger, waardoor de marine van de Republiek is verworden tot een marine van de tweede rang.
Dat de Republiek op militair gebied zeer zwak was bleek tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748). In april 1747 vielen Franse troepen de Republiek binnen en werd onder meer Zeeuws-Vlaanderen bezet. Bergen op Zoom viel na een maandenlang beleg, waarbij aan beide kanten ongeveer vijfduizend doden vielen, op 16 september 1747 in Franse handen. De marine moest de Zeeuwse en Hollandse wateren beschermen tegen de oprukkende Fransen. In de loop van 1747 is een verdedigingslinie op de Westerschelde en de Oosterschelde gevormd met de weinige oorlogsschepen die de Republiek bezat, aangevuld met kustvaarders en vissersschepen. Alles wat maar enigszins kon varen werd ingehuurd.
(1) Zo ook elf visschuiten uit Middelharnis (2) met de namen :


't Witte Lam
Huijs van Nassouw
Boslooper
Prins van Oranje
Eendragt
de Liefde
Jonge Jan
's Lands Welvaren
Oijevaar
Gulde Vryheid
Twee Gebroeders

Tijdens deze kortstondige oorlog tussen de Republiek en Frankrijk in 1747/48 vormden de kapers uit Duinkerken een gevaar. Er vielen ook vissersschepen in hun handen. Uit een krantenbericht blijkt dat er 
tussen februari en mei 1748 zeven hoekers gekaapt werden: een uit Zeeland, twee uit Maassluis en vier uit Vlaardingen. De kapers voeren onder de prinsenvlag om de vissers te misleiden. Twee hoekers lagen ten anker op het zuideinde van de Friesland Bank en hadden hun beuglijn uitstaan, twee anderen bevonden zich noordelijke Noordzee. Van de overige drie is verder niets vermeld. Twee schepen gingen verloren. De andere vijf schepen werden niet genomen, maar gerantsoeneerd. Het ging om zeer hoge rantsoengelden en het is de vraag of iedere reder die wel vlot kon opbrengen om zijn stuurman vrij te kopen. (3)

Er zijn in deze periode geen vissersschepen uit Middelharnis in handen van kapers gevallen.


Bij het opmaken van de lijst van huizen met aantekening van de aanwezige personen t.b.v. van de Liberale Gift (4) in november 1747 bevonden zich slechts twee personen uit Middelharnis op een wachtschip op de Honte (Westerschelde). Het betrof Cornelis Mercij (huisnr. 131) en Klaas Don (huisnr. 248). Mogen we hieruit concluderen dat de schuiten zonder bemanning verhuurd werden ?


1. J.R. Bruijn. Varend verleden. De Nederlandse oorlogsvloot in de 17e en 18e eeuw. Amsterdam 1998, 192.
2. Rechterlijk archief Middelharnis (RAM) inv. nr. 22 en 40, oktober 1747
3. J.R. Bruijn, Zeegang, 193-194.
4. Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 229, Lijst van huizen t.b.v. de Liberale Gift, 1747.