vrijdag 28 december 2012

Neeltje Lokerse (1868-1954)

De belangstelling voor vrouwengeschiedenis is in de jaren 1970 ontstaan, daarvoor was de rol van vrouwen in de geschiedenis sterk onderbelicht. Een onbekende vrouw die ik in de collectie van de Provinciale Bibliotheek ontdekte was Neeltje Lokerse, dienstbode, ongehuwde moeder. Een strijdbare vrouw die overal in het land spreekbeurten hield over het "vaderschapsonderzoek".  Ze kreeg indertijd in de bibliotheek aandacht in een bescheiden vitrine.
Gelukkig is er de afgelopen tijd meer belangstelling voor haar gekomen. Zie onderstaande bijdragen op het Biografisch portaal en op de website Geschiedeniszeeland.

In Heerhugowaard is een straat die "Neeltje Lokerseland" heet en in de Leidse wijk Stevenshof is een pad naar haar genoemd.
Yerseke heeft deze bekende inwoonster nog niet met een straatnaam geëerd.


Neeltje Lokerse
Collectie Zeeuwse Bibliotheek


Neeltje Lokerse op www.geschiedeniszeeland.nl

Neeltje Lokerse op Biografische portaal

donderdag 27 december 2012

Dienstboden in Zeeuwse steden 1650-1850

In de jaren 1980, lang voor het internettijdperk, hield ik me bezig met de geschiedenis van dienstboden. 
In het tijdschrift Spiegel Historiael verscheen in 1984 een artikel over dienstmeiden en huisknechten in de steden in Zeeland dat vooral ging over de gedetailleerde reglementen waarmee de stedelijke overheden de verhoudingen tussen werkgever en werknemer probeerden te reguleren.
Hierbij de link naar het gescande artikel.



Dienstboden in de Zeeuwse steden


Uit: Jacob Cats, Alle de wercken, 1855
"Als morsige lieden kuys worden, so schuerense de panne van achteren".

Mijn doctoraalscriptie ging over hetzelfde onderwerp, maar dan toegespitst op de stad Goes. Het is indertijd wel op een tekstverwerker gemaakt maar de floppy's zijn al lang niet meer leesbaar.
Hierbij de link naar de scan van de scriptie in twee delen
Weeldeboden en werkboden. dl.1. Tekst
Weeldeboden en werkboden dl.2.Bijlagen




Marlies Jongejan
27 december 2012

vrijdag 21 december 2012

Kees Jongejan en de IJsclub Middelharnis-Sommelsdijk

IJsclub Middelharnis-Sommelsdijk heeft alles behalve vorst
Zo luidt de tekst boven een artikel in Ons Eiland van 22 maart 1984. C. Jongejan na 34 jaar uit bestuur IJsclub is het onderwerp van het artikel. Mijn vader vertelt dat de vereniging alles heeft: 1250 leden, een ijsbaan, genoeg vrijwilligers, pompen, verlichting, veegmachine en een kantine. Een financieel gezonde club. Alleen ontbreekt het dikwijls aan vorst.



In 1950 kwam Pa in het bestuur van de IJsclub, eerst als bestuurslid en vanaf 1963 was hij voorzitter. Het was niet wat ze tegenwoordig "besturen op afstand" noemen. Als het vroor was hij voortdurend in de weer. Ook om 12 uur 's nachts uit bed om met andere bestuursleden en vrijwilligers een laagje water op het ijs te zetten zodat de baan weer mooi glad werd. Hij schaatste zelf graag maar dat was voor mijn tijd (geb.1954) want ik heb hem nooit zien schaatsen. We waren natuurlijk allemaal lid van de IJsclub, je hoefde maar "Jongejan" te zeggen of je mocht al doorlopen.


Kees Jongejan en Riek Dijkers ca. 1936


Geschiedenis van de IJsclub
De IJsclub Middelharnis-Sommelsdijk is op 10 januari 1893 opgericht met als eerste  voorzitter burgemeester Ulbo J. Mijs van Middelharnis. De club had voor de oorlog geen eigen ijsbaan, er werd op De Vliegers geschaatst. J. Hoving heeft het allemaal beschreven in zijn artikel IJspret en schaatssport.
In 1957 komt er schot in de pogingen om een eigen baan te krijgen, er wordt dan een stuk grond aan het Oost Voorgors gepacht. Er was fl. 3500,- meer nodig dan geraamd voor lichtmasten, vlaggenmasten en funderingen voor wc en kassa. Dit bedrag wordt op schuldbekentenis à 5% van de heer Dijkers geleend. Dit lijntje ligt voor hand: bestuurslid Jongejan deed een beroep op schoonvader A.J. Dijkers.
In 1980 is een stenen clubgebouw van 6x10x3 meter gebouwd waaraan veel vrijwilligers hebben bijgedragen, waaronder natuurlijk de voorzitter Kees Jongejan die opmerkte dat het "geen kot, maar een paleisje" was geworden. Zo is te lezen in het artikel van Hoving.



Winter 1956.
Scan uit het boek: C. Hameeteman, Sommelsdijk,
een eeuw in foto's en herinneringen.
Als iemand weet wie de rechten heeft op deze foto
graag een berichtje, dan kan ik alsnog toestemming vragen

Literatuur:
J. Hoving. IJspret en schaatssport. In: De Ouwe Waerelt, 10(2010) 29, p.12-19.






woensdag 19 december 2012

Reder Johannis Meijer Veerman (1808-1892)

Johannis Meijer Veerman was rond 1870 reder van de sloepen Middelharnis, Op Hoop van Zegen en Ulbo. Veerman was met drie sloepen een kleine reder.

Ouders, broer en zussen
Johannis Meijer Veerman was een zoon van Willem Leonard Veerman, die koopman was, en van Huibertje Meijer. W.L. Veerman was in het begin van de negentiende eeuw vele jaren pachter van de visafslag. Hij overleed op 19 oktober 1850, 84 jaar oud. De moeder van Johannis was 69 jaar toen ze 
tijdens de cholera-epidemie op 7 juli 1849 overleed.
Johannis had een broer Leonardus Eliza Veerman, die in 1828 op 25-jarige leeftijd overleed en een zus Sara Magdalena, overleden op 3 maart 1855, 49 jaar oud. Zijn zus Johanna Veerman is in 1807 geboren en overleden op 27 maart 1891.

Levensloop van Johannis
Johannis bleef vrijgezel en woonde samen met zijn zus Johanna aan de Voorstraat in Middelharnis.  We komen zijn naam vaak tegen in de akten van de burgerlijke stand als aangever en als secretaris. Veerman was als gemeentesecretaris een vooraanstaand persoon in de dorpsgemeenschap, een sociaal voelend man die als vraagbaak fungeerde en die hulp bood bij formaliteiten waar mensen mee te maken kregen.
Johannis was voogd van verschillende kinderen uit vissersfamilies. Zo werd hij voogd van Adriaantje Koning toen haar moeder Sara Koning in 1849 overleed. Ook was hij voogd van Leendert Jan Hotting.
Veerman was een vermogend man. Bij zijn overlijden in 1892 liet hij 30.000 gulden na aan de Nederlands Hervormde kerk en 10.000 gulden aan de diaconie

Reder
Sinds 1853 was Veerman boekhouder van de sloep de Hoop. Deze sloep was eigendom van meerdere personen.
In 1865 liet Veerman de sloep Middelharnis bouwen bij de scheepswerf L. van Dam & Co. in Vlaardingen. In 1869 volgde de Ulbo, eveneens besteld bij de werf van Van Dam. Veerman werkte samen met de firma Wed. C. Kolff en Zoon, die contractueel de opdrachtgever was voor deze sloep. In 1870 liet Veerman de Op Hoop van Zegen bouwen op de werf van Peeman in Middelharnis.

De zeven jaar oude sloep Middelharnis verging in november 1872 met man en muis.
Tijdens de winter van 1875-76 waren de besommingen laag. De tegenvallende opbrengsten hielden aan tot en met de winter van 1879-80. Het was door de lage verdiensten lastig om aan mensen te komen. Een deel van de vissers gingen liever voor meer geld als haringvisser werken. De kleine rederij van Veerman kon het niet meer bolwerken. De grotere reders Slis en Kolff bleven over. In 1878 stopte Veerman als reder. De Op Hoop van Zegen (MD 16) en de Ulbo (MD 15) gingen over naar de firma Kolff.

De haven van Middelharnis in 1890
Op de achtergrond de MD 16 Op Hoop van Zegen


Lijnbaan en taanderij
Johannis Meijer Veerman kocht in 1853 samen met de firma wed. C. Kolff en Zoon de touwslagerij aan het Beneden Zandpad. Ook hadden de compagnons samen een taanderij voor het conserveren van touwwerk in eigendom.

© Marlies Jongejan, maart 2024

zondag 16 december 2012

Het vergaan van de sloep Middelharnis, deel 7. De nabestaanden (vervolg)

De negen weduwen van de bemanningsleden van de sloep Middelharnis hadden bij elkaar achtentwintig kinderen thuis, aldus de berichtgeving uit december 1872.
Vier ervan waren al zeventien jaar of ouder .
Vierentwintig kinderen waren dertien of jonger. Een reconstructie

Willemtje Dupré 1872
Lena de Waard 1872
Jan Dupré 1870
Cornelis de Waard 1870
Lena van den Nieuwendijk 1870
Jan Cornelis de Man 1870
Dirk de Moei 1870
Maria Dubbeld 1870
Jacob Don 1869
Huibertje Dupré 1868
Simon de Waard 1868
Cornelis de Moei 1868
Catalijntje de Man 1868
Maartje Smit 1867
Lena Cornelia de Moei 1866
Magdalena Smit 1865
Johanna van den Nieuwendijk 1864
Maria de Man 1863
Leendert Smit 1863
Cornelia de Man 1861
Huibertje Dubbeld 1861
Hendrik Smit 1861
Simon de Moeij 1860
Maria Smit 1859
Suzanna de Moeij 1855
Mattheus Smit 1854
Jacob Smit 1852
Francina de Moeij 1851

Aren Jan de Waard (1850-1872), Marinus Smit (1857-1872) en Bastiaan de Moei (1858-1872)

Tot slot van de serie over de bemanning van de sloep Middelharnis aandacht voor de drie jongste bemanningsleden

Aren Jan de Waard
Aren Jan de Waard was een zoon van Maria Knape en Gabriël de Waard. Zij trouwden op 20 augustus 1848 in Sommelsdijk, Gabriël was visser. Hun eerste kind Adriana is in januari 1849 geboren en in maart overleden. Aren Jan is op 7 september 1850 geboren en zijn zus Adriana in 1853. Het gezin is op 12 april 1856 naar Rotterdam vertrokken, daar is zus Geertje in 1860 geboren.
In november 1868 is het gezin teruggekomen naar Middelharnis en heeft Aren Jan werk gezocht op een sloep. Hij moest waarschijnlijk onder aan de ladder beginnen ook al was hij al achttien. Aren Jan was 22 toen de sloep Middelharnis op 12 november 1872 verging.

Zijn vader Gabriël de Waard is op 4 maart 1879 overleden toen hij 55 jaar was. Moeder Maria Knape is in 1905 overleden, ze was toen 81 jaar.
Zij woonde op de Westdijk in huis bij dochter Adriaantje die met Leendert Jan Hotting (visser) trouwde. Ook Geertje woonde enige tijd op dit adres.

Marinus Smit
Marinus was de vierde zoon uit het tweede huwelijk van schipper Cornelis Smit. Zie bericht van 12 november 2012 op dit weblog
Marinus was het op een na jongste bemanningslid van de sloep. Zijn vader Cornelis, zijn broer Gerrit en zijn zwager Arend de Waard waren eveneens aan boord.
Marinus had waarschijnlijk de rol van keteltapper, de op een na laagste rang aan boord. De keteltapper deed samen met het kofjekokertje veelal huishoudelijke klussen.


Bastiaan de Moei
Bastiaan was de oudste zoon uit het gezin van mijn overgrootouders Simon de Moeij en Lena van Eck. Hij had twee oudere zussen: Francina en Suzanna. Bastiaan is genoemd naar zijn grootvader Bastiaan van Eck. Hij was acht jaar ouder dan mijn grootmoeder Lena Cornelia. Zie bericht op dit weblog van 3 februari 2012.
Aangezien Bastiaan de jongste aan boord was zal hij wel de kofjekoker geweest zijn. Koffie zetten, kachel aanmaken, schoonmaken van de ton, aardappelen schillen, vuilnis opruimen, vloer vegen, slaapvertrekken schoonhouden etc.
De vader van Bastiaan was matroos en ook aan boord van de Middelharnis

Hendrik Dupré (1845-1872) en Maria Pieternella van der Meide (1844-1910)

Huwelijk
Hendrik Dupré (ook wel Dupree en andere varianten)  is op 12 januari 1845 geboren in Middelharnis. De vader van Hendrik Dupré heette ook Hendrik (geboren 1810) en was visser. Zijn moeder heette Huibertje van Dalen.
Maria Petronella van der Meide is afkomstig uit Sommelsdijk geboren op 4 november 1844, haar vader was arbeider. Zij was dienstbode toen ze op 8 april 1868 met Hendrik trouwde.
Ze waren allebei 23 jaar. Opvallend is dat Hendrik al visser-stuurman was op zijn 23e.

Kinderen
Op 17 juni 1868 werd Huibertje geboren en op 24 april 1870 volgde Jan.
Op 17 januari 1872 is Willemtje geboren.

Nabestaanden
Hendrik Dupré was een van de bemanningsleden van de sloep Middelharnis die op 12 november 1872 is vergaan. Zijn vrouw bleef achter met drie kinderen waarvan de oudste vier jaar was. Het gezin woonde aan het Zandpad.
Maria Pieternella van der Meide is op 30 januari 1879 hertrouwd met Gerrit Wursten. Ze waren allebei 34 jaar oud, het beroep van Gerrit was schippersknecht en later (binnen)schipper.

Huibertje is op 31 mei 1889 in Sommelsdijk getrouwd met Marcus Faasse, binnenschipper. Ze was toen 20 jaar oud (voogd bruid Jan Schippers en toeziend voogd Gerrit Edewaard).

Willemtje trouwde op 18 december 1896 met Gillis in 't Veld uit Stad aan het Haringvliet, ook een binnenschipper.
Jan Dupré is op 14 augustus 1896 getrouwd met Jannigje Muller uit Papendrecht. Hij was aanvankelijk visser en later binnenschipper.

Maria Pieternella van der Meide is in 1910 overleden. 


Meer familieleden op zee gebleven
Een oom van Hendrik heette Maarten Dupree (1807-1867). Hij was gehuwd met Arentje Wittekoek (geb.1804). Maarten en Arentje hadden onder andere een zoon Marinus Dupree (1839-1867) gehuwd met Anna Lugthart. Deze oom en neef waren ook visser. Zij zijn omgekomen bij de scheepsramp met de sloep Wisselvalligheid die van 16 op 17 januari 1867 met man en muis is vergaan (1).
Een oudere broer van Hendrik kwam in 1876 om. Arij Duprée (1842-1876) was matroos op de sloep Onbestendigheid, schipper Jan de Korte. Op 13 november 1876 is hij overboord geslagen op 54 graden NB (overlijdensakte 100, 1876). Arij was 34 jaar oud toen hij overleed. Hij was op 13 april 1865 gehuwd met Jannetje Wielaard. Zij bleef achter met  acht kinderen. Hun jongste zoon Arij was op 26 augustus 1876 geboren en dus nog geen drie maanden oud ten tijde van het ongeval, waarbij ook de schipper en een jongen Kornelis den Braber (1852-1876) verdronken zijn.
Adrianus Dupré  (1867-1918) was negen jaar toen zijn vader verongelukte. Adrianus trouwde op 28 februari 1912 met Pietertje Aleman (1872 - 1944) uit Zierikzee. Hij is omgekomen met de ramp met de  SCH442 Jeanne Engeline. Omstreeks 12 juli is het schip nog gezien door een andere Scheveningse visser. Op 16 augustus 1918 is op de westkust van Jutland een sloep van de Jeanne Engeline aangespoeld. Dertien bemanningsleden kwamen om. Vier vissers waren in Middelharnis geboren en woonden in Rotterdam, waaronder Adrianus (2).
De jongste zoon  van bovenstaande Arij ook genaamd Arij Dupré (1876-1912) was een van de bemanningsleden van de MD 3 Anna die in 1912 is vergaan. Hij was in 1900 getrouwd met Lientje van Gelder (1878-1957). (3). Hun zoon Arij geboren op 13 augustus 1900 is op 19 november 1918 overleden, een slachtoffer van de Spaanse griep.


1. Bevolkingsregister 1861-1890 en huw akte 1872 nr.14 tweede huwelijk van Anna Lugthart.
2.Zie documentatie op Vissersnamenmonument Scheveningen onder de naam van Arie Keus, de enige opvarende die uit Scheveningen kwam. 
3.Fons Grasveld. Het lot van de MD3 Anna. Met medewerking van Jan van de Voort. Hilversum,2014. p.116
Zie p.130-131 voor het leven van Lientje van Gelder.



Huwelijksakte Middelharnis 1868, nr.5