Posts tonen met het label Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. Alle posts tonen

woensdag 6 maart 2013

Jan Nieuwenhuijzen (1724-1806) en Martinus Nieuwenhuijzen (1759-1793)

Jan Nieuwenhuijzen was van 1758 tot 1763 leraar van de Mennonieten, de Doopsgezinde gemeente in Middelharnis. Het kerkgebouw tevens woonhuis zag eruit als een boerenschuur en stond aan het begin van de Steeneweg. In 1798 waren er nog maar 6 leden; in 1805 werd het gebouw verkocht (zie ook tekst op de weblog van 31 januari 2012).
Tot 1969 is het gebouw als landbouwschuur in gebruik geweest en vervolgens afgebroken.

De Mennistenkerk aan de Steeneweg in Middelharnis
foto Archief Goeree-Overflakkee, met dank aan Jan Both

Zoon Martinus Nieuwenhuijzen is hier op 9 december 1759 geboren. In 1763 vertrok het gezin naar Aardenburg waar een iets grotere doopsgezinde gemeente bestond. Martinus zat daar o.a. bij de latere dichteres PetronellaMoens (er is zelfs een speciaal tijdschrift over haar) in de klas en hij werd al jong voorzanger in de kerk van zijn vader. Martinus heeft dus maar kort in Middelharnis gewoond.

De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen werd in 1784 opgericht op initiatief van Jan Nieuwenhuijzen, zijn zoon Martinus was mede oprichter. 
In 1810 kwam het departement Middelharnis-Sommelsdijk tot stand. In het gedenkschrift van dit departement beschrijft K. Vos hoe de jaren die Jan in Middelharnis doorbracht hem gevormd hebben.
omdat hij hier heeft verkeerd met kleine luyden, wier nooden en behoeften in later tijd hem zouden dringen tot het uitdenken van zijn Maatschappij. ... hier te Middelharnis heeft hij kennis gekregen van deerlijke onkunde en bittere armoede; hier zijn in zijn hoofd en hart de eerste denkbeelden gerezen...




Zie voor de geschiedenis van het Nut en de verdiensten van Jan en Martinus de website van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.

Gerrit Brender à Brandis. 'Lijkrede op Martinus Nieuwenhuijzen, medeoprichter en secretaris der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen'. Amsterdam, 1793.
Martinus Nieuwenhuijzen 1760-1793

Zie ook:
K.Vos.Gedenkschrift ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het departement Middelharnis-Sommelsdijk der maatschappij tot nut van 't algemeen uit aantn. van Jan van Schouwen Cz. . Middelharnis, 1910. p. 6-7




zaterdag 28 april 2012

De Nutsbibliotheek van Middelharnis-Sommelsdijk. Ook voor vissers.

Leescultuur
Naar de leescultuur op Goeree-Overflakkee in de negentiende eeuw is door Herman Paul onderzoek gedaan (1). Vanaf 1800 heeft zich - ook op Goeree-Overflakkee- de zogeheten "leesrevolutie" voltrokken. Deze term, afkomstig van de Duitse historicus Rolf Engelsing, slaat op de toenemende belangstelling van mensen voor het lezen van boeken, kranten en tijdschriften. Er kwam een breder lezerspubliek, lectuur kwam gemakkelijker binnen het handbereik van de burgerij en er kwamen steeds meer ontspannende boeken en boeken die gericht waren op de "volksopvoeding".
Ook op Goeree-Overflakkee, een geïsoleerd gebied waar het grootste deel van de laagopgeleide bevolking in de landbouw de kost verdiende, kwamen volksbibliotheken en leesgezelschappen van de grond.

Lager onderwijs
Voor de 21.000 inwoners van Goeree-Overflakkee waren er rond 1840 veertien openbare lagere scholen met 's zomers 1.440 leerlingen en in de winter 2.270 leerlingen (cijfers gebaseerd op Ds. Boers). In de zomer moest er op het land gewerkt worden of in de huishouding. De kwaliteit van het onderwijs was soms ver onder de maat. Op de school in Middelharnis lag in 1873 het zwaartepunt op zingen.
Schoolbibliotheken vormden een stimulans voor het lezen, alleen waren die bibliotheken soms heel beperkt. In Middelharnis omvatte de schoolbibliotheek in 1874 maar 24 boeken, de onderwijzer vroeg de gemeenteraad om 100 gulden voor de bibliotheek.

Leesgezelschappen
Ooltgensplaat, Oude-Tonge, Nieuwe-Tonge, Sommelsdijk en Goedereede kenden één of meer leesgezelschappen voor de hogere burgerij.
Het oudste leesgezelschap was de Onderlinge Vriendschap te Sommelsdijk uit 1825, opgericht door acht jonge mannen die niet alleen boeken lazen, maar ook spreekbeurten hielden. Op 7 december 1841 hield het lid J. Jongejan een spreekbeurt over "de ontwikkeling en voortgang van onzen geest in dit en in een volgend leven". Jacob Jongejan was drukker in Sommelsdijk (o.a. van het boek van Ds. Boers) en bibliothecaris van de Nutsbibliotheek van 1837-1868 (2).

Nutsbibliotheek
Het departement Middelharnis-Sommelsdijk van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen werd in 1810 opgericht en opende in hetzelfde jaar een bibliotheek.

Uitleningen:
1818:  690 aan 127 lezers
1827:1.600
1832:2.000
1837:2.312
1843:3.000 aan 60 lezers
1900: 3.000 aan 100 lezers.

De collectie bestond uit tweedehands boeken onder andere van particulieren en van het leesgezelschap Onderlinge Vriendschap in Sommelsdijk. Ook het Hoofdbestuur van het Nut in Amsterdam stuurde regelmatig boekjes op soms in grote aantallen om op het eiland te verspreiden (bijvoorbeeld 200 boekjes over koepokinenting in 1815).
Het bestuur van het departement koos op den duur voor een onafhankelijke koers, zonder advies, toezicht en "boekenkisten" van het hoofdbestuur. Men wilde naar eigen inzicht handelen, rekening houdend met "plaatselijke toestanden".
Wat deze plaatselijke keuze voor de selectie van boeken betekende, is niet duidelijk; er zijn alleen catalogi uit 1894 en later bewaard gebleven. Dat er prekenbundels, een kinderbijbel en de beschrijving van het eiland Goeree-Overflakkee door dominee Boers in de collectie zaten ligt voor de hand.
Uit de catalogus van 1894 blijkt dat de doelstellingen van volksopvoeding en educatie op de achtergrond waren geraakt: 64% (473 boeken) van de collectie bestond uit romans waaronder 22 romans van E. Marlitt, A. Trollope en G.P.R. James. Sir Walter Scott en Jules Verne waren ook goed vertegenwoordigd. Van de 24 poëzieboeken noemen we Ten Kate, Van Alphen, Beets en Tollens. De categorie godsdienst, zedenleer, opvoeding en onderwijs telde 69 titels. Het aandeel van de ontspannende lectuur nam tussen 1894 en 1921 toe naar 73% van de collectie (die groeide van 738 naar 1.112 banden).

Lezerspubliek
De secretaris van het Nut meldde in 1890 dat  "de lezers behooren tot de burgerklasse, arbeidende stand en visschers". De vissers vormden een bijzonder publiek aangezien ze boeken meenamen op de lange zomerreizen. Een mooie service van de Nutsbibliotheek!
In de boeken zal waarschijnlijk alleen op zondag gelezen zijn, omdat daar verder aan boord geen tijd voor was. Een oud-visser vertelt (3).

Op zondag werd er niet gevist. Er werd uit de Bijbel gelezen, er stonden een of twee personen op wacht. Twee keer per dag werd een uur kerkdienst gehouden. 
Voor de godsdienstoefeningen aan boord werd het boek "De Christelijke Zeevaart" van N.S. van Leeuwaarden gebruikt.



Visser vermoedelijk uit Middelharnis, ca. 1885
op de tafel een boek, foto afkomstig van de familie De Moei


© Marlies Jongejan, maart 2024


1. Paul, Herman. Leescultuur op Goeree-Overflakkee in de negentiende eeuw. In: De Negentiende Eeuw; documentatieblad Werkgroep 19e eeuw. 24(2000)2, 98-121.
2. Vos, K. Gedenkschrift ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het departement Middelharnis-Sommelsdijk der maatschappij tot nut van 't algemeen uit aantn. van Jan van Schouwen Cz. (Middelharnis 1910), 31-36. 
3. Interview met een inwoner uit Middelharnis ZB 1903A11b

zondag 5 februari 2012

Sara Koning (1803-1849)

Ouders, broers en zussen
Betovergrootmoeder Sara is op 22 september 1803 geboren, dochter van Gerrit Koning en Arentje van der Waal. Ze is vernoemd naar de moeder van Arentje die Sara de Ruiter heette. Gerrit was visser (1). 
Sara was het tweede kind, ze had een oudere broer Cornelis uit 1802.

Geboorte van Adriaantje
Sara was 28 jaar toen ze op 30 juli 1832 een dochtertje kreeg:  Adriaantje, genoemd naar haar zus die jong overleden was. Wie de vader was van Adriaantje is niet bekend.
Op wie kon Sara terugvallen ?
Haar vader, Gerrit Koning, was al overleden en haar moeder Arentje stierf in oktober 1832. Sara had wel broers en zussen maar of zij Sara en haar dochter konden ondersteunen is de vraag.

Onderwijs
Uit 1836 is een leerlingenlijst bekend van een cursus die door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen gegeven werd. Sara Koning was één van de twaalf leerlingen (2).  Een ongehuwde moeder met een dochtertje van vier die zich wil ontwikkelen lijkt me voor 1836 heel bijzonder.
De schrijver van het gedenkschrift van het Nut  noemt het initiatief uit 1836 "eigenaardig". Er werd namelijk op  zondag onderwijs gegeven en het voorstel kwam van een predikant. Het was gewoon lager onderwijs, dus geen godsdienstlessen. De meeste leerlingen waren volwassen vrouwen waaronder een weduwe. Dirk van Eck was de enige man. Het was kennelijk geen succes: "de proef viel tegen, zoodat besloten werd de school aan 't Middelharnisser gemeentebestuur over te dragen, dat de leiding en het toezicht overnam" (3).

Overlijden Sara
Sara Koning overleed op 15 juni 1849 op 45-jarige leeftijd. Waarschijnlijk was ook zij een van de slachtoffers van de cholera die in de maand juni veel slachtoffers eiste. 
Adriaantje was bijna 17 jaar toen haar moeder overleed. Johannes Meijer Veerman (secretaris) werd haar voogd en Bastiaan van de Roovaart (Rovaard), deurwaarder, werd toeziend voogd.
Johannes Meijer Veerman (geboren  21 december 1808) overleed in Middelharnis in 1892, hij was toen 83 jaar oud; Johannes had geen echtgenote en kinderen.


Noten:
1. Geboortedatum en beroep van Gerrit Koning in: De "liste civique". Deze lijst staat in:
Kuiper, M., De visserij van Middelharnis tijdens de Franse Tijd. Leiden, 2009.bijlage 2.

2. De naam Sara Koning komt in Middelharnis in deze periode verder niet voor, dus de leerling van het Nut moet deze Sara Koning zijn. Een dochter van haar broer Abraham heette ook Sara Koning maar dan zitten we later in de tijd.

3. Vos, K. Gedenkschrift ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het departement Middelharnis-Sommelsdijk der maatschappij tot nut van 't algemeen uit aantn. van Jan van Schouwen Cz. . Middelharnis, 1910.