Posts tonen met het label zuigelingensterfte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zuigelingensterfte. Alle posts tonen

woensdag 3 april 2013

Vissersfamilies nader bestudeerd: de bemanning van de sloep Middelharnis

Over de twaalfkoppige bemanning van de sloep  de Middelharnis die op 12 november 1872 is vergaan heb ik al veel gegevens verzameld. Najaar 2012 zijn op dit weblog berichten geplaatst over de gezinnen van de afzonderlijke bemanningsleden.

Uit deze informatie is het volgende af te leiden.

Leeftijd van de bemanning
Het jongste bemanningslid was Bastiaan de Moei, 14 jaar oud. Schipper Cornelis Smit was met 51 jaar de oudste, hij scheelde maar een paar maanden met Pieter Dubbeld. Gemiddelde leeftijd was 32 jaar.

Gehuwd en ongehuwd
De drie jongste bemanningsleden (14,15 en 22)  waren ongehuwd, negen bemanningsleden waren gehuwd. Van de negen gehuwden waren er twee voor de tweede keer getrouwd, nadat ze eerder weduwnaar geworden waren. 
Er zijn dus gegevens over elf huwelijken.

Beroep van de vaders
Vissers traden in het voetspoor van hun vader, maar niet altijd. Van de twaalf bemanningsleden waren er negen zonen van een visser. Pieter de Man was de zoon van een landarbeider uit Dirksland. Arend de Waard was de zoon van een binnenschipper en mijn overgrootvader Simon de Moeij was de zoon van een onbekende vader, kleinzoon van een visser.

Huwelijkspatroon
Vissers trouwden veelal met vissersdochters, maar ook niet altijd. Van de elf bruiden waren er zeven vissersdochters, een dochter van de havenmeester, twee dochters van landarbeiders en een dochter van een bouwman (boer). Toch kunnen we concluderen dat er overwegend sprake was van trouwen binnen dezelfde beroepsgroep (beroepsendogamie).
Woonplaats: De landarbeiderszoon uit Dirksland trouwde met een vissersdochter. De andere vissers kwamen allemaal uit Middelharnis. Eén van de bruiden kwam uit Dirksland, alle andere bruiden uit Middelharnis. Dorpsendogamie heet het als de huwelijkspartners overwegend uit hetzelfde dorp komen.
Beroep bruid: Twee van de elf bruiden waren dienstbode van beroep toen ze trouwden, de andere negen hadden geen beroep.
Woensdag was de favoriete huwelijksdag. Zes van de elf huwelijken werden op woensdag gesloten. Op maandag werd er niet getrouwd, de andere dagen komen elk een keer voor. Eén van de huwelijken werd op zondag 26 december 1847 gesloten. 
Favoriete huwelijksmaand was april met vier huwelijken en in oktober werden twee huwelijken gesloten. In februari, juni, juli en november werd er niet getrouwd, de vissers waren dan op zee. In alle andere maanden werd telkens één huwelijk gesloten.
De gemiddelde huwelijksleeftijd van de negen eerste huwelijken was voor de mannen 23,3 jaar en voor de vrouwen 22,4 jaar.

Geboortenpatroon en zuigelingensterfte
Het was niet ongebruikelijk dat de bruid zwanger was ten tijde van het huwelijk en dat de zwangerschap soms al ver gevorderd was. In drie van de elf gezinnen was dit het geval en werd het eerste kind binnen vier maanden na de huwelijksdatum geboren.
In vakjargon: 27% voorechtelijk verwekte eerstgeborenen.
De vrouwen van de bemanningsleden van de Middelharnis hebben bij elkaar 54 kinderen gekregen. Daarvan zijn vier kinderen (7,5%) doodgeboren in 1844, 1855, 1856 en 1866. Dit waren allemaal kinderen van hetzelfde bemanningslid. 
Van de vijftig levendgeboren kinderen zijn er vier (8%) overleden voordat ze een jaar oud waren. Eén werd nog geen maand oud, de anderen drie maanden, drieënhalve maand en vijf maanden. Het ging om drie jongens en een meisje.
Geen van de huwelijken bleef kinderloos.
De geboortemaand van de  kinderen. De geboortes zijn niet gelijkmatig over het jaar gespreid, dan zouden er 4-5 in elke maand geboren zijn. Twintig van de 54 kinderen zijn in de periode augustus tot en met oktober geboren, dus verwekt in de maanden november - februari als de vissers vaker en langer thuis waren. Acht kinderen zijn in januari geboren, in april/mei verwekt.
Er lijkt dus een verband met het seizoenspatroon in de visserij.
De vrouwen stonden er vaak alleen voor omdat de mannen op zee waren tijdens de bevalling.
(nog bekijken in de aktes wie er aangifte deed, meestal de vroedmeester denk ik).
Het heeft weinig zin om het gemiddelde aantal kinderen per gezin te bekijken, omdat de leeftijden van de vissers erg uiteen liepen. De gezinnen van de oudste bemanningsleden Cornelis Smit en Pieter Dubbeld waren voltooid in 1872. Gerrit Smit was nog maar net in het voorjaar voor de ramp getrouwd,

Kindersterfte
Van de vijftig levendgeboren kinderen zijn er vier als zuigeling overleden. Twee kinderen van veertien en vijftien waren aan boord van de sloep.
Negen kinderen van bemanningsleden overleden voor hun zesde jaar: twee van ruim een jaar, twee van twee jaar, vier van drie jaar en een van zes jaar. Het ging om vier meisjes en vijf jongens. 
Een van de oorzaken was de cholera: Catalijntje de Man was ruim een jaar en Lena de Moeij was drie toen ze tijdens de epidemie van 1855 overleden zijn. Cornelis de Moei was bijna drie toen hij slachtoffer werd van epidemie van 1866.
Van de vijftig kinderen hebben er vijfendertig de volwassen leeftijd bereikt.


Familieleden op zee gebleven
Ook voor en na de scheepsramp van 1872 hebben enkele van de betrokken gezinnen te maken gehad met verdrinking van familieleden.
De oudere broer van Pieter de Man, Abraham, was aan boord van de sloep Wisselvalligheid, die in 1867 met man en muis vergaan is.
Cornelis Smit, zoon van de schipper van de sloep Middelharnis, is in 1868 overboord geslagen van deze sloep.
Cornelis de Moei is op 28 november 1888 verdronken, overboord gevallen van de sloep Zeemanshoop

donderdag 5 april 2012

Ongehuwde betovergrootmoeders

In de stamreeks  van mijn grootouders van vaderskant Jongejan en de Moei komt aan allebei de kanten een ongehuwde moeder voor. Betovergrootmoeder Francina de Moeij kreeg in 1825 een zoon, ze was toen 26. Ze noemde hem Simon. Niet duidelijk is waar deze voornaam vandaan komt, in ieder geval niet uit haar directe familie. De vader van Simon is onbekend.
Betovergrootmoeder Sara Koning was 28 jaar toen ze in 1832 een dochtertje kreeg:  Adriaantje, genoemd naar haar zus die jong overleden was. Wie de vader was van Adriaantje is niet bekend.

Buiten de echt
Buitenechtelijke geboorten waren in deze tijd niet uitzonderlijk. In Middelharnis was in de eerste helft van de 19e eeuw ongeveer 1 op de 25 kinderen buitenechtelijk of onwettig zoals het ook wel genoemd wordt.  4% buitenechtelijke geboorten is tamelijk hoog.
In Noord-Holland is het verschijnsel buitenechtelijke geboorten uitgebreid onderzocht.
23 gemeenten hadden tussen 1812 en 1836 meer dan 4,5 % buitenechtelijke geboorten; 20 gemeenten tussen 3,5 en 4,5 %; de meeste gemeenten, 102, hadden minder dan 3,5%.(1)

In het jaar 1825 toen Simon de Moeij werd geboren kwamen in Middelharnis nog zes andere kinderen ter wereld van onbekende vaders. Ze heetten:  Hendrik Kinderdijk, Jan Troelja, Cornelis van der Valk, Neeltje Dubbelt, Maria van Brussel en Pietertje Hartog.

Zuigelingensterfte
Kinderen van ongehuwde moeders hadden minder kans om de volwassen leeftijd te bereiken dan andere kinderen. Dit is een bekend verschijnsel uit de literatuur en we zien het ook in Middelharnis terug. 
Jan Troelja is maar twee maanden oud geworden, Cornelis van der Valk stierf direct na de geboorte, Neeltje Dubbelt werd vijf maanden oud, Pietertje Hartog maar drie maanden. Alleen Hendrik Kinderdijk, Simon de Moeij en Maria van Brussel (drie van de zeven) overleefden het zo riskante eerste levensjaar.
In het jaar dat Adriaantje Koning werd geboren, 1832, was zij het enige buitenechtelijke kind dat in Middelharnis werd ingeschreven. Van de zes kinderen van ongehuwde moeders uit 1831 bijvoorbeeld zijn er ook weer vier tijdens het eerste levensjaar overleden. Gemiddeld over de eerste helft van de negentiende eeuw stierf 40% van de kinderen uit een buitenechtelijke relatie voor het eerste levensjaar.
Ik weet niet precies hoe hoog de zuigelingensterfte voor alle kinderen in Middelharnis was, meestal lag het in andere gemeenten rond de 25% , voor buitenechtelijke kinderen ligt het ca. 15% hoger.

Achtergronden
Over buitenechtelijkheid zijn interessante studies verschenen. Het was in de vroege negentiende eeuw niet zozeer een uiting van afwijkend gedrag of van losbandigheid. Veeleer gaat het om verbroken huwelijksbeloften, tegenvallende inkomsten waardoor van een huwelijk werd afgezien of het overlijden van de man. In overwegend protestantse dorpen lag het percentage onwettigheid hoger dan in katholieke dorpen, de katholieke moraal was toen al erg stringent op dit punt.
Van Francina de Moeij wordt in de familie aangenomen dat zij op het punt stond te trouwen met een molenaar en dat deze aanstaande bruidegom overleden is door een ongeluk. Ik hoop deze molenaar nog eens op het spoor te komen; misschien heette hij wel Simon ....





1. J. Kok. Langs verboden wegen; de achtergronden van buitenechtelijke geboorten in Noord-Holland 1812-1914. Hilversum, 1991.  p.29, kaart 2.