Posts tonen met het label Cholera 1866. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Cholera 1866. Alle posts tonen

zondag 24 november 2013

Barend Kattestaart (1815-1854) en Elizabeth Bijenberg (1818-1909)

Ouders
Barend Kattestaart werd op 1 mei 1815 geboren in het gezin van Abraham Kattestaart en Aagtje Kok. Abraham was visser en Aagtje was dienstbode. De vader van Aagtje was arbeider. Barend had een tweelingzus Sara die vier maanden na de geboorte overleden is.
Zijn ouders hadden eerder, in 1802 of 1803, een zoon met de naam Barend gekregen die 30 mei 1814 op elfjarige leeftijd overleed. Zijn zus Teuntje Kattestaart hebben we op dit weblog al ontmoet als de schoonmoeder van Hugo Wildenboer (tekst van 14 november 2013). Aagtje is op 3 augustus 1833 overleden en Abraham op 2 april 1845.

Elizabeth Bijenberg kwam uit Sommelsdijk, dochter van Adrianus Bijenberg en Maatje Struik. Ze is geboren op 24 maart 1818

Huwelijk en kinderen
Barend en Elizabeth trouwden op 26 augustus 1838 in Sommelsdijk. De achternaam van Elizabeth en haar vader is in de akte als Bienburg gespeld. Ze waren 23 en 20 jaar oud. 
Op 10 februari 1839 werd Abram geboren. Hij werd maar vier maanden oud. In 1840 werd een kind levenloos geboren en van de tweeling Adrianus en Aagje uit 1841 bleef alleen Adrianus in leven. Ook Aagje uit 1843 heeft de volwassen leeftijd bereikt. Maatje uit 1845, Abraham uit 1848, Maatje uit 1850 en Abraham uit 1852 zijn allemaal als zuigeling of als kleuter overleden. Maatje die in 1853 geboren is stierf op twaalfjarige leeftijd op 9 juli 1866 toen er een grote cholera-epidemie heerste.

Barend overleden in 1854, ongeval op de sloep Wisselvalligheid
Barend Kattestaart is op 25  februari 1854 over boord gevallen van de sloep Wisselvalligheid op 54 graden Noorderbreedte (1). Hij was 38 jaar.
Elizabeth Bijenburg bleef met drie kinderen achter: Adrianus, Aagje en Maatje. Ze is nooit hertrouwd en het is niet bekend hoe ze in haar levensonderhoud voorzag. Het gezin woonde op de Westdijk. Elizabeth is in 1909 overleden, negentig jaar oud.



Huwelijk van de kinderen 
- Aagje is op 10 november 1871 met Samuel Kalle getrouwd. Hij was touwslagersknecht.
- Adrianus Kattestaart die visser was trouwde op 27 oktober 1877 met Cornelia Hanneman. Hij was 36 jaar en zij 21 toen ze trouwden. Cornelia was wees, ze stond onder voogdij van de regenten van het weeshuis.  
Adrianus en Cornelia kregen zes zonen: Barend (1879-1882), Simon (1881), Barend (1883), Pieter (1885), Maarten (1891), Adrianus (1893).

De ramp met de Zeemanshoop, Barend Kattestaart (1883-1895) omgekomen
Barend, geboren 2 november 1883, werd net als zijn vader en grootvader visser. Hij was met twaalf jaar het jongste bemanningslid van de sloep Zeemanshoop uit Middelharnis die in de nacht van 6 op 7 december 1895 vergaan is.
De nabestaanden leefden wekenlang tussen hoop en vrees.


Maas- en Scheldebode, 20 december 1895

In 1897 is ook Adrianus, de jongste zoon van Adrianus en Cornelia, overleden. Hij was drie jaar oud. Het gezin bestaande uit  vader, moeder en drie zoons (Simon, Piter en Maarten) is op 21 juni 1899 naar Vlaardingen verhuisd.

Simon Kattestaart (1881-1917)
Simon is op 2 februari 1881 geboren in Middelharnis en op 12 mei 1904 in Zwartewaal getrouwd met Baartje Bevaart.  Hij is op 18 april 1917 verongelukt toen de IJM 82 Vischjan  op een mijn liep. Hij was matroos, 36 jaar en liet een vrouw en vijf kinderen na (2).

1. Getuigenis huwelijksbijlage bij akte 25, 10 november 1871, huwelijk van Aagje Kattestaart en Samuel Kalle. Gerrit Langbroek 55 jaar verklaart dat hij de schipper was van de Wisselvalligheid en dat matroos Barend Kattestaart door een zeewater overboord is geworpen en verdronken. Matroos Lucas Tiebout werd eveneens overboord geslagen maar werd weer teruggeworpen aan boord.
De verklaring werd in 1871 afgelegd in de veronderstelling dat er geen overlijdensakte zou zijn gemaakt. Die is er wel: akte 8, 1854.
2. Jaaverslag Visscherijinspectie 1917, deel 2, bijlage 2.

donderdag 14 november 2013

Hugo Wildenboer (1834-1867) en Aagje van 't Zelfde (1837-1894)

Hugo Wildenboer is afkomstig uit Brielle, hier geboren op 1 september 1834, zoon van Jan Wildenboer en Arentje van der Brugge. Hij is naar Middelharnis gekomen om visser te worden. Eerst woonde hij in bij zijn tante Dirkje van der  Brugge die op de Westdijk B 354 een logement had (beroep: slaaphuishoudster). De man van Dirkje, Simon de Ruiter, was in 1861 overleden. Haar dochters Aaltje en Dirkje de Ruiter woonden ook op dit adres en een kleinzoon Arie den Dunnen (zoon van Aaltje) geboren in Hardinxveld in 1860 (1)
Aagje van 't Zelfde  is op 12 februari 1837 in Middelharnis geboren, dochter van Roeland van 't Zelfde en Teuntje Kattestaart.

Huwelijk en kinderen
Hugo en Aagje trouwden op 21 mei 1862 In Middelharnis. Ze waren 26 en 25 jaar oud. Op 3 februari 1863 werd zoon Jan geboren en in 1865 Roeland die maar enkele maanden oud werd. Ze woonden in bij Teuntje Kattestaart, de moeder van Aagje.

De ramp met de Wisselvalligheid, januari 1867
Hugo Wildenboer was een van de bemanningsleden van de sloep Wisselvalligheid die op 16 of 17 januari 1867 door een aanvaring onder de Nederlandse kust met man en muis is vergaan. Hij was 32 jaar oud.

Nabestaanden
Aagje van 't Zelfde bleef met zoon Jan van vier achter.  Ze heeft wel toestemming gekregen (november 1869) voor een nieuw huwelijk maar ze is niet hertrouwd.


Nederlandsche Staatscourant, 17 april 1869

Jan Wildenboer werd schoenmaker, hij trouwde in 1891 met Martijntje Trommel.
Aagje is in 1894 overleden, 58 jaar oud.



1. Dirkje van der Brugge is op 12 juli 1866 overleden en kleinzoon Arie den Dunnen op 3 augustus 1866. In die tijd heerstte de cholera in Middelharnis.

woensdag 30 oktober 2013

Jan Nagtegaal (1827-1863) en Cornelia Koudijzer (1830-1866)

Ouders
Jan Nagtegaal was een zoon van Pieter Nagtegaal en Maria Driessen. Pieter was arbeider en Maria was naaister. Jan is geboren op 1 juni 1827 in Middelharnis. Hij werd visser van beroep.
De vader van Cornelia Koudijzer heette Jan Koudijzer, hij was koopman in Sommelsdijk. Haar moeder heette Jacoba Joppe

Huwelijk en kinderen
Jan Nagtegaal en Cornelia Koudijzer zijn op 10 mei 1850 in Sommelsdijk getrouwd. Ze bleven in Sommelsdijk wonen ook al was Jan visser in Middelharnis. In 1851 werd Pieter Jan in Sommelsdijk geboren en twee jaar later Jan. De derde zoon, Marinus, werd in 1857 in Middelharnis geboren. Het gezin woonde toen op het Nieuwdorp, vlakbij de haven.

Overlijden van Jan
Jan Nagtegaal is omgekomen in de nacht van 3 op 4 december 1863 toen door een zware storm veel vissersschepen vergaan zijn. Jan was aan boord van een van de twee sloepen uit Middelharnis die in deze nacht ten onder zijn gegaan. We weten niet of hij tot de bemanning van de Vrouwe Aplonia of van de Eben Haëzer behoorde.  In de huwelijksakte van zijn tweede zoon Jan staat dat zijn vader matroos was op een vissersschip uit Middelharnis dat in 1863 is vergaan.
Jan Nagtegaal was 36 jaar toen hij overleed.

Nabestaanden
Cornelia Koudijzer was 33 jaar toen ze weduwe werd en met drie kinderen van twaalf, tien en zes jaar achterbleef. Ze overleed zelf op 19 juni 1866 op 36-jarige leeftijd, nog geen drie jaar na de scheepsramp. In 1866 maakte een cholera-epidemie in Middelharnis veel slachtoffers.
Pieter Jan was vijftien, Jan dertien en Marinus bijna negen toen ze beide ouders verloren hadden. Marinus werd in het weeshuis opgenomen en werd van daar uit als koewachter tewerkgesteld. Hij heeft korte tijd in Den Bommel en in Melissant gewoond en is in 1880, het jaar dat zijn broer Pieter Jan trouwde, naar Schiedam vertrokken. 

Huwelijk van de kinderen
Pieter Jan trouwde in 1880 in Schiedam (akte 135), hij was brandersknecht. Marinus is in 1899 getrouwd ook in Schiedam (akte 174), hij was koopman van beroep. De middelste zoon Jan Nagtegaal trouwde in 1881 in Delft. Hij was timmerman in Den Haag.


Huwelijksakte Jan Nagtegaal en Martha Johanna Ekkers
20 april 1881, Delft, akte 47

zaterdag 20 juli 2013

Johannis den Braber (1824-1859) en Arentje Koning (1826-1904)

Ouders
Johannis den Braber is in 1824 in Dirksland geboren, zoon van Gijsbert den Braber (geb. 1797 Dirksland). De moeder van Johannis was Geertje van Assen uit Sommelsdijk.
Arentje Koning is 1826 in Middelharnis geboren. Mijn betovergrootmoeder Sara Koning (zie bericht van 5 februari 2012) was haar tante. De vader van Arentje was Cornelis Koning.(geb. 1802), hij was arbeider van beroep. Haar moeder heette Maria Dubbeld, ze kwam uit Stad ah Haringvliet.

Huwelijk en kinderen
Johannis en Arentje zijn op 26 mei 1849 in Middelharnis getrouwd, hij was 24 en zij 23 jaar oud. Johannis was arbeider van beroep. Ze konden beiden niet lezen en schrijven.
Johannis en Arentje kregen vijf zonen.
Op 18 januari 1850 werd Gijsbert geboren, Kornelis in 1852, Mattheus in 1854, Gerrit in 1857 en Dirk in 1859. Vader Johannis in 1859 op 35-jarige leeftijd overleden. Arentje bleef met vijf jonge kinderen achter. Gerrit is in juli 1866 ten tijde van de cholera-epidemie op negenjarige leeftijd overleden.
Arentje Koning is achttien jaar later, in 1877, hertrouwd met Jacob Wielhouwer uit Sommelsdijk, ze was toen 51 jaar. Haar zoon Kornelis was een jaar eerder omgekomen op zee.
Gijsbert is in 1926 in Hilligersberg overleden, Mattheus overleed in 1917 in Middelharnis en Dirk in 1938 in Velsen (2) . Dirk was visser.
Hoewel vader Johannis en grootvader Cornelis arbeider waren zijn alle vier de zonen visser geworden. In de jaren zestig en zeventig van de negentiende eeuw waren er meer arbeidskrachten in de visserij in Middelharnis nodig, zodat er ruimte was voor jongens van buiten de traditionele vissersgezinnen (zie ook Van den Hoek, Jordaan, Van Dongen).

Ongeval in 1876: Kornelis overleden
Kornelis den Braber (1852-1876) was 24 jaar toen hij op 13 november 1876 op 54 graden NB overboord sloeg van de sloep MD 5 Onbestendigheid, schipper Jan de Korte (1). Hij was ongehuwd en als jongen aan boord van de sloep. Ook matroos Ary Dupree van 34 jaar en de schipper zijn toen omgekomen. Zie ook berichten van 16 december 2012 en 25 maart 2013.

Mattheus den Braber en Maatje van Dongen,
De middelste zoon Mattheus is op 24 januari 1879 getrouwd met Maatje van Dongen, dochter van Anthony van Dongen en Aartje de Koning. Haar vader Anthony van Dongen, twee van zijn broers en een neef zijn in 1863 verdronken bij de ramp met de Eben Haëzer. Zie bericht van 15 maart 2013.
Mattheus was 24 en Maatje 23 jaar oud ten tijde van het huwelijk. Ze kregen vier dochters en twee zonen. De jongste zoon Cornelis Johannis (3) is in 1897 geboren. Maatje van Dongen overleed in 1899, 42 jaar oud.
Mattheus den Braber was schipper bij rederij Kolff. Van 1890 tot en met 1895 op de MD 17 Emma en Anna, van 1896 tot en met 1901 op de MD 11 Hendrika Adriana en van 1902 tot en met 1909 op de MD 13 Voorlichter, een sloep die ook voor de haringvisserij was uitgerust (4). In 1911 was hij schipper op de Oranje Nassau.

Schipper Anthony den Braber
De oudste zoon van Mattheus en Maatje was Anthony den Braber (1884-1912), genoemd naar zijn grootvader Anthony van Dongen. Hij werd op zijn 25e jaar in 1909 schipper van de MD 3 Anna van reder Kolff, een sloep die ook op haringvangst ging.
Op 9 januari 1912 is de sloep uit Middelharnis vertrokken en op 13 januari voor het laatst gezien. Alle dertien bemanningsleden zijn verdronken. Anthony den Braber was bijna 28 jaar toen hij overleed. Hij was ongehuwd.


Maas- en Scheldebode 31 januari 1912

1. overlijdensakte Middelharnis 101, 1876.
2. Dirk en zijn gezin zijn 4 januari 1913 naar Velsen vertrokken, eerder woonden ze korte tijd in Rotterdam, 1899-1900. Gijsbert en zijn gezin zijn al in 1891 naar Rotterdam verhuisd.
3. Cornelis Johannis den Braber was in 1919 amanuensis volgens bevolkingsregister. Hij woonde met zijn vrouw Jacoba Bakker in de bij de HBS behorende ambtswoning. 
4. Gegevens uit :  De sloepen van Middelharnis, 1834-1923. Handgeschreven overzicht, auteur onbekend. Aanwezig in Maritiem Museum Rotterdam, 64 p.  Compleet vanaf 1887

Foto's  van Anthony den Braber in:
Fons Grasveld. Het lot van de MD3 Anna. Met medewerking van Jan van de Voort.Hilversum 2014, p.99, 113

woensdag 3 april 2013

Vissersfamilies nader bestudeerd: de bemanning van de sloep Middelharnis

Over de twaalfkoppige bemanning van de sloep  de Middelharnis die op 12 november 1872 is vergaan heb ik al veel gegevens verzameld. Najaar 2012 zijn op dit weblog berichten geplaatst over de gezinnen van de afzonderlijke bemanningsleden.

Uit deze informatie is het volgende af te leiden.

Leeftijd van de bemanning
Het jongste bemanningslid was Bastiaan de Moei, 14 jaar oud. Schipper Cornelis Smit was met 51 jaar de oudste, hij scheelde maar een paar maanden met Pieter Dubbeld. Gemiddelde leeftijd was 32 jaar.

Gehuwd en ongehuwd
De drie jongste bemanningsleden (14,15 en 22)  waren ongehuwd, negen bemanningsleden waren gehuwd. Van de negen gehuwden waren er twee voor de tweede keer getrouwd, nadat ze eerder weduwnaar geworden waren. 
Er zijn dus gegevens over elf huwelijken.

Beroep van de vaders
Vissers traden in het voetspoor van hun vader, maar niet altijd. Van de twaalf bemanningsleden waren er negen zonen van een visser. Pieter de Man was de zoon van een landarbeider uit Dirksland. Arend de Waard was de zoon van een binnenschipper en mijn overgrootvader Simon de Moeij was de zoon van een onbekende vader, kleinzoon van een visser.

Huwelijkspatroon
Vissers trouwden veelal met vissersdochters, maar ook niet altijd. Van de elf bruiden waren er zeven vissersdochters, een dochter van de havenmeester, twee dochters van landarbeiders en een dochter van een bouwman (boer). Toch kunnen we concluderen dat er overwegend sprake was van trouwen binnen dezelfde beroepsgroep (beroepsendogamie).
Woonplaats: De landarbeiderszoon uit Dirksland trouwde met een vissersdochter. De andere vissers kwamen allemaal uit Middelharnis. Eén van de bruiden kwam uit Dirksland, alle andere bruiden uit Middelharnis. Dorpsendogamie heet het als de huwelijkspartners overwegend uit hetzelfde dorp komen.
Beroep bruid: Twee van de elf bruiden waren dienstbode van beroep toen ze trouwden, de andere negen hadden geen beroep.
Woensdag was de favoriete huwelijksdag. Zes van de elf huwelijken werden op woensdag gesloten. Op maandag werd er niet getrouwd, de andere dagen komen elk een keer voor. Eén van de huwelijken werd op zondag 26 december 1847 gesloten. 
Favoriete huwelijksmaand was april met vier huwelijken en in oktober werden twee huwelijken gesloten. In februari, juni, juli en november werd er niet getrouwd, de vissers waren dan op zee. In alle andere maanden werd telkens één huwelijk gesloten.
De gemiddelde huwelijksleeftijd van de negen eerste huwelijken was voor de mannen 23,3 jaar en voor de vrouwen 22,4 jaar.

Geboortenpatroon en zuigelingensterfte
Het was niet ongebruikelijk dat de bruid zwanger was ten tijde van het huwelijk en dat de zwangerschap soms al ver gevorderd was. In drie van de elf gezinnen was dit het geval en werd het eerste kind binnen vier maanden na de huwelijksdatum geboren.
In vakjargon: 27% voorechtelijk verwekte eerstgeborenen.
De vrouwen van de bemanningsleden van de Middelharnis hebben bij elkaar 54 kinderen gekregen. Daarvan zijn vier kinderen (7,5%) doodgeboren in 1844, 1855, 1856 en 1866. Dit waren allemaal kinderen van hetzelfde bemanningslid. 
Van de vijftig levendgeboren kinderen zijn er vier (8%) overleden voordat ze een jaar oud waren. Eén werd nog geen maand oud, de anderen drie maanden, drieënhalve maand en vijf maanden. Het ging om drie jongens en een meisje.
Geen van de huwelijken bleef kinderloos.
De geboortemaand van de  kinderen. De geboortes zijn niet gelijkmatig over het jaar gespreid, dan zouden er 4-5 in elke maand geboren zijn. Twintig van de 54 kinderen zijn in de periode augustus tot en met oktober geboren, dus verwekt in de maanden november - februari als de vissers vaker en langer thuis waren. Acht kinderen zijn in januari geboren, in april/mei verwekt.
Er lijkt dus een verband met het seizoenspatroon in de visserij.
De vrouwen stonden er vaak alleen voor omdat de mannen op zee waren tijdens de bevalling.
(nog bekijken in de aktes wie er aangifte deed, meestal de vroedmeester denk ik).
Het heeft weinig zin om het gemiddelde aantal kinderen per gezin te bekijken, omdat de leeftijden van de vissers erg uiteen liepen. De gezinnen van de oudste bemanningsleden Cornelis Smit en Pieter Dubbeld waren voltooid in 1872. Gerrit Smit was nog maar net in het voorjaar voor de ramp getrouwd,

Kindersterfte
Van de vijftig levendgeboren kinderen zijn er vier als zuigeling overleden. Twee kinderen van veertien en vijftien waren aan boord van de sloep.
Negen kinderen van bemanningsleden overleden voor hun zesde jaar: twee van ruim een jaar, twee van twee jaar, vier van drie jaar en een van zes jaar. Het ging om vier meisjes en vijf jongens. 
Een van de oorzaken was de cholera: Catalijntje de Man was ruim een jaar en Lena de Moeij was drie toen ze tijdens de epidemie van 1855 overleden zijn. Cornelis de Moei was bijna drie toen hij slachtoffer werd van epidemie van 1866.
Van de vijftig kinderen hebben er vijfendertig de volwassen leeftijd bereikt.


Familieleden op zee gebleven
Ook voor en na de scheepsramp van 1872 hebben enkele van de betrokken gezinnen te maken gehad met verdrinking van familieleden.
De oudere broer van Pieter de Man, Abraham, was aan boord van de sloep Wisselvalligheid, die in 1867 met man en muis vergaan is.
Cornelis Smit, zoon van de schipper van de sloep Middelharnis, is in 1868 overboord geslagen van deze sloep.
Cornelis de Moei is op 28 november 1888 verdronken, overboord gevallen van de sloep Zeemanshoop

woensdag 27 februari 2013

Adriana Buurveld (1801-1866) en Huibert Boer (1797 -1842)

De naam van Adriana Buurveld was ik al een aantal keren tegengekomen in het bevolkingsregister en in aktes. Haar beroep was winkelierster. Toen ik wat meer over haar te weten kwam zag ik hoeveel ellende ze heeft meegemaakt. Een voorbeeld van een hard en moeilijk leven in het Middelharnis van de negentiende eeuw, getekend door kindersterfte, cholera en scheepsrampen. En in haar gezin ook het overlijden van dochters die nog maar in de twintig waren.
Ook deze Arjaentje krijgt een plaats op mijn weblog.

De vader van Adriana Buurveld heette Jan Buurveld (1769-1843), hij  was evenals zijn broers visser. Haar moeder heette Pieternella of Pietertje Verhage (1769-1819). Adriana had één broer, Cornelis.

Adriana en Huibert
Adriana was nog jong toen ze trouwde: negentien jaar. Haar man Huibert Boer was geen visser, maar een schippersknecht uit Puttershoek. Hij was 23 jaar ten tijde van het huwelijk dat op 9 november 1820 werd voltrokken. De moeder van Adriana was toen net een jaar geleden overleden.

Kinderen:
1. Dirk in 1820, hij is in 1822 overleden
2. Pieternella in 1823. Zij heette Verhage Boer met haar achternaam.
3. Een doodgeboren kind in 1825
4. Jannetje in 1826.
5. Dirkje in 1829.
6. Marregie in 1831.
7. Jan Kornelis in 1833, overleden in  februari1837
8. Elizabeth in 1834, overleden in januari 1837.
9. Chieltje in 1836
10. Jan Cornelis in 1839.
11. Pieter in 1841, overleden in 1843.

Van de jongens heeft alleen Jan Cornelis Boer de kindertijd overleefd. Vijf van de zes dochters bereikten de volwassen leeftijd.

Adriana wordt weduwe
Huibert Boer overleed  in1842 in hij was toen ca. 44 jaar oud. Huibert is verdronken en zijn lichaam is op 4 maart 1842 in de gemeente Hardinxveld aan wal gebracht.
Adriana Buurveld was 41 jaar toen ze met zeven kinderen achterbleef, waarvan de oudste achttien en de jongste een jaar oud was. Om haar gezin te onderhouden begon ze een winkeltje op de Oostdijk.
Een jaar na haar man overleed ook Pieter, haar jongste zoon.

Huwelijk van de kinderen, overlijden van Pieternella, Jannetje, Dirkje en Marrigie
-Op 10 november 1844 trouwde Pieternella Verhage Boer met Arij Jongejan visser en pakhuisbaas (zoon van Gerrit Jongejan en Trijntje Dupré die ten tijde van het huwelijk al overleden waren), ze waren allebei 21 jaar. Ze kregen een dochter Adriana Jongejan op 7 september 1848. Op 23 juni 1849 is Pieternella overleden tijdens de cholera-epidemie, ze was 25 jaar oud.
Arij Jongejan is in 1851 hertrouwd met Elizabeth van Dijk. Hij was van 1859 tot en met 1867 schipper op de sloep Tweelingen, de MHS 3 van de weduwe Kolff (1).

Huwelijk van Pieternella Verhage Boer met Arij Jongejan
derde handtekening van onder: Adriana Buurveld
Huwelijksakte Middelharnis 1844, nr. 22.
Adriana was van beroep winkelierster blijkt uit deze akte.


- Jannetje trouwde in 1846 met Nicolaas Essenbagger uit Willemstad. Nicolaas was schippersknecht. Jannetje was twintig toen ze trouwde. Ze overleed in april 1865 op de leeftijd van 38 jaar.
- Dirkje trouwde op 27 oktober 1849 met Laurens van der Put, visser, ze waren 20 en 21 jaar. Ook Dirkje werd niet oud, ze overleed in 1857, 28 jaar oud.
- Marregie trouwde op 26 november 1850 met Hendrik van Dalen, visser, ze waren allebei 19 jaar oud.  Zoon Abraham is op 27 maart geboren. Marrigie is drie weken later op 18 april 1851 overleden.
- Chieltje trouwde in 1859 met Lambregt de Koning, ze waren 23 en 24 jaar oud. Lambregt was visser en is in 1863 verdronken. Chieltje is op 20 december 1879 overleden.
- Jan Cornelis trouwde op 10 november1863 met Pietertje Schilperoord. Ze kregen op 29 mei 1864 een dochter Adriana Pietertje, waarna Pietertje op 4 juni 1864 overleed, 26 jaar oud. Op 25 januari 1866 is Jan Cornelis hertrouwd met Jobje Langboek. Jan Cornelis is in 1899 overleden.

Opvallend is dat de dochters van Adriana jong trouwden: 19, 20 of 21 jaar oud. Maar nog opvallender is dat vier van de vijf volwassen dochters nog geen veertig jaar oud werden. Vier van de vijf dochters trouwden met een visser, de vijfde met een binnenschipper. .


Chieltje Boer en Lambregt de Koning (1835-1863). Scheepsramp Vrouwe Aplonia 1863
Chieltje en Lambregt trouwden in november 1859.Ze woonden bij Adriana Buurveld in het huis op de Oostdijk C387 later C570 waar Adriana haar winkeltje had.
Op 21 augustus 1860 werd Jan de Koning geboren en op 31 mei 1862 dochter Dirkje. Dirkje werd nog geen jaar oud; ze is op 17 mei 1863 overleden.
Op 3 en 4 december 1863 zijn veel vissersschepen tijdens een zware storm vergaan waaronder twee sloepen uit Middelharnis: de Eben Haëzer en de Vrouwe Aplonia met elk dertien bemanningsleden aan boord. Lambregt hoorde tot de bemanning van de Vrouwe Aplonia, schipper Maarten Langbroek. Hij was 28 jaar oud (geboren 11 april 1835).
Chieltje was op dat moment  in verwachting van zoon Lambregt die op 15 augustus 1864 geboren. Chieltje is nooit hertrouwd.

Chieltje en Adriana
Toen schoonzoon Lambregt omgekomen was bij de scheepsramp van 1863 bleef Adriana met dochter Chieltje Boer en kleinzonen Jan en Lambregt de Koning op de Oostdijk wonen, waar Chieltje de winkel van haar moeder voortzette.
Na het overlijden van Adriana werd Chieltje de hoofdbewoonster van het adres Oostdijk C 570, later van C 195.

Overlijden van Adriana Buurveld
Adriana Buurveld overleed op 6 juli 1866. De derde cholera-epidemie die Middelharnis trof was toen op zijn hoogtepunt. Veel slachtoffers vielen op de Oostdijk een berucht gebied door de sterk vervuilde sloot die daar de leefomgeving heel ongezond maakte. Onder de slachtoffers van de Oostdijk ook Adriana Buurveld, 65 jaar oud.
Van haar tien kinderen waren toen alleen Chieltje en Jan Cornelis nog in leven.

1. Vermelding in: De sloepen van Middelharnis, 1834-1923. Handgeschreven overzicht, auteur onbekend. Aanwezig in Maritiem Museum Rotterdam, 64 p.
Met dank aan Pieter Koster te Haarlem voor de gegevens over het overlijden van Huibert Boer.

zondag 16 december 2012

Pieter de Man (1830-1872) en Dievertje Muije (1832-1906)

Huwelijk
Pieter de Man is op 14 augustus 1830 in Dirksland geboren. Hij kwam dus niet uit de kring van de bekende vissersfamilies uit Middelharnis. Zijn vader heette Jan de Man en was arbeider. Zijn moeder was Cornelia Aelbrechts.
Dievertje is op 31 juli 1832 geboren, dochter van Kornelis Muije, visser, en Maria Bree.
Pieter was 24 en Dievertje 23 toen ze trouwden op 17 mei 1855.
Stuurman Cornelis Smit, 34 jaar, was een van de getuigen bij het huwelijk.



Huwelijksakte Middelharnis 1855 nr.10





Kinderen
Op 22 februari 1856 werd zoon Jan geboren, hij overleed in 1859, 3 jaar oud. Cornelis die op 24 augustus 1858 werd geboren is op 15 juli 1866 tijdens de cholera-epidemie overleden. Ook dochter Catalijntje van 17 juli 1865 overleed op 26 juli 1866. Jan Cornelis genoemd naar de beide overleden jongens is in 1870 geboren en op 30 april 1873 overleden, 3 jaar oud.
Het gezin woonde op de Westdijk.
Drie dochters overleefden de kindertijd. Cornelia de Man uit 1861 was naaister en trouwde in 1882 met Hendrik van Strien. Maria uit 1863 trouwde in 1884 met Johannes Abraham de Waard en Catalijntje uit 1868 is in 1890 getrouwd met Arend van Dalen.


Arend van Dalen en Catalijntje de Man.
foto afkomstig van Casper Mazurel.

Cornelia is jong overleden, in 1900 toen ze 38 was. Maria overleed in 1901, ook 38 jaar. Catalijntje was 54 toen ze in 1922 overleed.

Nabestaanden
Pieter was matroos op de sloep Middelharnis, vergaan op 12 november 1872. Hij voer vermoedelijk al lang bij Cornelis Smit aangezien deze schipper in 1855 getuige was bij zijn huwelijk.

Dievertje bleef na de dood van Pieter over met drie dochters van 11, 9 en 4  jaar oud en Jan Cornelis van 2 jaar die enkele maanden na zijn vader overleed.
Dievertje Muije begon een winkeltje op de Westdijk en later aan de West Achterweg. Ze werd lid van de Gereformeerde Kerk (C.G.). Hendrik van Strien, de weduwnaar van Cornelia, is in 1904 naar IJmuiden vertrokken en Dievertje is meegegaan. Op 3 oktober 1906 is ze hier overleden.

Familieleden op zee gebleven
Abraham de Man (1829-1867) een broer van Pieter die een jaar ouder was (geb. 1 juni 1829) werd ook visser. Abraham is omgekomen met de scheepsramp van de Wisselvalligheid in 1867. Hij was gehuwd met Johanna Breur die in 1870 hertrouwde met Jan Pas.
Abraham en Johanna hadden een zoon die Jan heette, geboren op 20 juni 1863. Jan de Man (1863-1899) is omgekomen bij de aanvaring tussen de MD 7 Toekomst en een Noorse bark in mei 1899.
 

donderdag 1 november 2012

Kasper Bonjoannij (1866-1916) en Jannetje van Gelder (1865- ?)

De familie Bonjoannij
Bartholomeus Bonjoannij was kleermaker, gehuwd met Anna Wilders. Zoon Kasper (1799-1860) werd in Rotterdam geboren. Bartholomeus is dus van Rotterdam naar Middelharnis gekomen. Uit welke windstreek deze familie oorspronkelijk kwam weet ik niet.  In 1814 kwam  een kind van het echtpaar dood ter wereld in Middelharnis en in 1816 werd zoon Matthijs in Middelharnis geboren.
Zoon Kasper was koopman en trouwde in 1835 in Middelharnis met Pietertje Waterman, ongehuwde moeder van Lena Waterman geboren 1833. Kasper Bonjoannij en Pietertje Waterman kregen zes kinderen waarvan alleen Abraham uit 1841 de kindertijd overleefde,

Abraham Bonjoannij was arbeider, hij trouwde op 26 september 1863 met Jannetje Philippina de Jong die in 1842 in Den Bommel geboren is. Op 22 november 1863 en op 3 april 1865 werden kinderen van het echtpaar levenloos geboren. Op 8 februari 1866 werd Kasper geboren. Hij was nog maar 5 maanden oud toen zijn vader op 20 juli 1866 overleed. Abraham Bonjoannij werd 25 jaar oud. Vermoedelijk was hij een slachtoffer van de cholera-epidemie die in 1866 in Middelharnis heerste.

Leendert Adrianus Koudijzer (1877-1895), de ramp met de Zeemanshoop
Jannetje Philippina de Jong hertrouwde in 1868 met Adrianus Koudijzer die visser was. Zij kregen drie kinderen: Jacomina, Maria Lena en Leendert Adrianus.
Leendert Adrianus Koudijzer, geboren 12 oktober 1877, was een van de bemanningsleden van de de sloep Zeemanshoop die in december 1895 vergaan is. Hij was achttien jaar toen hij verdronken is.

Kasper Bonjoannij groeide dus op in het gezin van een visser. Zijn moeder overleed in 1885. 

Jannetje van Gelder
Kasper Bonjoannij trouwde met Jannetje van Gelder. Zij is geboren in 1865, een dochter van Daniël van Gelder, visser en Klaartje de Koning vissersdochter. Daniël en Klaartje trouwden op 23 april 1863.
De oudste zoon Willem werd in 1864 geboren, hij heeft maar kort geleefd. Jannetje van Gelder is in 1865 geboren, Adriaantje in 1868, Jasperina in 1871 en Willem in 1874. De jongste, Lena Cornelia uit 1877, overleed in 1884 toen ze zeven jaar oud was.
Willem werd visser, trouwde in 1894 in Sommelsdijk. Jasperina trouwde in 1895 met Klaas de Jong.
Adriaantje van Gelder trouwde in 1897 met Pieter Jongejan, koopman/verzekeringsagent, zoon van Hendrik Jongejan en Hester Jacoba Don. (zie tekst op dit blog van 29 oktober 2012).

Huwelijk
Kasper Bonjoannij (in Middelharnis uitgesproken als Bonne Wannie) was visser. Het huwelijk met Jannetje van Gelder was op 12 april 1893.  In 1895 werd hun eerste kind doodgeboren. Dochter Jannetje Philippina Bonjoannij werd op 25 oktober 1896 geboren. 

Overlijden van Kasper
Kasper Bonjoannij  is op 19 januari 1916 verdronken toen hij samen met Krijn Viskil overboord sloeg van de stalen sloep MD 14 Paul Kruger, schipper Leen Koster. Hij was toen bijna vijftig jaar oud.
In de krant heb ik alleen de terugkeer van de sloep in IJmuiden teruggevonden.



Vooruit, 26 januari 1916


Voor Kasper Bonjoannij werd geen overlijdensadvertentie gezet voor zover ik weet. Die van Krijn Viskil heb ik wel gevonden. Zie tekst op dit weblog van 11 mei 2013.



MD 14 Paul Kruger op de werf

Huwelijk van Jannetje Philippina Bonjoannij
De enige dochter van Kasper  en Jannetje trouwde op 21 juni 1918 met Cornelis van der Sluis, diepzeevisser geb. 1897. Ze was met haar exotische naam volledig opgenomen in de vissersgemeenschap. Cornelis was een zoon van Jan van der Sluis, visser. Getuigen bij het huwelijk waren Willem van Wijk, stuurman en Cornelis Koster, visser.
In 1919 werd dochter Jannetje van der Sluis geboren.


Fragment uit een interview uit 1970.
Kasper Bonjoannij en Krijn Viskil voeren bij de ouwe Leen Koster. Ze zijn verdronken bij het overhalen van de zeilen, waarschijnlijk handen tussen de blokken dat prakkezeren ze. We zaten de trein hierover te praten. Stopten in Leiden, Leen Koster werd gevraagd door een mede-passagier waarom hij moest overhalen. Koster zei dat hij uit de vaargeul wilde blijven. Toen kregen deze weduwen ook een uitkering, omdat het ongeval verband hield met de oorlog. Dus uitkering voor oorlogsslachtoffer (1e wereldoorlog) daar gingen ze werk van maken. Ze kregen pensioen als oorlogsweduwen, 16 gulden in de week.
Interview van Kees Koster en Gerrit Langbroek met J. Boomsma uit 1970. ZB 1903 A 07 

In het bevolkingsregister werd de naam van Kasper in 1919 "ambtshalve doorgehaald" wat wil zeggen dat er geen overlijdensacte gemaakt is maar dat er bij de volkstelling van 1919 een administratieve correctie is gemaakt.

dinsdag 31 januari 2012

Cholera in Middelharnis

Cholera asiatica
In 1832 en 1833 kreeg Nederland met een golf aan sterfgevallen te maken die het gevolg waren van cholera. De cholera asiatica of Aziatische braakloop was in de medische wetenschap al eeuwen bekend uit India en omstreken maar had zich nog niet in Nederland geopenbaard.
Vanaf 1817 breidde de ziekte zich langzaam in westelijke richting uit.
De directeur-generaal voor de marine kondigde op 16 juli 1831 maatregelen aan om te voorkomen dat de vaartuigen van Zwartewaal, Pernis, Maassluis en Middelharnis cholerabesmetting over zouden brengen.

Gezien hebbende eenen brief van Gecommitteerden der IJslandsche en Kabeljaauw visscherij in Zuidholland, van 15 den dezer, daarbij, voorstellende het nemen van voorzorgen ter wering der cholera morbus , welke na gehoudene communicatie, met van besmette plaatsen gekomene schepen zou kunnen worden overgebragt door: 3. Die schepen, welke speciaal van Middelharnis op eenigen afstand van onze kusten op tarbot visschcn, om die op zee aan Engelsche visschers te verkoopen, of wel, om die in Engeland op de markten te gaan renten, welke alle soorten, van koopvaarders aan boord krijgen , als mede die bezaanschuiten en schokkers,, die uit al onze zeegaten, vooral Texel en het Vlie, dagelijks ter versche vischvangsl varen, daardoor zeer ligt in aanraking met vreemde schepen kunnen komen, of drijvende goederen kunnen visschen; heeft goedgevonden te bepalen , zoo als geschiedt bij deze: Dat de boven opgenoemde visschersvaartuigen, welke gewoon zijn, op het vertoon van hun visschers- of zoogenaamde zoutvlaggetje, zonder eenige ondervraging, of in- of uitklaring, de uiterste wachten passeren, bij derzelver binnenkomst hier te lande , zullen worden onderworpen aan eene visitatie, ten einde te onderzoeken of dezelve ook met besmette of verdachte plaatsen hebben aangedaan, of met besmette schepen, of van die plaatsen komende, in communicatie zijn geweest; zullende gemelde vaartuigen, wanneer dit geen plaats heeft gehad, en bij die visitatie gezond bevonden, hunne destinatie dadelijk kunnen vervolgen; terwijl wanneer zulks plaats mogt hebben gehad dezelve aan eene observatie quaranteine van drie dagen zullen worden onderworpen, en verder, naar bevind van zaken, over dezelve zal worden beschikt.
Bron: bijvoegsel staatsblad, 1831, 341.
Dat er wezenlijk sedert eenen geruimen tijd veelvuldige overtredingen van de strand- en quarantaine-wetten door Scheveningers waren gepleegd , blijkt uit verscheidene omstandigheden. Doctor KIEHL voert in zjn rapport aan , dat , volgens opgave van den heer Varkevisser, Commissaris van Politie te Scheveningen , vele van onze Scheveningsche visschers hunne vangst hebben verkocht aan visschers van Middelharnis, welke onmiddellijk met dezelve naar Londen zijn gevaren, en dat een der Scheveningsche Sindics zijne seinvlag opgestoken hebbende, om de gemeenschap tusschen Scheveningsche schepen en die van Middelharnis te beletten , een schipper van Middelharnis hem in den nacht heeft willen overzeilen (1)
Ondanks de maatregelen kwam de cholera in juli 1832 in Scheveningen aan land. De ziekte werd kort daarna een epidemie in heel Nederland; in oktober waren er al 3.000 doden.
Het ziektebeeld was angstaanjagend, mensen werden ziek, kregen diarree en stierven binnen één of twee dagen. Hun lichaam werd in enkele uren gesloopt. Niemand begreep de oorzaak van de ziekte, de medici kwamen met allerlei verklaringen. Vergiftigde lucht, afkomstig van rottende materie (miasma) en een ziekmakende stof (contagium) die van de ene persoon op de andere werd overgebracht werden lang als oorzaak gezien.
Het intekenen van de ziektegevallen per plaats op cholerakaarten (medische topografie) toonde "dat de dood zich in de schamele woningen bijzonder thuis voelde en de huizen van de aanzienlijken ontweek". Er werd wel een verband met slechte woon- en leefomstandigheden gelegd maar de exacte oorzaak was in 1832 nog niet bekend.
Pas in 1883 werd ontdekt dat de cholerabacterie de boosdoener is en vervuild drinkwater de bron van besmetting.
Vanaf dat moment kon de overheid gerichte voorzorgsmaatregelen nemen.

Middelharnis
Vanaf 1832 deden zich met  tussenpozen  cholera-epidemieën voor  waaraan veel mensen overleden. Over de epidemie van 1832 in Middelharnis is weinig bekend. In de genealogie van de familie de Moei vond ik de vermelding dat  visser/ schipper Johannes de Waard aan de cholera overleden is. Hij is op 27 augustus 1833 overleden op 36-jarige leeftijd.
Op 6 november 1832 waren er in Middelharnis 42 mensen besmet geweest en 15 mensen overleden. 27 mensen herstelden.


D.J.A. Arntzenius. Bijdragen tot den kennis en behandeling
der Aziatischen braakloop in Nederland. Amsterdam, 1832

In Middelharnis stierven in 1849 binnen drie maanden 122 mensen. Bij de volgende epidemie in september 1855 stierven 30 mensen en in 1866 93 mensen.




Zierikzeesche Nieuwsbode 25 juni 1849
Bron: KrantenbankZeeland


Onder de slachtoffers van 1849 bevinden zich Dirk van Eck, 5 jaar oud overleden op 9 juni en zijn moeder Lena Hotting (e.v. Bastiaan van Eck), 40 jaar oud, overleden op 1 juli.
Ook een drietal kleinkinderen van Gijsbert Jongejan (1779-1819) uit het gezin van Frans Jongejan (visser) en Maatje van Duuren zijn kort na elkaar in 1849 overleden.
Gijsbert , 8 jaar oud overleed op 7 juni, Jacoba Jongejan, 11 jaar oud op 8 juni, en Jan, 5 jaar oud,  ook op 8 juni. Het echtpaar was op slag kinderloos; hun oudste dochter Lena was al in 1835 nog geen drie maanden na de geboorte overleden.

Sara Koning, de moeder van overgrootmoeder Adriaantje Koning, overleed op 15 juni 1849 op 44-jarige leeftijd. Waarschijnlijk stierf ook zij aan de cholera.


Literatuur:
Both, J.C. Herinneringen aan de cholera van 1866. In: De Ouwe Waerelt. 8(2008)22, pp. 10-16.
Rixoort, K. van. Van epidemieën, heelmeesters en een legaat. In: De Ouwe Waerelt. 2(2002)5, pp. 2-6.
Woud, Auke van der. Koninkrijk vol sloppen : achterbuurten en vuil in de negentiende eeuw. Amsterdam, 2010. p.236-238

1. J.F. d'Aumerie, Herinneringen uit de Cholera-epidemie te Scheveningen en proeve eener oplossing der raadsels van de Aziatische cholera ('s-Gravenhage 1833) 25.