vrijdag 15 mei 2015

Simon Stapel (1757-1826) en Aren Stapel (1767-1829), stuurlieden op de gaffelschuiten van Middelharnis

De naam Stapel is nauw verbonden met de bloeitijd van de visserij met gaffelschuiten in Middelharnis in de tweede helft van de achttiende eeuw.
De twee laatste stuurlieden uit deze familie waren Simon en Aren. Zij waren ook in de nadagen van de gaffelschuiten, nog tot ongeveer 1825, actief als stuurman. 
Op de nieuwe sloepen die vanaf 1817 geleidelijk in de plaats kwamen van de gaffelschuitendeel voer een jongere generatie stuurlieden. 

Zie voor de gegevens over de ouders, Gerrit Stapel en Maatje Stapel, het bericht van 6 november 2014.

Simon Stapel, Maatje Abeele (1761-1787) en Huibertje van Heest (1770-1816)

Simon is op 7 november 1784 met Maatje Jans Abeele getrouwd, dochter van Jan Willemsz Abeele en Jannetje Pas. ze kregen in 1786 een dochter Maatje, gedoopt op 23 april 1787. Enkele maanden later overleed Maatje Abeele, ze is begraven op 9 augustus 1787.
Na het overlijden van zijn vrouw trouwde Simon in 1791 met Huibertje van Heest. Huibertje is een dochter van Dirk Michielsz van Heest en Leuntje Gerritsz Verhage. Ze kregen vijf kinderen: Leuntje in 1793, Gerrit in 1795 (overleden in 1813, 18 jaar oud), Kaatje in 1798, Jannetje in 1801 (overleden 1827, 26 jaar oud) en Dirk in 1806.

Maatje Stapel trouwde in 1807 met Aren Janse de Waard. Aren was in 1822 stuurman op een sloep. Zij kregen acht kinderen, waaronder Johannis de Waard die in 1863 op de Antwerpse sloep Josephine is omgekomen. Aren Janse de Waard is een broer van Leendert de Waard, stuurman van de sloep die in 1828 is vergaan. Hun broer Johannis was eveneens stuurman.
De oudste zoon van Maatje en Aren was Jan de Waard, geboren op 11 maart 1809. Zijn vrouw Suzanna Ruitenberg is op 28 december 1881 in Antwerpen overleden. Mogelijk zijn Jan en Suzanna naar Antwerpen geƫmigreerd.

Aren Stapel en Adriaantje Smit (1773-1845)
Aren trouwde in 1795 met Adriaantje Smit, dochter van Leendert Smit en Lena Dubbeld.
Hun dochter Maatje, geboren in 1795, trouwde in 1815 met Maarten Buurveld. Maatje is in 1816 overleden. Maarten Buurveld is een zoon van Leendert Buurveld, de stuurman van de gaffelschuit die in 1813 is vergaan. Maarten werd eveneens stuurman op een gaffelschuit (vermelding in 1822).

Simon Stapel onder Oostenrijkse vlag in 1782
Simon is op 23-jarige leeftijd stuurman geworden. Van de groep stuurlieden die in 1782 onder Oostenrijkse vlag ging varen was hij met vijfentwintig jaar de jongste.

Simon en Aren Stapel onder Deense vlag in 1798
In 1798 voeren de schuiten van Simon en Aren Stapel, zoals alle gaffelschuiten van Middelharnis, onder Deense vlag (6).

De Jonge Maatje gekaapt in 1798
De gaffelschuit de Jonge Maetje staat in de transportakten van schepen op z'n vroegst vermeld op 28 oktober 1791. Lambertus Kolff verkocht op die datum 1/8 part. De naam van Simon Stapel als stuurman van deze schuit is op 12 juni 1796 en op 24 november 1797 vermeld (1). Op 14 april 1798 is de Jonge Maetje met als stuurman Simon Stapel op zijn reis met kooptarbot naar Engeland door een Engelse kaper genomen, prijs verklaard en verkocht. Adrianus Quirinus Kolff was in het bezit van 1/16 part (2).


Simon en Aren Stapel, stuurlieden in de Bataafs Franse tijd
Aren Stapel en Simon Stapel voeren in 1805 onder Pruisische vlag. Het schip van Simon was in 1805 de Paulina en Helena; Aren was stuurman van de Martha en Maria (ook al in 1799), de schuit waar voorheen zijn vader op voer. Beide schuiten zijn in september 1805 gekaapt. De kaping werd door de Prize Court onrechtmatig verklaard (3).
Simon Stapel van de Paulina Helena en tien bemanningsleden verklaarden, bijna een jaar na het voorval, voor de vrederechter van Sommelsdijk dat ze op 21 juli 1810 door een bewapende Engelse kotter voor Scheveningen zijn aangehouden. Enkele manschappen zijn in een sloep naar de gaffelschuit gekomen en hebben de vissers gedwongen om vis af te staan. In ruil daarvoor kregen ze een mand met gebruiksvoorwerpen zoals een dozijn kleine schotels, twee waterpotten, vier kleine glaasjes en enkele kwispeldoren. Bij thuiskomst op 27 juli 1810 zijn ze –allen tot op het hemd ontkleed - door de douane gevisiteerd. De verkregen voorwerpen hebben ze ingeleverd.  Ze verklaren de Engelse wal niet te hebben aangedaan en niet in een Britse haven te zijn geweest, dat ze sedert 1805 niet meer in Engeland zijn geweest. Ze zijn toen wederrechtelijk opgebracht en na verloop van vier weken weer vrijgelaten. Sindsdien hebben ze de Engelse wal niet meer gezien en zich niet met handel of het overvaren van passagiers beziggehouden. Ze hebben zich in alle opzichten volgens de wet gedragen en zich alleen met het vangen van vis beziggehouden. Op 21 juli 1810 is niemand van de bemanning aan boord van het Britse vaartuig geweest. Deze verklaring werd waarschijnlijk afgelegd om zich in te dekken tegen verdere vervolging door de Franse douane (4).
Hij nam rum aan van Engelsen als betaling voor een partij tarbot en spiering. Op 12 juni 1812 had hij samen met Cornelis Langbroek contact op zee met de Engelsen. Hierover is hij uitgebreid verhoord. Er werd hem gevraagd waarom hij niet gevlucht is voor de Engelsen. Zijn verklaring was dat er geen wind was en dat het tij tegen zat.
Voor het transport van militairen en goederen met de  Paulina Helena voor het Franse leger ontving hij een bedrag van 26 gulden (4).


Simon en Aren Stapel in 1821 en 1822
De laatste berichten uit de lange loopbaan van de beide broers dateren uit 1821 en 1822.
De gaffelvisschuit van Simon Stapel werd in februari 1821 bijna overvaren door een hoeker. Het gevaar werd door het hulpgeroep van de wacht afgewend.







Het volgende bericht betreft Aren Stapel en is van 24 februari 1822, eveneens in het Flakkees maandblad.

In Scheveningen en Zwartewaal zijn door de stormen vissersschepen verloren gegaan. In Middelharnis heerste dankbaarheid over de behouden thuiskomst van de vloot. Jacob Bree die tijdens de storm op zee was is veilig teruggekeerd. Drie matrozen van de schuit van Aren Stapel zijn op miraculeuze wijze aan de dood ontsnapt

kunnen wij als een treffend bewijs van Goddelijke bewaring aanmerken dat bij stuurman Arend Stapel door eene stortzee drie matrozen werden overboord geslagen, doch gelukkig weder op de schuit werden geworpen. Terwijl de stuurman meende dat hij in een klap van al zijn volk was beroofd geworden, en hoezeer de visscherij door de sobere winsten in merkelijk verval is en zelfs een persoon het gebruik van een zijner voeten voor altoos moet missen, hebben wij toch stoffe van dankbaarheid dat niemand onzer is achter gebleven.


Simon Stapel is op 4 augustus 1826 overleden, 69 jaar oud. Beroep: stuurman
Aren Stapel is op 15 april 1829 overleden, 62 jaar oud. Beroep: stuurman


In 1822 voeren de volgende stuurlieden nog op een gaffelschuit:
Jacob Bree
Maarten Buurveld (de Jonge Arentje, verkocht oktober 1823)*
Jan Smit *
Aren Stapel
Simon Stapel
(Dit lijstje is waarschijnlijk niet compleet)


Genealogische gegevens van Pieter Koster, bewerkt voor Arjaentje


* Journaal Jan van Dueren mei-juli 1822 vermeldt Maarten Buurveld en Jan Smit. Verkoop de Jonge Arentje in Rotterdamsche courant 27 september 1823.

1
. Rechterlijk Archief Middelharnis. Inventarisnr. 18. klapper

2. J. Verseput. Van Visschershaven naar jachthaven, p.27. en National archives, HCA 32/699/238  
3.Brown, Mysteries of neutralization, 140,141 en meerdere pagina's. 
dossiers: 
HCA32/1623/4774 HCA32/1573/3946
4. E. H. Wind. Het Vredegerecht van Sommelsdijk en Napoleons continentaal stelsel (november 1806-april 1814) (Rockanje 1988) V-55, akte 87, 17 juni 1811
5.. Marco Kuiper. Verandering en verval, de visserij van Middelharnis in de Franse tijd. Leiden, 2009. 22,26.
6. Vermelding Aren Stapel: Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798

Geen opmerkingen:

Een reactie posten