maandag 28 oktober 2013

Gabriël de Waard (1835-1863) en Klazina van Eeuwen (1838-1909)

Ouders
Gabriël de Waard werd geboren 19 december 1835. Hij was een zoon van Mattheus de Waard en Pietertje Venus. Mattheus was visser in Middelharnis.
Klazina van Eeuwen is in 1838 in Sommelsdijk geboren, dochter van Pieter van Eeuwen en Grieta Dale.

Huwelijk en kinderen
Gabriel en Klazina trouwden op 6 februari 1860, ze waren 24 en 21 jaar oud. Gabriël was visser. Ze woonden op het Nieuwdorp.
Op 23 juni 1860 werd de oudste zoon Mattheus geboren; hij werd maar twee weken oud. Op 5 oktober 1861 volgde weer een zoon met de naam Mattheus en in januari 1863 werd Pieter geboren.

In de nacht van 3 op 4 december 1863 is Gabriël de Waard omgekomen bij de scheepsramp met de Vrouwe Aplonia. Hij was bijna 28 jaar oud.

De nabestaanden
Klazina van Eeuwen was 25 jaar toen ze met twee kleine kinderen achter bleef. De jongste zoon Pieter overleed op 20 februari 1865, hij was twee jaar oud.

In juni 1867 begon Klazina aan de procedure bij de rechtbank in Brielle om een Verklaring van Vermoedelijk Overlijden van Gabriël de Waard te verkrijgen. Deze procedure kon op z'n vroegst na twee jaar worden gestart. Gabriël werd via aanplakbiljetten en advertenties opgeroepen om op 20 september 1867 om tien uur in de ochtend bij de Arrondissementsrechtbank te verschijnen. Deze procedure werd herhaald in oktober 1867 en in februari 1868 (1) 
Op 1 mei 1868 heeft de rechtbank de verklaring afgegeven en de weg vrij gemaakt voor een nieuw huwelijk.


Nederlandsche Staatscourant, 5 juli 1867

Voor Klazina liet deze uitspraak (te) lang op zich wachten. Op 16 januari 1868 kreeg ze een zoon die de naam Pieter de Waard kreeg en ingeschreven werd als zoon van Gabriël de Waard. Gabriël was op dat moment nog steeds haar wettige echtgenoot hoewel hij al ruim vier jaar eerder omgekomen was.

Weduwe hertrouwd
Op 28 augustus 1868 is Klazina van Eeuwen hertrouwd met Mattheus Stapel, weduwnaar van Cornelia Breur. Zoon Pieter is toen door Mattheus Stapel erkend, maar ging toch verder als Pieter de Waard door het leven. Het gezin is ca.1876 naar Maassluis verhuisd. Klazina en Mattheus hebben vier kinderen verloren in de leeftijd van enkele maanden tot een jaar: Klazina, Grietha. Margrietha, Cornelis.
MatttheusStapel overleed op 9 mei 1902 in Maasluis en Klazina in 1909 in Maassluis. Ze is zeventig jaar oud geworden. Haar zoons Mattheus de Waard, Pieter de Waard, Jan Stapel en Klaas Stapel waren inmiddels in Maassluis getrouwd. 

1. Nederlandsche Staatscourant 5 juli 1867, 15 oktober 1867 ,1 februari 1868 en 6 mei 1868.

zondag 27 oktober 2013

Laurens Ketting (1837-1863) en Geertje van Woerkum (1838-1888)

Laurens Ketting is een zoon van Machiel Ketting en Jannetje van der Marck. Jannetje was naaister toen ze in 1837 trouwde. Machiel Ketting was visser en is van Pernis naar Middelharnis gekomen. De vader van Machiel, ook Laurens Ketting geheten, was visser in Pernis. Laurens werd op 24 december 1837 in Middelharnis geboren.
Geertje van Woerkum is op 24 mei 1838 geboren en aangegeven als Geertje de Ruijter, dochter van Gerrit de Ruijter en Neeltje Johanna van Woerkum. Ze is erkend door haar vader maar ging toch als Geertje van Woerkum door het leven. Haar moeder is na het overlijden van Gerrit de Ruijter met Bastiaan van Eck getrouwd. Bastiaan was de voogd van Geertje.
Geertje kreeg op 29 juli 1860 een dochter Jannetje genaamd dat door Laurens werd erkend. Laurens en Geertje zijn vervolgens op 19 oktober 1860 getrouwd,  allebei 22 jaar oud.  Op 27 september 1861 werd zoon Cornelis Johannes in Rotterdam geboren.
Laurens was bijna 26 jaar toen hij omgekomen is bij de scheepsramp met de Vrouw Aplonia tijdens de storm van 3 op 4 december 1863.

Nabestaanden
Geertje was vijfentwintig jaar toen ze weduwe werd en met twee jonge kinderen achterbleef. Ze was op dat moment in verwachting van een dochtertje dat op 26 januari 1864 werd geboren. Ze noemde haar Laurensje, naar haar overleden vader.
Geertje is niet hertrouwd, alhoewel ze bij de rechtbank wel toestemming heeft gevraagd om te hertrouwen. 



Nederlandsche Staatscourant, 1 februari 1868

Het gezin woonde op de Achterweg en Geertje had geen beroep. Waar het gezin van leefde is niet bekend. Geertje overleed op 26 oktober 1888 toen ze vijftig jaar was.
Jannetje Ketting is in 1885 getrouwd met een partner uit Sint Maartensdijk.  Laurensje is in 1893 getrouwd eveneens met een partner uit die plaats, ze is in 1950 in Gorinchem overleden, 86 jaar oud.
Cornelis Johannes Ketting werd visser. Hij heeft nog bij zijn grootvader Bastiaan van Eck ingewoond, tot hij in 1886 trouwde met Kaatje Roodzant geb. 1860, een zus van Teunis en van Gerrit (zie bericht van 11 februari 2012). Ze kregen zes kinderen. In mei 1910 verhuisden ze naar Rotterdam, met uitzondering van de oudste dochter die dienstbode werd.
 


 

zondag 20 oktober 2013

Laurens van der Put (1828-1889), Dirkje Boer (1829-1857) en Arendje van Gelder (1830-1891)

Ouders
Laurens van der Put werd op 17 april 1828 geboren, tweede zoon van Cornelis van der Put (1800-1877) en Arentje de Bloeme (1798-1878). Laurens was een achterkleinzoon van Cornelis van der Put (1750-1788) die als eerste van de familie van der Put naar Middelharnis kwam. Laurens van der Put (1775-1803) was zijn grootvader. Hij is in 1803 verdronken bij de haven van Middelharnis.
Jannetje van der Put, de vrouw van stuurman Cornelis Smit, was een zus van Laurens. Zie ook het bericht van 2 november 2012 op Arjaentje
De lotgevallen van de ouders van Dirkje Boer (Huibert Boer en Adriana Buurveld) zijn op 27 februari 2013 besproken.

Kinderen van Laurens van der Put en Dirkje Boer
Op 27 oktober 1849 trouwden Laurens en Dirkje, hij was 21 en zij twintig jaar. Op 12 juli 1850 werd Arendje geboren. Zij is op 27 juni 1868 overleden, 17 jaar oud. Huibrecht werd in 1852 geboren en Jannetje in 1855. Jannetje overleed toen ze twee was op 13 augustus 1857. 
Huibrecht werd visser, hij trouwde in 1875 met Jannetje Witvliet, dochter van Mattheus Witvliet en Teuntje van Strien (zie tekst van 4 mei 2013).

Overlijden van Dirkje Boer, Laurens hertrouwd
Dirkje Boer is op 8 maart 1857 overleden, ze was 28 jaar. Laurens bleef achter met Huibrecht die bijna vijf jaar was en Jannetje van bijna twee. Het meisje overleed vijf maanden na haar moeder.
Twee jaar later op 21 maart 1859 is Laurens hertrouwd met Arendje van Gelder, geboren 8 maart 1830. Ze waren dertig en 29 jaar oud. Arendje was een dochter van Jacob van Gelder en Neeltje Lugthart. Jacob was visser.

Kinderen van Laurens van der Put en Arendje van Gelder
- Op 21 juli 1860 werd dochter Neeltje van der Put geboren.  Zij trouwde toen ze 34 was met de weduwnaar Teunis van Dongen, hij had zeven kinderen ten tijde van het huwelijk. Samen kregen ze een zoon die Laurens Arend van Dongen heette.
- Cornelis van der Put werd op 10 oktober 1861 geboren. Hij is op 22 oktober 1886 met Cornelia Roodzant getrouwd. Zij is geboren op 7 september 1864, dochter van Arend Roodzant en Angenietje Verhage.
- Jacob uit 1864 werd elf maanden oud
- Jacob uit 1867  twee jaar oud
- Arendje, geboren op 29 september 1872, is op 26 oktober 1895 met Jacob de Koning getrouwd. Ze waren 23 en 24 jaar oud. Jacob was een zoon van Paulus de Koning en Kaatje Vroegindeweij.

Stuurman van de Noordover
Laurens van der Put heeft zijn hele leven als visser gewerkt. Hij is stuurman van de MD14 Noordover van rederij Kolff geweest (1). In het voorjaar van 1872 heeft hij samen met een andere sloep een Zweedse driemast schoener genaamd Danube geborgen. 


Algemeen Handelsblad, 6 april 1872


Ongeluk op de MD 16 Op Hoop van zegen
Stuurmannen kregen op latere leeftijd vaak de functie van ouweman, de rechterhand van de schipper en verantwoordelijk voor de inventaris van het schip. Hij wilde na vijftig jaar stoppen met varen. Op woensdag 25 september 1889 tijdens zijn laatste reis is hij door een van achter komende zee overboord geslagen en verdronken. Hij was 61 jaar oud. Het gebeurde op de vissloep MD 16 Op Hoop van zegen van rederij Kolff, stuurman Jan Koster.



Maas- en Scheldebode, 4 oktober 1889

Arendje van Gelder werd weduwe toen ze 51 jaar was. Ze is in 1891 overleden.

De ramp met de MD 18  Zeemanshoop, 4 december 1895
Zoon Cornelis van der Put (1861-1895) was matroos op de MD 18 Zeemanshoop, de sloep die in de nacht van 6 op 7 december 1895 is vergaan. Cornelia Roodzant werd op 31-jarige leeftijd weduwe. Cornelia en Cornelis hadden geen kinderen. Cornelia is in augustus 1911 naar de Paterson in de Verenigde Staten vertrokken.


Cornelis van der Put Lzn. (1861-1895)

Ook aan boord van de Zeemanshoop waren ook de volgende familieleden:
- Cornelis de Koning (1874-1895), ongehuwd, broer en zwager van Jacob de Koning en Arendje van der Put  (zie bericht van 30 mei 2013).
- Gerrit Roodzant (1872 -1895)  broer van Cornelia, gehuwd met Dirkje van Delft (zie bericht van 29 juli 2013).


De gegevens zijn afkomstig van Pieter Koster te Haarlem en bewerkt voor Arjaentje.

De foto is eveneens afkomstig van Pieter Koster waarvoor dank.

1. Vermelding bij M.J. van Dam, dl 2. Op 5 september 1873 Kornelis Trommel 14 jaar overleden aan boord van de MD 14 Noordover, schipper L.van der Put.

vrijdag 18 oktober 2013

Laurens Dijkers (1731-1799) en Elizabeth van Heemst (1734-1808)

Over betovergrootouders Maarten Dijkers (1799-1859) en Sijtje van de Roovaart heb ik op 29 februari 2012 geschreven. Zie deze tekst mét foto in het blogarchief. Nu over de grootvader van Maarten die vanuit Zevenbergen naar Sommelsdijk kwam in het midden van de achttiende eeuw. 

Ouders van Laurens Dijkers
De vader van Laurens Dijkers was Petrus Dijkers (1705-1770 ) uit Zevenbergen (zoon van Laurentius Dijkers en Catharina de Roy). De familie kwam uit de omgeving van Fijnaart en Standdaardbuiten.
Zijn moeder was Maaike Grootenboer (1712-1797)  eveneens uit Zevenbergen.
Laurens werd op 27 december 1731 geboren. Zijn ouders zijn niet met elkaar getrouwd en toch kreeg hij de achternaam van zijn vader.
Petrus Dijkers trouwde in 1732 in Nieuwe-Tonge met Cornelia van Helmont. De oudste zoon uit dit huwelijk heette ook Laurentius, geboren 1734 in Oude-Tonge. Petrus is daarna weer teruggegaan naar Standdaarbuiten.
Maaike Grootenboer trouwde in 1733 met Hendrik van der Put. Maaike en Hendrik kregen tien kinderen. Laurens groeide vermoedelijk als oudste zoon in dit gezin in Zevenbergen op. Hij werd beschouwd als onderdeel van de familie en de naam Laurens is via hem in de familie van der Put gekomen.

Naar Overflakkee
Laurens werd zadelmaker, hij is rond 1752 toen hij twintig jaar was naar Sommelsdijk gekomen. 
Zijn haflbroer Cornelis van der Put kwam rond 1765-1770 naar het eiland. Hij trouwt in 1771 in Middelharnis met Suzanna Bakker. Andere verwanten uit de families Van der Put en Grootenboer zijn ook in het derde kwart van de achttiende eeuw naar het eiland gekomen.

Huwelijk en kinderen
Laurens is op 17 mei 1758 in Sommelsdijk getrouwd met Elizabeth van Heemst. Er werden negen kinderen uit dit huwelijk geboren, waarvan er vier jong overleden zijn.
Vier zoons Pieter, Hendrik, Herbert en Robbrecht en een dochter Woutrina trouwden veelal in Sommelsdijk.
De derde zoon Herbert werd winkelier en trouwde in 1796 met Annetje Vlasbloem. Zijn oudste zoon was Maarten Dijkers die in 1822 in Middelharnis trouwde met Sijtje van de Roovaart. Hij was schoenmaker en gareelmaker van beroep, trad dus in het voetspoor van zijn grootvader Laurens.


bronnen:
Stamboom Dijkers  en Dijkers review
Gegevens over de familie Hendrik van der Put met dank aan Pieter Koster uit Haarlem

maandag 14 oktober 2013

Jan Witvliet (1823-1881) en Pieternella Kortweg (1825-1900)

(Voor)ouders
Jan Witvliet is een zoon van Arend Witvliet (1796-1851) en Trijntje Pas (1797-1867 ). De vader van Jan was arbeider.
Zijn grootvader heette eveneens Aren(d) Witvliet (1776-1802) en was gehuwd met Arendje van Groningen. Hij is in 1802 overboord gevallen van het schip van de martkschipper van Oudenhoorn en verdronken. Zijn lichaam is in januari 1803 in Charleroi opgevist en begraven (1).
Pieternella Kortweg (soms ook Korteweg) is een dochter van Balten Kortweg die arbeider was en Lena (den) Danser.

Huwelijk en kinderen
Jan en Pieternella trouwden op 8 december 1844, ze waren 21 en 19 jaar oud. Jan was arbeider ten tijde van het huwelijk. Later is hij sasmeester geworden.
Vier weken na het huwelijk werd zoon Arend geboren. De oudste zoon is maar vier jaar oud geworden, hij overleed op 11 juni 1849 toen er een cholera-epidemie woedde.
Pieternella kreeg haar eerste kind begin 1845 toen ze 19 was, haar jongste werd in 1870 geboren toen ze 45 was. Ze kreeg elf kinderen waarvan er zes volwassen werden. Vijf kinderen waaronder de tweeling Christina en Lena overleden als zuigeling of als peuter.
Arend uit 1851 was de oudste, dan volgden Lena uit 1853, Balten uit 1858, Trijntje Johanna uit 1863, Mattheus Marinus uit 1866 en Adriaantje uit 1870. Het gezin woonde op het havenhoofd bij de sluis (adres: Buiten D 862). Ze behoorden tot de christelijk gereformeerde kerk.

Overlijden van Jan Witvliet
Jan Witvliet was sasmeester van de spui- en schutsluis van Middelharnis (zie het vorige bericht). Op 22 september 1881 is hij om twee uur in de nacht in de sluis verongelukt.

Nabestaanden
Lena, Aren en Balten waren al getrouwd toen hun vader verongelukte. Trijntje Johanna trouwde in 1885 en Adriaantje in 1897. Mattheus Marinus was onderwijzer, hij trouwde in 1894 in Amsterdam.
Lena Witvliet trouwde in 1873 met Tijs Hovestadt uit Werkendam die in 1878 als sasmeester in Middelharnis is komen werken. Pieternella en haar jongste kinderen bleven met het gezin Hovestadt op de sluis wonen tot Tijs en Lena in 1887 naar Yerseke vetrokken.

Vanaf 1887 woonden Pieternella, Adriaantje en Mattheus Marinus op het Vingerling (C615). Pieternella werd herbergierster. Mattheus Marinus vertrok in 1892 naar Amsterdam en Adriaantje in 1897 naar Rottterdam. Ook kleindochter Pieternella Wagner, dochter van Trijntje Johanna, woonde tijdelijk in.
Pieternella heeft ook nog op het Vissersdijk (C33) gewoond. Op 19 april 1900 is ze naar Rotterdam verhuisd waar ze op 30 september 1900 overleden is. Ze was 75 jaar oud.


1. Huwelijksbijlage bij akte 3 van 1814, huwelijk Jozijna Witvliet met Jan de Korte. Waarschijnlijk was Aren schippersknecht.

Brutaliteiten aan het adres van de sasmeester van Middelharnis 1879

De haven
De toegang tot de haven werd door de jaren heen steeds belemmerd door ophoping van slib. Tussen 1853 en 1855 werden zonder veel resultaat werken uitgevoerd om de haven dieper te maken. In 1859 bleek de kade van de westelijke havendam ondermijnd en in 1860 bracht een storm aanzienlijke schade toe. De haven afsluiten van het buitenwater door een schutsluis was de enig mogelijke oplossing.
Met steun van de Provincie Zuid-Holland en het Rijk werden de werken in april 1864 aangevangen. De bekende waterbouwkundige Pieter Caland maakte een grondig plan: verhoging en verzwaring van de havendijken en de bouw van een schut- en spuisluis. Op 5 augustus 1865 werd de haven in gebruik genomen (1).


Havenhoofd Middelharnis


Spuien en schutten
De sluis had verschillende functies: het spuien van overtollig polderwater en het schutten van schepen. De sluiswachter (sasmeester) had een verantwoordelijke baan waarbij hij verschillende belangen tegen elkaar moest afwegen. Om te kunnen spuien moest het peil in de haven  laag zijn, maar om sloepen binnen te laten moest er voldoende water in de haven staan.

Sasmeester Jan Witvliet had op zaterdag 20 september 1879 polderwater uitgelaten. Omdat het vloed werd en hij sloepen verwachtte trof hij maatregelen om water in de haven te laten. Inderdaad kwamen er twee sloepen aan die van M. Langbroek Hzn.(Kolff) en van Jac. van den Hoek (Slis). Ze waren nog maar net voor de sluis toen bleek dat ook de stoomboot Overflakkee in aantocht was. De sasmeester was genoodzaakt eerst de stoomboot te schutten.


Daarover begon het volk mij te beledigen en verweet mij dat ik zulks niet doen mogt, dat ik eerst water in de haven moet laten en dan de boot schutten, met anderhande brutaliteit. 

Witvliet beklaagt zich in een brief aan de burgemeester. Het gebeurt wel meer dat hij beledigd wordt en het zijn steeds dezelfde mannen die hem brutaliseren. Overigens was Baas (stuurman) van den Hoek wel eerst begonnen met aanmerkingen maken, maar hij begon later te begrijpen dat het niet anders kon. Jan Witvliet vraagt de burgemeester drie met name genoemde matrozen (De Waard, Roodzant, Langbroek) "daarover eens goed te spreken, ten einde zulke brutaliteit ophoud".


pagina 2 van de brief van Witvliet aan de burgemeester
inv. nr. 1350, archief gemeente Middelharnis



Een mooi geschreven brief van deze sasmeester, die een ontwikkeld man geweest moet zijn.

Sasmeester overleden
Exact twee jaar na het voorval met de vissers is de sasmeester verongelukt. Op zaterdag 22 september 1881 's nachts om twee uur overleden in de schutsluis, vermeldt de overlijdensakte.  Jan Witvliet was 58 jaar oud.

(zie ook het volgende bericht).


1. J. Verseput, Van visschershaven naar jachthaven (Middelharnis 1982), 33-35
2. Bron: Archief Gemeente Middelharnis, inventarisnummer 1350.

zondag 13 oktober 2013

Baldadige vissers uit Middelharnis aangehouden in Den Helder mei 1909

Kastelein De Groot van café De Pool in Den Helder pakte rond middernacht van 4 op 5 mei 1909 de telefoon om aan de politie te melden dat een aantal vissers bezig was om planken af te breken van een schutting aan de Dijkweg. Ook hadden ze bij een lokaal grenzend aan de kegelbaan drie of vier glasruiten stukgeslagen.
De politie rekende een achttal Pernisser en Middelharnisse vissers in die zich inmiddels op de Kanaalweg bevonden. Op het bureau aangekomen ontkenden ze allemaal. De huisvrouw van J. Roomeijer die alles had gezien kwam op het bureau en verklaarde dat ze weliswaar geen dader aan kon wijzen maar dat het wel om deze groep personen ging.
Inmiddels hadden de agenten de namen genoteerd van de vissers en hun reders (Zwanenburg uit Pernis en Kolff uit Middelharnis). De vissers bleven ontkennen. 

Toen nam een bemanningslid van de PR 48 het woord en verklaarde dat hij het niet had gedaan maar dat hij niet wilde dat de gedragingen in hun woonplaats bekend zouden worden "omdat getrouwde mannen zich onder hen bevonden". Hij bood vrijwillig aan de schade te betalen. De brigadier ging hiermee akkoord en inde een bedrag van 3 gulden, door vijf mannen bij elkaar gebracht, "waarop zij hunnen weg naar boord kalm hebben vervolgd". 

De commissaris van politie heeft de namen van de vier bemanningsleden van de MD32 Noordster doorgegeven aan de burgemeester van Middelharnis met het verzoek zowel de vissers als de reder te waarschuwen.
Hij maakte van de gelegenheid gebruik om gelijk nog andere overtredingen onder de aandacht van de burgemeester te brengen. In de nacht van 29 op 30 april 1909 waren vijf vissers uit Middelharnis aangetroffen in een lokaal dat geen drankvergunning had. Het betrof bemanningsleden van de MD1 Luctor et Emergo, de MD4 Theodora Emmerentia beiden van reder Slis, de MD12 Zeemeeuw en de MD13 Voorlichter van Kolff.
Ook van 4 op 5 mei werd nog een visser uit Middelharnis in dat lokaal aangetroffen.

Commissaris Swaving waarschuwt dat dergelijke wangedragingen een volgende keer tot oponthoud voor de schepen zullen leiden.




Hoe Burgemeester Ulbo J. Mijs de kwestie heeft afgehandeld vermeldt het dossier niet.


Bron:
Archief Gemeente Middelharnis, inventarisnummer 1353.


Noot:
Het rapport bevat de namen Van Dongen, Onderdelinden, Kattestaart, Den Braber, Van den Hoek, Viskil, Groen , Verburg, Oosterling. Enkele van de genoemde mannen en jongens zijn omgekomen bij de scheepsrampen van 1910 en 1912 en later op de IJmuider vloot.