Posts tonen met het label scheepsramp 1863. Alle posts tonen
Posts tonen met het label scheepsramp 1863. Alle posts tonen

vrijdag 24 april 2015

De betrekkingen tussen de vissers van Antwerpen en Middelharnis (1840-1890)

De contacten en handel tussen Antwerpen met Middelharnis gaan 450 jaar terug. In 1466 heeft de machtige Sint. Michielsabdij van Antwerpen een stuk schor aangekocht op het eiland Overflakkee, om het te bedijken. Het dorp dat op de ingepolderde schor ontstond werd eerst Sint Michiel in Putten en later Middelharnis genoemd.



Afbeelding van de kerk van de Sint Michielsabdij

De oudste vermelding van Brabantse ventjagers die vis opkochten bij het havenhoofd van Middelharnis dateert uit 1603.
In het jaar 1800 kwamen meer dan driehonderd scheepsladingen vis uit Middelharnis langs de Tol van Bath, vervoerd door ventjagers uit Antwerpen, Rupelmonde, Temse en Klein Willebroek.Het nieuws van de Belgische Opstand in augustus en september 1830 bracht in Middelharnis veel beroering teweeg. De afscheiding zou desastreus uit kunnen pakken voor de vishandel en daarmee voor welvaart in het hele dorp.
In België wilde men niet langer afhankelijk zijn van de invoer van vis uit Nederland. De eigen zeevisserij werd daarom zeer gestimuleerd en de invoer uit Nederland werd belast met hoge invoerrechten.
Antwerpen is eind jaren dertig van de negentiende eeuw met de beugvisserij met sloepen begonnen. Dit vereiste behalve een serieuze investering ook de inzet van ervaren en goed op elkaar ingespeelde bemanningen. De ervaren beugvissers kwamen onder andere uit Middelharnis, Pernis en Zierikzee.

In het nummer van april 2015 van de Ouwe Waerelt aandacht voor de jaren 1840 -1890, waarin Antwerpen een eigen vissersvloot had. De bijdrage is geschreven door Raymond van Ael en Marlies Jongejan.
In het artikel komen de volgende onderwerpen aan bod: de voorgeschiedenis van de eeuwenoude handelsbetrekkingen, de Antwerpse zeevisserij, de bemanningsleden uit Middelharnis en hun belang voor de opkomst van de Antwerpse visserij, het leven in de Schipperskwartier in Antwerpen en de scheepsrampen van 1863, waarbij ook vissers uit Middelharnis omkwamen.
Bijzonder indrukwekkend zijn de inzamelingsacties die indertijd in de volkswijken van de stad Antwerpen voor de nabestaanden zijn gehouden.

Een eerdere bijdrage over dit onderwerp is op weblog Arjaentje verschenen op 19 september 2013.

De lijst van geëmigreerde vissers is te vinden via deze link emigratie.


R. van Ael en M. Jongejan . De betrekkingen tussen de vissers van Antwerpen en Middelharnis (1840-1890). In: De Ouwe Waerelt, 15(2015)43, 6-13

De Ouwe Waerelt verschijnt 3x per jaar en is een uitgave van de Historische Vereniging voor Goeree-Overflakkee "De Motte". zie. www.demotte.nl


Link naar de volledige tekst van het artikel:


donderdag 7 november 2013

De bemanning van de sloepen Eben Haëzer en Vrouw Aplonia uit Middelharnis, vergaan van 3 op 4 december 1863

Vrouw Aplonia en Eben Haëzer vergaan
In de orkaan die honderdvijftig jaar geleden op 3 en 4 december 1863 woedde zijn twaalf vissersboten ten onder gegaan met in totaal meer dan honderd bemanningsleden. 
Middelharnis was van alle vissersplaatsen het zwaarst getroffen. Twee vissloepen van rederij P.L. Slis met elk dertien bemanningsleden vergingen in de storm. De Antwerpse sloep Josephine had twee bemanningsleden uit Middelharnis aan boord, zodat er in dit dorp van ruim 3000 zielen 28 levens te betreuren waren. 
Hendrik de Korte (1)  beschreef de toedracht als volgt:
Het ongeluk is geschied in de nabijheid van de Hollandse kust, want een deel van de tuigage dezer sloepen, is door elkander gemengd te Egmond aan Zee aangespoeld. Zeer waarschijnlijk hebben zij elkander in de storm aangevaren, door weinig uitzicht. De verslagenheid in het dorp was groot.
Ook het kluifhout van de Vrouw Aplonia is in Egmond hier aangetroffen (op Texel aan land gebracht) en het naambord en de tonnen van de Eben Haëzer. Tegelijkertijd zijn bij Egmond de Scheveninger bom Vrouw Kniertje en de Katwijker bom Vrouwe Neeltje vergaan.
Zie voor uitvoerige beschrijving van de toedracht het artikel van Rinus van Dam in Eilanden-nieuws van 20 december 2012.

Nabestaanden
Aanvankelijk berichtten de kranten alleen over het vergaan van de Eben Haëzer . Er werd een inzameling gestart om de negen weduwen en achttien kinderen te ondersteunen.
Later in de maand december werd duidelijk dat ook de Vrouwe Aplonia niet zou terugkeren en dat er nog tien weduwen en 22 kinderen hulpbehoevend werden.  Er werd een comité gevormd door de plaatselijke reders, de predikanten en de pastoor aangevuld met twee rijksambtenaren onder voorzitterschap van reder P.L. Slis. 
De oproep tot geldelijke ondersteuning van de nabestaanden vond alom weerklank.


Zierikzeesche Nieuwsbode, 23 december 1863


In totaal is  fl. 9194,265 ingezameld. In mei 1864 werden alle gulle gevers in bloemrijke taal bedankt door de leden van het Comité.


Opregte Haarlemsche Courant 20 mei 1864

Van de opbrengst moesten negentien weduwen ondersteund worden. Ze kregen tot 1867 een bedrag per week dat afhankelijk van het aantal kinderen varieerde van een gulden tot twee gulden vijftig (2). Ook werd voorzien in warme spijs en brandstof in de wintertijd. 
In verpleging van weduwen kon het comité niet voorzien, daarvoor moesten de armbesturen worden aangesproken (3).

De bemanning
Van de negentien gehuwde mannen aan boord van beide sloepen zijn zestien namen bekend. Van de zeven ongehuwde mannen zijn drie namen met zekerheid bekend. Ook zijn in dit overzicht vijf namen opgenomen van jongens die in deze periode zijn verdronken, maar waarvan er een of meer tot de bemanning van de Lucretia Adelaïde (vergaan in 1865) hebben behoord (4). 

Via de namen kunt u doorklikken naar historische en genealogische informatie over de vissersfamilies.

Jan van den Berg (1844-1863) , Eben Haëzer  of Vrouw Aplonia,  ongehuwd
Cornelis Adrianus Breur (1837-1863)Eben Haëzer, gehuwd
Anthonij van Dongen (1825-1863),  Eben Haëzer, gehuwd
Anthony van Dongen (1837-1863)Eben Haëzer, gehuwd
Cornelis van Dongen (1836-1863)Eben Haëzer,  gehuwd
Leendert van Dongen (1832-1863), Eben Haëzer, gehuwd
Bastiaan Dubbeld (1820 -1863 ),  stuurman Eben Haëzer , gehuwd
Leendert de Gast (1844-ca.1863)Eben Haëzer of Vrouw Aplonia of 1865, ongehuwd
Jacob Groen (1830-1863)Eben Haëzer, gehuwd 
Arend Gijze (1847-ca.1863)Eben Haëzer of Vrouw Aplonia of 1865, ongehuwd
Joost van Hulst (1824-1863)Eben Haëzer, gehuwd
Pieter van Hulst (1849-1863) ,Vrouw Aplonia, ongehuwd
Wessel Johannis Hotting (1837-1863)VrouwAplonia, Eben Haëzer of 1865 ongehuwd
Laurens Ketting (1837-1863),  Vrouw Apl nia, gehuwd
Lambregt de Koning (1835-1863)VrouwAplonia, gehuwd 
Paulus de Koning (1811-1863)Vrouw Aplonia, gehuwd 
Kornelis Koote (1849-ca.1863), VrouwAplonia, Eben Haëzer of 1865 ongehuwd
Jan Krijger (1799-1863) , Vrouw Aplonia, gehuwd 
Maarten Langbroek (1826-1863) stuurmanVrouw  Aplonia, gehuwd  
Arend Langbroek  (1845-1863), Vrouw Aplonia, ongehuwd 
Jan Nagtegaal (1827-1863)Eben Haëzer  of  Vrouw Aplonia, gehuwd
Gabriel de Waard (1835-1863) Vrouw Aplonia, gehuwd
Arend de Waard (1840-ca.1863)Eben Haëzer of Vrouw Aplonia of 1865, ongehuwd
Arend Witvliet (1850-ca.1863) , Eben Haëzer of Vrouw Aplonia of 1865, ongehuwd


Aan boord van de Antwerpse sloepen Josephine en De Hoop die in dezelfde nacht is vergaan waren drie vissers uit Middelharnis:

Willem Jongejan  (1829-1863), De Hoop, gehuwd
Cornelis Vogelaar (1814-1863),  Josephine, gehuwd
Johannis de Waard (1815-1863), Josephine, gehuwd

Willem Jongejan was inwoner van Antwerpen, Cornelis Vogelaar en Johannis de Waard waren inwoners van Middelharnis.

Literatuur:
1. H. de Korte Johsz. Iets over de visserij van Middelharnis. Eilanden-nieuws 1947, deel 10.
2. Archief gemeente Middelharnis, inv. nr. 1847, brief van 9 juli 1864 van het comité aan gemeentebestuur.
3. idem, inv. nr. 1860. Stukken omtrent de sloep Wisselvalligheid
4. Bronnen: Van Dam, De Korte, bevolkingsregister 1861-1890 Middelharnis, huwelijksbijlagen, Nederlandsche Staatscourant. Verantwoording bij de teksten over de vissersgezinnen afzonderlijk.

Zie ook: Rinus van Dam. Storm op zee, de ondergang van "Wilhelmsburg", "Apolonia", "Eben Haëzer" en "Josephine". In: Eilanden-nieuws, 20 december 2013.

150 jaar geleden: de beruchte orkaan van 3 en 4 december 1863

Begin december 1863 was het aanhoudend uitzonderlijk zwaar weer. De hele week werd beheerst door storm. Van het Skagerrak tot aan Zuid-Spanje hadden de kusten het hevig te verduren. 
Op 3 december bereikte het centrum van de depressie via de Britse eilanden de Noordzee, die door de orkaan werd opgezweept tot een ontembaar monster... Op de 3e december was het overdag meteen als raak. Dwars door de branding heen begaf de reddingboot van Nes op Ameland zich naar zee. Vanaf de wal had men een vrijwel tot wrak geslagen schip in de branding waargenomen. Het bleek de Noorse brik Bröderne te zijn. Na een hopeloze strijd moest zij zich overgeven...In de avond van de 3e december daalde het weerglas op Terschelling plotseling tot ongekende laagte. Het centrum van de depressie zou die nacht langs de Waddeneilanden trekken, een spoor van menselijk leed achterlatend (1).
Uit de Harlinger Courant: In de namiddag van de 3de december 1863 wakkerde de wind steeds meer aan en bereikte in het begin van de avond stormkracht. In de nacht begon het steeds harder te waaien, hetgeen gepaard ging met donder en bliksem, terwijl de storm haar grootste kracht scheen te bereiken. De volgende dag durfde zich haast niemand op straat te begeven, daar het hoogst moeilijk was om staande te blijven en de neerstortende dakpannen, schoorstenen, gevels of gedeelten daarvan iedere dreigde te verpletteren (2)

Van de desastreuze gevolgen van deze storm voor de scheepvaart had deze verslaggever nog geen weet. Minimaal veertig grote en kleine schepen zijn in deze nacht in Noord-Holland, Friesland en het Waddengebied in de problemen gekomen. Er zijn hier alleen al honderden mensen omgekomen. Een deel van bemanningsleden en passagiers heeft het overleefd en is op eigen kracht of door de reddingboot levend aan wal gekomen.
De dagen na dit rampzalige weer was de zee bezaaid met ronddrijvende wrakken en stukken van schepen, op de stranden spoelden lijken aan en een enorme  hoeveelheid lading van vergane schepen .
Voor Groot-Brittannie en Ierland wordt het aantal schepen dat in die nacht vergaan is geschat op tweehonderd. Zie o.a. deze website: Scheepsrampen Wales 


Visserschepen vergaan op  3 en 4 december 1863
Meer dan honderd vissers, de bemanning van twaalf Nederlandse vissersschepen, zijn deze nacht verdronken:

Uit Arnemuiden - sloep De Jonge Jacob en een kotter, omgeving Zeeuwse /Zuid-Hollandse kust met 13 vissers 
Uit Katwijk - twee bomschuiten waaronder de Vrouwe Neeltje bij Egmond, ca. 16 vissers 
Uit Middelharnis - twee vissloepen, de Vrouwe Aplonia en de Eben Haezer bij Egmond, 26 vissers 
Uit Pernis - vissloep Petronella Dorothea, 12 vissers 
Uit Scheveningen - pink Neeltje de Jong en bomschuit Vrouw Kniertje, 15 vissers
Uit Zoutkamp - twee visserssnikken. onbekend aantal bemanningsleden
Uit Zwartewaal -  vissloep Vooruit omgeving Vlieland, 12 vissers

Bij Callantsoog verging de Engelse vissloep Y33. 
De Oostende vissersvloot werd zwaar getroffen. De volgende sloepen zijn vergaan: O26 Duchesse de Brabant, O119 Haring, O144 Gabriël en O169 Sylvia. De Antwerpse vloot verloor de sloepen Josephine en De Hoop met volledige bemanning. De Van Baele uit Antwerpen is eveneens vergaan maar de bemanningsleden van deze sloep konden allemaal worden gered.
Zie ook de reactie van Raymond van Ael onder dit bericht.

De ramp met de Wilhelmsburg, Terschelling, 3 december 1863
De stranding van het Duitse fregat schip Wilhelmsburg is in de geschiedenis een van de grootste scheepsrampen op de Nederlandse kust. Het schip was in 1853 gebouwd voor vervoer van  landverhuizers.


De Wilhelmsburg
herkomst afbeelding onbekend

In de nacht van 3 op 4 december 1863 kwam de Wilhelmsburg bij Oost-Terschelling in moeilijkheden. Het schip was op 25 november uit Hamburg vertrokken met ruim 300 mensen aan boord. Vanaf woensdag 2 december had het schip te kampen met harde storm uit het westen die op donderdag 3 december in de middag toenam en uit West Zuid West kwam. De zee was toen al "schrikwekkend hoog". Om negen uur in de avond van 3 december was de wind toegenomen tot orkaankracht waardoor het schip door de zee overstelpt werd en op haar kant kwam te liggen. Rond middernacht was de wind West Noord West, een hevige orkaan met hagel en regen. Om twee uur 's nachts raakte het schip grond op de Boschplaat ten oosten van Terschelling en om drie uur begon het te breken. Slechts 51 mensen overleefden de catastrofe. 258 passagiers en drie bemanningsleden zijn omgekomen (4).



Noord-Hollands Archief; Archief Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, departement Haarlem
toegangsnr. 3501, 2.1.2.7.5. Reddingscommissie 175: rapport vergaan schepen 3-4 december 1863


Ter herinnering aan de ramp met Wilhelmsburg en andere scheepsrampen is een gedenksteen op het kerkhof van Hoorn op Terschelling aangebracht. Hier zijn veel slachtoffers van de Wilhelmsburg begraven. 


Noten:
1. Aad Schol. ...en om hen heen was alles branding...;scheepsstrandingen en reddingen bij Texel, Vlieland en Terschelling in de 19de eeuw, met ill. van Klaas Uitgeest. Den Burg, 1994. p.59. Het boek bevat een  hoofdstuk met de titel: "de beruchte orkaan van 3 en 4 december 1863". Deze titel heb ik overgenomen voor dit bericht op Arjaentje.
2. idem. p.63
3.  H.A.H. Boelmans Kranenburg en J.P. van de Voort: Een zee te Hoog, Scheepsrampen bij de Nederlandse zeevisserij 1860-1976. De Boer Maritiem, 1979. p. 27. Gebaseerd op het officiële verslag van het Ministerie (toestand der zeevisscherij). 
Arnemuiden: L. van Belzen, De vissersramp van 1863. In: Arneklanken, 13(2008).p.6-10
Scheveningen: Digitaal Vissersnamenmonument,Vrouw Kniertje en Neeltje de Jong
Zwartewaal: Nederlandsche Staatscourant, 25 januari 1867
Y 33 uit Engeland, vermeld in:Noord-Hollands Archief,  Archief Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, departement Haarlem, toegangsnr. 3501, 2.1.2.7.5. Reddingscommissie. nr.175: rapporten vergaan schepen 3-4 december 1863.
Oostendse sloepen: zie de informatie op de website van de Stad Oostende  
4. Zie noot 1. De getuigenissen van de bemanning die op p.60 en 61 van het boek van Schol staan zijn hier samengevat.

Zie ook: Rinus van Dam. Storm op zee, de ondergang van "Wilhelmsburg", "Apolonia", "Eben Haëzer" en "Josephine". In: Eilanden-nieuws, 20 december 2013.

maandag 4 november 2013

Leendert de Gast (1844-ca.1863) , Arend Gijze (1847-ca.1863), Kornelis Koote (1849-ca.1863), Arend Witvliet (1850-ca.1863)

In de periode 1863-1872 zijn vijf sloepen uit Middelharnis met man en muis vergaan. Deze scheepsrampen hebben 63 vissers het leven gekost.
De bemanning van een schip bestond uit twaalf of dertien mannen, meest volwassenen maar ook altijd drie tot vier "jongens".  We kennen de namen van de ongehuwde bemanningsleden uit het bevolkingsregister (1). Meestal waren ze bij hun vader, oom of oudere broer aan boord. Maar niet altijd. Van enkele jongens weten we dat ze in 1863, 1865 of 1867 omgekomen zijn. Op welke sloep ze voeren is niet met zekerheid te zeggen.

Leendert de Gast (1844-ca.1863)
Leendert de Gast was een zoon van Jacobus de Gast (ouders:Leendert de Gast en Klaartje Muije) en Jannetje Wittekoek (ouders: Johannes Wittekoek en Maatje de Korte).

De ouders van Leendert zijn op 9 mei 1841 getrouwd (akte 10). Ze waren arbeider en arbeidster van beroep. Ook de vader van Jannetje was arbeider.  Jannetje Wittekoek had toen al twee kinderen, Johannes uit 1840 en Klara uit 1838. De beide kinderen werden erkend door Jacobus de Gast. Op 16 januari 1844 werd Leendert geboren en in 1847 Maatje. 
Het noodlot sloeg in het begin van de jaren vijftig in dit gezin hard toe. Johannes is in 1850 overleden toen hij tien jaar oud was, Maatje was drie toen ze op 27 april 1851 overleed en op 15 mei 1851 overleed moeder Jannetje, 34 jaar.
Jacobus de Gast bleef achter met Leendert en Klara. Leendert was zeven toen zijn moeder overleed. Klara trouwde in 1863 met Jacob Oosterling, arbeider.
Het gezin woonde op het Vingerling, later op de Oostdijk en in de Nieuwstraat.

Leendert de Gast kwam uit een familie van overwegend landarbeiders en ook zijn zus trouwde met een landarbeider. Zijn grootmoeder Klara Muije was een dochter van stuurman Jan Muije. Leendert behoorde tot de bemanning van een van de sloepen die bij de zware storm  in 1863 is vergaan, of tot de bemanning van de Lucretia Adelaïde die op 19 of 20 februari 1865 ten onder ging.
Jacobus de Gast bleef alleen achter. Hij is in 1867 hertrouwd met Maria Looij, de weduwe van Jan Blok. Hij was vijftig en zij dertig. Jacobus is in 1877 overleden.

Arend Gijze (1847-ca.1863)
De ouders van Arend Gijze zijn Arend Gijze(n) (1804-1891) en Hester van der Meide(n). Zij trouwden op 19 juni 1825. Arend was visser en Hester arbeidster.
Arend had een oudere broer die Beschier heette en vier zussen: Maria, Adriana, Bastiana en Jannetje (2). Hij was de jongste van het gezin en is geboren op 22 oktober 1847. Het gezin woonde op de Westdijk.
Bastiana trouwde in 1857 met Arend Witvliet, Adriana in 1859 met Jacob Breeman, Beschier in 1860 met Adriana Koning en Jannetje in 1864 met Abram Sprong. Bastiana is jong overleden en Jannetje is vroeg weduwe geworden waarna Arend Witvliet en Jannetje in 1877 met elkaar gehuwd zijn.

De broer van Arend was visser, zijn vader en zwagers eveneens. Het lag dus voor de hand dat Arend ook visser werd. 
Arend Gijze behoorde tot de bemanning van een van de sloepen die bij de zware storm  in 1863 is vergaan, of tot de bemanning van de Lucretia Adelaïde die op 19 of 20 februari 1865 ten onder ging. Er is geen familierelatie met een van de andere bemanningsleden ontdekt.

Kornelis Koote (1849- ca.1863)
is geboren op 20 augustus 1849 in Middelharnis. Hij is een zoon van Frans Koote en Jannetje Beket. Beide ouders kwamen uit vissersfamilies, maar Frans Koote werd arbeider van beroep. Zoon Kornelis is wel visser geworden. Hij is op een van de in 1863 en 1865 vergane sloepen omgekomen. Op 19 augustus 1865 kregen Frans Koote en Jannetje Beket een tweeling; een van de jongens werd Cornelis genoemd naar zijn omgekomen broer. De moeder overleed in het kraambed, de beide zuigelingen zijn kort daarna overleden. Kornelis was in december 1863 veertien jaar oud.

Arend Witvliet (1850-ca.1863)
De  vader van Arend Witvliet heette ook Arend, evenals zijn grootvader.  Zijn moeder was Maria Schellevis. Arend was arbeider en Maria was dienstbode ten tijde van het huwelijk op 1 maart 1846 (akte 5). Ze woonden in de Ring. 
Op 3 juni 1846 werd zoon Arend geboren, hij werd maar zes weken oud. Ook de tweede zoon Arend uit 1849 heeft maar kort geleefd. Het derde kind, ook Arend, bleef wel in leven evenals Maria uit 1852 en Abraham uit 1858. Anna, geboren in 1855, overleed in 1857. Jan uit 1861 is op 10 september 1863 overleden. Het gezin bestond in 1863 uit vader, moeder en de kinderen Arend, Maria en Abraham.

De oudste zoon Arend Witvliet, geboren op 8 januari 1850, werd visser. Hij behoorde tot de bemanning van een van de sloepen die bij de zware storm  in 1863 is vergaan, of tot de bemanning van de Lucretia Adelaïde die op 19 of 20 februari 1865 ten onder ging. Er is geen familierelatie met een van de andere bemanningsleden ontdekt.

De latere sasmeester Jan Witvliet (zie blogarchief 14 oktober 2013) was een oom van Arend.



1, Bevolkingsregister Middelharnis 1861-1890 , vermelding Stbl, 1870-73, dec. 1872, scan 269 (de Gast), 319 (Gijze), 547 (Koote) en 1084 (Witvliet).
2. Genealogie Gijze, Joke van Rumpt.

woensdag 30 oktober 2013

Johannes de Waard (1815-1863) en Lena van Eck (1818-1879)

Ouders
Johannes de Waard(t) is op 25 september 1815 in Middelharnis geboren, zoon van Aren Jansz de Waard(t) (1784-1864) en Maatje Stapel (1786-1853). Aren Jansz de Waard was schipper.
Lena van E(c)k was een dochter van Pieter van E(c)k en Maartje van der Waal. Ze is op 24 oktober 1818 geboren. Pieter van Eck was visser.

Huwelijk en kinderen
Johannes en Lena zijn op 16 december 1839 getrouwd, ze waren 24 en 21 jaar. Johannes was visser en Lena was naaister.
Op 5 mei 1840 werd zoon Arend geboren, in 1842 Maartje, in 1846 Maatje, in 1849 Pieter, in 1854 Thomas in 1857 Johanna en in 1861 Johannis Abraham. Johanna is overleden toen ze drie jaar was. De andere zes kinderen hebben de volwassen leeftijd bereikt.

Jan de Waard (1809-1869) en Suzanna Ruitenberg (1810-1881)
Jan de Waard is een oudere broer van Johannes, hij is geboren 11 maart 1809 in Middelharnis. Suzanna is geboren op maandag 7 mei 1810 in Stad aan ’t Haringvliet, dochter van Jacob Ruitenberg en Cornelia Langerman. Jan en Suzanna trouwden op 29 mei 1831 in Middelharnis  Ze waren 22 en 21 jaar oud.
Jan de Waard behoorde tot de groep vissers die op de vloot van Antwerpen ging werken.
Hij is op 6 april 1869 in Antwerpen overleden, zestig jaar oud. Beroep: visser (aangegeven als Joannes de Waart).
Suzanna is overleden op woensdag 28 december 1881 in Antwerpen, 71 jaar oud. 

De scheepsrampen van 1863 en 1865: Johannes en Arend overleden
Ook Johannes de Waard werkte voor een reder uit Antwerpen. Hij was aan boord van de Antwerpse sloep Josephine, die in de nacht van 3 op 4 december 1863 met man en muis is vergaan (zie blogarchief tekst van 19 september 2013). Johannes was 48 jaar.


Antwerpse sloep Josephine
schilderij van C.L. Weyts, 1855
collectie MAS nr. AS.1929.007.002
link naar de afbeelding MAS



Zoon Arend de Waard (1840-1863) of (1840-1865) was misschien aan boord van een van de sloepen uit Middelharnis die in diezelfde nacht bij zware storm zijn vergaan, de Eben Haëzer of de Vrouwe Aplonia. Het is ook mogelijk dat hij tot de bemanning van de Lucretia Adelaïde behoorde dit in 1865 is vergaan (1). Arend was 23 jaar (of 25 jaar) toen hij overleed. Hij was niet gehuwd.



Verklaring omtrent het overlijden
van Johannes de Waard
Huw. bijlage akte 12 1867, Middelharnis



Nabestaanden
Lena van Eck was 45 jaar toen ze in 1863 met vijf kinderen in de leeftijd van twee tot  21 achterbleef. Het is niet bekend waar ze van leefde. Lena is niet hertrouwd, mogelijk heeft ze haar beroep van naaister weer opgepakt.

De beide oudste dochters zijn in 1867 en 1869 getrouwd. 
Maartje de Waard trouwde in 1867 met Johannis Buth uit Sommelsdijk en Maatje trouwde in 1869 met een visser: Sijbrand Brijs, zoon van Adrianus Brijs en Cornelia Anna Troelja. Maatje is jong overleden, op 25 december 1875.
Pieter de Waard is eerder, al in 1871, op 22-jarige leeftijd overleden.

Thomas is in 1875 met Paulina Vroegindeweij getrouwd en Johannis Abraham in 1884 met vissersdochter Maria de Man, dochter van Pieter de Man den Dievertje Muije. Zij had ook op jonge leeftijd haar vader verloren bij de scheepsramp van 1872 (zie blogarchief 16 december 2012). Dit gezin is naar Velsen verhuisd.

Lena van Eck overleed op 17 juli 1879, ze was zestig jaar oud. Van haar kinderen waren op dat moment alleen Maartje, Thomas en Johannis Abraham nog in leven.

Thomas de Waard is op 14 december 1882  thuis overleden, hij is maar 28 jaar geworden. Hij was stuurman op de MD 7 Bedachtzaamheid. Hij is waarschijnlijk een tijd ziek geweest, want al tijdens het zomerseizoen van 1882 is hij opgevolgd door C. Boon.

Maartje is op 2 december 1908 in Rotterdam overleden; Johannis Abraham op 25 mei 1921 in Velsen.


1. De namen van Johannes en Arend zijn in het bevolkingsregister in 1872 doorgestreept gelijk met de andere overledenen van de scheepsrampen 1863,1865,1867.
Uit de huwelijksbijlagen bij de huwelijken van de kinderen weten we dat Johannes aan boord van de Josephine was. Akte 12 1867 Middelharnis (huwelijk van Maartje de Waard), akte 7 1869 Middelharnis (huwelijk van Maatje).



Cornelis Adrianus Breur (1837-1863) en Grieta van der Weijde (1834-?)

Ouders
Cornelis Adrianus Breur was een zoon van Leendert Breur en Hendrikje van der Velde. Hij is op 5 januari 1837 in Middelharnis geboren. Leendert Breur was visser.
Grieta van der Weijde is op 29 september 1834 in Middelharnis geboren, dochter van Frans van der Weijde (bouwknecht) en Anna van der Made. 

Op 29 januari 1858 trouwde Grieta met Leendert van der Waal, een schipper uit Middelharnis. Leendert is op 5 april 1858, drie maanden na het huwelijk, overleden in het Zeeuwse Bath (akteplaats Fort Bath en Bath). Of er sprake was van een ongeluk is niet bekend.

Huwelijk
Cornelis Adrianus en Grieta trouwden op 4 mei 1860 in Middelharnis, ze waren 23 en 25 jaar oud. Cornelis Adrianus was visser van beroep. 
Op 30 augustus 1861 werd Leendert geboren en op 25 juli 1863 Anna.

Cornelis Adrianus Breur was een van de bemanningsleden van de sloep Eben Haëzer uit Middelharnis die in de nacht van 3 op 4 december 1863 tijdens een zware storm is vergaan,


Fragment uit de Nederlandsche Staatscourant 29 mei 1865
Eiseres is Grieta van der Weijde, gedaagde is Cornelis Adrianus Breur
Nabestaanden
Grieta was 29 jaar toen ze voor de tweede keer weduwe werd. Ze had een dochtertje van een half jaar en een zoontje van twee.
Bij de rechtbank heeft ze begin 1865 toestemming gevraagd om opnieuw te mogen trouwen. De procedure duurde (te) lang, op 6 april 1866 kreeg ze toestemming voor een nieuw huwelijk. Enkele maanden daarvoor op 2 februari 1866 was dochter Cornelia geboren die als Cornelia Breur werd aangegeven. 
Op 11 mei 1866 trouwde Grieta met Klaas Robijn, een arbeider van 31 jaar uit Dirksland. Dochter Cornelia werd door hem erkend en heette voortaan Cornelia Robijn.
In 1867 werd uit dit huwelijk Frans Robijn geboren die in juli 1869 overleed. In oktober van dat jaar kwam Francina ter wereld en in december 1871 Cornelis. Het gezin woonde in Dirksland aan de Straatdijk.

Vertrek naar Amerika
Op 21 juni 1872 is het gezin uitgeschreven uit het bevolkingsregister van Dirksland (folio 184) met de vermelding "Amerika". Ze gingen zoals zoveel gezinnen van Goeree-Overflakkee naar Paterson. Leendert Breur trouwde hier met Jenny Casteline, ze kregen o.a. een zoon Cornelius Breur (Paterson 1892-1975).

Jan Nagtegaal (1827-1863) en Cornelia Koudijzer (1830-1866)

Ouders
Jan Nagtegaal was een zoon van Pieter Nagtegaal en Maria Driessen. Pieter was arbeider en Maria was naaister. Jan is geboren op 1 juni 1827 in Middelharnis. Hij werd visser van beroep.
De vader van Cornelia Koudijzer heette Jan Koudijzer, hij was koopman in Sommelsdijk. Haar moeder heette Jacoba Joppe

Huwelijk en kinderen
Jan Nagtegaal en Cornelia Koudijzer zijn op 10 mei 1850 in Sommelsdijk getrouwd. Ze bleven in Sommelsdijk wonen ook al was Jan visser in Middelharnis. In 1851 werd Pieter Jan in Sommelsdijk geboren en twee jaar later Jan. De derde zoon, Marinus, werd in 1857 in Middelharnis geboren. Het gezin woonde toen op het Nieuwdorp, vlakbij de haven.

Overlijden van Jan
Jan Nagtegaal is omgekomen in de nacht van 3 op 4 december 1863 toen door een zware storm veel vissersschepen vergaan zijn. Jan was aan boord van een van de twee sloepen uit Middelharnis die in deze nacht ten onder zijn gegaan. We weten niet of hij tot de bemanning van de Vrouwe Aplonia of van de Eben Haëzer behoorde.  In de huwelijksakte van zijn tweede zoon Jan staat dat zijn vader matroos was op een vissersschip uit Middelharnis dat in 1863 is vergaan.
Jan Nagtegaal was 36 jaar toen hij overleed.

Nabestaanden
Cornelia Koudijzer was 33 jaar toen ze weduwe werd en met drie kinderen van twaalf, tien en zes jaar achterbleef. Ze overleed zelf op 19 juni 1866 op 36-jarige leeftijd, nog geen drie jaar na de scheepsramp. In 1866 maakte een cholera-epidemie in Middelharnis veel slachtoffers.
Pieter Jan was vijftien, Jan dertien en Marinus bijna negen toen ze beide ouders verloren hadden. Marinus werd in het weeshuis opgenomen en werd van daar uit als koewachter tewerkgesteld. Hij heeft korte tijd in Den Bommel en in Melissant gewoond en is in 1880, het jaar dat zijn broer Pieter Jan trouwde, naar Schiedam vertrokken. 

Huwelijk van de kinderen
Pieter Jan trouwde in 1880 in Schiedam (akte 135), hij was brandersknecht. Marinus is in 1899 getrouwd ook in Schiedam (akte 174), hij was koopman van beroep. De middelste zoon Jan Nagtegaal trouwde in 1881 in Delft. Hij was timmerman in Den Haag.


Huwelijksakte Jan Nagtegaal en Martha Johanna Ekkers
20 april 1881, Delft, akte 47

maandag 28 oktober 2013

Jan Krijger (1799-1863) en Arendje van den Nieuwendijk (1796-1879)

Jan Krijger is geboren in Middelharnis op 12 oktober 1799, zoon van Pieter Jan Krijger en Catharina Stuurman. Hij is in 1823 getrouwd met Josina Hotting, een dochter van Gerrit Hotting en Lena Kanse. Zie het bericht van 6 juli 2013 in het blogarchief. Josina is jong overleden, in 1832 toen ze dertig jaar was. De kinderen uit dit huwelijk, Lena en Pieter, zijn in 1825 en 1829 geboren. Jan Krijger was visser en bleef dus in 1832 met twee jonge kinderen achter
Arendje van den Nieuwendijk was een dochter van Cornelis van den Nieuwendijk en Ceeltje den Hollander, geboren 22 juni 1796. Toen ze twintig was, in 1816, trouwde ze met Job Prol uit Goedereede. In maart 1817 werd dochter Aagtje Prol geboren. Zij overleed na twee maanden. Job Prol is op 26 maart 1832 in Goedereede overleden. Arendje keerde terug naar Middelharnis en werd dienstbode.

Arendje van den Nieuwendijk en Jan Krijger trouwden op zondag 30 maart 1834. Ze waren 37 en 34 jaar oud.  Lena en Pieter uit het eerste huwelijk van Jan zijn in 1853 en 1855 getrouwd. Pieter Krijger is in 1861 overleden, Lena in 1888.


Overlijden van Jan Krijger
Van de bemanningsleden van sloepen die vergingen werden geen overlijdensaktes opgemaakt. We zagen in de vorige berichten dat de weduwen van omgekomen vissers zich tot de rechter wendden voor een Verklaring van Vermoedelijk Overlijden van de echtgenoot om een nieuw huwelijk aan te kunnen gaan. Arendje was al op leeftijd toen haar man vermist werd, ze heeft de stap naar de rechtbank niet meer gezet.
Wanneer een van de kinderen trouwde was ook een verklaring over het overlijden van de vader nodig. Jan Krijger was nog in leven toen zijn zoon en dochter in de jaren vijftig trouwden.
Er zijn dus geen documenten waaruit blijkt wat er met Jan Krijger is gebeurd.

Vast staat dat hij nog ingeschreven is in het bevolkingsregister dat in 1861 werd opgezet. Ook staat vast dat zijn naam in 1872, gelijk met andere bemanningsleden van de sloepen die in 1863, 1865 en 1867 zijn vergaan, is doorgehaald is in het bevolkingsregister (1). 
Bij het werven van bemanningsleden door de schipper/stuurman kwamen familieleden vaak als eerste in aanmerking. Jan Krijger was een oom van schipper Maarten Langbroek van de Vrouwe Aplonia die op 3 of 4 december tijdens noodweer is vergaan. Het is waarschijnlijk dat Jan als oudste bemanningslid bij hem aan boord was.

Arendje bleef alleen aan de Ring wonen, ze overleed op 29 januari 1879 op de hoge leeftijd van 82 jaar.


1. Bevolkingsregister 1861-1890, via familysearch, scan 557.

Bastiaan Breeman (1831-1863) en Margaretha Johanna de Zwaan (1828-1901)

Bastiaan  Breeman is geboren op 25 november 1831, zoon van Cornelis Breeman en Leentje Smit. Cornelis was visser.

Margaretha Johanna de Zwaan was een dochter van Cornelis (de) Zwaan en Pietertje Koert. Cornelis was arbeider. Margaretha is geboren op 4 september 1828. Op 6 mei 1853 trouwde ze met Aren van den Nieuwendijk (1827-1854) zoon van Adrianus van den Nieuwendijk en Johanna Deussen, geboren 17 arpil 1827. Aren is een jaar na het huwelijk op 27-jarige leeftijd overleden. Hij was aan boord van de vissloep de Hervatting en is op 10 juli 1854 op 55 graden Noorderbreedte verdronken. Margaretha en Aren hadden geen kinderen.

Huwelijk en kinderen
Bastiaan Breeman en Margaretha de Zwaan trouwden op 29 december 1857, ze waren 26 en 29 jaar oud. Op 12 oktober 1861 werd zoon Cornelis Breeman geboren; hij werd maar twee weken oud.
Bastiaan Breeman was net 32 jaar toen hij overleden is. Hij was aan boord van de sloep Vrouwe Aplonia die in de nacht van 3 op 4 december 1863 tijdens hevige storm is vergaan.


Nederlandsch Staatscourant 22 juni 1866

 
Margaretha hertrouwd
Margaretha was 35 jaar toen ze voor de tweede keer weduwe werd van een visser. Ze kreeg op 24 mei 1867 (2) van de rechtbank toestemming om de hertrouwen op basis van een verklaring van het vermoedelijk overlijden van Bastiaan Breeman.
Op 28 juni 1867 trouwde ze voor de derde keer, nu met een arbeider: Mattheus van Prooijen. Hij was weduwnaar van Teuntje van Dijk, kwam uit Sommelsdijk en was 39 jaar oud. Margaretha was inmiddels 38.
Kort na het huwelijk, op 6 augustus 1867 ,werd zoon Cornelis van Prooijen geboren.
Mattheus van Prooijen werd later koopman, evenals zijn zoon Cornelis.

Cornelis trouwde op 26 april1894 (akte 10) met Geertruij Jongejan, een dochter van Hendrik Jongejan en Hester Don (zie bericht van 29 oktober 2012).
Getuigen uit haar familie waren: haar broer Pieter Jongejan, koopman en haar oom (mijn overgrootvader) Gerrit Jongejan, visser.


1. Akte 31, overlijden Middelharnis 1854. Het overlijden werd aangegeven door twee neven van Aren te weten Izak van den Nieuwendijk visser-stuurman 31 jaar en Leendert Koster visser 44 jaar.
2. Nederlandsche Staatscourant, 10 juni 1867

Gabriël de Waard (1835-1863) en Klazina van Eeuwen (1838-1909)

Ouders
Gabriël de Waard werd geboren 19 december 1835. Hij was een zoon van Mattheus de Waard en Pietertje Venus. Mattheus was visser in Middelharnis.
Klazina van Eeuwen is in 1838 in Sommelsdijk geboren, dochter van Pieter van Eeuwen en Grieta Dale.

Huwelijk en kinderen
Gabriel en Klazina trouwden op 6 februari 1860, ze waren 24 en 21 jaar oud. Gabriël was visser. Ze woonden op het Nieuwdorp.
Op 23 juni 1860 werd de oudste zoon Mattheus geboren; hij werd maar twee weken oud. Op 5 oktober 1861 volgde weer een zoon met de naam Mattheus en in januari 1863 werd Pieter geboren.

In de nacht van 3 op 4 december 1863 is Gabriël de Waard omgekomen bij de scheepsramp met de Vrouwe Aplonia. Hij was bijna 28 jaar oud.

De nabestaanden
Klazina van Eeuwen was 25 jaar toen ze met twee kleine kinderen achter bleef. De jongste zoon Pieter overleed op 20 februari 1865, hij was twee jaar oud.

In juni 1867 begon Klazina aan de procedure bij de rechtbank in Brielle om een Verklaring van Vermoedelijk Overlijden van Gabriël de Waard te verkrijgen. Deze procedure kon op z'n vroegst na twee jaar worden gestart. Gabriël werd via aanplakbiljetten en advertenties opgeroepen om op 20 september 1867 om tien uur in de ochtend bij de Arrondissementsrechtbank te verschijnen. Deze procedure werd herhaald in oktober 1867 en in februari 1868 (1) 
Op 1 mei 1868 heeft de rechtbank de verklaring afgegeven en de weg vrij gemaakt voor een nieuw huwelijk.


Nederlandsche Staatscourant, 5 juli 1867

Voor Klazina liet deze uitspraak (te) lang op zich wachten. Op 16 januari 1868 kreeg ze een zoon die de naam Pieter de Waard kreeg en ingeschreven werd als zoon van Gabriël de Waard. Gabriël was op dat moment nog steeds haar wettige echtgenoot hoewel hij al ruim vier jaar eerder omgekomen was.

Weduwe hertrouwd
Op 28 augustus 1868 is Klazina van Eeuwen hertrouwd met Mattheus Stapel, weduwnaar van Cornelia Breur. Zoon Pieter is toen door Mattheus Stapel erkend, maar ging toch verder als Pieter de Waard door het leven. Het gezin is ca.1876 naar Maassluis verhuisd. Klazina en Mattheus hebben vier kinderen verloren in de leeftijd van enkele maanden tot een jaar: Klazina, Grietha. Margrietha, Cornelis.
MatttheusStapel overleed op 9 mei 1902 in Maasluis en Klazina in 1909 in Maassluis. Ze is zeventig jaar oud geworden. Haar zoons Mattheus de Waard, Pieter de Waard, Jan Stapel en Klaas Stapel waren inmiddels in Maassluis getrouwd. 

1. Nederlandsche Staatscourant 5 juli 1867, 15 oktober 1867 ,1 februari 1868 en 6 mei 1868.

zondag 27 oktober 2013

Laurens Ketting (1837-1863) en Geertje van Woerkum (1838-1888)

Laurens Ketting is een zoon van Machiel Ketting en Jannetje van der Marck. Jannetje was naaister toen ze in 1837 trouwde. Machiel Ketting was visser en is van Pernis naar Middelharnis gekomen. De vader van Machiel, ook Laurens Ketting geheten, was visser in Pernis. Laurens werd op 24 december 1837 in Middelharnis geboren.
Geertje van Woerkum is op 24 mei 1838 geboren en aangegeven als Geertje de Ruijter, dochter van Gerrit de Ruijter en Neeltje Johanna van Woerkum. Ze is erkend door haar vader maar ging toch als Geertje van Woerkum door het leven. Haar moeder is na het overlijden van Gerrit de Ruijter met Bastiaan van Eck getrouwd. Bastiaan was de voogd van Geertje.
Geertje kreeg op 29 juli 1860 een dochter Jannetje genaamd dat door Laurens werd erkend. Laurens en Geertje zijn vervolgens op 19 oktober 1860 getrouwd,  allebei 22 jaar oud.  Op 27 september 1861 werd zoon Cornelis Johannes in Rotterdam geboren.
Laurens was bijna 26 jaar toen hij omgekomen is bij de scheepsramp met de Vrouw Aplonia tijdens de storm van 3 op 4 december 1863.

Nabestaanden
Geertje was vijfentwintig jaar toen ze weduwe werd en met twee jonge kinderen achterbleef. Ze was op dat moment in verwachting van een dochtertje dat op 26 januari 1864 werd geboren. Ze noemde haar Laurensje, naar haar overleden vader.
Geertje is niet hertrouwd, alhoewel ze bij de rechtbank wel toestemming heeft gevraagd om te hertrouwen. 



Nederlandsche Staatscourant, 1 februari 1868

Het gezin woonde op de Achterweg en Geertje had geen beroep. Waar het gezin van leefde is niet bekend. Geertje overleed op 26 oktober 1888 toen ze vijftig jaar was.
Jannetje Ketting is in 1885 getrouwd met een partner uit Sint Maartensdijk.  Laurensje is in 1893 getrouwd eveneens met een partner uit die plaats, ze is in 1950 in Gorinchem overleden, 86 jaar oud.
Cornelis Johannes Ketting werd visser. Hij heeft nog bij zijn grootvader Bastiaan van Eck ingewoond, tot hij in 1886 trouwde met Kaatje Roodzant geb. 1860, een zus van Teunis en van Gerrit (zie bericht van 11 februari 2012). Ze kregen zes kinderen. In mei 1910 verhuisden ze naar Rotterdam, met uitzondering van de oudste dochter die dienstbode werd.
 


 

donderdag 3 oktober 2013

Pieter Groen (1797-1884) en Hendrikje Springvloed (1800-1874)

Ouders
Pieter Groen was een zoon van Cornelis Groen en Laurijntje Mijnheer (overleden 1812). Cornelis was visser van beroep.  In 1814 is dochter Pietertje Groen op twaalfjarige leeftijd overleden, Arend Groen (1806-1854) overleed in Veenhuizen.
Hendrikje Springvloed kwam uit Sommelsdijk, ze was een dochter van Jacob Springvloed en Klaartje Pas (overleden 1806).

Huwelijk en kinderen
Het huwelijk tussen Pieter en Hendrikje was op 7 mei 1822. Pieter was visser, 24 jaar oud en Hendrikje was 22 jaar. Getuigen waren allen vissers: Jan Pas, Leendert van der Waal en Jan Wittekoek. De vaders van bruid en bruidegom waren aanwezig, de moeders waren allebei al overleden.
Het eerste kind werd Cornelis genoemd, hij werd op 30 augustus 1822 geboren, vier maanden na het huwelijk. Hij overleed in 1826, vier jaar oud.  Jacob was de tweede, hij werd op 9 september 1824 geboren en overleed in 1828, drie jaar oud.
In 1827 volgde opnieuw een Cornelis en op 24 mei 1830 werd Jacob geboren. In 1833 volgde Pieter, in 1836 Laurens (overleden in 1839), in 1838 Klaas.
Klaas Groen is op 9 juni 1849 ten tijde van de cholera-epidemie overleden, hij was tien jaar.
Van de zeven zonen van Pieter en Hendrikje hebben er drie de kindertijd overleefd.

Huwelijk van de kinderen
Cornelis Groen was trouwde in 1850 toen hij 22 jaar was. De bruid was Janna de Blok, twintig jaar oud. Jacob Groen trouwde in 1856 met Martina de Reus uit Sommelsdijk, ze waren 25 en 24 jaar oud. Pieter Groen is in 1858 met Kommertje Dubbeld getrouwd, dochter van Machiel Dubbeld en Maria van der Kamp. Ze waren 25 en 24 jaar oud.
De zoons werden alle drie visser.

De scheepsramp met de Eben Haëzer 1863: Jacob Groen omgekomen
Jacob Groen (1830-1863) was een van de opvarenden van de sloep Eben Haëzer , schipper Bastiaan Dubbeld, die begin december 1863 met man en muis verging. Zie eerdere berichten op dit weblog.

Nabestaanden van Jacob Groen
De ouders van Jacob waren nog in leven ten tijde van de ramp. Zijn vrouw Martina de Reus bleef met twee kleine kinderen achter. De oudste zoon Pieter is in 1857 geboren en maar enkele weken oud geworden. Dochter Hendrikje is in 1859 geboren, ze was vier jaar toen Jacob overleed. Noach Groen (genoemd naar Noach de Reus, de vader van Martina) is in 1860 geboren, hij was drie jaar ten tijde van de scheepsramp
Martina trouwde op 27 juni 1868 opnieuw met een visser (1). Hij heette Johannes Magchiel Goris Verolme. Ze was toen 37 jaar oud. Samen kregen ze in 1870 nog een dochter die Fransje heette. Zij werd maar enkele maanden oud. 

Noach Groen werd kleermaker, hij was ongehuwd en is in 1890 overleden toen hij 29 jaar was.
Martina de Reus overleed in 1898, ze was 66 jaar oud.
Hendrikje Groen was ongehuwd, ze was winkelierster in de 2e Weistraat en overleed in 1914.

Ongeval op de Adriana Lumina 1894: Paulus Groen overleden
Een zoon van Cornelis Groen, de oudere broer van bovenvermelde Jacob, heette Paulus Groen (1867-1894). Hij is op zaterdag 22 december 1894 overboord gevallen van de MD 13 Adriana Lumina, schipper Johannis de Korte. Hij was 27 jaar oud.



Maas- en Scheldebode, 28 december 1894

Nabestaanden van Paulus Groen
Paulus Groen was op 28 oktober 1892 getrouwd met Pietertje Hoogmoed uit Sommelsdijk. Ze waren 24 en 23 jaar oud. Paulus stond als C.G. ingeschreven en Pietertje als N.H. Ze woonden in de Nieuwstraat. Op 20 juli 1894 werd zoon Cornelis geboren, hij was nog maar een half jaar oud toen zijn vader verongelukte.

Pietertje verhuisde met Cornelis naar een van de Weistraatjes en ging met haar vader, moeder en zuster samenwonen. Haar vader was bouwknecht, geboren in 1837.
Cornelis Groen werd sigarenmaker. Hij trouwde met Arendje Krijger, ze woonden op het Spuiplein.



1. Op 26 mei 1868 publiceerde de Nederlandsche Staatscourant het  "regstvermoeden van overlijden" van Jacob Groen waardoor juridisch de weg vrij was voor een nieuw huwelijk.

Genealogische gegevens van Joke van Rumpt