zondag 22 maart 2015

Marinus van den Nieuwendijk (1767- 1831), Sara Stuurman (1771-1819 ), Klazina Troost (1800-1873)

Ouders
Marinus van den Nieuwendijk is een zoon van Arend Klaasz van den Nieuwendijk en Maatje Isaacze Bleijker. Zie bericht van 13 januari 2014. Marinus is geboren op 26 september 1767. Zijn vader is in 1774 omgekomen bij het vergaan van de schuit van Klaas Don.
Sara Stierman of Stuurman is een dochter van Aren Stierman en Engeltje Horreman. Zij is geboren ca. 1771.

Huwelijken en kinderen
Sara Stierman en Marinus van den Nieuwendijk zijn op 8 april 1792 in Middelharnis getrouwd. Op 1 september 1793 werd Arend gedoopt. Op 9 augustus 1795 is Engeltje gedoopt en Maatje  is op 25 februari 1798 geboren. Arendje is in 1799 geboren; Lieven en Arend, een tweeling, zijn op 26 juli 1802 geboren. Op 14 juli 1806 is opnieuw een zoon met de naam Arend geboren.
Sara Stuurman is op 22 maart 1819 in Middelharnis overleden, 47 jaar oud. 
Marinus hertrouwde op 21 april 1823 op 55-jarige leeftijd. De bruid was de 22-jarige Klazina Troost. Klazina is op 22 oktober 1800 geboren, dochter van Jan Troost en Dirkje van der Ham. Op 5 juni 1824 werd zoon Jan geboren en op 10 januari 1829 Klasina (zij heeft maar kort geleefd).

Maatje van den Nieuwendijk trouwde op 30 oktober 1817 met Reinier Soost uit Amsterdam, ze waren 35 en negentien jaar oud. Hun oudste zoon heette Marinus van den Nieuwendijk Soost. 


Engeltje van den Nieuwendijk (1795 -1838) en Arij van der Meijde (1791-1863)
Engeltje van den Nieuwendijk trouwde op 14 januari 1815 met Arij van der Meijde. Arij van der Meijde is een zoon van Abraham van der Meijde en Jasperijntje Gouman. Hij is gedoopt op 16 februari 1791. Cornelis van der Meijden, een van de vissers uit Middelharnis die naar Antwerpen is vertrokken (zie bericht 5 juli 2014), is een broer van Arij.
Op 6 oktober 1815 is Elizabeth van der Meijde geboren. Zij heeft maar kort geleefd, evenals Marinus die in 1817 geboren is. In 1819 is Sara geboren, in 1822 Elisabeth, in 1823 Maatje, in 1826 Abraham, in 1830 Jasperina. Katharina, in 1833 geboren, is maar twee jaar oud geworden. Katharina die in 1836 geboren werd is na zestien dagen overleden. Op 26 september 1837 werd een dochter doodgeboren. 
Engeltje overleed op 23 februari 1838, 44 jaar oud. Arij bleef met vijf kinderen achter.

Klazina Troost hertrouwd met Arij van der Meijde
Marinus van den Nieuwendijk is op 2 oktober 1831 overleden in Middelharnis.
Klazina Troost is op 10 maart 1839 hertrouwd met Arij van der Meijde, de weduwnaar van Engeltje van den Nieuwendijk, schoonzoon van Marinus. Ze waren 48 en 38 jaar oud. Op 14 augustus 1840 is Marinus geboren, hij is op 6 oktober 1840 overleden.
Arie van der Meijden is op 16 juni 1863 in Rotterdam overleden, 72 jaar oud. Clazina Troost is eveneens in Rotterdam overleden, 18 mei 1873, 72 jaar oud

Marinus van den Nieuwendijk, schipper vissloep De Vreede in Zierikzee
Marinus van den Nieuwendijk was vanaf 1820 schipper van de sloep De Vreede van de onderneming De Nieuwe Visscherij in Zierikzee. Stuurman was zijn schoonzoon Arij van der Meijde.(1).
Er was ook een Klaas van den Nieuwendijk aan boord, vermoedelijk de oudste broer van Marinus, geboren in 1760 (2).
Al vrij snel na zijn aantreden, in november 1820, liep Marinus een beenbreuk op. Hij kreeg een uitkering van 6 gulden per week gedurende 15 weken omdat hij niet kon werken. Arij van der Meijde werd tijdelijk schipper. Marinus heeft zijn functie in juli 1821 neergelegd. Maarten Abeele volgde hem op.



Archief Nieuwe Visscherij, foto Isaac van der Male



Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster, bewerkt voor Arjaentje 

1. Archief Nieuwe Visscherij, inv. nr. 396
2. Klaas van den Nieuwendijk gehuwd met Adriaantje Dubbeld. Klaas is op 22 oktober 1827 in Middelharnis overleden, 67 jaar oud.





woensdag 18 maart 2015

Stuurmansmerken uit Middelharnis, 1708 en 1735

Merktekens van stuurlieden zijn vaak  min of meer herkenbare figuren, symbolen of afkortingen die gebruikt werden om tonnen en andere voorwerpen die bij de visschuit hoorden te merken. Het anker was een veelgebruikt symbool. Het merk werd ook als handtekening in officiële documenten gebruikt. Stuurmansmerken zijn te vergelijken met gildetekens. 
Twee archiefstukken met merktekens van stuurlieden uit het archief van Middelharnis:

Lantarengeld
In 1708 bracht een aantal stuurlieden het probleem van de slechte verlichting van het havenhoofd en de Kaai onder de aandacht van de halsheren. Het verzoek om meer lantarens te plaatsen werd ondertekend door dertien personen.


Gemeentearchief Middelharnis, inv. nr. 4, 20 november 1708

Dit is het merck van:

Jacob van der Valck, mij present voort jaere 1708
Michiel Cornelisz van Kakum
Cornelis Jacobsz Koningh
Steven van Kakum
Aren van Heest
Pieter Bastiaensz Brij
Bastiaen Cijsje
Jan Ruijter
Barend Jansz [Waterman]
Jan Schoonejongen
Leendert van de Roovaert
Gleijn Mercij
Dirck Floore [van Eck]




Contract over aannemen van bemanningsleden
Op 18 september 1735 tekenden tien stuurlieden een overeenkomst waarin ze afspraken geen bemanningsleden aan te nemen die nog onder contract staan bij een ander.

GA Middelharnis, inv. nr. 426, 18 september 1735


Dit merck is gestelt bij:

Pieter Abelsz Coningh
Hendrik Visser
Arent Abelsz Coningh
Jacob Tijsse Stapel
Frans van Duuren
Aren Hendriksz Pas
Bastiaan Thomasz Visser 
Machiel Leendertsz van de Roovaart 
Cornelis Kanse
Bastiaan Cijsje


In het document van 1735 valt op dat Machiel van de Roovaart als enige zijn naam schrijft. Aren Hendriksz Pas gebruikt de afkorting AH. Het anker is in verschillende verschijningsvormen een veelvoorkomend symbool. 


Was het merk zo algemeen bekend dat het niet nodig werd geacht dat stuurlieden een handtekening zetten of konden ze niet schrijven ? Dit is de vraag die in de studie van Annette de Wit over vissersgemeenschappen in de zeventiende eeuw wordt gesteld. U.J. Mijs beschouwt de merken als een teken dat de stuurlieden geen handtekening konden zetten. De Wit oppert het idee dat het merk zodanig met de identiteit van de stuurman is verbonden dat hij het vanzelfsprekend vond om hiermee te ondertekenen. Degene die het stuk opmaakte schreef de namen erbij. Zij constateert dat de alfabetiseringsgraad onder stuurlieden en vissers in de loop van de zeventiende eeuw steeg.

© Marlies Jongejan, november 2023


Verantwoording:

Annette de Wit. Leven, werken en geloven in zeevarende gemeenschappen; Schiedam, Maassluis en Ter Heijde in de zeventiende eeuw. Amsterdam, 2008. p. 230
A.P. van Vliet. De Zeeuwse zeevisserij in de jaren 1568-1648. Middelburg, 2003. p.80,afbeelding haringmerken Brouwershaven, 1657
U.J. Mijs. De vischafslag van Middelharnis. Middelharnis, 1897.p.11

N.B. het merk van Aren Boon(e) in: Str. VPR 110-1027 van 31-10-1701








maandag 16 maart 2015

Kapers op de Hollandse kust. Roman over een zeeman uit Hellevoetsluis 1651-1652

In 2014 verscheen de roman 'Kapers op de Hollandse kust', geschreven door Tom Wensink uit Hellevoetsluis. Het verhaal gaat over de jaren die voorafgaan aan de Eerste Engelse Oorlog (1652-1654), jaren van oplopende spanningen tussen Engeland en de Republiek.

Voor de lezers van weblog Arjaentje heb ik uit het boek een aantal aspecten rond de visserij en Middelharnis gelicht.

Hellevoetsluis
De hoofdpersoon van de roman is Tomas Hidde Heuseveldt, een jonge zeeman uit Hellevoetsluis.Hellevoetsluis is een dorp in opkomst. De Maasmonding heeft last van verzanding waardoor steeds meer schepen het Goereese Gat opzoeken. Bovendien heeft de Admiraliteit op de Maeze de onderhoud- en reparatiefaciliteiten voor schepen uitgebreid. Hiervoor zijn nieuwe scheepshellingen aangelegd. De VOC kamers van Delft en Rotterdam laten hun schepen in Hellevoetsluis afbouwen en de Compagnie heeft hier ook de nodige magazijnen en opslagloodsen gebouwd.
Van oudsher is het loodswezen een belangrijke activiteit die vanuit Hellevoetsluis wordt ondernomen. De hoofdpersoon Tomas Heuseveldt begint hier zijn carrière. Zijn vader Hidde is beurtschipper en tevens een zeer ervaren zeeloods. Tomas treedt op 22-jarige leeftijd in zijn voetsporen als hij door de Admiraliteit op de Maeze in Rotterdam benoemd wordt tot zeeloods in het Goereese Gat. Een loods aan boord nemen is hier altijd verplicht. Voor zijn opleiding moet hij een maand op het wachtschip van de Admiraliteit op de rede van Goeree werken waar hij ook met wapens om leert gaan.
Voor een handelsrelatie van zijn vader gaat hij in Londen poolshoogte nemen van de stand van zaken met betrekking tot de handel tussen Engeland en de Republiek. Daarna vertrekt hij naar Middelburg op verzoek van dezelfde handelsrelatie om stukken af te leveren bij de Admiraliteit van Zeeland.

Bezoek aan Middelharnis (1)
De reis naar Middelburg begint met de oversteek van Hellevoetsluis naar Middelharnis.Tomas wordt op 17 januari 1651 door veerbaas Willem van Beveren overgezet.
In de haven van Middelharnis wacht Bruno Vandermaes hem met het beurtschip Mathilda op. Door de storm zijn ze genoodzaakt een dag te blijven liggen en Tomas maakt van de gelegenheid gebruik om de haven, de lijnbaan en de herberg aan te doen.
Door zijn werk als loods kent hij enkele vissers en hij wordt direct herkend door Thijs Put, zoon van stuurman Dirk Put. De familie Put woont op het Vingerling en Tomas brengt hier de avond door. Hij heeft in het bijzonder belangstelling voor dochter Gemma, die wanten een das en een muts voor hem heeft gebreid. De romance ontwikkelt zich in de loop van het jaar 1651 en Tomas steekt, voor zover zijn werk het toelaat, nog vele maken over naar Middelharnis. In juli 1652 trouwen ze en gaan in Hellevoetsluis wonen. Opmerkelijk is de vermelding dat Gemma zo goed kan schrijven.
Wat betreft het vissersbedrijf in Middelharnis is een aantal details minder waarschijnlijk. Zo zou er een visafslag op het dorp zijn. De vis werd echter van oudsher niet in het dorp verhandeld, maar door (veelal Antwerpse) ventjagers overgenomen. De vissers hielden zich voor zover bekend niet met haringvisserij bezig; ingezouten haring in tonnetjes hadden de vissers, zoals Dirk Put, dus niet in voorraad. Er werd uitsluitend verse vis in de bun aangevoerd die niet met netten gevangen was maar met de beug.


De carrière  van Tomas
Tijdens zijn bezoek aan Middelburg neemt de loopbaan van Tomas een hoge vlucht als hij wordt gevraagd als opperstuurman op de Bruijnvisch. Dit is een schip dat de opdracht heeft vissers en handelsvaarders voor de Hollandse en Zeeuwse kust tegen kapers te beschermen. Later wordt de Bruynvisch toegevoegd aan het eskader van admiraal Tromp.



Jeronymus van Diest II. De Royal Charles opgebracht
op de rede van Hellevoetsluis, juni 1667

Hoeker uit Maassluis opgebracht (2)
Op 2 januari 1651 wordt een hoeker uit Maassluis weggestuurd van de Engelse visgronden door een fregat van de Engelse marine. Besloten is dat buitenlandse vissers hier niet meer mogen komen. De stuurman zet koers naar huis maar drijft door aanhoudende storm af en wordt onder de kust van Norfolk opnieuw aangehouden. Deze keer door een brik, een particuliere kaper, die de hoeker naar Great Yarmouth dirigeert. De bemanning wordt door soldaten  opgevangen en naar de gevangenis gedirigeerd. De lading schelvis en kabeljauw wordt  in beslag genomen. Na enkele dagen krijgen ze het schip terug en mogen ze vertrekken. Het fragment over de hoeker begint met een beschrijving van de beugvisserij.
In Middelharnis heeft Tomas overigens gehoord dat ook vissers uit Middelharnis niet van zee zijn teruggekeerd (3).
Er zijn ook vissers die een commissiebrief aanvragen om als kaper te mogen varen. De kaapvaart verdient beter dan de visserij. Naarmate de oorlogsdreiging toeneemt worden meer vissers gevraagd om in dienst te treden bij de marine. Zodra het op zee te gevaarlijk wordt volgt een uitvaarverbod voor vissers.


Kapers op de Hollandse kust. Mare Liberum, een vrije zee.
Hellevoetsluis, 2014, 376 p. Met verklarende woordenlijst.
ISBN 978-90-822603-0-4



1.p 94-113, 332
2.p.41-44 ,54-58, 110,300-301
Over reder Margje Koijs p. 298
3. In de literatuur over Middelharnis is dit gegeven niet terug te vinden.

woensdag 25 februari 2015

Stokoude afgeleefde vissers als spuiwinder en visroeper in Middelharnis (1799)

Stemregister
De Staatsregeling van 1798 voorzag in het stemrecht voor grote groepen burgers. De stemgerechtigden moesten zich in het stemregister laten inschrijven en aan de voorzitter van het plaatselijk bestuur een verklaring afleggen waarin ze trouw beloofden aan de beginselen van de Bataafse Republiek.
Stemgerechtigden moesten de leeftijd van 22 jaar bereikt hebben, inwoner zijn van de Republiek en de Nederduitse taal lezen en schrijven.Lijf- en huisbedienden, bewoners van wees- en armengestichten, bedeelden, onder curatele gestelden en personen die strafrechtelijk vervolgd waren mochten niet stemmen.
Over het stemregister werd het dorpsbestuur van Middelharnis op 30 april 1799 aangeschreven door de President en Raaden in het Hof van Justitie van de voormalige Gewesten Holland en Zeeland. 

In een brief aan de Agent van Justitie van de Bataafsche Republicq verklaren Baljuw, Leenmannen, Schout en Scheepenen van Middelharnis dat een aantal personen niet in het stemregister is ingeschreven.

- de gezworenen: Abram van Oostende, Jan van der Velde en Abram van Ek
- de  substituut strandvonder, Cornelis den Baars
- de nachtwaker, uitroeper en doodgraver, Pleunis Krijger
- de spuiwinders, Pieter Krijger en Adrianus van de Rovaerd en
- de visroepers, Jacob van Ek, Leendert Bogaerd en Bastiaen Visser

'welke vijf laetstgemelde persoonen zijn Stokoude afgeleefde vissers, waervan er zelfs door den Armen gesustenteerd worden'.


Baantjes als visroeper en spuiwinder* werden toebedeeld aan oude vissers die niet meer naar zee konden. Een andere vorm van oudedagsvoorziening was er niet.

* de spuiwinders moesten de beide spuien die afwaterden op de haven, ten oosten en ten westen van het dorp,  bedienen


Bron:
Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr. 94, 3 mei 1799.
Link naar Staatsregeling van 1798

Adrianus van de Roovaart was in 1782 stuurman. Zie bericht van 31 oktober 2014
Pleunis Krijger was eveneens stoelenmatter en verantwoordelijk voor de verkoop van het water uit de kerketras.
zie bij J.L. Braber. Historie N.H. kerk, 56

maandag 23 februari 2015

Jeroen van den Tol (1714-1781) en Huibertje Visser (1713- )

Ouders
Jeroen van den Tol is een zoon van Leendert Ariens Tol en Maatje Ariens Sturm (Pas). Hij is op 30 december 1714 in Middelharnis gedoopt.
Huibertje Visser is een dochter van Dirk Stoffels Visscher en Magteld Huberts Koningh. Ze is op 7 mei 1713 in Middelharnis gedoopt.

Huwelijk en kinderen
Het huwelijk vond plaats op 11 april 1735 in Middelharnis, Jeroen was 20 en Huibertje 21 jaar. Maatje is op 8 juli 1736 gedoopt. Van Alida is doopdatum niet bekend. De kinderen die daarna geboren werden (Leendert, Magtelina, Leendert, Magteld) zijn jong overleden. Op 19 september 1745 is Magtelina gedoopt, op 23 januari 1752 Leendert. Daarna is nog twee keer een dochtertje met de naam Dirkje gedoopt.

Huwelijken van de kinderen
Alida van den Tol (overleden in 1811), trouwde op 1 januari 1776 met David van der Vlugt (1747- 1835), touwslager, reder en boekhouder van visschuiten in Middelharnis. De vader van David was Cornelis van der Vlugt, exploitant van het Prikgat en enige tijd pachter van de visafslag.
Magtelina is op 7 oktober 1773 met Pieter Meijer getrouwd. Pieter was belastinggaarder, een ambt namens het dorpsbestuur. Hij is op 30 december 1780 overleden waarna Magtelina met twee jonge kinderen achterbleef : Johannes gedoopt in 1776 en Huijbertje (1780-1849), gedoopt op 5 maart 1780. Magtelina is op 29 december 1787 met schepen Jacob Vermeer getrouwd.

Huijbertje Meijer trouwde met Willem Leonard Veerman, zij is de moeder van de latere reder Johannis Meijer Veerman (zie bericht van 19 december 2012).

Leendert is op 8 december 1779 getrouwd met Elizabeth Oosterling (1759-1815), dochter van Marinus Oosterling en Jannetje Cijsje.

Grossier, pachter visafslag, reder
Jeroen van den Tol was 'gebeneficeerd' als grossier van het ruwe zout, grossier van zeep en als biersteker (groothandelaar in bier). Ook Marinus Oosterling, de schoonvader van Leendert, had deze drie functies. Jeroen van den Tol is een aantal jaren pachter van de visafslag geweest , hij was schepen en een van de grotere reders van visschuiten.(1)

De opvolging van Jeroen van den Tol
Jeroen is op 4 augustus 1781 overleden. De Staten van Holland moesten beslissen wie de grossierderij in ongeraffineerd zout en zeep voort mocht zetten. Er waren twee gegadigden: schoonzoon David van der Vlugt en dochter Magteld van den Tol. Schout en schepenen van Middelharnis hebben een aanbevelingsbrief voor Magteld geschreven. De ongelukkige weduwe met twee nog zeer jonge kinderen heeft de inkomsten harder nodig dan David van der Vlugt, aldus het dorpsbestuur. David heeft weliswaar vier kinderen maar is 'van een van de beste kostwinningen voorzien'. Bovendien heeft hij nog een kapitaal van zijn oude moeder in het vooruitzicht. Het werd David kwalijk genomen dat hij op clandestiene wijze de aanstelling van zijn ongelukkige zuster probeerde te voorkomen. En Magtelina werd 'overvloedig bekwaem en in staet' geacht voor deze functie (2).

Leendert van den Tol (1752-1808)

Leendert trad in de voetsporen van zijn vader als reder van visschuiten en als dorpsbestuurder. Hij was in 1783 de grootste reder van het dorp en boekhouder van een aantal schepen (1). In de Bataafs Franse tijd was Leendert boekhouder van de palingrederij. van Middelharnis. Op 19 december 1807 heeft hij zijn aandeel in een bezaanpalingschuit verkocht (3).
De opvolger van Leendert was de oudste zoon Jeroen van den Tol (1791-1827). Hij was in 1813 boekhouder van gaffelschuiten.

Een aantal visschuiten is genoemd naar leden van de familie Van den Tol, zoals de Alida en Lydia en de Jonge Huijbertje.



Genealogische gegevens afkomstig van Joke van Rumpt, bewerkt voor Arjaentje



1. Zie o.a. Rechterlijk archief, inv. nr 17. voor de scheepsparten van de erven Jeroen van den Tol in 1783.
2. Gemeentearchief Middelharnis, inv. nr.7. Resolutieboek,18 augustus 1781. Missive ondertekend door Lambertus Kolff, Andries Vink, Marinus Oosterling, M. Koomen en Dirk van der Slik.

3. RAM 18, via klapper. 19 december 1807.

zondag 22 februari 2015

Leendert Jonker (1706- ) en Lideweij van den Hoek (1704- )

Ouders
Leendert Gerritsz Jonker is een zoon van Gerrit Gijsbertsz Jonker of Jonckheer en Johanna Vliegvis. Hij is op 11 april 1706 in Sommelsdijk gedoopt.
Lideweij Wouters van den Hoek is een dochter van Wouter Laurensz van den Hoek en Emmigje Pieterdr Vinck. Ze is op 14 december 1704 in Sommelsdijk gedoopt.

Huwelijk en kinderen
Leendert en Lideweij trouwden op 1 mei 1730 in Sommelsdijk, ze waren 24 en 26 jaar oud. Op 15 april 1731 werd Gerrit gedoopt en op 23 oktober 1735 Emmetje.


Scheepswerf
Naast een al bestaande werf aan de oostkant van de haven werd in 1750 een nieuwe scheepsmakerij aangelegd. De eigenaren van de nieuwe werf waren Leendert Jonker en zijn neef Gijsbert Jacobsz Visser. Mogelijk waren zij (of hun ouders) op dat moment ook al eigenaren van de bestaande werf. 
In 1788 waren de families Jonker en Visser eigenaren van de beide scheepswerven. Aan de westkant van de haven is in 1787 een werf aangelegd waar Gerrit de Bon eigenaar van was (1).
Leendert Jonker en Gijsbert Visser en hun erfgenamen hebben een groot aandeel in de financiering, reparatie, onderhoud en exploitatie van visschuiten gehad gedurende de bloeiperiode van de visserij vanaf 1750.

Overlijden van Leendert Jonker
Leendert Jonker is waarschijnlijk voor 1771 overleden. Op 12 juni 1771 kocht zijn zoon samen met Gijsbert Visser een part in de gaffelvisschuit de Witte Swaen, stuurman Adrianus van de Roovaart (2).
In transportakten van schepen uit begin 1783 staat de naam van zoon Gerrit Jonker, samen met de weduwe van Gijsbert Visser, Ariaantje Buitenmichiel . Zij hadden porties in vrijwel alle visschuiten van Middelharnis. Gerrit Jonker voerde als boekhouder de administratie over een aantal schuiten namens de gezamenlijke reders (3).

Gerrit Jonker (1731-  )
Gerrit Jonker is drie keer getrouwd geweest. Uit zijn eerste huwelijk in 1751 met Koba de Bruijn zijn de dochters Aaltje en Lydia geboren. In 1768 trouwde hij met Geertruij Rijendam, de kinderen uit dit huwelijk heten Leendert en Margaretha. In 1786 is hij met Pieternella van Hulle getrouwd. De namen van Lydia, Margaretha en Leendert vinden we terug in de namen van visschuiten.
Gerrit was schepen van Sommelsdijk. 

Leendert Jonker (1770-1840)
Leendert Jonker trouwde in 1799 met Johanna van der Waal. Hij was scheepmaker woonde te Sommelsdijk en kocht op 11 april 1818 de scheepmakerij De Goede Hoop in Middelharnis van de erven Adrianus van der Staal echtgenoot van Anna Knape (4).
Johanna van der Waal overleed in 1849.

Gerrit Jonker (1801-1866)
Gerrit trouwde op 23 april 1828 in Middelharnis met Magdalena van Beek (overleden in 1889).
In 1834 werd zoon Leendert in Sommelsdijk geboren. Leendert overleed in 1885.



Genealogische gegevens afkomstig van Joke van Rumpt, bewerkt voor Arjaentje

1. Marco Kuiper. Vissers en ventjagers. p.12-14
2. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. 52 
3. idem, inv.nr.17.
4. Notariëel archief Middelharnis, inv.nr. 5821, akte 54 van 11 april 1818.

vrijdag 20 februari 2015

Gijsbert Visser (1713-1781) en Adriana Buitenmichiel (1722-1807)

Ouders
Gijsbert Jacobsz Visser is een zoon van Jacob Visser en Ariaantje Gijsberts Jonker. Zijn grootvader van moederskant was Gijsbert Jansz Jonker, wiens naam ook wel als Jonckheer werd gespeld. Zijn grootmoeder van moederskant heette Adriaantje Pietersdr Flore. Gijsbert Visser is op 31 juli 1713 in Sommelsdijk gedoopt.
Adriana of Ariaantje Jansdr Buitenmichiel is een dochter van Jan Michielsz Buitenmichiel en Anna Michiels Koning. Haar ouders zijn op 24 mei 1716 getrouwd. Adriana is op 21 september 1722 in Middelharnis gedoopt.

Huwelijk en kinderen
Gijsbert en Adriana zijn op 18 december 1740 in Middelharnis getrouwd, 27 en 18 jaar oud. Op 29 oktober 1741 is Jacob gedoopt, op 28 april 1743 Jannetje, op 27 juni 1745 Adriana en op 28 april 1748 Annetje. Jacob en Adriana zijn niet oud geworden want op 16 augustus 1750 is weer een zoon met de naam Jacob gedoopt en op 22 juni 1760 een dochter Adriana. Jan, gedoopt 16 juli 1752, heeft eveneens maar kort geleefd; op 15 oktober 1757 is weer een Jan gedoopt. Pieter is gedoopt op 18 januari 1755.

Huwelijken van de kinderen
Jan Gijsbertsz Visser (1757-1805) trouwde op 15 oktober 1790 met Dirkje Schenk (1759-1799), dochter van zeilmaker Jan Schenk. Ze hadden een zoon Gijsbert Jansz Visser die op 19 oktober 1792 geboren is.
Adriana Gijsbertsdr Visser (1760-1817) trouwde op 5 juni 1806, bijna 46 jaar oud, met de vijftien jaar jongere timmerman Jan Peeman (overleden 6 augustus 1848, 73 jaar). Na het overlijden van Adriana is Jan Peeman in 1818 met Jannetje van de Rovaart getrouwd. Zij kregen op 14 mei 1820 een zoon: Jeroen van de Rovaart Peeman (1820- ca.1887).
Van Jacob Gijsbertsz Visser (1750-1794) is geen huwelijk bekend, evenals van Pieter (1755-1795).

Scheepswerf
Aan de oostkant van de haven is in 1675 een scheepswerf aangelegd door Claes Pieterse. Dijkgraaf en gezworenen verleenden hiervoor vergunning (5). 
In 1749 plaatste het dorpsbestuur de volgende advertentie:



's Gravenhaegsche Courant, 5 september 1749
"Iemand geneegen zynde, om een nieuwgemaekte en zeer wel ter Neering leggende Scheeps-Timmerwerf, binnen den Dorpe van Middelharnis te koopen, adresseeren zig aen Schout en Geregte aldaer, uyterlyk voor den 15 October naestkomende."
Naast de bestaande werf is dus ca. 1749 deze nieuwe scheepsmakerij aangelegd. De eigenaren van de nieuwe werf werden Gijsbert Jacobsz Visser en zijn neef Leendert Jonker. Mogelijk waren zij (of hun ouders) op dat moment ook al eigenaren van de bestaande werf. 
In 1788 stonden Gerrit Jonker en de weduwe van Gijsbert Jacobsz Visser te boek als eigenaren van de beide scheepswerven. Het werfterrein werd in 1788 in oostelijke en noordelijke richting uitgebreid, waarbij het werfterrein rondom afgesloten werd. Passage over de werf was niet meer mogelijk 
(1).
Leendert Jonker en Gijsbert Visser en hun erfgenamen hebben een groot aandeel in onderhoud, reparatie en exploitatie van visschuiten gehad gedurende de bloeiperiode van de visserij vanaf 1750 tot ca. 1795.

Overlijden van Gijsbert Jacobsz Visser
Gijsbert Visser is op 13 oktober 1781 overleden, 68 jaar oud. Hij was al geruime tijd ziek want het testament van 17 april 1753 maakt er al melding van dat hij ziekelijk was (6).
Op 12 juni 1771 kocht hij samen met Gerrit  Jonker, zoon van Leendert, een part in de gaffelvisschuit de Witte Swaen, stuurman Adrianus van de Roovaart (2).
In transportakten van schepen uit begin 1783 staat de naam van de weduwe Ariaantje Buitenmichiel samen met Gerrit Jonker. Zij hadden porties in vrijwel alle visschuiten van Middelharnis. De zaken werden in de praktijk behartigd door zoon Jacob Gijsbertsz Visser als gemachtigde van zijn moeder. Jacob Visser voerde als boekhouder de administratie over een aantal schuiten namens de gezamenlijke reders (3).
Jacob is in 1794 overleden, Pieter in 1795. Jan overleed in 1805.



inv. nr. 201, archief Gemeente Middelharnis
machtiging van Arjaantje Buitenmagiels aan
haar zoon Jacob Gijsberts Visser, 1788

Overlijden van Adriana Buitenmichiel, scheepswerf geërfd door Jan Peeman
Na het overlijden van zoon Jan heeft Adriana op 3 juli 1805 geregeld dat Bastiaan Schenk voogd werd over Gijsbert Jansz Visser met Pieter Leendertsz van der Slik en Pieter Dirksz van der Slik als toeziend voogden. Bastiaan Schenk is een halfbroer van Dirkje, een oom van Gijsbert dus.

Adriana Buitenmichiel was tot haar dood eigenaar van de scheepswerf. Ze is overleden op 23 juli 1807, 85 jaar oud. Haar enige erfgenamen waren dochter Adriana met haar echtgenoot Jan Peeman en de minderjarige kleinzoon Gijsbert Jansz Visser.
De voogden van de veertienjarige Gijsbert hebben een inventaris van de boedel opgemaakt en ze kwamen tot de conclusie dat er meer schulden en lasten dan effecten en baten waren. Ze hebben de nalatenschap namens hun pupil dan ook niet aanvaard. Jan Peeman heeft de erfenis wel aanvaard. De scheepswerf was nog steeds mede eigendom van de familie Jonker uit Sommelsdijk. Op 8 maart 1808 legden Jan Peeman en Leendert Jonker als eigenaren van de scheepswerf een verklaring af waaruit blijkt dat er een schuld was van 3.734 gulden en 9 stuivers aan Jan Schouten, houtkoper even buiten Dordrecht, wegens geleverd hout tot en met 1807. (4).


Genealogische gegevens van Joke van Rumpt, bewerkt voor Arjaentje


1. Archief Gemeente Middelharnis, inv. nr. AGM 432.
2. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. 52 
3. idem, inv.nr.17.
4. idem inv. nr. 45, stukken van 3 juli 1805, 3 februari 1808 en 8 maart 1808.
5. U.J. Mijs. De vischafslag van Middelharnis. p. 112.
6. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr. 41, 1753-04-27 testament Gijsbert Visser en Arjaantje Buitenmichiel