woensdag 6 januari 2016

Marinus Haverstadt (1753-1809) en Kaatje Pickaart (1759-1821)

Ouders
Marinus Jansz Haverstadt is een zoon van Jan Havestad, geboren in 's-Gravendeel, en Neeltje Marinusse Dupree. Marinus is op 8 april 1753 in Sommelsdijk gedoopt.
Kaatje Pickaart (Catharina Boudewijn Pikkaart of Picaar) is een dochter van Boudewijn Pickaart en Trijntje Lagendijk. Kaatje is op 4 maart 1759 in Sommelsdijk gedoopt.
De moeder van Marinus kwam uit een vissersfamilie. Zij is een zus van Maarten Dupree (zie bericht van 3 december 2014).
Na het overlijden van Boudewijn Pickaart trouwde zijn weduwe, Trijntje Lagendijk, met Maarten Dupree. Maarten Dupree was door dit huwelijk zowel de oom als de stiefvader van Marinus Haverstadt.


Huwelijk en kinderen
Marinus en Kaatje zijn op 18 juli 1778 in Middelharnis getrouwd, ze waren 25 en 19 jaar oud. Op 10 januari 1779 is de oudste zoon Jan gedoopt, hij is voor 1788 overleden. Trijntje werd op 12 augustus 1781 gedoopt, Jan op 25 mei 1788, Neeltje op 23 mei 1790 en Catharina op 6 januari 1793. Vermoedelijk hebben alleen Trijntje en Neeltje de volwassen leeftijd bereikt.
Trijntje is gehuwd met Reinier Kamerling uit Nieuwe-Tonge. Neeltje trouwde op 28 juni 1817 in Middelharnis met Leendert Breeman, zoon van Jacob Breeman en Klaasje Vlietland. Leendert was visser van beroep.

Marinus Haverstadt, stuurman van de Trijntje en Neeltje

Marinus Haverstadt heeft op 22 december 1786 en op 27 september 1806 de eed als stuurman afgelegd en opnieuw (1). Op 12 juni 1796 staat hij vermeld als stuurman van de gaffelschuit Trijntje en Neeltje, genoemd naar zijn beide dochters. De schuit is na 1791 nieuw gebouwd. Op 21 oktober 1804 was Marinus Haverstadt nog stuurman van dezelfde gaffelschuit (2). Maarten Dupree had ook aandelen in de schuit.
Marinus Haverstadt is waarschijnlijk tot aan zijn dood in september 1809 stuurman op de Trijntje en Neeltje gebleven. Zijn weduwe verkocht op 27 oktober 1809 het 1/16 part in de gaffelschuit dat ze had geërfd (3). Jan Cornelisz Buurveld kocht 1/16 part op die datum, hij werd de nieuwe stuurman.
Een zoon van Maarten Dupree en Trijntje Lagendijk, Arij Dupree, nam de schuit later over. Arij was zowel de neef als de (half)zwager van Marinus Haverstadt. 
Het schip is in 1821 verloren gegaan (zie bericht van 31 augustus 2014).

Onder Deense vlag
Marinus Haverstadt was in 1798 een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die onder Deense vlag voer (5)

Onder Pruisische  vlag en toch gekaapt
Begin 1804 is Haverstadt met de Trijntje en Neeltje onder Pruisische vlag gaan varen. Desondanks is de schuit op 23 juni 1804 door de Engelsen gekaapt. Na enkele maanden is de schuit weer vrijgegeven (6).
Haverstadt wordt ook genoemd in het boek van Brown. Hij woonde op de Oostdijk (4).




Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje

1. Archief Gemeente Middelharnis. Resolutieboeken, inv. nr. 7, 22 december 1786 en inv. nr. 10, 27 september 1806.
2. Rechterlijk Archief Middelharnis. Inventarisnr. 18. klapper
3. Rechterlijk Archief Middelharnis. Inventarisnr. 19. klapper
4. Brown, Mysteries of neutralization, 141.
Op 21 januari 1804 kreeg Marinus Haverstadt een paspoort om naar Emden te reizen. 
 Rechterlijk Archief Middelharnis, inventarisnummer 31. Met signalement
5. Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798

6. HCA32/1679/5689

zaterdag 2 januari 2016

Cornelis van der Sloot (1767-1838), Jannetje Visser (1768-1790) en Elizabeth Bree (1768-1828)

Ouders, broers en zussen
Cornelis (van der) Sloot is een zoon van Jan Pietersz van der Sloot en Elizabeth Cornelisse Abeele. Jan Pietersz van der Sloot is afkomstig uit Ooltgensplaat.
Cornelis van der Sloot is op 27 maart 1767 geboren en op 5 april 1767 in Middelharnis gedoopt. Hij is een kleinzoon van Cornelis Pietersz Abeele. Zie het bericht van 3 november 2014 over Cornelis Pietersz Abeele, zijn zoon Joost en zijn schoonzoons Herman Koert, Jan Kom en Gerrit Onderdelinden, die allemaal stuurman waren op een visschuit in Middelharnis in 1782.
Teunis Sloot, gehuwd met Maria Jongejan, is een broer van Cornelis. Teunis is in 1819 verdronken bij de ramp met de gaffelschuit van Pieter van den Tol. Zie het bericht van 22 juni 2013.
Lydia van der Sloot is een zus van Cornelis. Lydia was getrouwd met Leendert Boon, de enige zoon en erfgenaam van Gerrit Boon, een visser die in 1779 verdronken is. Zie bericht van 6 april 2014.
Magdalena van der Sloot, gehuwd met Job Breeman, is ook een zus van Cornelis. Job Breeman is in 1791 bij de ramp met de schuit van Jan Muije omgekomen. Zie bericht van 21 juni 2013.

Jannetje Dircks Visser is een dochter van Dirk Jacobsz Visser en Neeltje Pieters Koning. Jannetje is op 17 april 1768 in Middelharnis gedoopt. Dirk Visser was in 1782 stuurman van de bezaanvisschuit Janna en Louiza. Zie bericht van 1 november 2014. De schuit was naar de beide dochters van de stuurman genoemd.

Elizabeth Bree is op 6 maart 1768 in Middelharnis gedoopt. Ze is een dochter van Hendrik Johannesz Bree en Maria Abrahms Vrijbergen. Haar broers Abram, Johannes en Jacob waren vissers en stuurlieden. Ze zijn alle drie op zee gebleven. Zie de berichten van 22 februari 2013, 9 december 2013 en 9 januari 2014. Ook de man van Maria Bree, een zuster van Elizabeth, is omgekomen. Hij heette Arend Wittekoek en is bij de scheepsramp van 1808 verdronken. Zie bericht van 26 mei 2014. De man van de Jannetje Bree, de jongste zuster van Elizabeth heette Hendrik van Dalen. Hij is bij de scheepsramp van 1825 omgekomen. Zie bericht van 2 januari 2014.

Huwelijk van Cornelis van der Sloot en Jannetje Visser
Cornelis en Jannetje zijn op 2 mei 1790 in Middelharnis getrouwd, ze waren 23 en 22 jaar oud. Enkele maanden na het huwelijk werd een zoon of dochter geboren, het kind heeft maar kort geleefd en is op 23 september 1790 begraven. Jannetje overleed kort daarna, waarschijnlijk als gevolg van de kraamvrouwenkoorts. Ze is op 30 september 1790 begraven.


Cornelis van der Sloot, Elizabeth Bree en hun kinderen
Het huwelijk tussen Cornelis en Elizabeth vond plaats op 14 oktober 1792 in Middelharnis. Cornelis was 25 jaar en Elizabeth 24. Op 7 april 1793 is de oudste zoon Jan gedoopt. Maria werd op 27 december 1795 gedoopt, Elisabeth is op 15 oktober 1797 geboren. Zij is ten hoogste zeven jaar oud geworden. Hendrik, geboren 17 juni 1801. Hij is op 29 juni 1805 in de oude Oost Spui verdronken, vermoedelijk is hij van het plankier gevallen (1). Op 4 december 1803 is opnieuw een dochter met de naam Elisabeth geboren en op 21 juli 1806 een zoon met de naam Hendrik.
Jan van der Sloot (1793-1867) werd visser en stuurman in Middelharnis. Hij trouwde in 1814 in Middelharnis met Willemina Kornelia Both uit Vlaardingen. Ze kregen elf kinderen van wie slechts twee zoons en twee dochters de kindertijd overleefden. De beide zoons Cornelis (1824-1861) en Willem (1826-1850) zijn op zee overleden. Het gezin is rond 1840 naar Vlaardingen verhuisd.
Over Maria van der Sloot (1795-1862) en haar drie echtgenoten is eerder op dit weblog geschreven op 12 mei 2014 en 1 juli 2014.
Elisabeth (1803-1866) trouwde in 1827 in Middelharnis met de weduwnaar Cornelis Mallard uit Scherpenisse.
Hendrik van der Sloot (1806-1869) trouwde in 1837 met Aagtje de Bloeme.

Stuurman Cornelis van der Sloot
Cornelis van der Sloot was in 1791 stuurman van de bezaanbunschuit De Arke. In 1782 was zijn grootvader Cornelis Abeele stuurman van deze schuit. Op 9 april 1793 is een bezaanschuit, gevoerd door Cornelis Sloot verkocht. Dit zal waarschijnlijk De Arke geweest zijn.

Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr. 68, 9 april 1793.

De gaffelschuit Vrouwe Jacoba Geertruijda
Korte tijd na zijn huwelijk werd Cornelis Sloot op 26-jarige leeftijd stuurman van de gaffelschuit Vrouwe Jacoba Geertruijda. Zijn grootvader was een van investeerders in deze nieuwe schuit. De Vrouwe Jacoba Geertruijda is in 1793 'uijtgehaald' en in 1823 verkocht. De gaffelschuit heeft dus dertig jaar dienst gedaan. Jan Sloot, zoon van Cornelis, was in 1823 de stuurman.


Verkoop Jacoba Geertruij. Rotterdamsche courant 16 september 1823. 


Na het overlijden van Cornelis Pietersz Abeele op 24 december 1798 op 83-jarige leeftijd werd een inventaris van de boedel opgemaakt. Hiertoe behoorde 'een zestiende part in de Vrouwe Jacoba Geertruijda, stuurman Cornelis Sloot'.
In 1808 en 1809 was Cornelis van der Sloot nog steeds de stuurman van de Jacoba Geertruijda, zo blijkt uit de verhandelde scheepsparten (2). Hij heeft een aantal keren de eed op de stuurlieden afgelegd (3)


Onder Deense vlag
Cornelis Sloot was een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die in 1798 onder Deense vlag voer (6).

De gaffelschuit Sara Cornelia in 1805
In de Franse tijd zien we Cornelis Sloot als stuurman van de Sara Cornelia, een gaffelschuit die in 1805 onder Pruisische vlag voer. Schepen kregen vaak een andere naam als ze onder vreemde vlag gingen varen. Vermoedelijk is de Vrouwe Jacoba Geertruijda tijdelijk omgedoopt. De schuit werd rond 25 september 1805 op zee genomen door een Engelse kaper, de Hunter van kapitein Riches uit Yarmouth. Vier matrozen van de gaffelschuit werden gedwongen om als gijzelaar aan boord van de Engelse kotter te komen. Drie Engelse bemanningsleden van het kaperschip werden aan boord van de gaffelschuit van Cornelis Sloot gebracht, om de schuit naar een Engelse haven te brengen. Cornelis overmeesterde met zijn bemanning de drie op zijn vaartuig geplaatste Engelsen en zette koers naar de Goeree. Hij heeft de drie Engelsen in Hellevoetsluis aan de autoriteiten overgeleverd. Voor deze heldendaad heeft hij een 'douceur' van twintig dukaten gekregen wegens 'welberaden en manmoedig gedrag'.






Middelburgsche courant, 5 oktober 1805 


Intussen zaten vier van zijn bemanningsleden nog vast op het Engelse kaperschip. Na veertien dagen wachten kreeg de kapitein het vermoeden dat de Sara Cornelia al lang terug was in Middelharnis. Hij stuurde drie van de vissers terug naar Middelharnis met een gepeperde brief aan Lambertus Kolff, de reder van de gaffelschuit. Een bemanningslid werd nog vastgehouden als drukmiddel om de drie Engelsen vrij te krijgen. Deze persoon, hij heette Jan Kalle (4), hoefde niet naar de gevangenis maar werd aan boord van de Hunter vastgehouden en op 31 oktober 1805 uitvoerig verhoord over het reilen en zeilen van de visserij in Middelharnis. Hij gaf alle details prijs, waarmee aangetoond werd dat het varen onder Pruisische vlag een schijnvertoning was. Nadat de drie Engelse gijzelaars vrijgelaten waren mocht uiteindelijk ook Jan Kalle naar huis.

In de Engelse bron (5) waar dit verhaal beschreven staat wordt Cornelis Sloot omschreven als 'a tall, swarthy, raw-boned fellow' - een grote, donkere man met ruwe gelaatstrekken. Het overmeesteren en 'verkopen' van de drie Engelse bemanningsleden van het kaperschip wordt 'cowardice and avarice' - laf en schraperig - genoemd.

Bemanningslid verdronken 

Gerrit Bakker is in 1813 in volle zee overboord geslagen van de gaffelschuit van stuurman Cornelis van der Sloot. De datum van het ongeval is niet bekend. Het voorval heeft in Middelharnis veel gerucht veroorzaakt. Zie bericht van 4 december 2013

Elizabeth Bree is op 17 november 1828 overleden, ze was 60 jaar oud; Cornelis van der Sloot overleed op 28 januari 1838, 70 jaar oud


Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje


1. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv,nr 31, akte van schouwing, 29 juni 1805.
2. Rechterlijk Archief Middelharnis, inv. nr. 19. (1808/2, 3). Transportakten van schepen en schuiten gepasseerd voor schout en schepenen, 1808-1811
3. Archief Gemeente Middelharnis. Resolutieboek, inv. nr. 13 1808

4. Waarschijnlijk Jan Pietersz Kalle, zoon van Pieter Pietersz Kalle en Willemtje Jans van der Kabel, gedoopt op zondag 7 april 1771 in Middelharnis, overleden op maandag 19 oktober 1818 in Middelharnis, 47 jaar oud. Jan Kalle bleef ongehuwd. Na dit voorval was hij vermoedelijk niet meer welkom in de visserij. Zijn beroep in 1811 was arbeider.
5. John Brown. The mysteries of neutralization. Londen,1806, o.a. p. 139. Paspoort om naar Emden te reizen:
Rechterlijk Archief Middelharnis, inventarisnummer 31, 21 januari 1804. Met signalement
De Nederlandse versie van dit voorval staat in het boek van: Vermaas, J.C. en M.C. Sigal, De haringvisscherij van 1795-1813. Vlaardingen, 1922. p.83 :
De gaffelschuit van Cornelis Sloot voer onder Pruisische vlag. Hij heeft de gevangenen overgegeven aan een Hollands oorlogsschip dat voor Hellevoetsluis lag. De vissers werden als helden gehuldigd. Het Committé (opvolger van de vroegere Visserijcolleges) was niet zo enthousiast. De gevangen genomen Hollandse vissers waren namelijk al door de Engelsen vrijgelaten. De Raadspensionaris liet de drie Engelse gevangenen onmiddellijk vrij.
6. Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798



maandag 30 november 2015

Vissen onder Oostenrijkse vlag, Middelharnis tijdens de Vierde Engelse oorlog (1780-1784)

In het zojuist verschenen najaarsummer van het Tijdschrift voor Zeegeschiedenis is een artikel geplaatst over de visserij van Middelharnis tijdens de roerige periode van de Vierde Engelse oorlog. De reders, boekhouders en stuurmannen vonden een creatieve oplossing om ondanks de oorlogsomstandigheden toch te kunnen vissen en te handelen in tarbot.

Samenvatting:
Middelharnis, een vissersdorp in het zuiden van Holland, had een belangrijke visafslag en was een grote leverancier van tarbot en paling voor de Engelse markt. Door de Vierde Engelse Oorlog kwam de visserij stil te liggen waardoor het dorp in de loop van 1781 tot grote armoede verviel. Om weer naar zee te kunnen werden de 32 visschuiten in 1782 aan onderdanen van de neutrale Oostenrijkse Nederlanden verkocht en werden de stuurlieden als poorter van de stad Gent ingeschreven. De visschuiten hielden Middelharnis als thuishaven. Diverse bronnen wijzen uit dat de schijnverkopen er inderdaad toe leidden dat er weer op zee gevist kon worden. Ook de tarbothandel op Londen kwam weer op gang. De reders van Middelharnis meenden hiertoe door de neutralisatie bevoegd te zijn, ook al was alle handel met Engeland streng verboden. Na de wapenstilstand tussen Frankrijk, Spanje en Engeland op 20 januari 1783 werden de schuiten direct teruggekocht door de oorspronkelijke eigenaren.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------

Een sleutelfiguur in de transacties was Gualtherus Kolff. Hij onderhield de contacten met het Haagse circuit en regelde de formaliteiten zoals het betalen van borgsommen met de Admiraliteit op de Maas. 


Portret van Gualtherus Kolff (1711-1789) uit 1751
schilder:
 Domenicus van der Smissen (1704-1760)
bron: Beeldbank RKD.


Eerder zijn op dit weblog de families van de betrokken stuurmannen beschreven. Voor een overzicht  van de families zie de tekst van 27 januari 2015


Titel:
Marlies Jongejan. 'Vissen onder Oostenrijkse vlag, Middelharnis tijdens de Vierde Engelse oorlog (1780-1784)' in: Tijdschrift voor Zeegeschiedenis 34(2015)2, 77-95


erratum p.80.  De ventjagers hadden daar [op de visafslag] een deposito waar de stuurlieden uit betaald kregen.
Dit moet zijn: de ventjagers kregen op basis van een vertrouwensrelatie krediet bij de visafslag. De stuurlieden kregen op vertoon van een bewijs van verkoop van de vis hun geld uitbetaald, na aftrek van het afslagrecht.


Link naar de volledige tekst van het artikel:

vrijdag 17 juli 2015

Vissersnamenmonument in Middelharnis gaat niet door

In het Eilanden-nieuws van vrijdag 17 juli 2015 het bericht dat er geen monument komt voor de omgekomen vissers uit Middelharnis op de Menheerse werf. De namen van de verloren gegane schepen krijgen wel een plaats op de werf.
Het artikel van Kees van Rixoort gaat in op de bezwaren van de groep 'Eerbied voor de gebleven vissers van Middelharnis' tegen de Menheerse werf als locatie voor een vissersnamenmonument. Fons Grasveld is de woordvoerder van deze groep. Coerd  de Heer belicht de visie van de Stichting Behoud Stadstimmerwerf en Rinus van Dam beschrijft als initiatiefnemer de praktische kant van het vinden van een geschikte locatie voor meer dan 240 namen van gebleven vissers. Verder komt Henk Groen aan het woord die een verband veronderstelt tussen de twee laatste scheepsrampen (1910 en 1912) en de werkzaamheden die op werf werden verricht. Mijn mening dat dit verband niet aangetoond kan worden komt aan het eind van het artikel aan bod.

Dit weblog Arjaentje wordt in het artikel genoemd als de plek waar alle namen bij elkaar zijn gebracht, aangevuld met gegevens over de omgekomen vissers, hun families, de scheepsrampen en de ongevallen.
Het betreft alle vissers die bij de uitoefening van hun beroep zijn omgekomen vanaf  1750 tot 1928. Naar de vroegste periode van de visserij van 1600 tot 1750 wordt nog nader onderzoek verricht.

De overzichtspagina waar het artikel naar verwijst vindt u via deze link.
http://arjaentje.blogspot.nl/2013/12/overzicht-omgekomen-vissers-uit.html

Het overzicht is ingedeeld in drie delen:

1. Vissersschepen uit Middelharnis die met volledige of met een groot deel van de bemanning zijn vergaan

2. Vissers die overboord geraakt zijn of overleden op zee

3. Vissers uit Middelharnis die omgekomen zijn op schepen van andere plaatsen (Zierikzee, Antwerpen, Vlaardingen, Maassluis, Scheveningen, IJmuiden).



Meer informatie over het onderzoek naar de vissersfamilies via deze link




Marlies Jongejan


woensdag 10 juni 2015

Pieter Sprong (1773-1808) en Carolina Heerder (1775-1830)

Ouders
Pieter Leendertsz Sprong is een zoon van Leendert Hermansz Sprong, geboren omstreeks 1740 in Korendijk, en Pietertje Schollenberg, gedoopt op 21 juli 1742 in Oude-Tonge. De oudste kinderen van Leendert en Pietertje zijn in Sommelsdijk gedoopt in 1769 en 1770. Pieter is op 16 oktober 1773 in Middelharnis gedoopt.
Carolina Heerder is een dochter van Dominus Heerder en Jannetje van Heest. Ze is gedoopt op 13 augustus 1775 in Middelharnis. 

Huwelijk en kinderen
Pieter Sprong werd visser evenals zijn broer Cornelis Leendertsz Sprong (geb, 1771). Cornelis Leendertsz Sprong is de vader van Leendert Cornelisz Sprong, zie het vorige bericht.
Pieter Sprong en Carolina Heerder trouwden op 28 december 1795 in Middelharnis.
Op 4 juli 1796 werd Pietertje geboren, in 1798 Jannetje, in 1800 en in 1801 werden zoons met de naam Leendert geboren die maar kort geleefd hebben. Daarna volgden Leendert (1803), Adriaantje (1805). Domus is op 2 oktober 1808 gedoopt.

De scheepsramp met de gaffelschuit van Jacob Bree in 1808
Pieter Sprong is in de nacht van 17 op 18 december 1808 omgekomen bij een scheepsramp waarbij negen bemanningsleden het leven verloren.
Pieter Sprong was 36 jaar oud.

Nabestaanden
Carolina Heerder werd op de leeftijd van 33 jaar weduwe. Ze had de zorg voor vier kinderen waarvan de oudste twaalf jaar was. Domus was ruim twee maanden oud.
Met het oog op een nieuw huwelijk van Carolina werd in november 1810 een inventaris gemaakt van de boedel van het echtpaar (1).
Carolina Heerder is op 16 december 1810 hertrouwd met Willem Pietersz Missel (1775-1846). Ze is in 1830 overleden, 54 jaar oud.

Bij het huwelijk van Pietertje Sprong met Gerrit van den Berg(h) in 1830 werd een verklaring over het overlijden van Pieter Sprong overlegd (2).

Jannetje Sprong is in 1820 in Stellendam getrouwd met Aart Bakelaar. Dit gezin is naar Texel gegaan waar Jannetje en Aart in 1871 en 1873 overleden zijn.


Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster, bewerkt voor Arjaentje


1. in verband met 'deszelfs verongelukken op zee in de nacht van 17 op 18 december van de wintermaand 1808 ab intestato'. Rechterlijk archief Middelharnis, inv. nr. 31. November 1810.2. Huwelijksbijlage Middelharnis, 1830, akte 5.

maandag 8 juni 2015

Leendert Sprong (1798-1875), Jannetje van den Berg (1791-1864) en Francina Kievit (1810-1879)

Ouders
Leendert Cornelisz Sprong is een zoon van Cornelis Leendertsz Sprong en Gerritje Koert. 
Stuurman Herman Koert en Cornelia Buurveld zijn de grootouders van Leendert Sprong, zie bericht van 3 november 2014.Leendert is op 4 juni 1798 in Middelharnis geboren. Pieter Leendertsz Sprong die in 1808 omgekomen is met de gaffelschuit van Jacob Bree is een oom van Leendert.
Jannetje Gerrits van den Berg(h) is een dochter van Gerrit van den Berg en Lena Arens Menheer. Jannetje is op 18 september 1791 in Middelharnis gedoopt.

Huwelijk
Leendert en Jannetje zijn op 25 augustus 1820 in Dirksland getrouwd, ze waren 22 en 28 jaar. 

Leendert Sprong als visser naar Zierikzee
Leendert en Jannetje zijn in 1824 naar Zierikzee verhuisd waar ze gingen wonen in de Parelstraat, huisnummer C 608.
Leendert werkte als visser op een sloep van de onderneming De Nieuwe Visscherij.
Hun eerste kind Cornelis werd in 1826 in Zierikzee geboren, hij is vier maanden oud geworden. Lena, geboren in 1827, werd negen maanden oud. Op 12 augustus 1829 werd weer een zoon met de naam Cornelis in Zierikzee geboren. Hij is op driejarige leeftijd in Middelharnis overleden (17 januari 1833). Op 12 mei 1833 is opnieuw een zoon geboren (in Middelharnis). Hij werd ook weer Cornelis genoemd.

Tussen 1830 en 1832 is het gezin dus teruggekeerd naar Middelharnis.



Leendert Sprong hertrouwd met Francina Kievit
In 1864 is Jannetje op 73-jarige leeftijd in Middelharnis overleden. Op 7 juli 1865 trouwde Leendert Sprong, 67 jaar oud, met de 54-jarige Francina Kievit. Francina is een dochter van Cornelis Arensz Kievit en Antonia Troost, geboren op 14 november 1810.

Zoon Cornelis Sprong trouwde in 1866 op 33-jarige leeftijd met Jobje Meijer uit Ouddorp.

Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster, bewerkt voor Arjaentje 

vrijdag 5 juni 2015

Cornelis van Heest (1781-1832) en Teuntje van Os (1778-1840)

Ouders
Cornelis Hendriksz van Heest is een zoon van Hendrik Klaasze van Heest en Jannetje Cornelisse Kalle. Cornelis is op 16 januari 1781 in Middelharnis gedoopt. Cornelis staat op de liste civique van Middelharnis uit 1811 als visser. Zijn oudere broer Klaas van Heest was in 1811 eveneens visser. 
Teuntje (Anthonia) van Os is gedoopt in Sprang op 8 februari 1778. Ze is een dochter van Adriaan van Os en Elizabeth Boeseren die vanuit Brabant naar Sommelsdijk zijn verhuisd.

Huwelijk en kinderen
Op 17 augustus 1804 zijn Cornelis en Teuntje in Middelharnis getrouwd, 23 en 26 jaar oud. Jannetje van Heest is op 19 mei 1805 gedoopt. Zij is niet oud geworden, evenals waarschijnlijk Adrianus die in 1806 werd geboren. Elizabeth is in 1808 geboren. Jannetje uit 1809 heeft maar kort geleefd. In 1811 is weer een dochter met de naam Jannetje gedoopt. Lena Maria uit 1814 is vier maanden oud geworden.

Vertrek naar Zierikzee, Cornelis van Heest visser bij de Nieuwe Visscherij
In november 1827 is het gezin bestaande zijn Cornelis en Teuntje naar Zierikzee verhuisd. Jannetje volgde in 1828, ze ging als dienstbode werken. Cornelis werd visser bij de onderneming De Nieuwe Visscherij. Elizabeth is niet meegekomen naar Zierikzee. Ze ging vermoedelijk bij haar oom Jan van Heest in Goedereede wonen. In 1831 is ze in Goedereede getrouwd met Jan Lauwe.

Het adres van Cornelis van Heest en zijn gezin in Zierikzee was eerst Nieuwe Haven, huisnummer D 200 en later Venkelstraat Oostzijde, huisnummer D 166. Het beroep van Teuntje was baker.
Jannetje trouwde in 1830 in Zierikzee met schipper Adriaan Adamse. Cornelis was toen eveneens schipper van beroep.

Overlijden van Cornelis, Teuntje hertrouwd
Cornelis van Heest is op 20 maart 1832 in zijn woonplaats Brouwershaven overleden. Als beroep staat in de overlijdensakte: varensgezel. 
Teuntje is op 31 december 1834 in Zierikzee hertrouwd met Maarten Berkhoudt, geboren in Vlaardingen. Maarten was eveneens als visser bij de Nieuwe Visscherij.

Teuntje is op 13 mei 1840 in Zierikzee overleden.

Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster, bewerkt voor Arjaentje