Posts tonen met het label Vissersstraat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vissersstraat. Alle posts tonen

vrijdag 14 december 2012

Pieter Dubbeld (1821-1872) , Pieternella Smit (1821-1852) en Cornelia van Eck (1831-1903)

Ouders
Pieter Dubbeld is op 5 oktober 1821 geboren, zoon van Machiel Dubbeld en Maria van der Kamp. Er waren in Middelharnis in 1811 verschillende vissers die Dubbeld heetten.
Maria van der Kamp is in 1861 overleden. Machiel Dubbeld is op 4 februari 1872 op 86-jarige leeftijd overleden dus hij heeft niet meer meegemaakt dat zijn zoon Pieter verdronken is met de sloep Middelharnis in november 1872.

Huwelijk met Pieternella Smit.
Pieternella Smit was een dochter van Jan Smit (havenmeester) en Adriaantje de Bruin. Zij was een achternicht van schipper Cornelis Smit. Pieter en Pieternella trouwden op 20 maart 1844, ze waren allebei 22 jaar.
Op 25 juli, vier maanden na het huwelijk, werd hun eerste kind doodgeboren.  Zoon Machiel geboren in september 1845 werd maar enkele maanden oud. Dochter Maria is in  1849 geboren en in maart 1852 overleden. Annetje uit 1851 werd maar vijf  maanden oud. 
Het enige kind uit dit gezin dat de kindertijd heeft overleefd was dochter Adriaantje geboren in 1847. Zij is in 1868 gehuwd met Corstiaan van der Sluis en in 1876 overleden toen ze 29 was.

Op 27 december 1852 werd Pieter Dubbeld weduwnaar. Pieternella was 31 jaar oud toen ze overleed.

Huwelijk met Cornelia van Eck
Ruim een jaar na het overlijden van Pieternella trouwde Pieter Dubbeld met Cornelia van Eck, dochter van Hugo van Eck en Huibertje van Dalen (geboren 30 september 1831). Het huwelijk vond plaats op 27 januari 1854. Cornelia was 22, Pieter 32 jaar. 


Huwelijksakte Middelharnis 1854 nr.2

Het gezin woonde met dochter Adriaantje uit het eerste huwelijk van Pieter op de Westdijk.
Begin 1855 werd hun eerste kind doodgeboren en ook in 1856 en 1866 zijn er kinderen van dit echtpaar doodgeboren. Huibertje uit 1858 overleed in 1860.
De dochters Huibertje uit 1861 en Maria uit 1870 overleefden de kindertijd.
Huibertje trouwde in 1888 met visser Hendrik Jan Langbroek en Maria in 1890 met Pieter Snijder.

Scheepsramp 1872 en nabestaanden
Pieter Dubbeld was op een na het oudste bemanningslid. Hij was van dezelfde leeftijd als schipper Cornelis Smit: 51 jaar. Gezien de gebruikelijke rangen aan boord was hij vermoedelijk de ouweman.
Cornelia van Eck werd weduwe toen ze 40 jaar oud was. Adriaantje was 15, Huibertje 11 jaar en Maria 2 jaar oud ten tijde van de scheepsramp.

Cornelia had een winkeltje aan de Visserstraat C 720 om in haar levensonderhoud te voorzien.
Ook nog in 1898 toen ze 66 jaar oud was.




woensdag 28 maart 2012

Herinneringen aan Meutje Jannetje en Opoe Koster in de Vissersstraat

Dit zijn de herinneringen van Piet Koster aan meutje Jannetje en Opoe Koster in de Vissersstraat

Zusters de Waard trouwen met weduwnaars
De zusters Jannetje de Waard (1872-1954) en Maria Elisabeth de Waard (1874-1957) behoorden tot de oudste bewoners van de Vissersstraat. In de nacht van 1 februari 1953 moesten zij hun woning voor het snel stijgende water verlaten.
Ze hadden een groot deel van hun leven hier gewoond. Jannetje was in 1918 op 46-jarige leeftijd getrouwd met Cornelis Gleijn van Assen, die weduwnaar was geworden en een groot gezin had. Maria Elisabeth verving op 43 jarige leeftijd in 1917 haar zuster Johanna die in 1912 overleden was in het gezin van Piet-Leen Koster. Jannetje en Maria Elisabeth zijn zelf kinderloos gebleven en zorgden voor de gezinnen van beide weduwnaars.

Schipper Ary de Waard (1870-1896)
De meisjes de Waard stonden bekend als "stijf", want ze lachten nooit. Dit kwam misschien ook wel omdat in 1896 hun oudere broer Ary onder vreselijk droevige omstandigheden omgekomen was.
Schipper Arij de Waard was op 20 september 1896 op de sloep Pionier met een grote vangst zoute vis aan boord op de terugreis. In het Goereese Gat is de sloep "lek gestoten en gezonken". Een schipper behoorde zo lang mogelijk op zijn sloep te blijven en Arij weigerde ondanks het aandringen van zijn bemanningsleden, zijn schip te verlaten. Hij verdronk in het Goereese Gat.
Arij de Waard is 5 oktober 1894 getrouwd met Helena Cornelia Langbroek. Hun eerste kindje Arend Janse leefde slechts 5 maanden, hun dochtertje Lijntje was een half jaar toen haar vader verdronk.

Jannetje en Maria Elisabeth
Die onverzettelijkheid van Ary was ook een karaktereigenschap van zijn beide zusters. Voor de meeste bewoners van de Vissersstraat waren zij vooral  ingetogen en onopvallende vrouwen. Jannetje woonde aan de westkant van de Vissersstraat en Maria Elisabeth aan de oostkant, en zij kwamen nooit bij elkaar over de vloer. Niet dat ze onenigheid met elkaar hadden, ze konden alleen niet zo goed met elkaar overweg en zij waren ook erg verschillend. Maria Koster, stiefdochter van Maria Elisabeth, woonde bij haar stiefmoeder in, ze had in de woonkamer een negotiewinkeltje. Maria verzorgde haar stiefmoeder, die slecht ter been was en onderhield wekelijks de contacten met tante Jannetje, zodat de zusters op de hoogte van elkaars doen en laten bleven. Maria deed ook boodschappen voor Jannetje. Zwager Kees (van Assen), de man van Jannetje, stond bij Maria Elisabeth in hoog aanzien.
Kees was een sterke, rustige en vriendelijke man die regelmatig langs kwam om de bleik (het grasveld) achter het huisje aan het water met een grote zeis te maaien. Hij deed ook ander noodzakelijk onderhoud aan de waterkant, want het saswater kwam bij vloed regelmatig in de bleik te staan.
Kees was landarbeider van beroep en een toonbeeld van plichtsbesef. Vóór dag en dauw liep hij zijn levenlang elke dag minstens anderhalf uur naar het land van boer Mosselman, ver buiten het dorp, en keerde dan 's-avonds weer te voet terug. En als het 's zomers druk was in het land, zagen wij hem 's avonds pas om 9 uur over de kaai naar huis lopen. Dat hield hij vol tot op hoge leeftijd, want Kees bleef sterk, rustig en vriendelijk en de mensen, die hem kenden, zeiden : "Kees denkt dat hij zelf niet dood gaat". Kees liet de mensen praten en ging zijn eigen gang.



Maria Elisabeth Koster- de Waard

Op bezoek bij meutje Jannetje
Als Jannetje jarig was geweest moesten wij, achterneefjes, de volgende zaterdag bij meutje Jannetje op bezoek. Meutje Jannetje was nog strenger dan opoe Koster (Maria Elisabeth de Waard), maar ook vriendelijker. Je klompen mochten niet in het "voorhuus" staan maar bleven buiten op het "straetje". Meutje Jannetje was erg gesteld op haar spulletjes. Het was er bijzonder schoon en netjes en in de kamer stond alles onbeweeglijk op zijn vaste plaats. Voordat je op een stoel mocht gaan zitten werd er een krant op gelegd, het "pluus" moest schoon blijven. Een kopje thee en een koekje. "Hoe gaat het met je vader en met je moeder?" "Doe je goed je best op school?".
Meutje Jannetje was heel anders dan opoe Koster, zij wilde alles van je weten en ze las in tegenstelling tot haar zuster, ijverig de krant en in godsdienstige boeken. In de hoek van de kamer tikte een statige klok. Die klok was al bekend bij ons, want tante Marie en vader hadden erover verteld, het was geen gewone hangklok met gewichten maar een echte Friesche staartklok. Als oom Kees de kamer binnenkwam zei hij weinig tegen ons, want hij was van nature zwijgzaam. Maar als hij zag dat we naar de klok keken, verbrak hij de stilte en zei steevast : "dat is een klok met een echte bim-bam-slag". We keken dan naar de grote wijzer, eerst kwam de voorslag, net of de tik even ophield. En dan klonk de "bim-bam", geen dreunende gongslagen zoals bij opoe, het leken meer zilveren belletjes die door de kamer dwarrelden, die even later ophielden en weer overgingen in een gewone tik alsof er niets was gebeurd. Dan zocht meutje Jannetje naar een beursje in een kastje. "Voor in je spaarpot". Bij opoe kregen we soms een dubbeltje, ze zei er dan bij:  "ik hoef zelf niets meer te hebben" en tante Marie voegde er aan toe: "je opoe wil alles weggeven", ze dacht daar dus anders over. Bij meutje Jannetje kregen we weleens een kwartje, maar niet altijd, want een kwartje was in 1947 veel geld.


Jannetje van Assen-de Waard
Naar de kerk
Opoe en meutje Jannetje hadden zo hun vaste gewoontes. 's Zondags gingen ze bijvoorbeeld(tweemaal) een half uur te vroeg naar de kerk. Zij gingen naar "de kleine kerk" in de Hoflaan en je moest erg vroeg zijn om de eerste te zijn, want er waren meer mensen die een half uur te vroeg naar de kerk gingen. Als kind begrepen we deze gewoonte niet zo goed, want onze moeder had het altijd zo druk, dat wij meestal pas een minuut voor tijd of nog later de kerk binnen kwamen en naar een zitplaats moesten zoeken. Een enkele keer gingen we met opoe en tante Marie mee.
Ze zaten altijd achter in de kerk rechts in het middenvak en we zagen de mensen dan één voor één binnen komen. Links in het middenvak, een bank vóór opoe en tante Marie, zat meutje Jannetje. Net als in de Vissersstraat, niet bij elkaar. Oom Kees zat helemaal achterin het mannenvak, rechts of links dat weet ik niet meer.
Zowel opoe als meutje Jannetje waren zeer godsdienstig. Opoe praatte daar nooit over, maar meutje Jannetje wel. In de oorlog was haar geliefde leraar ds H. Visser niet bij alle kerkleden even geliefd, maar ds Visser deed wel zijn naam eer aan en bezocht veelvuldig de Vissersstraat.
Vroeger was het een verschrikkelijk voorteken als de dominee in de Vissersstraat voorbij kwam. Angstig wachtten de vrouwen dan af. Bij wie zou hij naar binnen gaan? Gelukkig was die tijd voorbij.  Dominees behoorden in de oorlog nog steeds tot de notabelen van het dorp en ds Visser liep in deftig zwart pak met een sjieke wandelstok met zilveren handvat door de arme Vissersstraat. Dat vond neef Aren wel erg potsierlijk en ongepast voor een predikant van "de kleine kerk" en stak dit bij zijn tante niet onder stoelen of banken. Maar Jannetje was daar niet van gediend. "Maar Aren, dat is toch wel erg verkeerd van je, om dat te zeggen, de dominee komt hier als een herder van zijn schapen". En vol eerbied en verontwaardiging wees zij met opgestoken vinger naar de deurknop van haar woonkamer: "Dáár heeft zijn herdersstaf gehangen".

Watersnood
Omdat de huisjes in de Vissersstraat zo laag gelegen waren en het zoute water binnen enkele uren tegen de dakgoten zou klotsen, zijn de bewoners in de nacht van de watersnoodramp als eersten gewaarschuwd en geëvacueerd. Zelfs de hulpbehoevende mensen konden zo tijdig een veilig onderkomen vinden. Opoe Koster moest uit huis gedragen worden en ze werd tijdens de evacuatie in Rotterdam geopereerd van haar jarenlange verwaarloosde liesbreuk.  Met veel tegenzin verhuisde zij daarna naar een woning in de "Vluchtheuvel" bij de Langeweg, waar zij geriefelijker woonde, maar niet naar haar zin, want haar hart lag in de onbewoonbaar verklaarde Vissersstraat.

Overlijden
Opoe Koster overleed vier jaar na de ramp op 83-jarige leeftijd. Jannetje werd bij familie (?) opgenomen en stierf al een jaar na de ramp op 82-jarige leeftijd. Op een dag heeft neef Aren het van-horen-zeggen vernomen: "de klok van meutje Jannetje is voor een "habbekrats" aan een opkoper verkocht, wat zonde, wat zonde". Oom Kees van Assen werd 88 jaar. Op zekere dag werd hij vermist en ver van zijn woonplaats, erg in de war, teruggevonden, op weg naar het land van zijn baas was hij de weg kwijtgeraakt.


Deze bijdrage sluit aan op een eerder bericht : "Toen Piet Leen Koster thuiskwam... " van 25 februari 2012. 


foto's en tekst van Piet Koster, Eindhoven

zaterdag 25 februari 2012

Toen Piet-Leen Koster thuiskwam …

We spreken over het jaar 1912. Pieter Leendert Koster  en Johanna de Waard wonen met hun vier kinderen  in de Vissersstraat in Middelharnis. Piet-Leen is visser. Hij vertrekt  in juni 1912 op zoutreis voor 13 of 14 weken.  Als  de sloep eind  september terugkeert op het havenhoofd in Middelharnis wacht Piet-Leen een grote schok.

De beschrijving van Arjanus Faasse (1) :

"Ik zag Kees Ouwdeine, de rondzegger haastig lopen over het jaagpad. Hij wilde als altijd de primeur hebben van de vangst en “oalles wel an boord”. Maar in het dorp was niet “oalles wel”. Eén van de matrozen had een boodschap gekregen. Een boodschap die voor hem in het bijzonder alle vreugde van de thuiskomst benam en voor de matrozen de blijdschap omfloerste. Piet-Leen was al vijf weken weduwnaar zonder dat hij het wist. Zijn vrouw was na een ernstige ziekte op middelbare leeftijd overleden. Het was een grote schreeuw die de man uitschreeuwde, toen hij met gebogen hoofd naar de vrongele [slaapplek van de bemanning] holde om daar, alleen, zijn verdriet uit te snikken. Met twee kinderen aan de hand liep hij het Visssersstraatje binnen om de plaats van zijn vrouw leeg te vinden.”

Johanna de Waard is 37 jaar oud als ze op 28 augustus 1912 overlijdt. Piet- Leen Koster, 36 jaar, blijft achter met vier jonge kinderen Leendert (1903), Aren Janse (1904), Jan (1905) en Maria (1909). Maria is nog maar drie jaar oud als haar moeder overlijdt.



Johanna de Waard


Johanna de Waard had een zus die een jaar ouder was dan zij: Maria Elizabeth de Waard. Zij was ongehuwd.  In 1917, vijf jaar na het overlijden van Johanna, trouwt Piet-Leen met zijn schoonzus, hij is dan 40 en zij 43 jaar oud. 
Piet-Leen is in 1935 overleden. Maria Elizabeth, Opoe Koster, heeft tot aan de watersnoodramp in het Vissersstraatje gewoond. Ze is in 1957 overleden (2).


Maria Elizabeth de Waard en Pieter Leendert Koster



1. A. Faasse. Zee en eiland, p.157-158
2. Gegevens en foto's van Piet Koster te Eindhoven


zaterdag 18 februari 2012

Abraham Jongejan (1875-1945) en Teuntje de Koning (1874-1962)

Ouders, broers en zussen
Abraham Jongejan is het elfde kind uit het huwelijk van Gerrit Jongejan en Adriaantje Koning. Hij werd geboren op 27 juni 1875. In 1874 was nog een dochtertje, Abra, geboren; zij overleed drie maanden na de geboorte. Abraham had twee broers die visser waren (Gerrit en Cornelis) en een broer die zeilmaker was (Jacob). Zijn oudste zuster Sara was twintig jaar ouder dan hij. Naast Sara had hij nog vijf zussen.
Teuntje de Koning komt uit een vissersfamilie, ze is een dochter van Cornelis de Koning en Maatje van Dongen. Kinderen uit dit gezin: Cornelia Geertruida 1869, Teuntje 1871 kort na de geboorte overleden, Teuntje 1874, Bastiana 1875, Geertruida 1877, Paulus 1878, Machiel 1882 (overleden 1909, 27 jaar oud), Maatje 1884 en Cornelis 1887 kort na de geboorte overleden.

Huwelijk en kinderen
Abraham en Teuntje trouwden in 1900, 24 en 25 jaar oud. Tussen 1902 en 1918 werden uit dit huwelijk negen kinderen in Middelharnis geboren. Gerrit in 1902, Maartje in 1904, Cornelis in 1905, Adriaantje in 1907, Paulus in 1909 (hij overleed drie dagen na de geboorte), Machiel in 1910, Lientje in 1912, Cornelia Geertruida in 1915 en Jacob in 1918. Ze woonden in de Vissersstraat op nummer C 163.
Het huis bij de Wilhelminabrug (ik weet niet of hij daar ook gewoond heeft) verkocht Bram in 1930 toen hij al in Rotterdam woonde, aan P. van der Stad. (Bron: Onze eilanden).

Schipper Bram Jongejan
Bram Jongejan begon zijn loopbaan als schipper in 1911 in Maassluis op de MA 112 Nelly Johanna. Leendert Aupperlee geb. 1898 heeft toen nog als kofjekokertje bij hem gevaren. Bram had een zwarte hond vertelt hij. Bram had een bijnaam: Bram de Jood. Ook Floor van den Nieuwendijk geb.1905  vertelt dat hij als kofjekoker bij Bram Jongejan voer. "Hij was erg nukkig".  Gerrit Langbroek geb. 1905 is als 11-jarige in 1916 bij Bram Jongejan op de MD 4 Theodora Emmerentia begonnen, een 1,5 master één van de snelste sloepen. Hij heeft tot 1924 bij hem gevaren, ook als keteltapper bij hem gewerkt. Bram Jongejan was een oom van hem. In 1924 werd Gerrit benaderd door Jan de Koning om bij hem te komen werken; dat heeft hij gedaan (Jan de Koning voer op een Katwijks schip).

Bericht in de Vooruit van 2 december 1916

Bericht in de Vooruit van 3 maart 1915


Uit de eerste wereldoorlog stamt het verhaal dat een Duitse onderzeeër opdook vlak naast de sloep van Bram Jongejan. Dit bleek minder bedreigend dan het aanvankelijk leek omdat de Duitsers op vis uit waren. De vis werd geruild voor een revolver.
De MD 4 Theodara Emmerentia was een sloep van reder Jacob Slis. Toen ze terugkwamen van een succesvolle reis in 1916 kwam de reder vertellen dat hij het schip verkocht had. Bram was woedend. In 1917 is Bram schipper geweest op de MD 14 Paul Kruger van reder Kolff. 1917 was tevens het laatste jaar van de MD 14 Paul Kruger. Bram ging voor rederij Klinge en Poortman uit Maassluis varen op de MA 57 Nely.
Jacob Sala geb. 1890 vertelt dat hij in 1924 bij Bram Jongejan voer op de MA 57 Nely (2)
Abraham Jongejan maakte zijn laatste reis in november 1925. Hij begon een waterkokerij in Rotterdam.
Zijn broer Cornelis Jongejan (1866-1944) was altijd als ouweman bij Abraham aan boord.



De MD 4 aan het Vingerling in Middelharnis
De Theodora Emmerentia van reder Slis, stalen sloep in 1904 gebouwd
foto beschikbaar gesteld door P.L. Koster


De kinderen
Gerrit Jongejan ging naar de HBS in Middelharnis, werkte op het postkantoor en later als marconist. Op 8 april 1925 is het gezin naar Rotterdam verhuisd. Maatje en Adriaantje zijn daar in 1927 getrouwd. Lientje, Machiel en Cornelia Geertruida ook  resp. in 1930, 1933 en 1940. Machiel was achtereenvolgens waterkoker en bankwerker.


De terugkeer van schipper Abr. Jongejan in maart 1925.

Bericht in Onze Eilanden 7 maart 1925



1. Han Boomsma. Eilanden-nieuws 1971
2. Interviews met inwoners  van Middelharnis, ZB 1903A11; ZB 1909E09A; ZB 1900E108; ZB 1900D22


vrijdag 17 februari 2012

Adriaantje Jongejan (1870-1951) en Johannis Martinus Boogerman(1870-1912)

Ouders, broers en zussen
Adriaantje Jongejan is de achtste uit het gezin van Gerrit Jongejan en Adriaantje Koning, ze is de vijfde dochter.



Adriaantje Jongejan 1870-1951

Johannis Martinus (komt in de burgerlijke stand ook voor als Johannes Martinis en combinaties) is een zoon van Arij Boogerman (visser) en Neeltje van Rikxoort, gehuwd in 1851, beiden uit Sommelsdijk .
In het gezin Boogerman-van Rikxoort wordt in 1852 Johannis Martinus geboren (overleden in 1866 toen er een choleraepidemie was), de tweede zoon Jeroen Hendrik wordt geboren in 1854 (visser , overleden in 1949), de derde zoon, Cornelis Willem is geboren in 1857 (visser, overleden in 1924). Jan wordt geboren  in 1860. Dan volgt Trijntje in 1863, zij is datzelfde jaar overleden. Het zusje  na haar geboren wordt ook Trijntje genoemd (overleden in 1950, 84 jaar oud). Janna  is geboren in 1867 en op 3-jarige leeftijd in 1871 overleden.  Johannis  Martinus is in 1870 geboren.  In 1872 is Arij geboren en  in 1874  weer een Janna.
In dit gezin hebben  vijf zonen en twee dochters de volwassen leeftijd bereikt.

Familieleden op zee gebleven 
Op 2 december 1854 is Cornelis Willem Boogerman (1823-1854), 31 jaar en gehuwd met Huibertje Dubbeld,  verdronken in de Noordzee toen hij overboord geslagen was op 53 graden NB. Dit was een broer  van Arij, een oom van Johannis Martinus.
De vader van Adriaantje, Gerrit Jongejan, is in de nacht van 6 op 7 december 1895 verdronken toen de Zeemanshoop vergaan is. Haar broer Gerrit was aan boord van de Luctor et Emergo, vergaan in 1910.
De zwager van Johannis Martinus heette Arend de Koning, getrouwd met Trijntje Boogerman. Hij is in 1899 verdronken. Over de omgekomen vissers uit dit gezin: zie tekst op dit weblog van 10 juni 2013.

Huwelijk en kinderen
Johannis Martinus Boogerman werd visser.  Het huwelijk met Adriaantje Jongejan vond op 29 mei 1896 plaats, enkele maanden na het overlijden van haar vader. Johannis was toen 25 en Adriaantje 26 jaar. Adriaantje was voor haar trouwen dienstbode bij Kolff (register 1888). Ze gingen wonen in de Vissersstraat.  In 1897 werd  Neeltje geboren.  In 1906 kwam de tweeling Arij en Gerrit ter wereld.

Scheepsramp van 1912
Hans, zoals Johannis Martinus genoemd werd,  was 41 jaar toen hij op 9 januari 1912 aan boord stapte van de MD 3 Anna, schipper Antony den Braber. Hij nam afscheid van zijn gezin en zei nog tegen de tweeling : “a’k vrom komme leer ik jule zwemme”  zo vertelde een van zijn kleindochters bij de herdenking in 2012.  De MD 3 kwam nooit meer terug. Het schip is  op 13 januari voor het laatst gezien, alle dertien bemanningsleden zijn verdronken.
De Anna was een stalen sloep van de rederij  Kolff uit 1894. Evenals bij de Luctor et Emergo die in 1910 verging werd na onderzoek  geconcludeerd dat er met de veiligheid niets mis was.

Adriaantje
Adriaantje bleef alleen achter met twee zoontjes van bijna zes jaar oud en een dochter van veertien. Ze kreeg van het  Vissersfonds een bedrag van 1,75 gulden per week, natuurlijk lang niet genoeg om van rond te komen. Ze begon in haar huis in het Vissersstraatje een winkeltje in  levensmiddelen, ze verkocht ook klompen. 



Adriaantje Jongejan (1870-1951) met een neef
(mogelijk Jacob van den Hoek)



Adriaantje Jongejan (1870-1951) met
dochter Neeltje Boogerman

Adriaantje overleed in 1951 in Dirksland ten huize van haar dochter Neeltje.



Huwelijk van de kinderen
Neeltje trouwde in 1922 met Abraham Anthonie van der Wekke, ze waren 25 en 26. Arij trouwde jong, hij was 21 toen hij in Sommelsdijk in 1927 huwde met Adriana van Nimwegen, 19 jaar. Zijn tweelingbroer Gerrit trouwde in 1932 ook in Sommelsdijk met Leentje Hartensveld. Ze waren 26 en 25 toen ze trouwden.
Gerrit en Arij werden,  net als hun neven Simon en Cornelis Jongejan,  ambachtslieden. Gerrit vestigde zich in Sommelsdijk als timmerman, Arij had in Middelharnis een houthandel.



Mededelingen van mw. A. de Hamer-Boogerman met behulp van aantekeningen van haar vader. Rouwbrief en foto beschikbaar gesteld door mw. A. de Hamer-Boogerman

zie ook:
Fons Grasveld. Het lot van de MD3 Anna. Met medewerking van Jan van de Voort. Hilversum 2014
p.17 foto van Johannis Martinus (Hans) Boogerman
p.115 biografie met foto
p.126-128 biografie van Adriaantje met foto's

zaterdag 11 februari 2012

Geertruij Jongejan (1857- 1926) en Teunis Roodzant (1856-1917)

Ouders, broers en zussen
Geertruij Jongejan is de tweede dochter van Adriaantje Koning en Gerrit Jongejan. Ze is geboren in 1857. Teunis Roodzant is in 1856 geboren, zijn beroep was visser. Zijn vader is Arend Roodzant en zijn moeder heet Angenietje Verhage.
Het echtpaar Roodzant-Verhage is in 1855 getrouwd en heeft naast zoon Teunis een aantal dochters Martha (van 1858) Kaatje van 1860, Cornelia van 1864, Krijntje van 1870 (?). Gerrit Roodzant is in 1872 geboren.
Zoon Krijn  uit 1868 is kort na de geboorte overleden en Martha overleed in 1870, 12 jaar oud.

Huwelijk en kinderen
Geertruij en Teunis trouwen op 24 oktober 1879  in Middelharnis, ze zijn dan 22 en 23 jaar oud. Zij was dienstbode toen ze trouwden, hij visser. Ze wonen in de Vissersstraat C 134.
In 1880 werd Arend geboren, (Adriaantje in 1882 overleden),  Adriaantje in 1883, Gerrit in 1886, Martha in 1888, Angenietje in 1891, Sara in 1893, Jacob in 1897, Cornelis in 1900.



Scan uit het boek: C. Hameeteman, Sommelsdijk,
een eeuw in foto's en herinneringen.



Verhuizing naar Velsen en overlijden Teunis
Zoon Gerrit ging in 1903 als eerste naar Velsen; hij kwam in 1904 weer terug om in 1912 naar Apeldoorn te gaan. Arend vertrok in 1905 naar Velsen.
Op 21 juli 1913 vertrokken Geertruij en Teunis naar Velsen. Martha en Adriaantje bleven in Middelharnis.  Angenietje ook Jacob en Sara gingen mee naar Velsen en zijn hier getrouwd. Bij het huwelijk van Angenietje in 1916. staat bij het beroep van de vader van de bruid "los werkman" vermeld.  Hij overlijdt op 27 maart 1917, 60 jaar oud. Deze advertentie is uit de krant Vooruit van 7 april 1917. Geertruij overleed op 30 november 1926 in Velsen.




Huwelijken
Adriaantje Roodzant is in 1906 gehuwd in Middelharnis met Jacob van Gelder.  Adriaantje overleed in 1947.
Arend is ook in Middelharnis getrouwd in 1906 met Pietertje Krijger, Martha in 1914 met Pieter van Lente in Sommelsdijk. Gerrit is ongehuwd gebleven.


Scan uit het boek: C. Hameeteman, Sommelsdijk,
een eeuw in foto's en herinneringen.


Angenietje trouwt  in 1916 in Velsen met Kors Bos, varensgezel uit 's Gravenzande. Jacob is timmerman trouwt ook in Velsen in 1919, met Klaziena Schaap uit Katwijk. Sara trouwt in 1921 in Velsen met Pieter Cornelis Schilperoort geboren in Sommelsdijk. Pieter is huisschilder. Cornelis trouwt in 1926 met Maria Schaap uit Katwijk.

Familieleden op zee gebleven: de ramp met de Zeemanshoop 1895
Bij deze ramp is de vader van Geertruij Jongejan omgekomen.
Ook een broer van Teunis Roodzant overleed bij deze ramp die in de nacht van 6 op 7 december 1895 plaatsvond. Het was de jongste van het gezin: Gerrit Roodzant (1872-1895) geboren op 22 december 1872. Gerrit was op 24 mei 1895 getrouwd met Dirkje van Delft. Op 25 november 1895 is hun dochter Elizabeth geboren.
Een derde familielid aan boord was Cornelis van der Put (1861-1895) de man van Cornelia Roodzant, een zwager dus van Teunis.

Arend Roodzant en Jacob van Gelder verdronken.
In de lijst van vissers uit Middelharnis die omgekomen zijn terwijl ze voor een andere plaats voeren zien we bij de IJmuider vissersvaartuigen de naam van Aren Roodzand Tz.
Arend Roodzant (1880-1919) voer met zijn zwager Jacob van Gelder op de stalen logger Hendrik Willem, die vergaan is op 12 maart 1919. 
Jacob van Gelder (1883-1919) was een zoon van Hendrik van Gelder en Jacoba Suzanna Kievit.



vrijdag 10 februari 2012

Sara Jongejan (1855-1942) en Geerit van Delft (1856-1941)

Ouders, broers en zussen
Oudtante Sara Jongejan is de oudste dochter van Adriaantje Koning en Gerrit Jongejan, geboren in 1855. Het gezin telde tien kinderen.
Geerit ( bij de aangifte van de kinderen staat Gerrit) van Delft is in 1856 geboren, zoon van Mattheus van Delft en Aagtje van Eck Krijger. Vader Mattheus was schoenmaker en manhuisvader.


Sara Jongejan (1855-1942)


Geerit van Delft (1856-1941)

Geerit en zijn broer Maarten
Geerit van Delft was visser, zijn broer Maarten (1848-1918), was schipper op de MD 6, de Titia Jacoba van de firma Slis. De foto van de broers Van Delft uit ca. 1870 hieronder is gemaakt in Nieuwediep.

Scan uit het fotoboek van C.J. Hameeteman.


Huwelijk en kinderen
Geerit was 25 en Sara was 26 toen ze in 1881 trouwden. Hij was visser, zij dienstbode. Ze woonden in de Vissersstraat C 130. Geerit was eerst visser, later "wachtsman op de vissloepen".
In 1883 werd zoon Mattheus van Delft geboren, in 1884 Adriaantje, in 1886 Aagje, in 1888
Gerrit en in 1890 Maarten. Na deze drie zonen en twee dochters werd op 1 november 1892 een tweeling geboren Teuntje Elizabeth en Jacob. Beide kinderen overleden resp. op 10 november en 9 november.


Sara Jongejan en Geerit van Delft

Overlijden
Sara Jongejan overleed in 1942 en Geerit van Delft in 1941.

De kinderen van Geerit en Sara
Mattheus is in 1910 op 26-jarige leeftijd getrouwd met Hester Martina Oosterling 28 jaar oud. Hester Martina is jong overleden, op 2 augustus 1920. Ze staat hier op een groepsfoto.


Scan uit het boek: C. Hameeteman, Middelharnis
een eeuw in foto's en herinneringen
foto afkomstig van mw. S. van Delft
In 1917 trouwde Gerrit op 28-jarige leeftijd in Sommelsdijk met Neeltje Groenendijk van 23. In 1920 trouwde Maarten van Delft op 29-jarige leeftijd in Maassluis met Neeltje Elisabeth van der Pijl 30 jaar, uit Maassluis.
Adriaantje (Jaan) bleef ongehuwd, zij overleed op 22 april 1935, vijftig jaar oud. Aagje bleef ook ongehuwd, zij zorgde voor het gezin van haar broer Mattheus en werd door de kleinkinderen van Mattheus opoe-tante genoemd. Ze deed ook naai- en verstelwerk bij mensen thuis. Op 21 mei 1967 is ze overleden.
De "meisjes van Delft" werden de twee ongehuwde zusters genoemd.

Aagje en Jaan van Delft op de foto met Jaan Jongejan
Hier een foto van beide zussen met Jaan Jongejan uit Vlaardingen (een nicht, dochter van Jacob Jongejan en Arendje van den Nieuwendijk) aan de achterkant van één van de woningen aan de Vissersstraat.






Scan uit het boek: C. Hameeteman, Middelharnis p.18
een eeuw in foto's en herinneringen
foto afkomstig van mw. S. van Delft

Mattheus van Delft (1883-1952) op de foto
In het boek van C.J. Hameeteman staat op p. 63 een foto met als ondertitel :
Deel van de bemanning van een sloep. Van links naar rechts: Hein de Waard,... Van Gelder, Mattheus van Delft, Kees van den Hoek, Gerrit de Waard. Ik hoop deze foto nog eens toe te voegen.
Mattheus had het plan om evenals zijn broer Maarten (zie hierna) naar IJmuiden te verhuizen toen de visserij in Middelharnis geen bestaan meer bood. Zijn vrouw was jong overleden en zijn zus Aagje voelde er niet voor om uit Middelharnis weg te gaan. Daarom is hij in Middelharnis gebleven. Wat hij deed om in zijn levensonderhoud te voorzien is niet bekend (dit heb ik me bij meer vissers die niet vertrokken zijn afgevraagd, zo ook bij mij grootvader Cornelis Jongejan).

Dit is een foto van Mattheus op latere leeftijd. Hij is op 28 augustus 1952 overleden.


Mattheus van Delft geb 1883.
Scan uit het boek: C. Hameeteman, Middelharnis p.31
een eeuw in foto's en herinneringen
foto afkomstig van mw. S. van Delft

Maarten van Delft (1890-1986) over zijn jeugd en eerste reis
Er is een foto bewaard van Maarten als kofjekokertje (3).Ca. 1970 is Maarten van Delft geïnterviewd door Han Boomsma (2). Zijn jeugdherinneringen:
Maarten vertelt dat er thuis armoede was, soms geen geld voor brood. Ze woonden in het Vissersstraatje. Zijn vader was visser, zijn oom Maarten van Delft was schipper.
Zijn eerste verdienste was f 2,50  met gevaarlijk karweitje voor Oom Maarten (in de mast geklommen). Als 10- jarige ‘speelreisje’ gemaakt MD 2 ijzeren sloep. Dit beviel niet. Hij wilde net als zijn broer Gerrit timmerman worden met 11 jaar, maar er was geen leerplaats op Flakkee te vinden. Hij kon bij schipper Hein Jordaan komen,  maar ging bij schipper Adriaan de Koning (2 dochtertjes  Klara en Greta speelden veel bij hen) varen, die woonde  tegenover hen. Adriaan de Koning was een goede schipper, hij lette overal op en sliep weinig. Een moordvent voornamelijk voor kleine jongens.

Maarten is als bootwerker naar Rotterdam gegaan en later naar IJmuiden verhuisd (zie tekst op dit blog van 22 februari 2012). Maarten is op 4 april 1986 in IJmuiden overleden.




1. Hameeteman, Cornelis J. Middelharnis : een eeuw in foto's en herinneringen.  Ljubljana : 1996
2. Interview met een inwoner uit Middelharnis, Zeeuwse Bibliotheek,
1900 E 08B
3.Fons Grasveld. Het lot van de MD3 Anna. Met medewerking van Jan van de Voort.. Hilversum 2014. p. 78.

Met dank aan de heer B.J. Maat voor aanvullende gegevens en de foto's van Sara en Geerit.


zondag 5 februari 2012

Adriaantje Koning (1832-1908) en Gerrit Jongejan (1832-1895)

Haar moeder
Overgrootmoeder  Adriaantje is op  31 juli 1832 geboren als dochter van Sara Koning.
Ze is genoemd naar de zus van Sara die jong overleden was. Wie de vader was van Adriaantje is niet bekend. Sara Koning overleed in 1849 op 44-jarige leeftijd, waarschijnlijk als gevolg van de cholera die toen heerste. Adriaantje was bijna 17 jaar toen haar moeder overleed.
Johannes Meijer Veerman (hij was reder en gemeentesecretaris) werd haar voogd en Bastiaan van de Roovaart (Rovaard), werd toeziend voogd.

Huwelijk
Op 25 september 1854 trouwde Adriaantje Koning met Gerrit Jongejan, visser en zoon van Jacob Jongejan en Geertruij Touw, geboren 20 september 1832. Haar voogd en toeziend voogd waren haar getuigen bij het huwelijk. Gerrit en Adriaantje waren toen allebei 22 jaar oud. Ze woonden in de Vissersstraat C 161. Zij was dienstbode, hij visser ten tijde van het huwelijk.

Kinderen
Tussen haar 23e en haar 43e kreeg Adriaantje elf kinderen, om de twee jaar werd er een kind geboren. Sara werd ruim 4 maanden na de huwelijksdatum, op 12 februari 1855, geboren. Geertrui volgde in 1857, zoon Jacob in 1859, Gerrit in 1861, Bastiana Maria in 1864, Cornelis in 1866, Lijntje in 1868, Adriaantje in 1870, Willemtje in 1872, Abra in 1874 en Abraham in 1875.
De eerste dochter werd naar Sara Koning vernoemd. De volgende naar de moeder van Gerrit en naar Gerrit zelf. Bastiana naar de moeder van Geertruij, Cornelis naar ?, Lijntje naar een zus van grootvader Jacob (?), Adriaantje naar haar moeder, Willemtje naar Willem, de broer van Gerrit, Abra ?, Abraham naar ?

De jongste dochter Abra, geboren in 1874, werd maar drie maanden oud.  De andere tien kinderen uit dit huwelijk hebben allemaal tot in de twintigste eeuw geleefd.

Huwelijken
Negen kinderen van Adriaantje Koning en Gerrit Jongejan trouwden in Middelharnis. Lijntje Jongejan (1868-1935) bleef ongehuwd.
Ze trouwden (zonder uitzondering met zonen en dochters van vissers: Van Delft, Roodzant, Van den Nieuwendijk, Witvliet, de Waard, de Moei, Boogerman, van den Hoek.
Gerrit, Cornelis en Abraham werden visser, Jacob werd zeilmaker.
Teveel  informatie om in één bericht te vermelden.


Scheepsramp van 1895
Overgrootvader Gerrit Jongejan was van 1878 tot 1889 schipper van de MD 17 Emma en Anna van reder Kolff (1). Het schip liep in 1880 en in 1883 averij op. Gerrit Jongejan is in 1895 op 63 jarige leeftijd verdronken.  Hij was  ouweman/ stuurman op de MD 18  Zeemanshoop die in de nacht van 6 op 7 december 1895 met man en muis is vergaan. Vermoedelijk was hij aan één van zijn laatste reizen bezig.
Cornelis, Lijntje, Adriaantje, Willemtje en Abraham, allemaal al twintig jaar of ouder, waren op dat moment nog niet getrouwd. In 1896 trouwden Adriaantje en Willemtje, in 1900 Abraham en in 1903 Cornelis. Adriaantje bleef met Lijntje samen over.
Het Vissersfonds was opgericht in 1881 om weduwen en wezen enige financiële bijstand te bieden. Uit dit fonds en uit de opbrengst van inzamelingen kreeg ze enige inkomen. En ze had een hele schare volwassen kinderen.

Overlijden Adriaantje
Adriaantje Koning overleed op 23 april 1908 in Middelharnis, 75 jaar oud.





1.Vermelding 1887-1889 in: De sloepen van Middelharnis, 1834-1923. Handgeschreven overzicht, auteur onbekend. Aanwezig in Maritiem Museum Rotterdam, 64 p.


met dank aan mw. A. de Hamer-Boogerman voor het toesturen van de rouwbrief