Ouders
Melchior (Melgert) Arensz Turnhout, is een zoon van Aart Cornelisz Tur(e)nhout (Teurnhout) en Arentje Willems Drooger. Hij is gedoopt op zondag 19 november 1758 in Middelharnis.
Jannetje Duijm is een dochter van Leendert Johannesz Duijm en Teuntje Arens van de Roovaart. Jannetje is op 8 januari 1758 in Middelharnis gedoopt.
Huwelijk
Melchior en Jannetje zijn op 5 november 1786 in Middelharnis getrouwd. Ze waren 27 en 28 jaar oud.
De ramp met de gaffelschuit van Jacob Bree in 1808
Melchior was tot juni 1807 als matroos werkzaam op de gaffelschuit van stuurman Arie Pietersz Jongejan. De visserij met deze schuit is vanwege de aanhoudende stremming van de visserij beëindigd.
Melchior Turnhout is in de nacht van 17 op 18 december 1808 omgekomen. Hij was een van de bemanningsleden van de gaffelschuit Jonge Cornelis van Jacob Bree die bij de scheepsramp is verdronken. Melchior was vijftig jaar oud. Zie over deze ramp het bericht van 20 januari 2014.
Nabestaanden
Jannetje is overleden op 27 februari 1817 in Middelharnis, ze was 59 jaar oud. Melchior en Jannetje hadden geen kinderen.
Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster, bewerkt voor Arjaentje
noot:
De familie Turnhout / Turenhout / Teurnhout woonde al minstens drie generaties in Middelharnis.
1. Rechterlijk archief Middelharnis, inv. nr. 31, attestatie van 27 juni 1807
donderdag 16 april 2015
Jilles Missel (1778-1808) en Paulina Warnaar (1781-1855)
Ouders
Jilles Missel is een zoon van Pieter Jilisse Missel (1) en Ariaantje Willemsdr van Heest. Hij is op 10 mei 1778 in Middelharnis gedoopt.
Paulina Warnaar is een dochter van Jacobs Willems Werrenaar en Lena Paulusdr Nachtegaal. Ze is gedoopt op 15 september 1781 in Stad aan 't Haringvliet.
Huwelijk en kinderen
Jilles en Paulina zijn op 2 februari 1803 in Stad aan 't Haringvliet getrouwd. Hij was 24 en zij was 21 jaar. Op 14 augustus 1803 werd Arendje geboren, op 13 oktober 1804 Lena en op 31 oktober 1807 Pieter. Lena is jong overleden.
De ramp met de gaffelschuit van Jacob Bree in 1808
Jillis Missel is in de nacht van 17 op 18 december 1808 omgekomen. Hij was een van de bemanningsleden van de gaffelschuit van Jacob Bree die bij de scheepsramp is verdronken.Hij was dertig jaar oud. Zie over deze ramp het bericht van 20 januari 2014.
Nabestaanden
Paulina bleef met twee kinderen achter, Arendje van vijf jaar en Pieter van een jaar oud.
Op 4 september 1809 heeft ze om 'uijtkoop' verzocht (2). Hiermee werd de erfenis afgewikkeld en was de weg vrij voor een nieuw huwelijk.
Paulina Warnaar is op 17 november 1809 in Stellendam hertrouwd met Jacob Troost. Ze waren 28 en 49 jaar oud. Jacob Troost (1759-1828) is geboren in Middelharnis, een zoon van Jan Jacobs Troost en Anna Isaacs Bleijker.
Hun dochter Annetje Troost werd op 4 oktober 1810 in Stellendam geboren. Daarna volgden nog vijf kinderen.
Pieter Missel trouwde in Ouddorp met Neeltje Grinwis. Hij is in 1889 in Ouddorp overleden.
Arendje Missel bleef ongehuwd. Ze is in 1876 in Stellendam overleden.
Genealogische gegevens afkomstig van Joke van Rumpt, bewerkt voor Arjaentje
1. Pieter Missel (dezelfde ?) was in 1783 stuurman (GA 7).
2. Rechterlijk archief Middelharnis, inv. nr. 45, 4 september 1809
Jilles Missel is een zoon van Pieter Jilisse Missel (1) en Ariaantje Willemsdr van Heest. Hij is op 10 mei 1778 in Middelharnis gedoopt.
Paulina Warnaar is een dochter van Jacobs Willems Werrenaar en Lena Paulusdr Nachtegaal. Ze is gedoopt op 15 september 1781 in Stad aan 't Haringvliet.
Huwelijk en kinderen
Jilles en Paulina zijn op 2 februari 1803 in Stad aan 't Haringvliet getrouwd. Hij was 24 en zij was 21 jaar. Op 14 augustus 1803 werd Arendje geboren, op 13 oktober 1804 Lena en op 31 oktober 1807 Pieter. Lena is jong overleden.
De ramp met de gaffelschuit van Jacob Bree in 1808
Jillis Missel is in de nacht van 17 op 18 december 1808 omgekomen. Hij was een van de bemanningsleden van de gaffelschuit van Jacob Bree die bij de scheepsramp is verdronken.Hij was dertig jaar oud. Zie over deze ramp het bericht van 20 januari 2014.
Nabestaanden
Paulina bleef met twee kinderen achter, Arendje van vijf jaar en Pieter van een jaar oud.
Op 4 september 1809 heeft ze om 'uijtkoop' verzocht (2). Hiermee werd de erfenis afgewikkeld en was de weg vrij voor een nieuw huwelijk.
Paulina Warnaar is op 17 november 1809 in Stellendam hertrouwd met Jacob Troost. Ze waren 28 en 49 jaar oud. Jacob Troost (1759-1828) is geboren in Middelharnis, een zoon van Jan Jacobs Troost en Anna Isaacs Bleijker.
Hun dochter Annetje Troost werd op 4 oktober 1810 in Stellendam geboren. Daarna volgden nog vijf kinderen.
Pieter Missel trouwde in Ouddorp met Neeltje Grinwis. Hij is in 1889 in Ouddorp overleden.
Arendje Missel bleef ongehuwd. Ze is in 1876 in Stellendam overleden.
Genealogische gegevens afkomstig van Joke van Rumpt, bewerkt voor Arjaentje
1. Pieter Missel (dezelfde ?) was in 1783 stuurman (GA 7).
2. Rechterlijk archief Middelharnis, inv. nr. 45, 4 september 1809
dinsdag 14 april 2015
Maarten Vermaas (1746-1826) en Ariaantje Vlieland (1750-1793)
Ouders
Maarten Vermaas is een zoon van Heijmen Maartensz Vermaas en Neeltje Pieters Fonkert. Heijmen is in Strijen geboren en in 's-Gravendeel overleden. Maarten is ongeveer in 1746 in geboren, waarschijnlijk in 's-Gravendeel.
Ariaantje Vlieland is op 1 februari 1750 in Stad aan 't Haringvliet gedoopt, dochter van Stoffel Jansz Vlietland en Klaasje Gerritsdr Schoordijk.
Huwelijk en kinderen
Maarten en Ariaantje zijn op 22 maart 1772 in Sommelsdijk getrouwd, ze waren ca. 26 en 22 jaar oud. Op 19 september 1773 werd Hijmen gedoopt in Middelharnis, op 26 januari 1777 Neeltje, op 18 februari 1784 Stoffel, op 10 januari 1787 Gerrit.
Klaasje uit 1775, Klaasje uit 1786 en Klaasje uit 1791 zijn vroeg overleden, evenals Cornelis uit 1788 en Cornelis uit 1789.
Ariaantje Vlieland is op 30 mei 1793 in Middelharnis begraven, 43 jaar oud.
Huwelijken van de kinderen
De oudste zoon Hijmen trouwde op 6 april 1794, nog geen jaar na het overlijden van zijn moeder. Hij trouwde met Lena Simondr de Ruijter. Hijmen en Lena waren allebei twintig jaar oud. Hijmen was in 1811 visser.
Neeltje Vermaas is getrouwd met Johannis Arentze Kransse. Ze is in 1808 op 31-jarige leeftijd in Sommelsdijk overleden.
Gerrit Vermaas (1787-1825) is op 4 oktober 1817 getrouwd met Annetje Bree, dochter van stuurman Jacob Bree en Lena Rooij. Ze waren dertig en 21 jaar oud. Gerrit is op 38-jarige leeftijd verdronken met de scheepsramp van de gaffelschuit van zijn schoonvader in 1825. Zie berichten van 22 februari 2013 en 9 december 2013 in het blogarchief. Ze hadden drie kinderen.
Stoffel Vermaas (1784-1808)
Stoffel Vermaas was tot juni 1807 als matroos werkzaam op de gaffelschuit van Arie Pietersz Jongejan. De visserij met deze schuit is beëindigd wegens aanhoudende stremming van de visserij (1).
Stoffel is in de nacht van 17 op 18 december 1808 omgekomen. Hij was een van de bemanningsleden van de gaffelschuit van Jacob Bree die bij de scheepsramp van 1808 is verdronken. Zie over deze ramp het bericht van 20 januari 2014. Stoffel was 24 jaar en ongehuwd.
Maarten Vermaas
Maarten heeft op 26 juni 1789 de eed als stuurman afgelegd in Middelharnis (GA 7). Samen met Cornelis Vermaas bezat hij in 1784 de ventjagersschuit De Twee Neven. In 1803 kocht hij een Fries bunschuitje.(2)
Maarten Vermaas was van 1799 tot 1806 in dienst van de palingrederij van Middelharnis (boekhouder Leendert van den Tol) als schipper op de Jonge Maria. Omtrent dit dienstverband en de beloning is een slepende rechtszaak gevoerd (3).
Cornelis Vermaas (1745-1807)
Cornelis Heijmansz Vermaas was een oudere broer van Maarten. Hij was ventjager. Op 19 april 1782 voer hij op de ventjagersbezaanbunschuit Sint Jacob (2).
Hij trouwde op 5 mei 1765 met Margreta Jansdr Feun uit Amsterdam. Zij overleed in december 1767. Cornelis en Margreta hadden een zoon Heijmen Vermaas die op 28 september 1766 in Middelharnis gedoopt is en voor 1771 overleden. Cornelis hertrouwde op 24 september 1769 met Johanna Janse Pouwer. Op 31 december 1769 werd Johannes geboren. Daarna volgden Heijmen, Aartje, Cornelis, Jacob en Johanna (26 november 1783 te Oude-Tonge geboren).
Cornelis Vermaas vestigde zich ongeveer in 1784 in Muiden in verband met de handel in paling op Londen. Zijn broer Maarten was vanaf 1798 zetschipper op de bezaanschuit de Jonge Maria, eigendom van Cornelis en een groep andere reders. Over dit dienstverband is lange tijd geprocedeerd.
Voordat Maarten als schipper aantrad was Johannis Vermaas (1769- ), de zoon van Cornelis, de schipper van de Jonge Maria.
Cornelis Cornelisz Vermaas (1774-1826) is op 26 februari 1826 in Amsterdam overleden.Hij was ten tijde van zijn overlijden in het bezit van "een ijke schip de Jonge Willem", dat echter eigendom was van A. van Paddenburg te Muiden volgens contract van 27-2-1820. Het bootje had Vermaas gekocht voor fl. 1000,-- . Hij zou fl. 200,-- per jaar aflossen en als hij niet kon aflossen bleef het bootje eigendom van Paddenburg en werden de betalingen door Vermaas beschouwd als interest.Na zijn overlijden werden zijn minderjarige kinderen Hijmen (16), Jacob (14), Pieter (12) en Willem (7) ondergebracht in het Hervormd Diaconaal Weeshuis te Amsterdam.(4)
Genealogische gegevens afkomstig van Joke van Rumpt en van Pieter Koster, bewerkt voor Arjaentje
1. Rechterlijk archief Middelharnis, inv. nr. 31, attestatie van 27 juni 1807
2. Rechterlijk archief inv. nr. 17, 21 april 1784 en inv. nr. 18
3. Rechterlijk archief Middelharnis inv. nr. 31. Meer stukken o.a. aanwezig in het Nationaal Archief.
Leendert van den Tol verkocht op 19 december 1807 een deel van een bezaenpalingschuit. RA 18, folio 107.
4.Stadsarchief Amsterdam, Boedelpapieren 1634-1938; Diaconie Hervormde Gemeente Amsterdam, Diaconie Weeshuis 629 - hieruit ook de geboorte- overlijdens- en trouwdata].
Maarten Vermaas is een zoon van Heijmen Maartensz Vermaas en Neeltje Pieters Fonkert. Heijmen is in Strijen geboren en in 's-Gravendeel overleden. Maarten is ongeveer in 1746 in geboren, waarschijnlijk in 's-Gravendeel.
Ariaantje Vlieland is op 1 februari 1750 in Stad aan 't Haringvliet gedoopt, dochter van Stoffel Jansz Vlietland en Klaasje Gerritsdr Schoordijk.
Huwelijk en kinderen
Maarten en Ariaantje zijn op 22 maart 1772 in Sommelsdijk getrouwd, ze waren ca. 26 en 22 jaar oud. Op 19 september 1773 werd Hijmen gedoopt in Middelharnis, op 26 januari 1777 Neeltje, op 18 februari 1784 Stoffel, op 10 januari 1787 Gerrit.
Klaasje uit 1775, Klaasje uit 1786 en Klaasje uit 1791 zijn vroeg overleden, evenals Cornelis uit 1788 en Cornelis uit 1789.
Ariaantje Vlieland is op 30 mei 1793 in Middelharnis begraven, 43 jaar oud.
Huwelijken van de kinderen
De oudste zoon Hijmen trouwde op 6 april 1794, nog geen jaar na het overlijden van zijn moeder. Hij trouwde met Lena Simondr de Ruijter. Hijmen en Lena waren allebei twintig jaar oud. Hijmen was in 1811 visser.
Neeltje Vermaas is getrouwd met Johannis Arentze Kransse. Ze is in 1808 op 31-jarige leeftijd in Sommelsdijk overleden.
Gerrit Vermaas (1787-1825) is op 4 oktober 1817 getrouwd met Annetje Bree, dochter van stuurman Jacob Bree en Lena Rooij. Ze waren dertig en 21 jaar oud. Gerrit is op 38-jarige leeftijd verdronken met de scheepsramp van de gaffelschuit van zijn schoonvader in 1825. Zie berichten van 22 februari 2013 en 9 december 2013 in het blogarchief. Ze hadden drie kinderen.
Stoffel Vermaas (1784-1808)
Stoffel Vermaas was tot juni 1807 als matroos werkzaam op de gaffelschuit van Arie Pietersz Jongejan. De visserij met deze schuit is beëindigd wegens aanhoudende stremming van de visserij (1).
Stoffel is in de nacht van 17 op 18 december 1808 omgekomen. Hij was een van de bemanningsleden van de gaffelschuit van Jacob Bree die bij de scheepsramp van 1808 is verdronken. Zie over deze ramp het bericht van 20 januari 2014. Stoffel was 24 jaar en ongehuwd.
Maarten Vermaas
Maarten heeft op 26 juni 1789 de eed als stuurman afgelegd in Middelharnis (GA 7). Samen met Cornelis Vermaas bezat hij in 1784 de ventjagersschuit De Twee Neven. In 1803 kocht hij een Fries bunschuitje.(2)
Maarten Vermaas was van 1799 tot 1806 in dienst van de palingrederij van Middelharnis (boekhouder Leendert van den Tol) als schipper op de Jonge Maria. Omtrent dit dienstverband en de beloning is een slepende rechtszaak gevoerd (3).
Cornelis Vermaas (1745-1807)
Cornelis Heijmansz Vermaas was een oudere broer van Maarten. Hij was ventjager. Op 19 april 1782 voer hij op de ventjagersbezaanbunschuit Sint Jacob (2).
Hij trouwde op 5 mei 1765 met Margreta Jansdr Feun uit Amsterdam. Zij overleed in december 1767. Cornelis en Margreta hadden een zoon Heijmen Vermaas die op 28 september 1766 in Middelharnis gedoopt is en voor 1771 overleden. Cornelis hertrouwde op 24 september 1769 met Johanna Janse Pouwer. Op 31 december 1769 werd Johannes geboren. Daarna volgden Heijmen, Aartje, Cornelis, Jacob en Johanna (26 november 1783 te Oude-Tonge geboren).
Cornelis Vermaas vestigde zich ongeveer in 1784 in Muiden in verband met de handel in paling op Londen. Zijn broer Maarten was vanaf 1798 zetschipper op de bezaanschuit de Jonge Maria, eigendom van Cornelis en een groep andere reders. Over dit dienstverband is lange tijd geprocedeerd.
Voordat Maarten als schipper aantrad was Johannis Vermaas (1769- ), de zoon van Cornelis, de schipper van de Jonge Maria.
Cornelis Cornelisz Vermaas (1774-1826) is op 26 februari 1826 in Amsterdam overleden.Hij was ten tijde van zijn overlijden in het bezit van "een ijke schip de Jonge Willem", dat echter eigendom was van A. van Paddenburg te Muiden volgens contract van 27-2-1820. Het bootje had Vermaas gekocht voor fl. 1000,-- . Hij zou fl. 200,-- per jaar aflossen en als hij niet kon aflossen bleef het bootje eigendom van Paddenburg en werden de betalingen door Vermaas beschouwd als interest.Na zijn overlijden werden zijn minderjarige kinderen Hijmen (16), Jacob (14), Pieter (12) en Willem (7) ondergebracht in het Hervormd Diaconaal Weeshuis te Amsterdam.(4)
Genealogische gegevens afkomstig van Joke van Rumpt en van Pieter Koster, bewerkt voor Arjaentje
1. Rechterlijk archief Middelharnis, inv. nr. 31, attestatie van 27 juni 1807
2. Rechterlijk archief inv. nr. 17, 21 april 1784 en inv. nr. 18
3. Rechterlijk archief Middelharnis inv. nr. 31. Meer stukken o.a. aanwezig in het Nationaal Archief.
Leendert van den Tol verkocht op 19 december 1807 een deel van een bezaenpalingschuit. RA 18, folio 107.
4.Stadsarchief Amsterdam, Boedelpapieren 1634-1938; Diaconie Hervormde Gemeente Amsterdam, Diaconie Weeshuis 629 - hieruit ook de geboorte- overlijdens- en trouwdata].
Labels:
palingrederij,
scheepsramp 1808,
scheepsramp 1825,
ventjager
maandag 13 april 2015
Vissers uit Middelharnis als loods in het Goereese Gat in 1677, met voorbeelden uit later tijd
In de tijd dat er nog geen gespecialiseerde loodsdiensten waren fungeerden beurtschippers en vissers meestal als loods. Ze moesten hiervoor toestemming hebben van de Staten van Holland.
De vissers van Middelharnis waren natuurlijk zeer goed bekend met de gevaarlijke stromingen en zandbanken in het Haringvliet en het Goereese Gat. In 1677 zijn twee vissers aangesteld als loods.
De stad Dordrecht heeft op 24 januari 1675 geklaagd over de loodsdiensten die niet naar behoren functioneerden. Het is niet duidelijk wat er precies aan de hand was maar de klacht ging over:
'vexatien (kwellingen, overlast) en excessen van de lootsen'
Op 26 maart 1676 verzocht Dordrecht :
'dat de Visschers van Middelharnas moogen werden geauthoriseert om het Goereesche Gat uyt en in te moogen lootsen'
Hierop volgde een besluit van 23 september 1677 om:
'Twee loodsen uit de visschers van Middelharnas te stellen voor het belootsen van de Maze en het Goereesche Gat'
En tevens
'Examineren wat ordre te stellen omtrent de lootsen op de Maaze' (1).
De loodsactiviteiten leverden een welkome bijverdienste op voor de vissers. Ook uit Maassluis en Ter Heijde is bekend dat vissers bijverdienden door als loods te fungeren (2).
Loodsdienst in 1686
Zie het bericht van 12 januari 2017 over het binnenloodsen en slepen van een Surinamevaarder door een schuit uit Middelharnis.
Loodsdienst in 1706
Zie het bericht van 31 januari 2017 over het binnenloodsen en slepen van het Friese schip de Liefde.
Loodsdienst in 1686
Zie het bericht van 12 januari 2017 over het binnenloodsen en slepen van een Surinamevaarder door een schuit uit Middelharnis.
Loodsdienst in 1706
Zie het bericht van 31 januari 2017 over het binnenloodsen en slepen van het Friese schip de Liefde.
Een loodsdienst in 1807
Zie voor een later voorbeeld uit Middelharnis de attestatie van stuurman Abram Bree en zes matrozen. Voor een loodsdienst op 15 april 1807 vanaf de hoogte van Den Briel naar Texel werd een prijs van 30 guineas overeengekomen. Guineas waren gouden munten uit Engeland, iets meer waard dan de pond (pond was 6 gulden). Indien zich een Texelse loods zou aandienen dan zou de klus aan hem overgelaten worden.(3)
Een loodsdienst in 1822
Verklaring van Jan Eduard Gallas Eduardsz. te Hellevoetsluis namens kapitein Hendrik Jans Lening voerende het smakschip De Jonge Elisabeth, beladen met stokvis, traan en mos komende van Noorwegen met bestemming Dordrecht. Omdat er in dichte mist geen loodsboot voer hebben zij voor f 100 een visser uit Middelharnis ingehuurd. Deze heeft ze de haven van Hellevoetsluis in gebracht, waar ze vanwege vorst en mist moeten blijven liggen.
Verklaring van Jan Eduard Gallas Eduardsz. te Hellevoetsluis namens kapitein Hendrik Jans Lening voerende het smakschip De Jonge Elisabeth, beladen met stokvis, traan en mos komende van Noorwegen met bestemming Dordrecht. Omdat er in dichte mist geen loodsboot voer hebben zij voor f 100 een visser uit Middelharnis ingehuurd. Deze heeft ze de haven van Hellevoetsluis in gebracht, waar ze vanwege vorst en mist moeten blijven liggen.
(Streekarchief Voorne Putten, toegang 110, inventarisnummer 1283, 23 december 1822, akte 228)
Een loodsdienst in 1825
Het was slecht weer begin januari 1825, slecht zicht en zeer harde wind. Maarten Schaap probeerde met zijn koopvaardijschip al vanaf 24 december de Goeree op te varen. (4)
De 7de januari was het goed weer, de wind ZW met verstopte lucht. Ik had sedert drie dagen geen land gezien. Wij zeilden naar land tot tien à elf vadem diepte maar konden geen land zien, maar wij zagen een visserssloep van Middelharnis die bij ons kwam. Ik vroeg hem hoever de duinen van Schouwen van ons waren. Hij zegde mij het niet te weten en hij kwam nog wel van land. Daarop zegde hij: "Wilde U een man van mij die U binnen brengt ?" Ik zegde hem:"U handelt niet als zeeman, U wilt mij binnenbrengen en U zegt niet te weten waar wij zijn." "Ja", zegde hij, ''vanavond zal ik U binnenbrengen." Nu zegde ik:"Wat moet U hebben als U mij binnenbrengt ?". "F.300", zegde hij. Ik accordeerde voor f 90 en nam een man over.
1. Bron: Generaale Index op de registers der resolutien van de heeren Staten van Holland en West-Friesland, vol 9. p. 2,133,162,666 via Google books
2. Annette de Wit. Leven, werken en geloven in zeevarende gemeenschappen; Schiedam, Maassluis en Ter Heijde in de zeventiende eeuw. Amsterdam, 2008, 132
3. Rechterlijk archief Middelharnis, inv, nr. 45 12 mei 1807.
4. J.R. Bruijn en E.S. van Eyck van Heslinga, met medewerking van E.M. Jacobs. Maarten Schaap, een Katwijker ter koopvaardij (1782-1870); een biografie en een dagboek. . Amsterdam, 1988. p.103
Op 17 oktober 1661 is een nieuwe ordonnantie die de pilotage op de Maas en het Goereese Gat regelde van kracht geworden. Resolutie van de Staten van Holland en West-Friesland. uitgave 1706, pagina 566-573.
Die dag werd tevens een akkoord gesloten tussen Brielle, Delft, Rotterdam en Schiedam naar een ontwerp van de voormelde Staten van 23 juli 1661. Dit om een einde te maken aan de conflicten over de loodsdiensten.
Het toezicht op de pilotage werd in handen gelegd van de Gedeputeerde van de Grote Visserij, of derzelver commissarissen. Deze regeling bleef van kracht tot 1795. In dat jaar kwam de pilotage onder het comité tot zaken van de Marine te vallen.
Bron: A.A.Mietes. Inventaris van de archieven van de Colleges van de Grote Visserij, 1578-1857 (1859).
Nationaal Archief, 1984. inventarisnummer 3.11.03
maandag 6 april 2015
Stranding van een potvis bij Middelharnis in 1768
Op 12 september 1768 hebben enige vissers met aflopend tij een levende jonge potvis of 'cagelot' ontdekt op de plek waar de haven van Middelharnis in het Haringvliet uitkomt . Ze hebben het dier, dat 20 voet (ongeveer 7 meter) lang was, naar binnen gesleept meldde de Nederlandsche Mercurius.
Het dier is naar Rotterdam vervoerd, overleden en in de pekel gelegd. Het stoffelijk overschot heeft als bezienswaardigheid een rondgang gemaakt langs verschillende steden in Holland. Stadhouder Willem V en zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen hebben het dier bezichtigd, naast duizenden andere mensen.
Het dorpsbestuur schafte zich voor 120 gulden een schilderij aan van het dier.
Strandingen van potvissen kwamen vaker voor. Een volwassen potvis heeft een lengte van ongeveer 60 voet (ca. 20 meter), veel groter dus dan het exemplaar in Middelharnis.
Op 20 februari 1762 strandde tussen Zandvoort en Wijk aan Zee een potvis met een lengte van 61 voet.
Twee jaar later, op 15 februari 1764, is benoorden Egmond aan Zee een potvis van 60 voet levend gestrand. De publieke belangstelling in Egmond was groot, zo is op prenten te zien. Het dier bracht op de veiling voor 810 guldens op.
Literatuur:
Terzijde:
Aangespoelde walvisachtigen vormden in vroeger eeuwen een welkome bron van inkomsten.Vrijwel alles van de walvisachtige dieren kon worden gebruikt: traan, vlees, baleinen en (soms) amber.
Tegenwoordig staat het redden van de dieren voorop. De discussies in de media in 2012 over de bultrug Johanna hebben geleid tot een protocol voor aangespoelde, nog levende, walvissen. Na twaalf uur mogen de reddingspogingen worden gestaakt.
Het dier is naar Rotterdam vervoerd, overleden en in de pekel gelegd. Het stoffelijk overschot heeft als bezienswaardigheid een rondgang gemaakt langs verschillende steden in Holland. Stadhouder Willem V en zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen hebben het dier bezichtigd, naast duizenden andere mensen.
Het dorpsbestuur schafte zich voor 120 gulden een schilderij aan van het dier.
Strandingen van potvissen kwamen vaker voor. Een volwassen potvis heeft een lengte van ongeveer 60 voet (ca. 20 meter), veel groter dus dan het exemplaar in Middelharnis.
Op 20 februari 1762 strandde tussen Zandvoort en Wijk aan Zee een potvis met een lengte van 61 voet.
Twee jaar later, op 15 februari 1764, is benoorden Egmond aan Zee een potvis van 60 voet levend gestrand. De publieke belangstelling in Egmond was groot, zo is op prenten te zien. Het dier bracht op de veiling voor 810 guldens op.
Literatuur:
Jan Buisman. Duizend jaar weer, wind en water in de lage landen. Deel 6, p. 347
J.C. Both. Walvisvangst in Middelharnis. Ouwe Waerelt 16(2016)48, 23-24
J.C. Both. Walvisvangst in Middelharnis. Ouwe Waerelt 16(2016)48, 23-24
Terzijde:
Aangespoelde walvisachtigen vormden in vroeger eeuwen een welkome bron van inkomsten.Vrijwel alles van de walvisachtige dieren kon worden gebruikt: traan, vlees, baleinen en (soms) amber.
zondag 22 maart 2015
Marinus van den Nieuwendijk (1767- 1831), Sara Stuurman (1771-1819 ), Klazina Troost (1800-1873)
Ouders
Marinus van den Nieuwendijk is een zoon van Arend Klaasz van den Nieuwendijk en Maatje Isaacze Bleijker. Zie bericht van 13 januari 2014. Marinus is geboren op 26 september 1767. Zijn vader is in 1774 omgekomen bij het vergaan van de schuit van Klaas Don.
Sara Stierman of Stuurman is een dochter van Aren Stierman en Engeltje Horreman. Zij is geboren ca. 1771.
Huwelijken en kinderen
Sara Stierman en Marinus van den Nieuwendijk zijn op 8 april 1792 in Middelharnis getrouwd. Op 1 september 1793 werd Arend gedoopt. Op 9 augustus 1795 is Engeltje gedoopt en Maatje is op 25 februari 1798 geboren. Arendje is in 1799 geboren; Lieven en Arend, een tweeling, zijn op 26 juli 1802 geboren. Op 14 juli 1806 is opnieuw een zoon met de naam Arend geboren.
Sara Stuurman is op 22 maart 1819 in Middelharnis overleden, 47 jaar oud.
Marinus hertrouwde op 21 april 1823 op 55-jarige leeftijd. De bruid was de 22-jarige Klazina Troost. Klazina is op 22 oktober 1800 geboren, dochter van Jan Troost en Dirkje van der Ham. Op 5 juni 1824 werd zoon Jan geboren en op 10 januari 1829 Klasina (zij heeft maar kort geleefd).
Maatje van den Nieuwendijk trouwde op 30 oktober 1817 met Reinier Soost uit Amsterdam, ze waren 35 en negentien jaar oud. Hun oudste zoon heette Marinus van den Nieuwendijk Soost.
Engeltje van den Nieuwendijk (1795 -1838) en Arij van der Meijde (1791-1863)
Engeltje van den Nieuwendijk trouwde op 14 januari 1815 met Arij van der Meijde. Arij van der Meijde is een zoon van Abraham van der Meijde en Jasperijntje Gouman. Hij is gedoopt op 16 februari 1791. Cornelis van der Meijden, een van de vissers uit Middelharnis die naar Antwerpen is vertrokken (zie bericht 5 juli 2014), is een broer van Arij.
Op 6 oktober 1815 is Elizabeth van der Meijde geboren. Zij heeft maar kort geleefd, evenals Marinus die in 1817 geboren is. In 1819 is Sara geboren, in 1822 Elisabeth, in 1823 Maatje, in 1826 Abraham, in 1830 Jasperina. Katharina, in 1833 geboren, is maar twee jaar oud geworden. Katharina die in 1836 geboren werd is na zestien dagen overleden. Op 26 september 1837 werd een dochter doodgeboren.
Engeltje overleed op 23 februari 1838, 44 jaar oud. Arij bleef met vijf kinderen achter.
Klazina Troost hertrouwd met Arij van der Meijde
Marinus van den Nieuwendijk is op 2 oktober 1831 overleden in Middelharnis.
Klazina Troost is op 10 maart 1839 hertrouwd met Arij van der Meijde, de weduwnaar van Engeltje van den Nieuwendijk, schoonzoon van Marinus. Ze waren 48 en 38 jaar oud. Op 14 augustus 1840 is Marinus geboren, hij is op 6 oktober 1840 overleden.
Arie van der Meijden is op 16 juni 1863 in Rotterdam overleden, 72 jaar oud. Clazina Troost is eveneens in Rotterdam overleden, 18 mei 1873, 72 jaar oud
Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster, bewerkt voor Arjaentje
1. Archief Nieuwe Visscherij, inv. nr. 396
2. Klaas van den Nieuwendijk gehuwd met Adriaantje Dubbeld. Klaas is op 22 oktober 1827 in Middelharnis overleden, 67 jaar oud.
Marinus van den Nieuwendijk is een zoon van Arend Klaasz van den Nieuwendijk en Maatje Isaacze Bleijker. Zie bericht van 13 januari 2014. Marinus is geboren op 26 september 1767. Zijn vader is in 1774 omgekomen bij het vergaan van de schuit van Klaas Don.
Sara Stierman of Stuurman is een dochter van Aren Stierman en Engeltje Horreman. Zij is geboren ca. 1771.
Huwelijken en kinderen
Sara Stierman en Marinus van den Nieuwendijk zijn op 8 april 1792 in Middelharnis getrouwd. Op 1 september 1793 werd Arend gedoopt. Op 9 augustus 1795 is Engeltje gedoopt en Maatje is op 25 februari 1798 geboren. Arendje is in 1799 geboren; Lieven en Arend, een tweeling, zijn op 26 juli 1802 geboren. Op 14 juli 1806 is opnieuw een zoon met de naam Arend geboren.
Sara Stuurman is op 22 maart 1819 in Middelharnis overleden, 47 jaar oud.
Marinus hertrouwde op 21 april 1823 op 55-jarige leeftijd. De bruid was de 22-jarige Klazina Troost. Klazina is op 22 oktober 1800 geboren, dochter van Jan Troost en Dirkje van der Ham. Op 5 juni 1824 werd zoon Jan geboren en op 10 januari 1829 Klasina (zij heeft maar kort geleefd).
Maatje van den Nieuwendijk trouwde op 30 oktober 1817 met Reinier Soost uit Amsterdam, ze waren 35 en negentien jaar oud. Hun oudste zoon heette Marinus van den Nieuwendijk Soost.
Engeltje van den Nieuwendijk (1795 -1838) en Arij van der Meijde (1791-1863)
Engeltje van den Nieuwendijk trouwde op 14 januari 1815 met Arij van der Meijde. Arij van der Meijde is een zoon van Abraham van der Meijde en Jasperijntje Gouman. Hij is gedoopt op 16 februari 1791. Cornelis van der Meijden, een van de vissers uit Middelharnis die naar Antwerpen is vertrokken (zie bericht 5 juli 2014), is een broer van Arij.
Op 6 oktober 1815 is Elizabeth van der Meijde geboren. Zij heeft maar kort geleefd, evenals Marinus die in 1817 geboren is. In 1819 is Sara geboren, in 1822 Elisabeth, in 1823 Maatje, in 1826 Abraham, in 1830 Jasperina. Katharina, in 1833 geboren, is maar twee jaar oud geworden. Katharina die in 1836 geboren werd is na zestien dagen overleden. Op 26 september 1837 werd een dochter doodgeboren.
Engeltje overleed op 23 februari 1838, 44 jaar oud. Arij bleef met vijf kinderen achter.
Klazina Troost hertrouwd met Arij van der Meijde
Marinus van den Nieuwendijk is op 2 oktober 1831 overleden in Middelharnis.
Klazina Troost is op 10 maart 1839 hertrouwd met Arij van der Meijde, de weduwnaar van Engeltje van den Nieuwendijk, schoonzoon van Marinus. Ze waren 48 en 38 jaar oud. Op 14 augustus 1840 is Marinus geboren, hij is op 6 oktober 1840 overleden.
Arie van der Meijden is op 16 juni 1863 in Rotterdam overleden, 72 jaar oud. Clazina Troost is eveneens in Rotterdam overleden, 18 mei 1873, 72 jaar oud
Marinus van den Nieuwendijk, schipper vissloep De Vreede in Zierikzee
Marinus van den Nieuwendijk was vanaf 1820 schipper van de sloep De Vreede van de onderneming De Nieuwe Visscherij in Zierikzee. Stuurman was zijn schoonzoon Arij van der Meijde.(1).
Er was ook een Klaas van den Nieuwendijk aan boord, vermoedelijk de oudste broer van Marinus, geboren in 1760 (2).
Marinus van den Nieuwendijk was vanaf 1820 schipper van de sloep De Vreede van de onderneming De Nieuwe Visscherij in Zierikzee. Stuurman was zijn schoonzoon Arij van der Meijde.(1).
Er was ook een Klaas van den Nieuwendijk aan boord, vermoedelijk de oudste broer van Marinus, geboren in 1760 (2).
Al vrij snel na zijn aantreden, in november 1820, liep Marinus een beenbreuk op. Hij kreeg een uitkering van 6 gulden per week gedurende 15 weken omdat hij niet kon werken. Arij van der Meijde werd tijdelijk schipper. Marinus heeft zijn functie in juli 1821 neergelegd. Maarten Abeele volgde hem op.
Archief Nieuwe Visscherij, foto Isaac van der Male
Genealogische gegevens afkomstig van Pieter Koster, bewerkt voor Arjaentje
1. Archief Nieuwe Visscherij, inv. nr. 396
2. Klaas van den Nieuwendijk gehuwd met Adriaantje Dubbeld. Klaas is op 22 oktober 1827 in Middelharnis overleden, 67 jaar oud.
woensdag 18 maart 2015
Stuurmansmerken uit Middelharnis, 1708 en 1735
Merktekens van stuurlieden zijn vaak min of meer herkenbare figuren, symbolen of afkortingen die gebruikt werden om tonnen en andere voorwerpen die bij de visschuit hoorden te merken. Het anker was een veelgebruikt symbool. Het merk werd ook als handtekening in officiële documenten gebruikt. Stuurmansmerken zijn te vergelijken met gildetekens.
Twee archiefstukken met merktekens van stuurlieden uit het archief van Middelharnis:
Lantarengeld
In 1708 bracht een aantal stuurlieden het probleem van de slechte verlichting van het havenhoofd en de Kaai onder de aandacht van de halsheren. Het verzoek om meer lantarens te plaatsen werd ondertekend door dertien personen.
Dit is het merck van:
Jacob van der Valck, mij present voort jaere 1708
Michiel Cornelisz van Kakum
Cornelis Jacobsz Koningh
Steven van Kakum
Aren van Heest
Pieter Bastiaensz Brij
Bastiaen Cijsje
Jan Ruijter
Barend Jansz [Waterman]
Jan Schoonejongen
Leendert van de Roovaert
Gleijn Mercij
Dirck Floore [van Eck]
Contract over aannemen van bemanningsleden
Op 18 september 1735 tekenden tien stuurlieden een overeenkomst waarin ze afspraken geen bemanningsleden aan te nemen die nog onder contract staan bij een ander.
Dit merck is gestelt bij:
Pieter Abelsz Coningh
Hendrik Visser
Arent Abelsz Coningh
Jacob Tijsse Stapel
Frans van Duuren
Aren Hendriksz Pas
Bastiaan Thomasz Visser
Machiel Leendertsz van de Roovaart
Cornelis Kanse
Bastiaan Cijsje
In het document van 1735 valt op dat Machiel van de Roovaart als enige zijn naam schrijft. Aren Hendriksz Pas gebruikt de afkorting AH. Het anker is in verschillende verschijningsvormen een veelvoorkomend symbool.
Was het merk zo algemeen bekend dat het niet nodig werd geacht dat stuurlieden een handtekening zetten of konden ze niet schrijven ? Dit is de vraag die in de studie van Annette de Wit over vissersgemeenschappen in de zeventiende eeuw wordt gesteld. U.J. Mijs beschouwt de merken als een teken dat de stuurlieden geen handtekening konden zetten. De Wit oppert het idee dat het merk zodanig met de identiteit van de stuurman is verbonden dat hij het vanzelfsprekend vond om hiermee te ondertekenen. Degene die het stuk opmaakte schreef de namen erbij. Zij constateert dat de alfabetiseringsgraad onder stuurlieden en vissers in de loop van de zeventiende eeuw steeg.
© Marlies Jongejan, november 2023
Verantwoording:
Annette de Wit. Leven, werken en geloven in zeevarende gemeenschappen; Schiedam, Maassluis en Ter Heijde in de zeventiende eeuw. Amsterdam, 2008. p. 230A.P. van Vliet. De Zeeuwse zeevisserij in de jaren 1568-1648. Middelburg, 2003. p.80,afbeelding haringmerken Brouwershaven, 1657
U.J. Mijs. De vischafslag van Middelharnis. Middelharnis, 1897.p.11
Abonneren op:
Posts (Atom)



