woensdag 29 februari 2012

Maarten Dijkers (1799-1856) en Sijtje van de Rovaart (1795-1850)

Ouders, broers en zussen
Maarten Dijkers is mijn bet-betovergrootvader van moederskant. Hij werd geboren in Sommelsdijk in 1799. Zijn vader heet Herbert Dijkers (1773-1854) en zijn moeder Annetje Vlasbloem (1773-1852). Herbert was winkelier in Sommelsdijk. Maarten is de oudste zoon uit het gezin van zes kinderen.
Sijtje van de Rovaart (de naam wordt ook als Roovaard, Roovaart, Rovaerd geschreven) is een dochter van Jeroen van de Rovaerd (1764-1837) die in de Liste civique als binnenschipper, veerman voorkomt. Bastiaan (1767-1816) was winkelier en een broer van Jeroen. 
Sijtje had geen broers en veel zussen: Tannetje, Maartje, Aagje, Jannetje, Adriana,Leentje, Maria. De moeder van dit gezin heet Neeltje Imanse Slis (1767-1817).

Maarten Dijkers (1799-1856)


Huwelijk en kinderen
Het huwelijk van Sijtje en Maarten was een bijzondere gebeurtenis.

"Door allerlei oorzaken was sedert het begin van het Koninkrijk der Nederlanden een kerkelijk huwelijk, voordien algemeen gebruikelijk, in onbruik geraakt. Na vele jaren vond tot grote vreugde van Ds. Schippers te Middelharnis op 12 mei 1822 weer een kerkelijke huwelijksinzegening plaats. Het waren Maarten Dijkers en Sijtje van de Roovaart, die op 12 mei 1822 hun huwelijk kerkelijk lieten bevestigen met de trouwtekst Psalm 128 : 2b."(1) 

Maarten was 22 toen hij trouwde; Sijtje was 26 jaar. Maarten werd schoenmaker en gareelmaker in Sommelsdijk. In november 1822 werd de eerste zoon Herbert geboren. De volgende zoon (1824) heet Jeroen Vlasbloem; de achternaam van zijn moeder werd zijn tweede voornaam. Laurens is in 1826 geboren, daarna kwam Annetje in 1828 (zij werd maar 3 jaar oud), Hendrik Cornelis uit 1830 is maar 14 jaar oud geworden. Jan Elliza uit 1833 overleed toen hij 9 was is 1842, Annetje was de jongste, geboren in 1836.

Annetje is in november 1856, beide ouders waren toen overleden, meerderjarig verklaard.
Zie onderstaand bericht in de Nederlandsche Staatscourant van 28 november 1856.




De kinderen
De oudste zoon Herbert is ook schoenmaker geworden en is in 1876 in Sommelsdijk overleden. Hij was met Frederika Grenu uit Ooltgensplaat getrouwd.
Laurens en Annetje zijn resp in 1906 en in 1894 in Ooltgensplaat overleden.
De tweede zoon Jeroen Vlasbloem Dijkers (1824-1879) werd metselaar in Middelharnis. De generaties na hem traden in zijn voetspoor als metselaars en aannemers.


1. J.L. Braber. Historie Nederlands Hervormde Kerk Middelharnis, p. 85.

zaterdag 25 februari 2012

Waar zijn de vissers gebleven ? (vervolg)

In  zijn boek “Middelharnis een eilandgemeente” (1)  doet Dr. J. Verseput verslag van zijn onderzoek in het bevolkingsregister van Middelharnis van de jaren 1890 tot 1920

In 1890 stonden er nog 392 vissers en 7 zeilmakers in het bevolkingsregister.

Van de 392 vissers waren er in 1920:
-          86 overleden, waarvan 38 verdronken
-          144 in Middelharnis blijven wonen
-          162 weggetrokken

Van de 144 die in 1920 nog in Middelharnis woonden hadden er 8 een ander beroep, bijvoorbeeld vishandelaar of los werkman.  
Van de overige 136 waren er 86 ouder dan 46 jaar en was ook een groot deel in dienst van reders in Vlaardingen, Katwijk of andere vissersplaatsen zonder dat ze daar gingen wonen.

Een voorbeeld hiervan vinden we in de Maas- en Scheldebode van 14 juli 1923:



Van de 162 vissers die tussen 1890 en 1920 vertrokken zijn er
- 80 naar Rotterdam gegaan,
- 35 naar Velsen/IJmuiden (de nieuwe vissershaven is in 1897 in gebruik genomen).
- 13 naar Vlaardingen ,
-  9 naar Maassluis en nog een aantal naar andere plaatsen.

Van de 7 zeilmakers uit 1890 zijn er vier vertrokken naar Velsen, Vlaardingen, Maassluis en Rotterdam.

Meer dan 40% van de vissers uit Middelharnis is dus in de periode  1890-1920 naar elders vertrokken, waarvan 20% naar Rotterdam.

De 13 gezinnen van oudooms en oudtantes waarvan er  7 in Middelharnis bleven,  4 naar Rotterdam vertrokken, 1 naar Velsen en 1 (de zeilmaker) naar Maassluis, weerspiegelen deze beweging heel nauwkeurig.

Bij de volkstelling van 1930 waren er nog 33 veelal oudere vissers over.  Of hierbij ook de “oude beugers”, die nog dagelijks op het Haringvliet uit vissen gingen,  zijn meegeteld is niet duidelijk.



Verseput, J., Middelharnis, een eilandgemeente.p.105-106

Waar zijn de vissers gebleven ?

Waar zijn de vissers gebleven ?

Deze vraag stelt Dr. J. Verseput zich in zijn boek “Middelharnis een eilandgemeente” (1).
De geschiedenis van de kinderen van Simon de Moeij en Lena van Eck en van Gerrit Jongejan en Adriaantje Koning De dertien kinderen zijn tussen 1851 (Francina de Moeij) en 1875 (Abraham Jongejan) geboren.

Kinderen van Simon de Moeij en Lena van Eck
Uit het gezin van Simon de Moeij en Lena van Eck hebben vijf kinderen de volwassen leeftijd bereikt; zij hebben alle vijf een gezin gesticht.
Twee van de vijf kinderen bleven in Middelharnis wonen. De dochters Lena Cornelia (geb. 1866) en Francina (1851) trouwden met een visser en bleven tot het eind van hun leven in Middelharnis wonen. Maar Francina de Moeij en Kornelis Groen hebben wel anderhalf jaar in Velsen gewoond in 1894-1895.
Drie kinderen zijn vertrokken, maar wel nadat ze eerst  in Middelharnis waren getrouwd. Suzanna met een partner uit Stad aan het Haringvliet, Simon en Bastiaan Simon met  dochters van vissers.
Suzanna (1859) is als eerste van Flakkee weggegaan.  Ze is 1878 getrouwd in Middelharnis. De eerste kinderen zijn in Middelharnis geboren, in 1882 zijn ze vertrokken.  In 1884 is een dochter in Delfshaven geboren., de volgende dochter werd in Rotterdam geboren.
De kinderen van Simon (1860) zijn in Middelharnis geboren,  hij is niet direct na zijn huwelijk in 1887 naar Rotterdam vertrokken, maar pas in 1912. Hij was dus al boven de vijftig.
Bastiaan Simon (1873) werkte al voor zijn huwelijk in Rotterdam als stoombootkapitein en verliet Middelharnis  met zijn vrouw, gelijk na hun huwelijk in 1899.

Bastiaan Simon de Moei aan het werk in Rotterdam

Kinderen van Gerrit Jongejan en Adriaantje Koning
Uit het gezin van Gerrit Jongejan en Adriaantje Koning hebben tien kinderen de volwassen leeftijd bereikt; negen daarvan hebben een gezin gesticht. Eén dochter bleef ongehuwd, ze had een snoepwinkeltje in Middelharnis. Zeven van de tien kinderen zijn in Middelharnis gebleven. 
Vier dochters  Sara (1855),  Bastiana Maria (1864), Adriaantje (1870) en Willemtje (1872)  trouwden met vissers in Middelharnis en bleven daar ook heel hun leven wonen. Lijntje bleef ongehuwd, ook zij bleef in haar geboorteplaats. Gerrit (1861) was visser en verdronk in 1910; Cornelis (1866) was visser en is in Middelharnis gebleven.

Drie kinderen vertrokken naar elders nadat ze in Middelharnis waren getrouwd met een partner uit een vissersfamilie. Geertrui (1857) vertrok met haar man en gezin rond 1910 naar Velsen. Zij waren toen al  ongeveer vijftig jaar oud.
Jacob (1859), zeilmaker,  vertrok na  het overlijden van zijn vrouw in 1903 naar Maassluis
Abraham (1875), stuurman, is in 1925 naar Rotterdam vertrokken toen hij vijftig jaar was.

Rotterdam, Velsen en Maassluis
Van de dertien gezinnen zijn:
-         7 gezinnen  in Middelharnis gebleven (waarvan 1 gezin na anderhalf jaar teruggekomen uit Velsen)
-          4 gezinnen naar Rotterdam verhuisd
-          1 gezin naar Velsen verhuisd
-          1 gezin naar Maassluis verhuisd

Met uitzondering van Bastiaan Simon de Moei, die 27 was toen hij naar Rotterdam ging, waren ze allemaal al veel ouder toen ze vertrokken (boven de veertig en boven de vijftig)
Bastiaan Simon is door zijn vertrek van het eiland op de maatschappelijke laddder gestegen is. Hij werd sleepbootkapitein . Teunis Roodzant (de man van Geertruij Jongejan) stond op latere leeftijd als los werkman te boek. Bram Jongejan begon een waterkokerij. Vergeleken met de status die een schipper had, was waterkoker een beroep dat lager in aanzien stond.

De kale cijfers over het vertrek van de vissers uit Middelharnis zeggen weinig. In de voorbeelden uit deze families zien we de verschillende patronen. Kornelis Groen en zijn gezin keerden na anderhalf jaar in Velsen weer terug; Teunis Roodzant volgde zijn zoons die al in IJmuiden werkten, Simon de Moei was al 52 toen hij vertrok. Wellicht was de kans op het vinden van werk voor zijn kinderen een drijfveer. Bram Jongejan trok pas weg toen er in 1925 helemaal geen werk meer was in de visserij. Hij was toen vijftig
Het gaat dus niet per definitie om jonge mannen die het initiatief namen om te vertrekken.


1. Verseput, J., Middelharnis, een eilandgemeente.p. 105-106

Toen Piet-Leen Koster thuiskwam …

We spreken over het jaar 1912. Pieter Leendert Koster  en Johanna de Waard wonen met hun vier kinderen  in de Vissersstraat in Middelharnis. Piet-Leen is visser. Hij vertrekt  in juni 1912 op zoutreis voor 13 of 14 weken.  Als  de sloep eind  september terugkeert op het havenhoofd in Middelharnis wacht Piet-Leen een grote schok.

De beschrijving van Arjanus Faasse (1) :

"Ik zag Kees Ouwdeine, de rondzegger haastig lopen over het jaagpad. Hij wilde als altijd de primeur hebben van de vangst en “oalles wel an boord”. Maar in het dorp was niet “oalles wel”. Eén van de matrozen had een boodschap gekregen. Een boodschap die voor hem in het bijzonder alle vreugde van de thuiskomst benam en voor de matrozen de blijdschap omfloerste. Piet-Leen was al vijf weken weduwnaar zonder dat hij het wist. Zijn vrouw was na een ernstige ziekte op middelbare leeftijd overleden. Het was een grote schreeuw die de man uitschreeuwde, toen hij met gebogen hoofd naar de vrongele [slaapplek van de bemanning] holde om daar, alleen, zijn verdriet uit te snikken. Met twee kinderen aan de hand liep hij het Visssersstraatje binnen om de plaats van zijn vrouw leeg te vinden.”

Johanna de Waard is 37 jaar oud als ze op 28 augustus 1912 overlijdt. Piet- Leen Koster, 36 jaar, blijft achter met vier jonge kinderen Leendert (1903), Aren Janse (1904), Jan (1905) en Maria (1909). Maria is nog maar drie jaar oud als haar moeder overlijdt.



Johanna de Waard


Johanna de Waard had een zus die een jaar ouder was dan zij: Maria Elizabeth de Waard. Zij was ongehuwd.  In 1917, vijf jaar na het overlijden van Johanna, trouwt Piet-Leen met zijn schoonzus, hij is dan 40 en zij 43 jaar oud. 
Piet-Leen is in 1935 overleden. Maria Elizabeth, Opoe Koster, heeft tot aan de watersnoodramp in het Vissersstraatje gewoond. Ze is in 1957 overleden (2).


Maria Elizabeth de Waard en Pieter Leendert Koster



1. A. Faasse. Zee en eiland, p.157-158
2. Gegevens en foto's van Piet Koster te Eindhoven


woensdag 22 februari 2012

De waereld is grôôt genog

Maarten van Delft, geboren 1890 (zoon van Sara Jongejan en Geerit van Delft, zie tekst van 10 februari 2012 op dit weblog) groeide op in de tijd dat de visserij in Middelharnis al op zijn retour was.
Vanaf 1890 neemt het aantal mensen dat een bestaan buiten het eiland zoekt toe. Voor een jongen van zijn leeftijd was de keuze voor het beroep van visser in 1900 al niet meer vanzelfsprekend.  Men was er zich van bewust dat er ook mogelijkheden buiten de vissersgemeenschap waren en dat het beroep van visser, dat al generaties lang  door dezelfde families werd uitgeoefend, weinig toekomstperspectief bood.
Zijn vader was visser en bij zijn oom die schipper was maakte hij zijn “speelreisje” toen hij tien was, bedoeld om te proberen of het beviel. De reis viel tegen. Hij wilde net als zijn broer timmerman worden, maar kon geen leerplaats vinden op Flakkee en ging toch naar zee.
De bemanningsleden van een sloep waren altijd “aandeelhouder” geweest: ze deelden in de opbrengst van de vangst en ook in het verlies. De besomming werd –na aftrek van de kosten-  in 18 delen verdeeld. De reder kreeg 6 delen, de schipper 1 1/6, de matrozen elk 1 deel en de rest ging naar de overige bemanningsleden,  de jongens.  Varen “op zegen” of “op deel”  heette dit systeem. Toen schakelden de reders over op een andere beloning: de monsterrol.  Vissers werden van onderaannemer nu werknemer in loondienst. Aan de traditionele arbeidsverhoudingen kwam een eind.
Maarten voelde er niks voor om voor een jaar te monsteren. Toen de schipper er 100 gulden bij deed ging hij akkoord, hij verdiende als 20-jarige bij Kobus van den Hoek 300 gulden per jaar. Hij moest daarvoor in voor- en najaar ook nog vier weken aan het onderhoud van het schip werken.
De crisis in visserij vanaf ca.1910 is volgens Maarten ook te wijten aan de arbeidsomstandigheden. Soms moest je op een schip 30-40 uur  achter elkaar werken, er was geen CAO.
Hein Dubbeld en Maarten van Delft stopten ermee en de sloep kon door personeelsgebrek niet uitvaren. Reder Slis beklaagde zich bij de vader van Maarten, maar hij was al 21 en zijn motto werd:
“De waereld is grôôt genog” 
Hij zag mogelijkheden om te veranderen, veel vissers uit Middelharnis waren hem voorgegaan. Maarten van Delft is naar Rotterdam vertrokken en daar bootwerker geworden. Later ging hij naar IJmuiden.


bron:
Interview met een inwoner uit Middelharnis, ZB 1900E08B

Bastiaantje Jordaan (1840-1934) en Izak Hartog (1835-1907)

Basje Jordaan was een visleurster uit Middelharnis; iedereen kende haar, ze ventte tot op hoge leeftijd met vis. Ze is 94 jaar geworden en had een groot aantal kinderen.

Huwelijk en kinderen
Ze was 21 jaar toen ze in oktober 1860 trouwde met Izak Hartog die koopman was.

1. De oudste dochter Dana werd op 15 oktober 1861 geboren.
2. Leendert volgt op 8 juni 1863, hij in 1868 op vijfjarige leeftijd overleden
3. Op 7 augustus 1864 is een doodgeboren kind aangegeven.
4. Op 15 november 1865 volgt Neeltje die in februari 1866 overlijdt.
5. Op 20 januari 1867 is weer een Neeltje geboren
6. 8 augustus 1868 volgt Bastiaantje
7. Opnieuw een doodgeboren kind aangegeven op 7 november 1869
8. Leendert wordt geboren op 22 november 1870
10.Maatje, geboren op 28 november 1871
11.Lieven, geboren 7 maart 1873
12. Izak is op 7 maart 1873 geboren en op 15 februari 1875 overleden
13.Cornelia, geboren op 3 juli 1875
14. Elizabeth op 11 september 1876
15. Geertruida op 6 november 1877
16. Op 4 december 1878 is een doodgeboren kind aangegeven
17. Op 27 december 1879 is Teuntje aangegeven, zij overlijdt 14 augustus 1889
18. Op 11 januari 1884 is een doodgeboren kind aangegeven.

Het verhaal gaat dat Basje 24 kinderen ter wereld heeft gebracht. In de burgerlijke stand op internet zijn 18 kinderen te traceren.

Huwelijk van de kinderen
De acht kinderen die de volwassen leeftijd bereikten (ik heb ze onderstreept) zijn allemaal getrouwd in Middelharnis of Sommelsdijk.
Dana Hartog trouwde in 1886 met Pieter Rooij .
Neeltje in 1890 met Abraham de Korte. Bastiaantje trouwt in 1890 met Arie Grootenboer; ze overlijdt in 1894. Leendert is in 1896 met Hilletje de Koning getrouwd en Maatje in 1895 met Arij Koote. Cornelia trouwt in 1897 met Arie Grootenboer, de weduwnaar van Bastiaantje. Elizabeth is in 1901 met Arij Hartog in het huwelijk getreden en Geertruida in 1900 met Mattheus Volwerk.

Dana Hartog
De man van Dana, Pieter Rooij (1863-1895), is in 1895 verdronken bij een storm op de Noordzee door het vergaan van de vissloep Zeemanshoop.
Om in haar onderhoud te voorzien begon Dana een winkel in manufacturen, bedden, dekens, matrassen, later ook in koffie en thee op de Westdijk te Middelharnis. Zij vertrok naar Den Haag, omdat twee zoons aldaar woonden, maar keerde later weer terug naar Middelharnis. Ze is overleden in 1937.

Maatje Hartog
Arij Koote, de man van Maatje, overleed in 1905 toen hij 31 jaar was. Maatje is in 1921 toen ze 49 was hertrouwd met Jacob Jongejan, zeilmaker, die na het overlijden van zijn vrouw Arendje van de Nieuwendijk naar Maassluis vertrokken was.
In 1924 is Jacob in Maassluis overleden, 64 jaar oud.  Maatje, voor de tweede keer weduwe geworden, is toen weer teruggekeerd naar Middelharnis.
Maatje Hartog

Foto's
In het boekje "Kent U ze nog de...Flakkeeenaars staat een foto (nr.11) van Maatje en een aantal van haar zussen.
In het boek van C.J. Hameeteman staat een foto van Basje Jordaan, dochter Dana Hartog, haar dochter Maria Rooij, de dochter van Maria (Marie Schaap) en Jan Moerland als baby. Vijf generaties op de foto was nog een unicum in de jaren '30.


noot:

Hameeteman, Cornelis J. Middelharnis : een eeuw in foto's en herinneringen.  Ljubljana : 1996.
Informatie van mw. A. de Hamer-Boogerman.
Foto van Maatje afkomstig van mw. Moerman-Westerdijk, Maassluis.
Geneaologie Rooij





maandag 20 februari 2012

Het verdriet van Neeltje de Wit (1796-1863)

Neeltje de Wit kwam ik op het spoor via de ouders van Maria Elizabeth de Waard die met Bastiaan Simon de Moei getrouwd was en haar broer schipper Johannis de Waard die met Bastiana Maria Jongejan getrouwd was.  
Neeltje de Wit is de opoe van Johannis de Waard en van Maria Elizabeth de Waard en de moeder van Hendrik die in 1855 trouwt met Petronella Nagtegaal
De man van Neeltje heette ook Johannes de Waard (1797-1833). Zie over zijn ouders het bericht van 1 maart 2016.

Johannes en Neeltje trouwden op 7 mei 1818, beiden 21 jaar oud. Hij was visser, zij naaister. Het beroep van haar vader was taander.

Hendrik  de Korte (een achterkleinkind) vertelt dat hij van zijn moeder heeft gehoord dat Neeltje

"zooveel verdriet heeft gehad door vroegtijdig verlies van man en kinderen, dat zij haar nooit had zien lachen. Zij woonde aan het Vingerling en had daar een winkeltje. Een broer van haar heette Piet". Wat is Neeltje allemaal overkomen dat ze zoveel verdriet had ?

 In 1819 werd het eerste kind geboren, Hendrik. Hij overleed enkele maanden na de geboorte. Dochter Johanna is in 1820 geboren; dochter Neeltje in 1822. Dan volgt Jan in 1824 en Jannetje in 1827. Maatje is in 1829 geboren en Hendrik in 1830. Van de zeven  kinderen hebben er zes hun eerste levensjaren doorstaan. Dan overlijdt echtgenoot Johannes, hij is zeevisser en schipper, in 1833 aan de cholera, zo vermeldt Hendrik de Korte. Zoon Johannes is geboren op 25 oktober 1833, nadat zijn vader Johannes op 27 augustus is overleden. Johannes wordt maar drie maanden oud en overlijdt op 22 december 1833. Neeltje blijft achter met zes kinderen onder de dertien jaar en moet zelf in het onderhoud van haar gezin voorzien. Ze begint een winkeltje aan het Vingerling. 

Na dit rampjaar 1833 is de ellende nog niet voorbij. Jan de Waard (1824-1836) overlijdt in 1836, 11 jaar oud. Hij is op zee overleden en dood thuis gebracht, aldus Hendrik de Korte. Maar de overlijdensakte geeft aan dat hij thuis overleden is.  Het overlijden is aangegeven door de vissers Joost de Bloeme (49) en Teunis Roodzand (45) die verklaarden dat op 6 mei 1836 des avonds om acht uur in het huis nummer 305 is overleden Jan de Waard, oud twaalf jaar en van beroep visser (1).

Neeltje overlijdt in 1842, 22 jaar oud en Maatje is in 1846 overleden, 16 jaar oud. Waar deze beide dochters aan overleden zijn is niet bekend.

Dan komt de cholera-epidemie van 1849. Jannetje trouwt in april 1849 met Jan Pas die in juli 1849 overlijdt, vermoedelijk aan de cholera. Johanna, in 1842 getrouwd met Gerrit van den Nieuwendijk (hij is geboren 9 maart 1819, zoon van Pieter van den Nieuwendijk een Kaatje Lammers), overlijdt eveneens tijdens de cholera-epidemie in juli 1849. Enkele dagen na zijn moeder overlijdt ook Johannes, een zoontje van anderhalf jaar oud. Het echtpaar heeft nog een dochtertje Katharina Klazina.

Weduwnaar Gerrit van den Nieuwendijk en weduwe Jannetje de Waard trouwden met elkaar op 3 september 1852. Drie dagen later op 6 september werd hun dochter Neeltje geboren. Het kind overleed een drie dagen na de geboorte op 9 september.

Na een leven vol verdriet is Neeltje de Wit in 1863 op 66-jarige leeftijd overleden.

Epiloog:

Gerrit van den Nieuwendijk en Jannetje de Waard kregen drie kinderen: Johannes (1854), Pieter (1857) en Neeltje (1862). Het gezin bestond dus, met Katharina uit het eerste huwelijk van Gerrit, uit vier kinderen.
in februari 1865 verging de sloep Lucretia Adelaïde van schipper Arend de Koning met man en muis. Gerrit van den Nieuwendijk (1819-1865) was één van de bemanningsleden. In de Nederlandsche Staatscourant van 31 januari 1868 staat dit vermeld n.a.v. het verzoek van Jannetje om te mogen hertrouwen. Ze hertrouwde echter niet.

Na de dood van haar man begon Jannetje de Waard een winkeltje in een kelderwoning aan de Nieuwstraat. Ze stond bekend als Jans de Wit naar haar moeder, dus geen Jans de Waard of Jans van den Nieuwendijk. Jannetje kreeg drie kinderen waarvan de vader niet bekend is. Jan de Waard in 1869 (overleden 1872), Willem de Waard (1871) en Pieter Jan de Waard in 1872. In 1894 is Jannetje overleden.
Zoon Johannes is visser geworden, zijn bijnaam was Hans de Wit. Later is hij naar Rotterdam vertrokken. Hij was getrouwd met Jacomina de Bloeme.
Pieter trouwde in 1883 met Adriana de Bloeme. Hij heeft vele jaren in Rotterdam gewoond en is het laatst van zijn leven naar Middelharnis verhuisd waar hij in 1928 overleed.
Neeltje trouwde in 1886 met  Adrianus Freen uit Sommelsdijk, ze kregen drie kinderen. Neeltje is jong overleden, in 1899 toen ze 36 was.
Pieter Jan woonde nog bij zijn moeder in toen ze in 1894 overleed. 



Gegevens ontleend aan:
Janneke de Moei en Charles de Moei. Van Der Moeije tot De Moei, de zeer onvolledige geschiedenis van een aardige familie.Middelharnis, 1990

1. Gegevens Hendrik de Korte: zie bovenstaande familiegeschiedenis De Moei. Overlijdensakte 37/1836.