maandag 18 november 2013

Cornelis Hendrik Knape (1874-1895) en Pietertje Groen (1872- )

Ouders
Cornelis Hendrik Knape is een zoon van Huibrecht Knape en Jannetje Hendrika de Ruiter (1). Hij werd geboren op 11 januari 1874. Zijn vader was visser en later arbeider van beroep. Zijn moeder was een vissersdochter.
Pietertje Groen is een dochter van Cornelis Groen die visser was en Janna (de) Blok. Zij is op 30 juni 1872 geboren. Zie voor informatie over haar familie het bericht van 30 oktober 2013. Paulus Groen, een broer van Pietertje, is op 22 december 1894 omgekomen door een ongeval op de sloep Adriana Lumina.

1895: huwelijk, geboorte van Huibrecht en de ramp met de Zeemanshoop
Op 5 april 1895 trouwden Cornelis Hendrik en Pieternella in Middelharnis, ze waren 21 en 22 jaar oud. Cornelis Hendrik was visser van beroep. Getuigen waren Willem Viskil (36) de schipper van de Zeemanshoop, Cornelis de Koning (51) ook een visser, Adrianus Viskil (32) visser, Corstiaan Knape (24) schoenmaker en broer van de bruidegom.
Drie maanden na het huwelijk, op 5 juli 1895, werd zoon Huibrecht geboren.
Cornelis Hendrik Knape was matroos op de MD18 Zeemanshoop, de sloep die in de nacht van 6 op 7 december 1895 is vergaan. Hij was toen 21 jaar.

Nabestaanden
Pieternella Groen was 23 jaar toen ze weduwe werd en Huibrecht Knape was een half jaar oud toen zijn vader overleed.
Het Visschersfonds had onvoldoende middelen om alle weduwen te ondersteunen. Daarom werd er in de kranten geadverteerd om te geven voor de nabestaanden. De weduwen en kinderen werden ondersteund met een "milde" wekelijkse uitkering zoals de omschrijving in onderstaande advertentie luidt.



Het Nieuws van den dag, 28 april 1896
In december 1899 is Pieternella de procedure gestart bij de rechtbank om een verklaring te verkrijgen van het "rechtsvermoeden van overlijden"" van haar man.



Gedaagde: Cornelis Hendrik Knape
Eiseres: Pieternella Groen, 27 december 1899
Fragment van document afkomstig uit Nationaal Archief
met dank aan Lies Knape


Pieternella is op 19 december 1902 hertrouwd met Adrianus Freen uit Sommelsdijk. Hij was weduwnaar van Neeltje van den Nieuwendijk.



1. Zie genealogie van de familie Knape onder nummer 1.1.2.10.5.1.1.1.3.


donderdag 14 november 2013

Johannes Brijs (1801-1880) en Pietertje van Geen (1799-1885)

Johannis Brijs (Bris) is een zoon van Leendert Bris en Arendje Hoogstraten. Hij werd  in 1801 geboren in Middelharnis. Johannis was schippersknecht
Pietertje van Geen is een dochter van Cornelis van Geen en Neeltje Pas, ze is geboren in 1799

Huwelijk en kinderen
Johannis en Pietertje trouwden op 27 december 1823 (akte 33). Op 8 maart 1824 werd Jan geboren, hij is maar 3 jaar oud geworden. Ook Arentje uit 1827, Cornelis uit 1832 en Maria uit 1841 hebben maar kort geleefd.
Leendert werd op 23 januari 1829 geboren, Jan op 7 oktober 1830, Arentje op 29 november 1834 en Cornelis op 10 juli 1836.

Jan Brijs overleden op het fregatschip Jedo
Jan Brijs (1830-1863) werd marinier. Hij is aan boord van het fregatschip Jedo op 24 mei 1863 omgekomen (akte 39 ) op 42 gr 28 min Noorderbreedte en 23 gr en 20 min Westerlengte. Hij was 22 jaar oud en ongehuwd.

Huwelijk van de kinderen
Leeendert Brijs trouwde op 7 mei 1858 met Sietje van der Mast, geboren in 1829 in Dirksland, ze waren allebei 29  jaar  (akte 12).  Op 20 december 1858 is zoon Johannis geboren en op 8 september 1865 Margrieta.
Arentje is op 25 november 1858 (akte 25) met Jacob van der Meide getrouwd, ze waren 23 en 22 jaar oud. Jacob was visser (overleden 1887) en ook zoon Jan van der Meide was visser. Rond 1900 zijn Jan en Arentje naar Maassluis verhuisd

De ramp met de vissloep Wisselvalligheid, januari 1867. Leendert  Brijs verdronken.
Leendert Brijs (1829-1867) behoorde tot de bemanning van de sloep Wisselvalligheid. Hij is op 16 of 17 januari 1867 verdronken toen de sloep overvaren werd onder de Nederlanadse kust. Leendert was 37, bijna 38, ten tijde van de ramp

Cornelis Brijs (1836-  )
Cornelis Brijs is in november 1862 naar Antwerpen gegaan om daar als visser te gaan werken (1). Hij kwam in dienst bij Jacques van Bemden, ook een belangrijke Antwerpse reder. Hij is op 11 oktober 1866 in Antwerpen gehuwd met Rosalie Ommegang uit Vilvoorde. Hun zoon Joannes Petrus Antonius is 1 jaar oud geworden, overleden op 23 februari 1874 in Antwerpen. Karle Frans (Carolus Franciscus) is geboren 14 januari 1875 in Antwerpen. De derde zoon, Antonius Carolus is, is op 3 januari 1879 in Antwerpen geboren en na tien maanden overleden.(2)
Immigratie stad Antwerpen (vreemdelingendossier)
nr. 19490, december 1862

Nabestaanden van Leendert Brijs
Van de zoons van Johannes en Pietertje zijn er twee op zee omgekomen. In 1867 hadden ze alleen dochter Arentje nog in de buurt en schoondochter Sietje met twee kinderen. Johannes en Pietertje zijn allebei heel oud geworden,  in 1880 en 1885 zijn ze overleden.
Sietje van der Mast, 37 jaar, bleef achter met Johannis van acht en Margrieta van een jaar oud. Ze heeft toestemming gevraagd en gekregen voor een nieuw huwelijk, maar ze is niet hertrouwd. Hoe ze in haar levensonderhoud voorzag is niet bekend.



Nederlandsche Staatscourant, 17 april 1869
rechts het verzoek van Sietje van der Mast

Margrieta is in 1893 getrouwd met Nicolaas Kapteijn uit Maassluis. Zoon Johannis Brijs werd visser. Johannis en Sietje zijn in oktober 1894 ook naar Maassluis vertrokken, in navolging van Margrieta. Later volgden ook Arentje Brijs en haar zoon Jacob van der Meide. Sietje van der Mast is in 1902 in Maassluis overleden.

1. De naam van Cornelis is eveneens doorgehaald in het bevolkingsregister 1861-1890. Er is niet vermeld dat hij in 1862 naar Antwerpen vertrokken is om daar als visser te gaan werken.
2. Militie provincie  Antwerpen 1895, via search.arch.be. Genealogische gegevens van Joke van Rumpt. Op 4 mei 1884 is een Cornelis Brijs in Vrasene overleden. Het staat niet vast dat dit dezelfde is.

Hugo Wildenboer (1834-1867) en Aagje van 't Zelfde (1837-1894)

Hugo Wildenboer is afkomstig uit Brielle, hier geboren op 1 september 1834, zoon van Jan Wildenboer en Arentje van der Brugge. Hij is naar Middelharnis gekomen om visser te worden. Eerst woonde hij in bij zijn tante Dirkje van der  Brugge die op de Westdijk B 354 een logement had (beroep: slaaphuishoudster). De man van Dirkje, Simon de Ruiter, was in 1861 overleden. Haar dochters Aaltje en Dirkje de Ruiter woonden ook op dit adres en een kleinzoon Arie den Dunnen (zoon van Aaltje) geboren in Hardinxveld in 1860 (1)
Aagje van 't Zelfde  is op 12 februari 1837 in Middelharnis geboren, dochter van Roeland van 't Zelfde en Teuntje Kattestaart.

Huwelijk en kinderen
Hugo en Aagje trouwden op 21 mei 1862 In Middelharnis. Ze waren 26 en 25 jaar oud. Op 3 februari 1863 werd zoon Jan geboren en in 1865 Roeland die maar enkele maanden oud werd. Ze woonden in bij Teuntje Kattestaart, de moeder van Aagje.

De ramp met de Wisselvalligheid, januari 1867
Hugo Wildenboer was een van de bemanningsleden van de sloep Wisselvalligheid die op 16 of 17 januari 1867 door een aanvaring onder de Nederlandse kust met man en muis is vergaan. Hij was 32 jaar oud.

Nabestaanden
Aagje van 't Zelfde bleef met zoon Jan van vier achter.  Ze heeft wel toestemming gekregen (november 1869) voor een nieuw huwelijk maar ze is niet hertrouwd.


Nederlandsche Staatscourant, 17 april 1869

Jan Wildenboer werd schoenmaker, hij trouwde in 1891 met Martijntje Trommel.
Aagje is in 1894 overleden, 58 jaar oud.



1. Dirkje van der Brugge is op 12 juli 1866 overleden en kleinzoon Arie den Dunnen op 3 augustus 1866. In die tijd heerstte de cholera in Middelharnis.

Teunis den Buizer (1841-1865) en Adriaantje Paasse (1838-1869)

Teunis den Buizer (ook wel Buijser of Buijzer) is in 1841 geboren in Oosterhout. Zijn ouders heetten Balten den Buijser en Baaltje van Sjoert (of Soert). Teunis is na het overlijden van zijn ouders in het burgerweeshuis in Middelharnis opgenomen. Hij was al visser terwijl hij nog in het weeshuis zat (1).
Adriaantje Paasse is een dochter van Cornelis Paasse (Paase) en Jobje Boogerman. Ze is op 11 juni 1838 in Middelharnis geboren. Ook haar ouders waren al overleden ten tijde van het huwelijk.

Op 29 oktober 1864 zijn Teunis en Adriaantje in Middelharnis getrouwd. Teunis was visser en Adriaantje was dienstbode. Ze waren 23 en 26 jaar oud. Getuigen waren weesvader George Spee, Arend Boogerman (oom van Adriaantje) en de vissers Arij Boogerman en Arend de Koning.

De ramp met de Lucretia Adelaïde, februari 1865
Teunis en Adriaantje waren nog geen vier maanden getrouwd toen Teunis verdronken is. Hij behoorde tot de bemanning van de Lucretia Adelaïde, de sloep die op 19 of 20 februari1865 met volledige bemanning is vergaan. 

Adriaantje hertrouwd
Adriaantje is na het overlijden van Teunis weer dienstbode in Sommelsdijk geworden. Ze heeft zich in 1866 tot de rechtbank gewend om een verklaring te verkrijgen van het vermoedelijk overlijden van Teunis. Ze heeft die verklaring op 18 juli 1867 gekregen waarna de weg vrij was voor een nieuw huwelijk.


Nederlandsche Staatscourant, 28 juli 1867

Op 5 december 1867 is Adriaantje hertrouwd met Johannis van Delft. Op 22 december werd Pieter van Delft geboren die al na twee maanden overleed. Op 4 april 1869 werd  dochter Jobje geboren. Tweeënhalve maand na de bevalling overleed Adriaantje op 19 juli 1869 en enkele dagen later is ook Jobje gestorven.
Johannis van Delft is op 26 april 1870 hertrouwd met Lientje van den Nieuwendijk.



1. Bevolkingsregister Middelharnis 1861-1890 via genver. scan 6.

donderdag 7 november 2013

De bemanning van de sloepen Eben Haëzer en Vrouw Aplonia uit Middelharnis, vergaan van 3 op 4 december 1863

Vrouw Aplonia en Eben Haëzer vergaan
In de orkaan die honderdvijftig jaar geleden op 3 en 4 december 1863 woedde zijn twaalf vissersboten ten onder gegaan met in totaal meer dan honderd bemanningsleden. 
Middelharnis was van alle vissersplaatsen het zwaarst getroffen. Twee vissloepen van rederij P.L. Slis met elk dertien bemanningsleden vergingen in de storm. De Antwerpse sloep Josephine had twee bemanningsleden uit Middelharnis aan boord, zodat er in dit dorp van ruim 3000 zielen 28 levens te betreuren waren. 
Hendrik de Korte (1)  beschreef de toedracht als volgt:
Het ongeluk is geschied in de nabijheid van de Hollandse kust, want een deel van de tuigage dezer sloepen, is door elkander gemengd te Egmond aan Zee aangespoeld. Zeer waarschijnlijk hebben zij elkander in de storm aangevaren, door weinig uitzicht. De verslagenheid in het dorp was groot.
Ook het kluifhout van de Vrouw Aplonia is in Egmond hier aangetroffen (op Texel aan land gebracht) en het naambord en de tonnen van de Eben Haëzer. Tegelijkertijd zijn bij Egmond de Scheveninger bom Vrouw Kniertje en de Katwijker bom Vrouwe Neeltje vergaan.
Zie voor uitvoerige beschrijving van de toedracht het artikel van Rinus van Dam in Eilanden-nieuws van 20 december 2012.

Nabestaanden
Aanvankelijk berichtten de kranten alleen over het vergaan van de Eben Haëzer . Er werd een inzameling gestart om de negen weduwen en achttien kinderen te ondersteunen.
Later in de maand december werd duidelijk dat ook de Vrouwe Aplonia niet zou terugkeren en dat er nog tien weduwen en 22 kinderen hulpbehoevend werden.  Er werd een comité gevormd door de plaatselijke reders, de predikanten en de pastoor aangevuld met twee rijksambtenaren onder voorzitterschap van reder P.L. Slis. 
De oproep tot geldelijke ondersteuning van de nabestaanden vond alom weerklank.


Zierikzeesche Nieuwsbode, 23 december 1863


In totaal is  fl. 9194,265 ingezameld. In mei 1864 werden alle gulle gevers in bloemrijke taal bedankt door de leden van het Comité.


Opregte Haarlemsche Courant 20 mei 1864

Van de opbrengst moesten negentien weduwen ondersteund worden. Ze kregen tot 1867 een bedrag per week dat afhankelijk van het aantal kinderen varieerde van een gulden tot twee gulden vijftig (2). Ook werd voorzien in warme spijs en brandstof in de wintertijd. 
In verpleging van weduwen kon het comité niet voorzien, daarvoor moesten de armbesturen worden aangesproken (3).

De bemanning
Van de negentien gehuwde mannen aan boord van beide sloepen zijn zestien namen bekend. Van de zeven ongehuwde mannen zijn drie namen met zekerheid bekend. Ook zijn in dit overzicht vijf namen opgenomen van jongens die in deze periode zijn verdronken, maar waarvan er een of meer tot de bemanning van de Lucretia Adelaïde (vergaan in 1865) hebben behoord (4). 

Via de namen kunt u doorklikken naar historische en genealogische informatie over de vissersfamilies.

Jan van den Berg (1844-1863) , Eben Haëzer  of Vrouw Aplonia,  ongehuwd
Cornelis Adrianus Breur (1837-1863)Eben Haëzer, gehuwd
Anthonij van Dongen (1825-1863),  Eben Haëzer, gehuwd
Anthony van Dongen (1837-1863)Eben Haëzer, gehuwd
Cornelis van Dongen (1836-1863)Eben Haëzer,  gehuwd
Leendert van Dongen (1832-1863), Eben Haëzer, gehuwd
Bastiaan Dubbeld (1820 -1863 ),  stuurman Eben Haëzer , gehuwd
Leendert de Gast (1844-ca.1863)Eben Haëzer of Vrouw Aplonia of 1865, ongehuwd
Jacob Groen (1830-1863)Eben Haëzer, gehuwd 
Arend Gijze (1847-ca.1863)Eben Haëzer of Vrouw Aplonia of 1865, ongehuwd
Joost van Hulst (1824-1863)Eben Haëzer, gehuwd
Pieter van Hulst (1849-1863) ,Vrouw Aplonia, ongehuwd
Wessel Johannis Hotting (1837-1863)VrouwAplonia, Eben Haëzer of 1865 ongehuwd
Laurens Ketting (1837-1863),  Vrouw Apl nia, gehuwd
Lambregt de Koning (1835-1863)VrouwAplonia, gehuwd 
Paulus de Koning (1811-1863)Vrouw Aplonia, gehuwd 
Kornelis Koote (1849-ca.1863), VrouwAplonia, Eben Haëzer of 1865 ongehuwd
Jan Krijger (1799-1863) , Vrouw Aplonia, gehuwd 
Maarten Langbroek (1826-1863) stuurmanVrouw  Aplonia, gehuwd  
Arend Langbroek  (1845-1863), Vrouw Aplonia, ongehuwd 
Jan Nagtegaal (1827-1863)Eben Haëzer  of  Vrouw Aplonia, gehuwd
Gabriel de Waard (1835-1863) Vrouw Aplonia, gehuwd
Arend de Waard (1840-ca.1863)Eben Haëzer of Vrouw Aplonia of 1865, ongehuwd
Arend Witvliet (1850-ca.1863) , Eben Haëzer of Vrouw Aplonia of 1865, ongehuwd


Aan boord van de Antwerpse sloepen Josephine en De Hoop die in dezelfde nacht is vergaan waren drie vissers uit Middelharnis:

Willem Jongejan  (1829-1863), De Hoop, gehuwd
Cornelis Vogelaar (1814-1863),  Josephine, gehuwd
Johannis de Waard (1815-1863), Josephine, gehuwd

Willem Jongejan was inwoner van Antwerpen, Cornelis Vogelaar en Johannis de Waard waren inwoners van Middelharnis.

Literatuur:
1. H. de Korte Johsz. Iets over de visserij van Middelharnis. Eilanden-nieuws 1947, deel 10.
2. Archief gemeente Middelharnis, inv. nr. 1847, brief van 9 juli 1864 van het comité aan gemeentebestuur.
3. idem, inv. nr. 1860. Stukken omtrent de sloep Wisselvalligheid
4. Bronnen: Van Dam, De Korte, bevolkingsregister 1861-1890 Middelharnis, huwelijksbijlagen, Nederlandsche Staatscourant. Verantwoording bij de teksten over de vissersgezinnen afzonderlijk.

Zie ook: Rinus van Dam. Storm op zee, de ondergang van "Wilhelmsburg", "Apolonia", "Eben Haëzer" en "Josephine". In: Eilanden-nieuws, 20 december 2013.

150 jaar geleden: de beruchte orkaan van 3 en 4 december 1863

Begin december 1863 was het aanhoudend uitzonderlijk zwaar weer. De hele week werd beheerst door storm. Van het Skagerrak tot aan Zuid-Spanje hadden de kusten het hevig te verduren. 
Op 3 december bereikte het centrum van de depressie via de Britse eilanden de Noordzee, die door de orkaan werd opgezweept tot een ontembaar monster... Op de 3e december was het overdag meteen als raak. Dwars door de branding heen begaf de reddingboot van Nes op Ameland zich naar zee. Vanaf de wal had men een vrijwel tot wrak geslagen schip in de branding waargenomen. Het bleek de Noorse brik Bröderne te zijn. Na een hopeloze strijd moest zij zich overgeven...In de avond van de 3e december daalde het weerglas op Terschelling plotseling tot ongekende laagte. Het centrum van de depressie zou die nacht langs de Waddeneilanden trekken, een spoor van menselijk leed achterlatend (1).
Uit de Harlinger Courant: In de namiddag van de 3de december 1863 wakkerde de wind steeds meer aan en bereikte in het begin van de avond stormkracht. In de nacht begon het steeds harder te waaien, hetgeen gepaard ging met donder en bliksem, terwijl de storm haar grootste kracht scheen te bereiken. De volgende dag durfde zich haast niemand op straat te begeven, daar het hoogst moeilijk was om staande te blijven en de neerstortende dakpannen, schoorstenen, gevels of gedeelten daarvan iedere dreigde te verpletteren (2)

Van de desastreuze gevolgen van deze storm voor de scheepvaart had deze verslaggever nog geen weet. Minimaal veertig grote en kleine schepen zijn in deze nacht in Noord-Holland, Friesland en het Waddengebied in de problemen gekomen. Er zijn hier alleen al honderden mensen omgekomen. Een deel van bemanningsleden en passagiers heeft het overleefd en is op eigen kracht of door de reddingboot levend aan wal gekomen.
De dagen na dit rampzalige weer was de zee bezaaid met ronddrijvende wrakken en stukken van schepen, op de stranden spoelden lijken aan en een enorme  hoeveelheid lading van vergane schepen .
Voor Groot-Brittannie en Ierland wordt het aantal schepen dat in die nacht vergaan is geschat op tweehonderd. Zie o.a. deze website: Scheepsrampen Wales 


Visserschepen vergaan op  3 en 4 december 1863
Meer dan honderd vissers, de bemanning van twaalf Nederlandse vissersschepen, zijn deze nacht verdronken:

Uit Arnemuiden - sloep De Jonge Jacob en een kotter, omgeving Zeeuwse /Zuid-Hollandse kust met 13 vissers 
Uit Katwijk - twee bomschuiten waaronder de Vrouwe Neeltje bij Egmond, ca. 16 vissers 
Uit Middelharnis - twee vissloepen, de Vrouwe Aplonia en de Eben Haezer bij Egmond, 26 vissers 
Uit Pernis - vissloep Petronella Dorothea, 12 vissers 
Uit Scheveningen - pink Neeltje de Jong en bomschuit Vrouw Kniertje, 15 vissers
Uit Zoutkamp - twee visserssnikken. onbekend aantal bemanningsleden
Uit Zwartewaal -  vissloep Vooruit omgeving Vlieland, 12 vissers

Bij Callantsoog verging de Engelse vissloep Y33. 
De Oostende vissersvloot werd zwaar getroffen. De volgende sloepen zijn vergaan: O26 Duchesse de Brabant, O119 Haring, O144 Gabriël en O169 Sylvia. De Antwerpse vloot verloor de sloepen Josephine en De Hoop met volledige bemanning. De Van Baele uit Antwerpen is eveneens vergaan maar de bemanningsleden van deze sloep konden allemaal worden gered.
Zie ook de reactie van Raymond van Ael onder dit bericht.

De ramp met de Wilhelmsburg, Terschelling, 3 december 1863
De stranding van het Duitse fregat schip Wilhelmsburg is in de geschiedenis een van de grootste scheepsrampen op de Nederlandse kust. Het schip was in 1853 gebouwd voor vervoer van  landverhuizers.


De Wilhelmsburg
herkomst afbeelding onbekend

In de nacht van 3 op 4 december 1863 kwam de Wilhelmsburg bij Oost-Terschelling in moeilijkheden. Het schip was op 25 november uit Hamburg vertrokken met ruim 300 mensen aan boord. Vanaf woensdag 2 december had het schip te kampen met harde storm uit het westen die op donderdag 3 december in de middag toenam en uit West Zuid West kwam. De zee was toen al "schrikwekkend hoog". Om negen uur in de avond van 3 december was de wind toegenomen tot orkaankracht waardoor het schip door de zee overstelpt werd en op haar kant kwam te liggen. Rond middernacht was de wind West Noord West, een hevige orkaan met hagel en regen. Om twee uur 's nachts raakte het schip grond op de Boschplaat ten oosten van Terschelling en om drie uur begon het te breken. Slechts 51 mensen overleefden de catastrofe. 258 passagiers en drie bemanningsleden zijn omgekomen (4).



Noord-Hollands Archief; Archief Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, departement Haarlem
toegangsnr. 3501, 2.1.2.7.5. Reddingscommissie 175: rapport vergaan schepen 3-4 december 1863


Ter herinnering aan de ramp met Wilhelmsburg en andere scheepsrampen is een gedenksteen op het kerkhof van Hoorn op Terschelling aangebracht. Hier zijn veel slachtoffers van de Wilhelmsburg begraven. 


Noten:
1. Aad Schol. ...en om hen heen was alles branding...;scheepsstrandingen en reddingen bij Texel, Vlieland en Terschelling in de 19de eeuw, met ill. van Klaas Uitgeest. Den Burg, 1994. p.59. Het boek bevat een  hoofdstuk met de titel: "de beruchte orkaan van 3 en 4 december 1863". Deze titel heb ik overgenomen voor dit bericht op Arjaentje.
2. idem. p.63
3.  H.A.H. Boelmans Kranenburg en J.P. van de Voort: Een zee te Hoog, Scheepsrampen bij de Nederlandse zeevisserij 1860-1976. De Boer Maritiem, 1979. p. 27. Gebaseerd op het officiële verslag van het Ministerie (toestand der zeevisscherij). 
Arnemuiden: L. van Belzen, De vissersramp van 1863. In: Arneklanken, 13(2008).p.6-10
Scheveningen: Digitaal Vissersnamenmonument,Vrouw Kniertje en Neeltje de Jong
Zwartewaal: Nederlandsche Staatscourant, 25 januari 1867
Y 33 uit Engeland, vermeld in:Noord-Hollands Archief,  Archief Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, departement Haarlem, toegangsnr. 3501, 2.1.2.7.5. Reddingscommissie. nr.175: rapporten vergaan schepen 3-4 december 1863.
Oostendse sloepen: zie de informatie op de website van de Stad Oostende  
4. Zie noot 1. De getuigenissen van de bemanning die op p.60 en 61 van het boek van Schol staan zijn hier samengevat.

Zie ook: Rinus van Dam. Storm op zee, de ondergang van "Wilhelmsburg", "Apolonia", "Eben Haëzer" en "Josephine". In: Eilanden-nieuws, 20 december 2013.

maandag 4 november 2013

Leendert de Gast (1844-ca.1863) , Arend Gijze (1847-ca.1863), Kornelis Koote (1849-ca.1863), Arend Witvliet (1850-ca.1863)

In de periode 1863-1872 zijn vijf sloepen uit Middelharnis met man en muis vergaan. Deze scheepsrampen hebben 63 vissers het leven gekost.
De bemanning van een schip bestond uit twaalf of dertien mannen, meest volwassenen maar ook altijd drie tot vier "jongens".  We kennen de namen van de ongehuwde bemanningsleden uit het bevolkingsregister (1). Meestal waren ze bij hun vader, oom of oudere broer aan boord. Maar niet altijd. Van enkele jongens weten we dat ze in 1863, 1865 of 1867 omgekomen zijn. Op welke sloep ze voeren is niet met zekerheid te zeggen.

Leendert de Gast (1844-ca.1863)
Leendert de Gast was een zoon van Jacobus de Gast (ouders:Leendert de Gast en Klaartje Muije) en Jannetje Wittekoek (ouders: Johannes Wittekoek en Maatje de Korte).

De ouders van Leendert zijn op 9 mei 1841 getrouwd (akte 10). Ze waren arbeider en arbeidster van beroep. Ook de vader van Jannetje was arbeider.  Jannetje Wittekoek had toen al twee kinderen, Johannes uit 1840 en Klara uit 1838. De beide kinderen werden erkend door Jacobus de Gast. Op 16 januari 1844 werd Leendert geboren en in 1847 Maatje. 
Het noodlot sloeg in het begin van de jaren vijftig in dit gezin hard toe. Johannes is in 1850 overleden toen hij tien jaar oud was, Maatje was drie toen ze op 27 april 1851 overleed en op 15 mei 1851 overleed moeder Jannetje, 34 jaar.
Jacobus de Gast bleef achter met Leendert en Klara. Leendert was zeven toen zijn moeder overleed. Klara trouwde in 1863 met Jacob Oosterling, arbeider.
Het gezin woonde op het Vingerling, later op de Oostdijk en in de Nieuwstraat.

Leendert de Gast kwam uit een familie van overwegend landarbeiders en ook zijn zus trouwde met een landarbeider. Zijn grootmoeder Klara Muije was een dochter van stuurman Jan Muije. Leendert behoorde tot de bemanning van een van de sloepen die bij de zware storm  in 1863 is vergaan, of tot de bemanning van de Lucretia Adelaïde die op 19 of 20 februari 1865 ten onder ging.
Jacobus de Gast bleef alleen achter. Hij is in 1867 hertrouwd met Maria Looij, de weduwe van Jan Blok. Hij was vijftig en zij dertig. Jacobus is in 1877 overleden.

Arend Gijze (1847-ca.1863)
De ouders van Arend Gijze zijn Arend Gijze(n) (1804-1891) en Hester van der Meide(n). Zij trouwden op 19 juni 1825. Arend was visser en Hester arbeidster.
Arend had een oudere broer die Beschier heette en vier zussen: Maria, Adriana, Bastiana en Jannetje (2). Hij was de jongste van het gezin en is geboren op 22 oktober 1847. Het gezin woonde op de Westdijk.
Bastiana trouwde in 1857 met Arend Witvliet, Adriana in 1859 met Jacob Breeman, Beschier in 1860 met Adriana Koning en Jannetje in 1864 met Abram Sprong. Bastiana is jong overleden en Jannetje is vroeg weduwe geworden waarna Arend Witvliet en Jannetje in 1877 met elkaar gehuwd zijn.

De broer van Arend was visser, zijn vader en zwagers eveneens. Het lag dus voor de hand dat Arend ook visser werd. 
Arend Gijze behoorde tot de bemanning van een van de sloepen die bij de zware storm  in 1863 is vergaan, of tot de bemanning van de Lucretia Adelaïde die op 19 of 20 februari 1865 ten onder ging. Er is geen familierelatie met een van de andere bemanningsleden ontdekt.

Kornelis Koote (1849- ca.1863)
is geboren op 20 augustus 1849 in Middelharnis. Hij is een zoon van Frans Koote en Jannetje Beket. Beide ouders kwamen uit vissersfamilies, maar Frans Koote werd arbeider van beroep. Zoon Kornelis is wel visser geworden. Hij is op een van de in 1863 en 1865 vergane sloepen omgekomen. Op 19 augustus 1865 kregen Frans Koote en Jannetje Beket een tweeling; een van de jongens werd Cornelis genoemd naar zijn omgekomen broer. De moeder overleed in het kraambed, de beide zuigelingen zijn kort daarna overleden. Kornelis was in december 1863 veertien jaar oud.

Arend Witvliet (1850-ca.1863)
De  vader van Arend Witvliet heette ook Arend, evenals zijn grootvader.  Zijn moeder was Maria Schellevis. Arend was arbeider en Maria was dienstbode ten tijde van het huwelijk op 1 maart 1846 (akte 5). Ze woonden in de Ring. 
Op 3 juni 1846 werd zoon Arend geboren, hij werd maar zes weken oud. Ook de tweede zoon Arend uit 1849 heeft maar kort geleefd. Het derde kind, ook Arend, bleef wel in leven evenals Maria uit 1852 en Abraham uit 1858. Anna, geboren in 1855, overleed in 1857. Jan uit 1861 is op 10 september 1863 overleden. Het gezin bestond in 1863 uit vader, moeder en de kinderen Arend, Maria en Abraham.

De oudste zoon Arend Witvliet, geboren op 8 januari 1850, werd visser. Hij behoorde tot de bemanning van een van de sloepen die bij de zware storm  in 1863 is vergaan, of tot de bemanning van de Lucretia Adelaïde die op 19 of 20 februari 1865 ten onder ging. Er is geen familierelatie met een van de andere bemanningsleden ontdekt.

De latere sasmeester Jan Witvliet (zie blogarchief 14 oktober 2013) was een oom van Arend.



1, Bevolkingsregister Middelharnis 1861-1890 , vermelding Stbl, 1870-73, dec. 1872, scan 269 (de Gast), 319 (Gijze), 547 (Koote) en 1084 (Witvliet).
2. Genealogie Gijze, Joke van Rumpt.