dinsdag 13 juni 2023

Middelharnissche Visschersvaartuigen. Het beeldverhaal van Hendrik de Korte. Deel 9, de inrichting van de MD 11 Hendrika Adriana.

De laatste tekening in de reeks van Hendrik de Korte bevat vijf schetsen van de inrichting van een sloep. Het betreft een sloep met hangende spiegel. De titel van deze afzonderlijke tekening luidt:

Inrichting Middelharnissche beugsloep Hendrika Adriana te Vlaardingen gebouwd, 80 voet lang, 1883.

Afbeelding I.  (zijaanzicht)

 1. Kabelgat 2. Volkslogies 3. Bergplaats steenkolen 4. Voordurk (bergplaats voor watervaten) 5. Ballastruimte 6. Voorbun 7. Middelbun 8. Achterbun 9. Bunbak 10. Voorop den deken 11. Achterop den deken 12. Achterdurk (toel.: durk is de plaats in het schip waar het vuil zich verzameld) 13. Vischhok 14. Ballastruimte 15. IJshok 16. Ballastruimte 17. Kajuit 18. Achterpiek 19. Kap volkslogies 20. Voormast 21. Ankerspil 22. Achtermast 23. Helmstok 24. Been van het spil 25. Bunschilden 26. Uitneembaar gedeelte voor het uitscheppen van de visch (zetteboorden).


Waarschijnlijk is deze tekening gebruikt voor de vervaardiging van onderstaand model. 


Opengewerkt model van de sloep MD 38 (fictief registratienummer), schaal 1:20,
door W.C. Ravensbergen naar gegevens van J. Ploeg (1982). (Museum Vlaardingen)


Afbeelding II. Dekplan


1. Betingbalk waarop de “knecht” voor kabel. 2. Luik kabelgat 3. Toegang volklogies 4. Kachelpijp 5. Luiken voordurk 6. Mast met SB en BB voorpomp 7. Luik voordeken 8. Luik achterdeken 9. Uitschep of zijluiken 10. Voorbun 11. Middelbun 12. Achterbun 13. Ankerspil 14 Achterpomp 15. Luik visch-hok 16. Luik ijshok 17. Kompashuisjes 18. Toegang kajuit 19. Achtermast 20. Helmstok 21. Doorloopende dekbalk


Afbeelding III. Dek zoute vischvaart


De kruisjes geven de standplaats der personen aan, kleine cirkels vaten gezouten visch

1. Jongen aan het “spleten 2. Bovenman aan het “spleten” (zorgt voor de stagfok) 3. Matroos aan het “spleten” (zorgt voor de stopmand) 4. 5. 6. en 7. Beug inhalers 7. Gooit een gevangen kabeljauw naar “kapper” 8. 9. Vischsnijder 10. Vischspoelder 11. Inbakker 12. Stuurman aan het roer 13. Schipper de visch inzoutend 14. Snijluik. 15. De boot 16. Groote spoelbalie 17. Manden met visch 18. Bunpomp voor spoelwater 19. Mand voor vaartregeling.

N.B. Een zeer uitvoerige beschrijving van deze handelingen tijdens de zoutvaart is te vinden in: H. de Korte Johsz. 'Iets over de visserij van Middelharnis, Eilanden-nieuws, artikel 16 ( 8 oktober 1947), 17 (11 okober 1947), 18 (18 oktober 1947), 19 (25 oktober 1947) en 20 (29 oktober 1947). Te raadplegen via www.krantenbankzeeland.nl

 

Afbeelding IIII. “Op den deeken” versche vischvaart


Het dek wegdenken. Deken is het bundek (zie 10 en 11 bij afbeelding I). 1. tot 2. Bunbak 3. Spleten 4. Spleten 5. Spleten 6.7.8. Matrozen de beug in het aas zettend 9. Afgeaasde beuglijn klaarstaande 9. Watervat 10. Biervat 11. Bergplaats kleine kabel 12. Waarloze beugtonnen 13. IJsmolen 14. Achterpomp 15. Been van het spil 16. Tonnen gezouten aas 17. Mast met twee pompen 18. Kettingbak 19. Achterdurk 20. Deur naar het vischhok 21. Schot vischhok 22. Bergplaats waarloos touwwerk
Naast deze tekening is een gaffelschuit getekend “begin” en de stalen sloep Johanna Hendrika uit 1896 “einde”.


Afbeelding V. Tuigteekening



1. Stengestag 2. Waterstag 3. Hals en thuishaler 4. Toppenant 5. Groote stag 6. Stagfokval 7. Zeilval 8. Tjikval 9. Voordurk 10. Noklijn 11. Spruiten 12. Voortjikval 13. Voorwant BB 14. Stengewant BB 15. Bakstag 16. Voorschoten 17. Achterwant 18. Toppenantje 19. Achterschoten 20. Achterdurk 21. Achterpiekval 22. Achterzeilval 23. Achtertjikval 24. Achternoklijn 25. Manteldurk 26. Windvaan 27. Bak en scherm roode zijvuur

 © Marlies Jongejan, juni 2023

 

woensdag 4 januari 2023

De MD 13 Voorlichter in Middelharnis (1901-1917)

De stalen sloep MD 13 Voorlichter werd eind 1901 aangekocht door de firma Wed. C. Kolff en Zoon. De sloep was bestemd voor de beug- en haringvisserij. De sloep werd in de zomer van 1902 voor de haringvisserij vanuit Middelharnis ingezet. Het was voor het eerst sinds 1872 dat Middelharnis weer aan de haringvloot deelnam. De schipper was Mattheus den Braber.


Maas- en Scheldebode, 5 december 1901

De Voorlichter was een tweedehands sloep, gebouwd in 1893 als VL 156 Voorlichter op de werf van Bonn en Mees in Katendrecht voor de Vlaardingse 'N.V. de Dogger-maatschappij tot uitoefening van de zeevisscherij' (opgericht in 1891). De directeuren van de Doggermaatschappij waren Ary Hoogendijk Jz en Ary Jan van der Paauw. 


Nieuwe Vlaardingsche Courant, 28 december 1892

Andere schepen van deze maatschappij heetten Voorloper (1891), Voorwaarts  (1891), Voorbode (1893), Vooruit (1895) en Vooraan (1895). Voor eigen rekening liet Ary Hoogendijk Jz in 1894 de VL 168 Noordster bouwen. Deze sloep kwam in 1902 eveneens naar Middelharnis om als MD 3 Anna in 1903 voor de haringvisserij te worden ingezet.

Het principe van deze schepen was dat ze multi-functioneel waren, dat wil zeggen dat ze zowel voor de haringvisserij als voor de beugvisserij geschikt waren. De sloepen hadden anderhalve mast. De grote mast werd tijdens de haringvisserij gestreken.

De toenmalige betekenis van de term Voorlichter was letterlijk:'licht voor iemand uit laten schijnen, zodat hij kan zien waar de te volgen weg loopt.' Het was een optimistisch, toekomstgericht begrip.


Vlaardingsche Courant, 17 mei 1893


Schippers
De eerste schipper, Mattheus den Braber, bleef tot en met de zomer van 1910 de schipper van de MD 13 Voorlichter. In 1911 en 1912 was Jan de Koning schipper en vanaf 1913 tot en met 1917 Jacob de Korte.

Sloepen voor de haringvisserij
In 1902 voer alleen de MD 13 Voorlichter uit met de haringvloot. In 1903 kwam de MD 3 Anna erbij, als tweede sloep die voor de haringvisserij geschikt was. In 1904  ging de MD 32 Noordster eenmalig met de haringvloot mee. Van 1905 tot en met 1910 voeren de MD 3 en de MD 14 jaarlijks uit voor de haringvisserij.  In 1911 kw
am de MD 11 Oranje Nassau erbij en deed rederij Slis voor het eerst met de haringvisserij mee met de nieuwe MD 8 Albatros. Het aantal haringsloepen vanuit Middelharnis bedroeg in 1912 drie; in 1913 vier en in 1914 vier; in 1915 twee.  In 1916 gingen de MD 13 Voorlichter en de MD 11 Oranje-Nassau nog op haring vissen. 

In 1917 was dit wegens oorlogomstandigheden niet meer mogelijk. 

Rederij Kolff verkocht de MD 13 Voorlichter eind 1917 aan de heren Van Witzenburg en Smith in Vlaardingen.


Maas- en Scheldebode, 28 november 1917


MD 13 Voorlichter in de haven van Middelharnis, winter 1917-18,
in afwachting van transport naar Vlaardingen
 (uitsnede van een foto van het Maritiem Museum Rotterdam iF1309)

De sloep werd al snel doorverkocht aan de N.V Vrachtvaart- en Visscherij-Maatschappij Wilhelmina onder directie van W. van Heijst en T. van Yperen. Het schip werd op de werf van Gebr. van der Windt in Vlaardingen omgebouwd voor de vrachtvaart.

De nieuwe naam werd Wilhelmina.

Vlaardingsche Courant, 5 januari 1918

Het 'vrachtloggerschip' Wilhelmina maakte reizen naar Frankrijk, Engeland en Noorwegen. De kapitein was D. van der Zwan.


Rotterdamsch Nieuwsblad, 3 februari 1920


De N.V. Wilhelmina werd in 1922 geliquideerd. Wat er daarna met de 'vrachtlogger' Wilhelmina is gebeurd, is nog niet bekend.


De Maasbode, 18 juni 1922









dinsdag 20 december 2022

‘De gesteldheid van de visscherij is te Middelharnis werkelijk gunstig’. De visserij van Middelharnis 1863-1893

In De Ouwe Waerelt van december 2022 is een artikel verschenen over de visserij van Middelharnis in jaren 1863-1893. Dit is de derde bijdrage in een serie van vier over de jaren 1813 tot 1923.

In de woelige visserijgeschiedenis van Middelharnis brak in 1863 een periode aan zonder oorlogen en handelsbelemmeringen. De verlaging van de invoerrechten door BelgiĆ« in mei 1863 betekende een keerpunt voor de tanende visserij. De Belgische consument kon zich weer veroorloven om Nederlandse vis te kopen. Ook door de opening van de nieuwe buitenhaven in 1865 zag men de toekomst van de visserij weer met vertrouwen tegemoet. 


Haven met spui- en schutsluis, gereedgekomen op 5 augustus 1865

 (Streekarchief Goeree-Overflakkee)


De Middelharnisse reders durfden het weer aan om nieuwe sloepen te bestellen. Tussen 1865 en 1877 zijn achttien nieuwe schepen in gebruik genomen. Hiervan werden er zes in Middelharnis zelf gebouwd.


Tewaterlating van de Willem de Zwijger in Middelharnis,
Nieuwe Brielsche Courant, 5 augustus 1875


Een bloeitijd, zoals in de achttiende eeuw, zou het dorp niet meer meemaken. Door het verdwijnen van de visafslag was de betekenis van Middelharnis voor de vishandel sterk afgenomen. Maar de visserij zelf was nog springlevend. In 1863 brak een bloeiperiode aan die vijfentwintig jaar duurde. Met de kanttekening dat ook in deze jaren vele tegenslagen en moeilijkheden overwonnen moesten worden.

Als gevolg van het opkomende liberalisme werd de staatsinvloed op de visserij in alle Noordzeelanden teruggedrongen. Het afschaffen of drastisch verlagen van invoerrechten legde de markten rond de Noordzee en in het achterland zonder belemmeringen open. Spoorwegen en het gebruik van ijs zorgden ervoor dat meer gebieden bereikbaar werden als afzetmarkten voor verse vis. Ook deden zich technische vernieuwingen voor in de eens zo traditionele Noordzeevisserij. De enorme bevolkingsgroei in West-Europa vergrootte de vraag naar allerlei visproducten. Het gevolg was een zeer sterke uitbreiding van de vissersvloten van de landen rond de Noordzee.




Vier vissers uit Middelharnis op de foto in Den Helder, circa 1885. 

Ze zijn verkleed als marinier (foto afkomstig van de familie De Moei)



Na een bloeiperiode van vijfentwintig jaar zette aan het eind van de jaren 1880 de neergang in. De schrale vangst (als gevolg van het ‘doodvisschen’ van de Noordzee) was de belangrijkste oorzaak van de achteruitgang. De sloepen voerden in de zomer steeds minder tonnen gezouten vis aan. De tweede oorzaak voor de neergang was de veranderde infrastructuur voor verkeer en vervoer. In de herfst en in de winter haalden de vissers nog wel redelijke besommingen, maar de sloepen kwamen weinig in de thuishaven. De handel in verse zeevis speelde zich in Noord-Holland af. De afstanden van de thuishaven naar de visgronden en van de thuishaven naar de visafslag werden groter. Middelharnis lag in een uithoek.




Marlies Jongejan, ‘De gesteldheid van de visscherij is te Middelharnis werkelijk gunstig’. De visserij van Middelharnis 1863-1893. De Ouwe Waerelt 22(2022)67, 14-30.



De Ouwe Waerelt verschijnt 3x per jaar en is een uitgave van de Historische Vereniging voor Goeree-Overflakkee "De Motte". zie: www.demotte.nl. Losse nummers: € 9,95. abonnement/lidmaatschap € 30,- per jaar.

woensdag 30 november 2022

Burghse bokking en Walcherse regenten. De haringvisserij van Burghsluis (1751-1789)

Burghsluis ligt aan de zuidkust van Schouwen, waar de kustlijn voortdurend veranderde. Op deze kwetsbare plek begon Nicolaas van Hoorn, ambachtsheer van Burgh en burgemeester van Vlissingen, in 1751 met de ‘visnegotie’. Hij legde zich toe op de steurharingvisserij, dat wil zeggen dat de vissers de haring licht gezouten (gesteurd) aanvoerden. De vis werd in de rokerij verwerkt tot bokking of in de drogerij te drogen gehangen.


Burghsluis, ca. 1700
(Zeeuws Archief [ZA], beeldcollectie Schouwen-Duiveland)

Over de haringvisserij in Burghsluis in de tweede helft van de achttiende eeuw is een uitgebreid artikel verschenen in de Kroniek van het land van de zeemeermin (Schouwen-Duiveland).

Alle personen die betrokkenen waren bij de visserij op Burghsluis worden belicht. In het bijzonder een groep van 21 Walcherse regenten die in deze visserij investeerden. 

Een van de aandeelhouders in de viscompagnie van Burghsluis
Wilhem van Citters (1723-1802), schilderij door Jan Appelius
(Wikimedia Commons)



Maar ook de vissers en de bokkingrooksters komen aan bod. De opbouw van de vissersvloot van Burgh is zo goed mogelijk gereconstrueerd. Ook de verwerking van de vis in de bokkingrokerij, de handel, de afzetmarkt en de maatregelen van de Staten van Zeeland om de haringnegotie aan te moedigen worden uiteengezet. 

De visnegotie was voor de inwoners van heerlijkheid Burgh vanaf 1751 van grote betekenis door de bedrijvigheid die ontstond in de visserij en in de nevenbedrijven. 
Helaas was de bloei van Burgsluis als vissershaven niet van lange duur. 
Omstreeks 1760 waren er vijf bomschuiten in de vaart, rond 1770 waren het er vier, in 1773 waren er nog twee over. In 1789 werd het bedrijf ontmanteld.


Publicatie:

Marlies Jongejan, Burghse bokking en Walcherse regenten. De haringvisserij van Burghsluis (1751-1789. In: Kroniek van het land van de zeemeermin (Schouwen-Duiveland), 47(2022), 5-34.

ISBN 978-90-832425-0-7
Via Boekhandel de Vries in Zierikzee of uw plaatselijke boekhandel.


vrijdag 11 november 2022

150 jaar geleden. De scheepsramp met de sloep Middelharnis (1872)

Op 12 november 1872 werd de sloep Middelharnis ter hoogte van Terschelling door een groot koopvaardijschip overvaren. De twaalf bemanningsleden kwamen hierbij om. Deze week is het 150 jaar geleden dat deze tragische gebeurtenis zich voltrok.

Het Eilanden-Nieuws van 11 november 2022 besteedde aandacht aan deze scheepsramp.

Op vrijdag 8 november 1872 vertrekt de Middelharnis vanuit de thuishaven naar de visgronden bij de Waddeneilanden, tegelijk met de Vijf Gebroeders (schipper Gerrit Langbroek). Aan de noordkant van Terschelling vissen de sloepen van Middelharnis vanaf oktober tot in december vaak met plomplijnen (handlijnen) op schelvis. De ramp voltrekt zich op de avond van dinsdag 12 november 1872. De weersomstandigheden zijn extreem slecht: een harde westenwind en sneeuwbuien. De Middelharnis wordt in het donker overzeild door een groot koopvaardijschip, een driemastbark. De bemanning van de Vijf Gebroeders zag wat er gebeurde. Hendrik de Korte (1880-1948), oud-visser en leraar aan de Visserijschool in IJmuiden, tekende de toedracht als volgt op: ‘Er kwam weer een zware sneeuwbui opzetten en men geraakte elkaar uit het oog. Plotseling kwam er een groot zeilschip recht voor de wind varende rakelings achterom. Dit schip dat een grote snelheid had, voer recht op de plaats aan waar Smit met zijn schip zich bevond. Toen de bui over was, was er van de sloep van Smit niets meer te zien. Smit is nooit meer binnengekomen en zeer waarschijnlijk door het zeilschip overvaren.’

De sloep Volharding van rederij Slis uit 1871. De Middelharnis zag er ook zo uit.
( Het Scheepvaartmuseum, Amsterdam)


Bij de ramp kwamen twaalf vissers om. 
De bemanningsleden waren tussen de 14 en de 51 jaar oud. Bastiaan de Moei, Marinus Smit en Aren Jan de Waard waren ongehuwd.

Johannis Don (1844-1872)
Pieter Dubbeld (1821-1872)
Hendrik DuprĆ© (1845-1872)
Pieter de Man (1830-1872)
Bastiaan de Moei (1858-1872)
Simon de Moeij  (1825-1872)
Adrianus van den Nieuwendijk (1837-1872)
Cornelis Smit (1821-1872)
Gerrit Smit (1849-1872)
Marinus Smit (1857-1872)
Aren Jan de Waard (1850-1872)
Arend de Waard  (1842-1872) 



Meer informatie over de scheepsrampen in: Rinus van Dam, Marlies Jongejan en Pieter Koster. De vergeten vissers van Middelharnis. Scheepsrampen en ongevallen (1717-1938). Uitgegeven onder auspiciƫn van het Streekmuseum Goeree-Overflakkee in 2018.

Op dit weblog staan verschillende berichten over deze ramp. Zie in het blogarchief de berichten van 6 tot en met 19 december 2012.








zaterdag 29 oktober 2022

Vissers en duivenmelkers (Middelharnis 1907-1910)

In de jaren 1907 tot en met 1910 treffen we in de Maas- en Scheldebode berichten aan over postduiven die met een vissloep meegegeven werden. Meestal betrof het duiven van A. Witvliet. Ook L. van der Valk wordt een keer genoemd. Ik neem aan dat deze experimenten bedoeld waren om de duiven te trainen. De duiven namen een briefje mee terug waarin stond hoe laat en waar ze vanaf de sloep losgelaten waren.

Het was ook een manier om met de sloepen te communiceren. Een enkele keer kwam een duif terug met een briefje waarin iets over het weer stond.



Maas- en Scheldebode, 19 juni 1907





Maas- en Scheldebode, 22 juni 1907


Maas- en Scheldebode, 30 oktober 1907



Maas- en Scheldebode, 9 november 1907



Maas- en Scheldebode, 25 april 1908


Maas- en Scheldebode, 3 juli 1908

  

Maas- en Scheldebode, 10 oktober 1908




Maas- en Scheldebode, 31 oktober 1908


Maas- en Scheldebode, 23 juni 1909



Maas- en Scheldebode, 22 juni 1910


 

Maas- en Scheldebode, 21 december 1910



Maas- en Scheldebode, 14 februari 1912