maandag 10 mei 2021

Boekhouders en reders van Middelharnis. Een overzicht

De vissersvloot van Middelharnis bestond vanaf de achttiende eeuw uit grote schepen met een bemanning van dertien personen. Om het geld voor deze schepen bij elkaar te brengen en ook om de risico's te spreiden was het nodig dat meerdere personen in een schip investeerden. Deze  zogeheten partenrederij heeft in Middelharnis tot het midden van de negentiende eeuw bestaan. De stuurman had meestal ook een aandeel. In 1783 waren de 25 gaffel- en bezaanschuiten in handen van 102 verschillende reders.Een boekhouder voerde de administratie van een schip namens de reders (mede-eigenaren).  De reders behoorden tot de gegoede burgerij en tot de middenstand van het dorp.

Zie voor de partenrederij het volgende artikel:


De grote reders anno 1783 waren:


 

Aan het eind van de achttiende eeuw investeerde ook de familie Kolff in scheepsparten. Leden van deze familie bleven in de negentiende eeuw en tot het eind van de visserij in Middelharnis in 1923 actief als reders. Meer informatie:

Lambertus Kolff. Regent in de Bataafs Franse tijd

Reders Kolff

Na het overlijden van Cornelis Kolff in 1830 zette zijn weduwe (en nicht) Hermina Johanna Kolff de rederij voort onder de naam Wed. C. Kolff en Zoon.



Weduwe Cornelis Kolff
Hermina Johanna Kolff (1784-1859)

In de negentiende eeuw ontwikkelden leden van de familie Slis zich naast de familie Kolff als belangrijke reders:

Reders Slis

Behalve Slis en Kolff had Middelharnis enkele kleinere boekhouders en reders die een tot drie sloepen onder hun hoede hadden. Dit waren:

Gabriël de Jonge (1767-1849). Hij was in 1821 de opdrachtgever voor de bouw van de vissloep Jonge Jacomina. Hij bleef boekhouder van deze sloep tot en met het seizoen 1832-33. Daarnaast was hij boekhouder van de gaffelschuit Wilhelmina. De Jonge kwam oorspronkelijk uit Nieuwe Tonge. Hij was koopman en schipper van beroep. De Jonge was vanaf 1813 lid van de gemeenteraad van Middelharnis. In de jaren 1820 was hij assessor, een functie die vergelijkbaar is met wethouder

Pieter den Baars (1793-1832) was boekhouder van de sloep Cornelia Johanna. Deze sloep werd in april 1822 in gebruik genomen, mogelijk was Pieter den Baars ook de opdrachtgever voor de bouw. De naam van de sloep veranderde in het seizoen 1827-28 in Jonge Anthony. Zijn grootvader Pieter den Baars was broodbakker en boekhouder van een gaffelvisschuit waarin hij drie vierenzestigste part bezat. De schuit heette Cornelis en Jacobus, genoemd naar zijn beide zonen. Daarnaast had hij nog parten in vijf andere schepen. Zoon Jacobus den Baars is in 1797 in Vlaardingen getrouwd met Alida Hoogendijk, een dochter van Arij Claasz Hoogendijk die boekhouder, reder en (wijn)koopman was. Jacobus staat vermeld als wijnkoper, koopman en reder. Pieter den Baars was dus via zijn oom en tante bekend met de wereld van de Vlaardingse reders. Na het overlijden van Pieter nam zijn vrouw, Dirkje Schenk, het boekhouderschap over. Dirkje was afkomstig uit een familie van zeilmakers. Haar broer Aart Schenk is ook nog enkele jaren boekhouder van Jonge Anthony geweest. Voor het seizoen 1846-47 nam Jan Kom het van hem over. 

Jan Kom (1803-1865) was koffiehuishouder en boekhouder van de Jonge Anthony sinds 1846. In 1849-50 werd hij boekhouder van een andere sloep waarvan de herkomst niet bekend is. Hij noemde deze sloep  de Vrouw Maartje naar zijn vrouw Maartje Kas. Na zijn overlijden in mei 1865 verkocht Maartje Kas de Vrouw Maartje. De sloep was mede eigendom van Joost van den Tol (1799-1855) bouwman in Stad aan 't Haringvliet. Jan Kom was eigenaar van een tweede schip, genaamd Klaartje, een klein vissersvaartuig.

Johannis Meijer Veerman (link naar tekst van 19 december 2012).

Jeroen van de Rovaart Peeman (1820-1887), scheepmaker, was in 1867 boekhouder van de nieuwgebouwde sloep Jannetje en Sara, in 1869 ook van de Vijf Gebroeders en in 1875 van de  Willem de Zwijger. Ook zijn oudste zoon Jan Peeman (1844-1902) stond in 1872 als reder te boek. Peeman stopte als reder in 1878. Van de drie sloepen gingen er twee over naar Slis. De Jannetje en Sara ging over naar Kolff en werd vervolgens gesloopt.

Klaas Johannis Meijer (1850-1918), logementhouder, was gehuwd met Sara Cornelia Nipius, die in 1885 overleed. Klaas Johannis hertrouwde in 1886 met Elizabeth den Dunnen uit Made en Drimmelen. In 1888 haalde hij twee Antwerpse sloepen naar Middelharnis, de A11 Avenir en de A12 Pionnier. In 1891 kregen de sloepen de namen MD 7 Toekomst en MD 35 Pionier. In het seizoen 1891-92 heette de Pionier MD 35 Lientje en Cornelis (naar kinderen van Meijer). Rederij Slis nam in 1894 de beide Antwerpse sloepen over. 

woensdag 5 mei 2021

Redden, bergen, slepen, loodsen en goederen opvissen. Nevenactiviteiten van de vissers van Middelharnis

De vissers van Middelharnis hadden een goede reputatie als het ging om het verlenen van assistentie aan andere schepen. In een bericht over de redding van de bemanning van een fluitschip lezen we in de Rotterdamsche Courant van 27 december 1817 dat de vissers:

'hebbende in deze dezelfde ijver betoond als steeds door de visschers van Middelharnas, bij dergelijke gevallen, wordt aan den dag gelegd'

Op de Noordzee, in het Goereese Gat en op het Haringvliet kwamen de vissers allerlei situaties tegen die om actie vroegen. We hebben de links naar de berichten op dit weblog hier verzameld onder de noemer nevenactiviteiten.


1677: Vissers uit Middelharnis als loods in het Goereese Gat

1686: Surinamevaarder Sint Jan binnengesleept

1699: Berging Kasteel van Bajoene

1706: Het schip de Liefde van Friesland binnengesleept

1720: Binnenslepen Frans koopvaardijschip Goereese Gat

1760: Vaten brandewijn opgevist

1768: Levende potvis binnengebracht

1791: Redding van de bemanning van het koopvaardijschip Juno

1792: Vaten olijfolie opgevist

1807: Loodsdienst van Den Briel naar Texel

1814: Binnenbrengen van een smakschip

1815: Redding en loodsen van een kofschip door twee gaffelschuiten

1817: Redding van de 16-koppige bemanning van het fluitschip Bosschen Hove

1822: Loodsen van het smakschip Jonge Elisabeth

1825: Loodsen koopvaardijschip van Maarten Schaap

1825: Binnenloodsen van een zinkende galjas

1825: Bengaalse boomwol (katoen) opgevist

1835: Redding van de 40-koppige bemanning van het stoomschip Pylades

1839 en later: Hulpverlening aan schepen in nood. Overzicht.


1863: Inventaris van een verlaten bark meegenomen door drie sloepen

1880: vaten petroleum opgevist


Hulpverlening aan schepen in nood. Reddingsacties door vissers uit Middelharnis vanaf 1839

Op deze pagina een overzicht van reddingen door sloepen uit Middelharnis vanaf 1839 tot begin 20e eeuw.  Voor een overzicht van de vroegere periode zie het bericht hierna.


1839: Cornelis Langbroek en zijn bemanningsleden ontvingen van de Britse consul een beloning voor het redden van de Engelse schepen Malvina, Mercury en Richard and Thomas. De schipper krijgt 50 gulden, de stuurman 30 gulden, matrozen 25 gulden, de 'lichte' matrozen 15 gulden en de jongens elk 10 gulden. Cornelis Langbroek was stuurman van de Geertruida Margaretha.

Middelburgsche Courant, 18 juli 1839

1845: Redding van twee man van het in de Noordzee gezonken kofschip Johanna uit Hannover door de bemanning van de vissloep Lucretia Adelaïde, stuurman Jan de Bloeme. De stuurman ontving uit handen van de burgemeester een zilveren medaille, een getuigschrift en honderd gulden om onder de bemanning te verdelen


Algemeen Handelsblad, 29 oktober 1845

1850: De bemanning van de vissloep Pieter Mogge, stuurman Jan de Korte, redde in februari de bemanning van het Engelse schip New-Castle trader. Elk bemanningslid van de Pieter Mogge ontving 24 gulden. De stuurman kreeg een zilveren medaille. Pieter Koster heeft deze redding beschreven in zijn bijdrage getiteld 'Trouw en Vlijt', in het boek De vergeten vissers van Middelharnis, p. 237

Algemeen Handelsblad, 21 juni 1850


1852: De hoeker Onbestendigheid, stuurman Jan de Korte, bracht acht schipbreukelingen aan land. Zij behoorden tot een kofschip onder Papenburger vlag dat geladen was met steenkool.  Pieter Koster heeft deze redding beschreven in zijn bijdrage getiteld 'Trouw en Vlijt', in het boek De vergeten vissers van Middelharnis, p. 238


NRC 8 november 1852


1869 : Assistentie bij de stranding van de Djawa  door de vissloep Maria Cornelia, stuurman Izak van den Nieuwendijk (bron: AGM, staten Slis en Kollf)

NRC, 19 januari 1869


1869: Op 6 maart 1869 trof de bemanning van de vissloep de Kleine Maria, schipper de Koning, benoorden het Goereese Gat een verlaten Engels brikschip met de naam Waters aan. Het schip was beladen met steenkool op weg van Sunderland naar Rotterdam. De vissers begaven zich met gevaar voor eigen leven aan boord van het brikschip. Waarschijnlijk had de bemanning kort tevoren het schip verlaten want de haard was nog aan en het scheepsjournaal was zondag 4 maart nog ingevuld. De brik is naar Hellevoetsluis gesleept.

Dagblad voor Zuid-Holland en 's-Gravenhage, 11 maart 1869




1872: Berging van de Zweedse driemastschoener Danube door de vissloep Noord Over , stuurman Laurens van der Put (bron: AGM, staten Slis en Kollf)

Algemeen Handelsblad, 6 april 1872


1874: Noorse bark Soeblomstev mastloos gestrand. Opvarenden gered door de bemanning vissloep Ulbo, stuurman Jan Smit.


Nieuws van den Dag, 12 december 1874


1876: Bemanning van de Duitse schoener Fünf Gebrüder uit Neuenfelde gered door de Titia Jacoba, stuurman Maarten van Delft. De vijf bemanningsleden werden overgezet op een stoomboot naar Hamburg.


Vlaardingsche courant, 1 juli 1876

1877: De vissloep Zeemanshoop (Huibrecht van den Hoek) bracht de Deense schoener Carl Emil binnen in Hellevoetsluis. Het schip was op weg van Londen naar Kopenhagen. In stormweer brak de grote mast. De schoener is op sleeptouw genomen naar Hellevoetsluis.


Algemeen Handelsblad, 3 november 1877


1882: Redding van de bemanning van de sloep Zeemanshoop uit Hellevoetsluis

1883: De mislukte berging van de nieuwgebouwde schoener Adreania Riga door de vissloep Nijverheid, schipper Cornelis van den Hoek. Aangetroffen op 31 december 1883 op 6 uur van Texel, door het volk verlaten. De bedoeling was om de schoener in Nieuwediep aan te brengen, doch het sleeptouw brak.


Vlaardingsche Courant, 5 januari 1884



1884: Redding van de bemanning van het Engelse smakschip Joseph & Sara


1887: De Antwerpse vissloep Avenir werd in november 1887  ter hoogte van de Doggersbank aangevaren door de Duitse stoomboot Prins Wilhelm. De Avenir raakte zwaar beschadigd. De schipper van de Avenir was M. Don. De sloep had een Nederlandse bemanning. De  Waakzaamheid (Johannis de Waard) uit Middelharnis sleepte de Avenir naar Nieuwediep. De rederij Slis kreeg 1.200 gulden hulploon uitgekeerd. Het bedrag werd aan de besomming toegevoegd en naar rato over de rederij (6/17)en de bemanning (11/17) verdeeld.


Heldersche en Nieuwedieper Courant, 20 november 1887


Heldersche en Nieuwedieper Courant, 23 november 1887


Nieuwsblad Hoekse Waard en omstreken, 23 november 1887.


1888: De Belgische vissloep Avenir kwam enkele maanden later opnieuw in de problemen De schipper was Dubbeld (uit Middelharnis). De sloep werd in Nieuwediep binnengesleept door de MD 10 Tweelingen (Johannes Abraham de Waard) en de MD 16 Op hoop van zegen (Jacob van den Hoek). De sloep had in de nacht van 31 januari op 1 februari te kampen gehad met ''hooggaande zeeën" waardoor het roer brak. In eerste instantie lukt het de Tweelingen en Op Hoop van Zegen niet om bijstand te verlenen. De tweede keer lukte het wel om de sloep op sleeptouw te nemen.

Nieuwe Vlaardingsche Courant, 4 februari 1888


1890: Bemanning van het Nederlandse barkschip Ida, aan land gebracht door de MD 6 Titia Jacoba, stuurman Maarten van Delft.

Heldersche en Nieuwedieper Courant, 27 juni 1890


1891: De trawler Raleigh uit Yarmouth verloor in januari door een stortzee de beide masten. De trawler is door de MD 28 Vertrouwen, stuurman Cornelis van den Hoek op sleeptouw genomen. De sleepboot Wodan heeft de Vertrouwen met de Raleigh de haven van Maassluis binnengebracht.

Algemeen Handelsblad 20 januari 1891

1891: Reddingspoging van de Noorse bark Atlas door de bemanning van de MD 28 Vertrouwen, stuurman Cornelis van den Hoek.


Heldersche en Nieuwedieper Courant, 5 augustus 1891.


1902: Hulp aan de bemanning van het Duitse vaartuig Hinrika uit Oldenburg door de bemanning van MD 15 Poolster, stuurman Cornelis van den Hoek Jzn. Vier bemanningsleden kregen een medaille.


Telegraaf, 20 juni 1902


1903: Stoombeuger Stella Matutina met machineschade de haven van IJmuiden binnengesleept door MD 28 Vertrouwen, stuurman Cornelis van den Hoek. Over het uitblijven van de sloep Vertrouwen bestond in Middelharnis veel ongerustheid.


Nieuwe Vlaardingsche Courant, 11 maart 1903


1903: redding van zes bemanningsleden van het stoomschip Klampenborg uit Kopenhagen door de sloep MD 2 Doggersbank, schipper Jacobus van den Hoek


Nieuwe Vlaardingsche Courant, 3 oktober 1903



vrijdag 30 april 2021

Noordzeevloot van Middelharnis. Vijfde in grootte van Nederland (1887)

In 1887 verscheen Van Keulen's almanak voor de zee-visscherij. Deze almanak bevat een:

'Proeve eener Rangschikking naar plaatselijken omvang' 

In deze lijst zijn de vissersvloten geordend volgens de tonnenmaat. Dat wil zeggen het tonnage van alle schepen van een plaats bij elkaar opgeteld. 

De rangorde voor de Noordzeevloot zag er als volgt uit:

1. Vlaardingen 8.965 ton 

2. Scheveningen 7.450 ton

3. Maassluis 5.586 ton

4. Katwijk 2.473 ton

5. Middelharnis 1.473 ton (twintig bunsloepen).


Bron:

Van Keulen's almanak voor de zee-visscherij (Noordzee, Zuiderzee en Schelde).  Amsterdam, H.G. Bom,1887, p.  258.(eerste jaargang, niet verder verschenen).

zondag 25 april 2021

Botters, hoogaarzen, aken en bunschouwen van Middelharnis (1887)

Over de Middelharnisse vloot voor de visserij op het Haringvliet is nog weinig bekend. In 1887 had Middelharnis 33 vissersschepen, waarvan twintig bunvissloepen en dertien kleinere vaartuigen. 

De MD 1 tot en met MD 18 waren sloepen, evenals de MD 28 Vertrouwen en de MD 32 Eben Haëzer.

De dertien kleinere vissersvaartuigen zijn hieronder opgesomd. Na de havencode MD en het visserijnummer (sinds 1886 verplicht) volgen de scheepsnaam, de naam van de schipper/eigenaar, de tonnenmaat en het bouwjaar.


Botters:

MD 19 Jonge Willem, D. Witvliet, 29 ton, 1850

MD 21 Volharding (II), Eigendom van P.L. Slis en Zoon, schipper C. Groen, 27 ton, 1869

MD 22 Jonge Simon, Simon de Waard Szn, 23 ton, 1850

MD 23 De Beer, A. Witvliet, 22 ton, 1850


Hoogaarzen:

MD 20 Drie Gebroeders, B. Dubbeld, 27 ton, 1854

MD 31 Onderneming, J. Dubbeld, 27 ton, 1872


Aken:

MD 24 Jonge Jan, L. de Waard, 16 ton, 1881

MD 26 Jonge Pieter, C. Spuij, 12 ton 1870

MD 33 Jonge Jannetje, K. Muije, 19 ton, 1886


Bunschouwen:

MD 25 Jonge Arend, H. Groen, 18 ton, 1850

MD 30 De Hoop, P. Waterman, 17 ton, 1856


Bottersb.: (Bottersboot ?).

MD 27 (zonder naam), J. van Gelder, 10 ton, 1880

MD 29 (zonder naam), B. Dubbeld, 10 ton, 1860




Bron:
Van Keulen's almanak voor de zee-visscherij (Noordzee, Zuiderzee en Schelde).  Amsterdam, H.G. Bom,1887, p.  230-231.
(eerste jaargang, niet verder verschenen).

donderdag 15 april 2021

De MD 12 Zeemeeuw (1888-1912)

De MD 12 Zeemeeuw was een schoenersloep, gebouwd in 1887 en 1888 op de werf van W. van der Windt Sr. in Vlaardingen voor rekening van de firma Wed. C. Kolff en Zoon te Middelharnis. Het schip was bestemd voor de beugvisserij. 

Kenmerkend voor een schoenersloep is dat de achtermast even lang is als de voormast. De sloep was voorzien van ijshokken. De afmetingen staan vermeld in het contract dat Kolff op 5 augustus 1887 afsloot met de scheepswerf voor de bouw van een 'bunvischsloep':  83 voet lang over de steven, wijd 20,5 en 11,5 voet hol. De maten zijn in Amsterdamse voeten van 0,2831 cm. De sloep had dus de indrukwekkende lengte van 23,50 meter. De bouwsom bedroeg 13.000 gulden voor het casco (Streekarchief Goeree-Overflakkee, collectie Kolff).

Op 1 augustus 1888, een maand eerder dan het contract voorschreef, liep de Zeemeeuw van stapel. De MD 12 Twee Cornelissen uit 1864 werd uit de vaart genomen.

 Nieuwe Vlaardingsche Courant25 juli 1888


Vingerling Middelharnis in 1898 met op de voorgrond de MD12 Zeemeeuw,
(Streekarchief Goeree-Overflakkee)

De eerste stuurman van de Zeemeeuw, van 1888 tot en met 1896, was Leendert Koster. Hij werd in 1897 opgevolgd door Johannis Abraham de Waard, die tot 1902 stuurman bleef. Van 1903 tot en met mei 1910 was Jan de Koning stuurman, in juni 1910 opgevolgd door Jacob Boogerman. Hij bleef tot december 1911 stuurman. 


De vissershaven van IJmuiden met op de voorgrond de MD 12 Zeemeeuw 
en op de achtergrond de Rijksvishal, circa 1905 (Museum Vlaardingen)


We lezen in de Maas- en Scheldebode van 15 november 1911 'van de visserij in IJmuiden binnengekomen Zeemeeuw met stukgeslagen giek en geen vangst.' Een onfortuinlijke reis. In Middelharnis had men zich ongerust gemaakt omdat de sloep 24 dagen weggebleven was.

Jacob Langbroek was de laatste stuurman. Op 24 februari 1912 is vermeld dat de Zeemeeuw Jacob Langbroek en de Middelharnis Jacob de Korte, in IJmuiden binnengelopen zijn zonder vangst. Op 30 maart 1912 lezen we: 'Van de visserij binnengekomen in IJmuiden Zeemeeuw met een besomming van 400 gulden. Het schip komt in de Kaai wegens bedanken van enkele matrozen.'

Maas- en Scheldebode, 28 september 1912.

In september 1912 besloot de rederij de Zeemeeuw te verkopen aan rederij C . Pronk Cz.in Scheveningen. De sloep ging verder onder het registratienummer SCH101.  De nieuwe naam werd Maartje Elisabeth.


© Marlies Jongejan, februari 2024



De scheepsbel  met daarop MD12 is bewaard gebleven


scheepsbel MD12 Zeemeeuw, foto familie De Korte

De MD12 Zeemeeuw was een schip dat tot de verbeelding sprak. Onderstaand drie voorwerpen waarop deze sloep is afgebeeld.




De MD12 als scheepje in een fles. Tekst achterzijde:
ter herinnering aan uw 40-jarig jubileum, Scheveningen, 8 november 1955.
foto familie De Korte



Schilderij van de MD12, gesigneerd N. Taal
foto familie De Korte



MD12 en nog een ander schip in een kastje
afkomstig uit de familie Van Gelder, foto Wim Nauta


Krijn van Gelder en/of Leen van Gelder behoorden waarschijnlijk tot de bemanning van de Zeemeeuw.

Van de familie De Korte heeft waarschijnlijk Beschier de Korte (1893-1968) als jongen op de Zeemeeuw gevaren. Beschier heeft na zijn verhuizing uit Middelharnis naar Rotterdam bij de Marine gewerkt, hij is opstapper op de reddingsboot van Hoek van Holland geweest en torenwachter (Bron: Eilanden-nieuws 22 februari 1980, interview met  zijn weduwe E. de Korte-Troost)



MD 12 Zeemeeuw, Streekmuseum Goeree-Overflakkee


MD 12 Zeemeeuw, foto André van Dam

Bovenstaand model van André van Dam is afkomstig van zijn overgrootvader Paulus Verburg, geboren 15 maart 1886, zoon van Arie Verburg en Maria Hendrika Groen.

met dank aan Richard van Helten, André van Dam en Wim Nauta voor het beschikbaarstellen van de foto's.




dinsdag 13 april 2021

Beschier de Korte (1826-1881) en Suzanna Wittekoek (1832-1915)

De familie De Korte was eeuwenlang met Middelharnis en Sommelsdijk verbonden. Uit de kwartierstaat blijkt dat rond 1650 al een Passchier Pietersz de Korte geboren is die omstreeks 1670 met Dingena Pietersdr. trouwde. De tweede vrouw van hun zoon, Dirk Passchiers de Korte, was Jannetje Willems Langbroek. Haar voorouders woonden rond 1550 al in Middelharnis.

We komen de naam de Korte in de achttiende eeuw niet tegen als vissers. Vermoedelijk waren het landarbeiders. Jan de Korte werd rond 1830 visser (zie het hoofdstuk Trouw en Vlijt van Pieter Koster in het boek De vergeten vissers van Middelharnis). De zoons en kleinzoons van Beschier de Korte en Suzanna Wittekoek waren visser in Middelharnis in het laatste kwart van de negentiende eeuw tot ca. 1918.

Beschier de Korte is geboren op donderdag 21 december 1826 in Sommelsdijk, zoon van Dirk de Korte en Martijntje (Martina) Hagens (Harms). Hij is overleden op 17 februari 1881 in Middelharnis, 54 jaar oud. Suzanna Wittekoek is geboren op 21 oktober 1832 in Sommelsdijk, dochter van Johannes Wittekoek en Hester van den Nieuwendijk. Ze is overleden op 13 maart 1915 in Middelharnis, 82 jaar oud.

 

Huwelijk en kinderen

Beschier en Suzanna trouwden op 16 maart 1850 in Middelharnis, ze waren 23 en 17 jaar oud. Beschier stond in het bevolkingsregister ingeschreven als arbeider. Op 24 juni 1850 werd zoon Dirk geboren in Sommelsdijk. De volgende in het gezin, dochter Arentje, werd op 22 mei 1852 in Middelharnis geboren. Daarna volgden Johannes (1854), Hester (1857) , Martina (1859) Martina is overleden op 3 september 1863, aangegeven als Martijntje. Daarna Martijntje (1863), Magdalena (1867), Jacob (1868), Adriaantje (1870) en Pieter Jan (1875).

De kinderen

Dirk de Korte trouwde in 1877 in Middelharnis met Arendje Nipius, Hij werd visser. Het gezin bestaande uit zes personen is op 31 maart 1899 naar Vlaardingen verhuisd.

Arentje de Korte trouwde in 1874 met Arij Oosterling, afkomstig uit Nieuwe-Tonge. Zie voor dit gezin het bericht van 1 juli 2014 in het blogarchief met foto’s van drie zoons die visser werden en een foto waar Arentje op te zien is.

Johannes de Korte werd visser. Hij trouwde in 1878 in Middelharnis met Neeltje de Waard, dochter van Hendrik de Waard en Pieternella Nagtegaal (zie tekst van 19 februari 2012). Dit gezin vertrok 26 juni 1899 naar IJmuiden. Hij werd vishandelaar. Johannes overleed 21 maart 1932 in IJmuiden (gemeente Velsen) 77 jaar oud. Een van de kinderen van dit echtpaar was Hendrik (Hein) de Korte (1880-1948) die over de visserijgeschiedenis van Middelharnis publiceerde.

Hester de Korte trouwde in 1877 in Sommelsdijk met Anthonij van Gulik. Zij overleed 7 juni 1879 in Sommelsdijk, 22 jaar oud.

Martijntje de Korte trouwde in 1890 met Krijn Viskil, visser in Middelharnis. Krijn is overleden op woensdag 19 januari 1916. Hij is overboord geslagen van de MD14 Paul Kruger. Zie bericht van 11 mei 2013. Martijntje is overleden op donderdag 26 februari 1953 in Poortugaal, 89 jaar oud.

Magdalena de Korte trouwde in 1888 in Middelharnis met Krijn Broere. Krijn is geboren in Sommelsdijk.

Jacob de Korte was visser en trouwde in 1892 in Middelharnis met Pietertje van Wezel. In Middelharnis werden de volgende kinderen geboren: Beschier (1893), Hendrik (1895), Dirk (1899) Cornelis (1903) en Suzanna Cornelia (1908). 
Ze woonden in Middelharnis in de Vissersstraat.  Beschier trouwde op 18 mei 1917 in Sommelsdijk met Elizabeth Troost. Beroep: diepzeevisser (akte 1917/8) Hij verhuisde als eerste naar Rotterdam op 11 februari 1918.  Hendrik, eveneens diepzeevisser trouwde op 24 augustus 1917 in Middelharnis (1917/24) met Filippina de Gans. Hendrik is ook naar Rotterdam verhuisd. Op 16 maart 1920 volgden de ouders en de andere kinderen. Pietertje is overleden op zaterdag 31 oktober 1942 in Rotterdam, 74 jaar oud. Jacob is overleden op zaterdag 29 november 1952 in Rotterdam, 84 jaar oud. 


Adriaantje de Korte trouwde op dinsdag 14 maart 1893 in Middelharnis met Adrianus van Nieuwendijk, visser. Adrianus is overleden op 24 januari 1910 bij het vergaan van de MD1 Luctor et Emergo. Zie tekst van 26 november 2013. Adriaantje is in 1927 hertrouwd in Stad aan ’t Haringvliet met Adrianus Fris.

Pieter Jan de Korte was eveneens visser. Hij trouwde, 45 jaar oud, in 1920 in Middelharnis met Arendje Wielaard, 42 jaar oud. Arendje was weduwe. Haar man Jan Smit (1873-1918) is in 1918 omgekomen bij de ramp met de IJM312 Helene.


Stuurman Johannes de Korte (1854-1932)
Johannes was in 1887, of wellicht al eerder, stuurman van de MD 13 Adriana Lumina van de Wed. C. Kolff en Zoon. Hij bleef in functie tot en met 1897. Zijn opvolger was Adrianus de Koning. Johannes is juni 1899 naar IJmuiden vertrokken.

Stuurman Jacob de Korte (1868-1952)
De eerste vermelding van Jacob als stuurman is van 11 december 1903 in de Maas- en Scheldebode. Hij was stuurman van de houten vissloep MD 9 Middelharnis van de Wed. C. Kolff en Zoon. Deze sloep is in 1888 tweedehands door Kolff aangeschaft op een veiling in Vlaardingen en voer voorheen onder de naam Lodewijk. Jacob bleef stuurman op deze sloep tot eind 1912.
Op 24 februari 1912 lezen we dat MD 12 Zeemeeuw, stuurman Jacob Langbroek en MD 9 Middelharnis, stuurman Jacob de Korte, in IJmuiden binnengelopen zijn. Ze hadden niets gevangen. 

Schilderij uit 1952 van de MD9 Middelharnis
afkomstig uit de familie De Korte



Op 24 december 1912 meldt de Maas- en Scheldebode:

'Stuurman J. de Korte varende op de houten vissloep Middelharnis wordt door de rederij Kolff en Zonen met zijn volk overgeplaatst op de stalen vissloep Johanna Hendrika.'

MD10 Johanna Hendrika is de stalen beugsloep die nu op de Menheerse werf ligt. Jacob bleef tot en met 1913 stuurman van de MD10. Daarna werd  Dirk Koster stuurman. Maar in november 1914 liep de bemanning weg en werd Jacob de Korte weer teruggevraagd op de Johanna Hendrika. Op 25 september 1915 is de Johanna Hendrika binnengekomen in Vlaardingen van de haringvisserij met 21 last haring, stuurman Jacob de Korte. Daarna is het schip verkocht en naar Vlaardingen gebracht. 

Vervolgens was Jacob de Korte in 1916 en 1917 stuurman van de MD13 Voorlichter. De Voorlichter werd ook voor de haringvisserij ingezet. In 1917 werd ook dit schip afgestoten.

Rederij Kolff hield alleen de MD 11 Oranje Nassau in de vaart, met als stuurman Dirk Koster. Rederij Slis had alleen de MD 8 Albatros nog over, stuurman Johannis de Waard.

Jacob de Korte was dus de laatste stuurman op twee na uit de lange visserijgeschiedenis van Middelharnis. 

Bij het huwelijk van Beschier op 18 mei 1917 was het beroep van Jacob nog diepzeevisser. Op 2 maart 1918 kocht hij een hoogaars in Ouddorp, de voormalige OD3. Het scheepje met drie bemanningsleden kreeg een consent voor de botvisserij op het Haringvliet. Het registratienummer was MD 4. Jacob gaf de hoogaars de naam Middelharnis. In augustus 1921 is het consent vervallen. De hoogaars werd gesloopt. (Bron: Centraal_Visserijregister-40014682 via www.zuiderzeecollectie.nl).



bronvermelding:

Gegevens afkomstig uit  kwartierstaat en parenteel opgesteld door Pieter Koster te Haarlem, bewerkt voor Arjaentje.

Aangevuld door Marlies Jongejan met berichten uit de Maas- en Scheldebode en gegevens uit het Bevolkingsregister van Middelharnis