Posts tonen met het label verdronken 1882. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verdronken 1882. Alle posts tonen

dinsdag 21 mei 2013

Van den Hoek, stuurlieden op de sloepen van Middelharnis (1866-1912)

Opvallend veel stuurlieden van de vissersvloot van Middelharnis droegen aan het eind van de negentiende en begin van de twintigste eeuw de naam Van den Hoek. Deze naam kwam eerder niet voor onder de vissers van Middelharnis. Uit de burgerlijke stand en het bevolkingsregister blijkt dat het om zeven broers gaat die 'visscherstuurman' waren.

Cornelis van den Hoek, de vader van de gebroeders van den Hoek was landarbeider in Dirksland, later pakhuisknecht en winkelier in Middelharnis. Zijn zeven zoons werden allemaal schipper op een sloep uit Middelharnis.

Op de onderstaande pagina zien we (van oud naar jong):

1. Jacob van den Hoek (1844-1917) stuurman van de MD 16 Op Hoop van Zegen  van Kolff
2. Huibrecht van den Hoek (1846-1931) stuurman van de MD 18 Zeemanshoop van reder Kolff
3. Jacobus van den Hoek (1849-1935) stuurman van de MD 3 Nijverheid van Slis
4. Cornelis van den Hoek (1851-1932) stuurman van de MD 28 Vertrouwen van Slis
5. Jan van den Hoek (1856-1929) stuurman van de MD 8 Willem de Zwijger van Slis
6. Willem van den Hoek (1860-1910) stuurman van de MD 2 Maria Cornelia van reder Slis


Sloepen van Middelharnis, 1888-1889

7. Dirk van den Hoek (1861-1943) was van 1894 tot en met 1896 stuurman op de MD 6 Titia Jacoba van Slis.

De eerste die stuurman werd, was Jacob. Hij kwam in 1866 op de leeftijd van 22 jaar al als stuurman op de sloep Op Hoop van Zegen te werken, toen MHS 1. Jacob is eind 1866 getrouwd. Zijn schoonvader was Hendrik Langbroek, die eveneens stuurman was. Jacob is in 1899 gestopt en toen nog pakhuisknecht geworden.
Cornelis is in 1874 (23 jaar) stuurman geworden van de Waakzaamheid. Ook zijn schoonvader Glijn Langbroek was stuurman geweest.
Huibrecht werd in 1876 stuurman van de gloednieuwe sloep Zeemanshoop, 31 jaar oud.
Jacobus werd in 1877 stuurman van de Waakzaamheid. Hij is tot de zomer van 1912 stuurman gebleven.
Jan trouwde in 1879 en werd in hetzelfde jaar stuurman van de Willem de Zwijger, 23 jaar oud. Hij is tot de zomer van 1912 stuurman gebleven.
Willem was 28 jaar toen hij in 1888 trouwde, hij was sinds 1884 stuurman van de Maria Cornelia.

Van de volgende generatie is alleen Cornelis van den Hoek Jzn. stuurman geworden. Hij was in 1901 en 1902 korte tijd schipper van de MD 15 Poolster. Hij was een zoon van Jacob van den Hoek en Johanna Langbroek.
De laatste vermelding van schippers met de naam Van den Hoek is in de zomer van 1912 toen de vloot nog maar uit negen sloepen bestond:
Jacobus van den Hoek op de MD 2 Prinses Juliana van Slis
Jan van den Hoek op de MD 4 Theodora Emmerentia van Slis

Zonen van landarbeider werden schipper
De loopbaan van de zoons van Cornelis van den Hoek en Cornelia van Okkenburg is bijzonder. De regel was dat vissers zonen van vissers uit Middelharnis waren. Er waren echter ook uitzonderingen, waaronder de broers Van den Hoek. Hun vader, Cornelis van den Hoek, was een landarbeider uit Dirksland. Er was duidelijk sprake van maatschappelijke stijging: een visser stond hoger in aanzien dan een landarbeider en een stuurman was de hoogste in rang op een vissloep, iemand met veel verantwoordelijkheid en een hogere verdienste dan de matrozen.
In 1887 hadden zes van de twintig sloepen van Middelharnis een Van den Hoek als stuurman.
Er zijn verschillende factoren die bij dit maatschappelijk succes een rol gespeeld hebben.
1. Toen de broers Van den Hoek volwassen werden vanaf ca. 1865 groeide de vissersvloot en daarom was er ruimte voor nieuwkomers
2. Vader Cornelis toonde initiatief door het bestaan als landarbeider in Dirksland vaarwel te zeggen en in Middelharnis te gaan werken
3. Vader Cornelis ging werken als knecht bij een wijnpakhuis, dat moet bij  de reder Kolff geweest zijn. De jongens waren zodoende in beeld om al vroeg naar zee te gaan. Ze groeiden op in de nabijheid van de haven.
4. Partnerkeuze. Drie van de zeven broers trouwden een dochter van een stuurman.
5. De vaardigheden en de karaktereigenschappen om als schipper te kunnen functioneren.

Ik vermoed dat ze zich vooral op dit laatste punt onderscheiden hebben. Arjanus Faasse beschrijft Jan van den Hoek in zijn boek 'Zee en eiland' (pagina 114 en 115).
Jan komt naar voren als iemand met veel vakkennis en ervaring, natuurlijk gezag, weinig spraakzaam, beheerst, oprecht, vroom en streng. Het zullen deze eigenschappen geweest zijn die zijn broers ook in meer of mindere mate hadden en die maakten dat ze stuurman werden en gedurende lange tijd bleven.

In de winter van 1910/11 voer ik op de Theodora-Emmerentia, de M.D. 4. Schipper Jan van den Hoek, een broer van Willem van den Hoek van de Luctor et Emergo, die kort geleden "gebleven" was. De. M.D.4 was een ijzeren of stalen anderhalf-master, grijs geverfd en het was de snelst varende sloep van de vloot. Jan van den Hoek was een "gelukkige" schipper, een echte mannetjesputter ter zee, zonder pretenties schipper bij de gratie Gods, een vanzelfsprekende gezagsdrager, ongeforceerd, natuurlijk. Napoleon heeft eens gezegd : Frankrijk ben ik. Jan van den Hoek zei niks, maar hij was de beugvisserij.
Van de kleine "grote man", stevig gebouwd en stoer met de handen in de zakken van de wijde zeemansbroek, rammelende met de sleutels, ging gezag en invloed uit. Met de grijze, strenge maar toch ook niet onvriendelijke ogen regeerde hij niet alleen de bemanning, maar ook zou men haast gezegd hebben: het weer. Onder collega's had zijn stem een doorslaggevende betekenis. Ik heb hem nooit in paniekstemming gezien. Zelfs in hachelijke situaties kon hij zich nog beheersen. Zijn bevelen werden stipt uitgevoerd. Niemand dacht eraan het anders te doen, het was altijd goed. Als hij mij een schouderklopje gaf (dat gebeurde niet vaak) was mijn dag weer goed. Volgens mij was hij een oprecht en vroom man, maar streng. 

Averij en aanvaring
De jonge schipper Jacob van den Hoek, begonnen toen hij 22 jaar was in 1866, liep in zijn tweede jaar (27 maart 1867) averij op aan de mast van de sloep Op Hoop van Zegen.
Jan van den Hoek, schipper van de Willem de Zwijger, had op 14 maart 1880, ook aan het begin van zijn loopbaan, een kapotte mast. In 1912 liep hij averij op met de Theodora Emmerentia, de MD 4 van Slis.
Cornelis van den Hoek had op 2 november 1894 met de MD 28 Vertrouwen van Slis een gebroken mast en een beschadigde jol. In april 1911 maakte hij zijn laatste reis met deze sloep
Jacobus van den Hoek kwam op 10 februari 1908 met De MD 2 Doggersbank van rederij Slis in aanvaring met een Engelse stoomtrawler. De gehele bemanning kon worden gered.


Vooruit, 12 april 1911




Man over boord
In 1882 is Jeroen Langbroek (1866-1882) geboren 28 augustus 1866, zoon van Simon Langbroek en Neeltje van der Sluis, bij het neerhalen van de stagfok overboord geslagen en verdronken. Dit gebeurde op  de MD 1 Waakzaamheid, stuurman Jacobus van den Hoek.
Op 27 januari 1894 is Pieter Faasse (1862-1894), geboren 18 maart 1862 in Sommelsdijk, op de MD 7 Toekomst (voorheen Avenir) stuurman Jan van den Hoek, bij het uitdraaien van het achterlicht overboord gevallen en verdronken. Hij was 31 jaar oud. Hij was in 1885 gehuwd met Elizabeth Groen. Ze hadden drie kinderen: Adrianus (1887), Hendrik (1890) en Willemtje (1892).
Op 28 november 1910 is Geerit van Dijk (1892-1910) geboren 29 augustus 1892, zoon van Stoffeltje van Dijk en Elizabeth Cornelia Rasenberg, van de MD 28 Vertrouwen stuurman Cornelis van den Hoek, bij goed weer overboord gevallen en verdronken. Hij was achttien jaar oud. Vader Stoffeltje van Dijk was touwslager, het gezin is in 1915 naar Vlaardingen vertrokken.


De MD 7 Toekomst overvaren in 1899
De  MD 7 Toekomst met als stuurman Jan van den Hoek is in mei 1899 in het Skagerrak met dichte mist overvaren door een Noorse bark. Drie opvarenden die probeerden over te springen op het Noorse schip de Zorida zijn verdronken. Het betreft Jan de Man (1863-1899), Arend de Koning (1864-1899) en Leendert Koster (1863-1899). Laurens van Gelder (1849-1899) raakte gewond en is enkele uren later overleden. Leendert Koster was een zoon van Dirk Koster en Bastiana van Eeuwen, hij was in 1886 gehuwd met Dirkje de Ruiter. 

De ramp met de MD 1 Luctor et Emergo januari 1910
Bij deze ramp zijn de stuurman, Willem van de Hoek (1860-1910),  en Cornelis van den Hoek (1877-1910) zoon van Hubrecht, omgekomen.



© Marlies Jongejan, maart 2024





zaterdag 11 mei 2013

Hendrik Viskil (1834-1870) en Cornelia Lugthart (1836-1896)

Ouders
Hendrik Viskil is een zoon van Willem Viskil, visser, en Martina Hoogmoed. Over het gezin van zijn grootouders gaat de vorige tekst van 11 mei 2013 op dit weblog.
Cornelia Lugthart is een dochter van Jaspert Lugthart, arbeider te Nieuwe-Tonge en Adriaantje Wittekoek (overleden 1854). Cornelia is in Sommelsdijk geboren.

Ten tijde van het huwelijk was alleen de vader van Cornelia nog in leven.  De beide ouders van Hendrik zijn in 1849, het jaar van de grote cholera-epidemie, overleden. Martina Hoogmoed op 14 maart en Willem Viskil op 21 juni. In juni en juli vielen de meeste doden maar ook in de maanden ervoor maakte de ziekte al slachtoffers.
Hendrik stond onder voogdij van de regenten van het weeshuis (vier namen in de huwelijksakte 6, 1856, genoemd).

Huwelijk en kinderen
Op 15 maart 1856 zijn Hendrik en Cornelia getrouwd, hij was 21 jaar en zij 19 jaar oud. Het beroep van Hendrik was visser. Zijn oom Cornelis, ook visser, was een van de getuigen. Het gezin heeft altijd in de Nieuwstraat gewoond.

Martina Viskil (1856-1933) was de oudste dochter, zij trouwde met Cornelis van der Kooij die arbeider was.
Jaspert Viskil (1857-1929) was hun tweede kind. Hij werd visser en is op 6 mei 1887 gehuwd met Sara Pietertje Sprong die ook uit een vissersfamilie kwam. De bruid was dienstbode ten tijde van het huwelijk.
Willem Viskil (1858-1895) werd visser en trouwde in 1882 met Pietronella Hollaar, dienstbode. Zij is afkomstig uit Zwartewaal, haar vader was visser. Het gezin is in 1873 in Middelharnis komen wonen. Willem was 23 jaar en Pietronella19 jaar oud toen ze trouwden.
Hendrik Viskil (1860-1937) trouwde op 7 mei 1886 met Martijntje Langbroek, een vissersdochter. Hendrik was visser en Martijntje dienstbode. Dit gezin is in maart 1894 naar Rotterdam vertrokken.
Adrianus (1863-1910) was visser en is in maart 1896 met zijn gezin (vrouw en drie kinderen) naar Den Haag vertrokken. Adrianus is in Rotterdam overleden, gescheiden van Aartje Jacoba de Wert uit Heenvliet.
Krijn Viskil (1864-1916) werd visser en is in 1890 getrouwd met vissersdochter Martijntje de Korte.
Adriaantje (1866-1947) is in Middelharnis gebleven, trouwde in 1893 met Leendert Koote die brievenbesteller was.
Anna (1869-1927) trouwde in 1892 met Gerrit van Eck, visser. Ze zijn samen in mei 1894 naar Rotterdam vertrokken.
Leendert (1870-?) werd geboren op 30 december 1870, hij is in december 1896 naar Rotterdam verhuisd.

Alle negen kinderen bereikten de volwassen leeftijd. Van de zes zonen werden er vijf visser, het beroep van de jongste weet ik niet. Van de drie dochters trouwde er maar een met een visser. Drie bruiden waren ten tijde van hun huwelijk dienstbode.Twee zonen die visser waren zijn verdronken. Drie zonen en een dochter zijn in de jaren '90 van de negentiende eeuw uit Middelharnis weggegaan. Hendrik, Leendert en Anna naar Rotterdam en Adrianus naar Den Haag. Alleen Martina, Jaspert en Adriaantje zijn in Middelharnis gebleven.

Hendrik Viskil in 1870 overleden
Hendrik Viskil is op 21 mei 1870 verdronken toen hij overboord sloeg op 55 graden NB van de vissloep Middelharnis. Hij was 36 jaar oud.
De sloep Middelharnis was van reder Johannes Meijer Veerman, de schipper was Cornelis Smit. De zoon van de schipper is in 1868 omgekomen toen hij overboord sloeg en in 1872 is de sloep in zijn geheel vergaan met de volledige bemanning.

Cornelia bleef in 1870 achter met acht kinderen waarvan de oudste nog geen veertien jaar was. De jongste zoon Leendert is op 30 december 1870 geboren, zeven maanden nadat zijn vader was verdronken.
Hoe Cornelia in haar levensonderhoud voorzag is niet bekend: ze is niet hertrouwd, ze was geen winkelierster en de zonen waren nog erg jong toen hun vader overleed.
Enkele jaren eerder, in 1867, was ook haar zus Anna Lugthart weduwe geworden toen haar man Marinus Du Pree verdronken is, hij was aan boord van de sloep Wisselvalligheid die in 1867 is vergaan.

Cornelia Lugthart is op 17 oktober 1896 overleden, zestig jaar oud. In 1894 waren dochter Anna en zoon Hendrik met hun gezinnen naar Rotterdam vertrokken. In december 1895 was zoon Willem op 36-jarige leeftijd omgekomen bij de ramp met de MD 18 Zeemanshoop. Adrianus en zijn gezin vertrokken in maart 1896. Deze ingrijpende gebeurtenissen heeft Cornelia dus nog allemaal moeten meemaken.
Na het overlijden van zijn moeder is Leendert in december 1896 ook naar Rotterdam vertrokken.

Schipper Willem Viskil (1858-1895) en de ramp met de Zeemanshoop, december 1895
Willem was elf jaar toen zijn vader in 1870 is verdronken. Willem is op jonge leeftijd naar zee gegaan en was pas 28 jaar oud toen hij in oktober 1887 schipper werd op de sloep Zeemanshoop van reder Kolff. In dit eerste jaar dat Willem schipper was is mijn oudoom Cornelis de Moei op 28 november 1888 overboord gevallen en verdronken (zie tekst op dit weblog van 3 februari 2012). Cornelis was twintig jaar oud.
Willem trouwde op 6 oktober 1882 met Pietronella Hollaar, geboren op 26 april 1863 in Zwartewaal. Enkele maanden daarvoor op 3 augustus 1882 was haar vader Jan Hollaar (1842-1882) verdronken (overlijdensakte 47), 39 jaar oud. Hij was over boord geslagen van de sloep Hendrika Adriana, een sloep van reder Kolff.
Op 27 januari 1883 werd dochter Cornelia geboren, gevolgd door Jan, Hendrik, Neeltje en Jasper. Hendrik is met Pietertje van den Berg, een dochter van Pieter van den Berg getrouwd (zie tekst van 12 november 2012).

In december 1895 is de sloep Zeemanshoop met man en muis vergaan in de omgeving van de Doggersbank. Willem was toen 37 jaar oud. Mijn overgrootvader Gerrit Jongejan, 63 jaar oud, was stuurman/ouweman op deze sloep.
Drie maanden na de dood van Willem, op 13 maart 1896 ,werd de jongste dochter van Willem en Pietronella geboren. Ze werd Willemtje genoemd. Pietronella bleef met zes kinderen achter waarvan de oudste bijna dertien was. Wat mij opviel is dat Pietronella en haar gezin overgingen naar de Christelijk gereformeerde kerk.

Het bestaande Vissersfonds was niet toereikend om in de behoeften van de nabestaanden te voorzien. Er werd daarom op allerlei manieren geld ingezameld. Onderstaande advertentie verscheen op  o.a. op 4 januari in de Gooi- en Eemlander en op 10 januari in het Rotterdamsch Nieuwsblad en het Algemeen Handelsblad.


Gooi- en Eemlander, 4 januari 1896



Maas- en Scheldebode, 27 december 1895


Krijn Viskil, overleden 1916
Krijn Viskil (1864-1916) zoon van Hendrik en Cornelia, is op 19 januari 1916 verdronken toen hij samen met Kaspar Bonjoannij overboord sloeg van de stalen sloep MD 14 Paul Kruger, schipper Leen Koster. Zie tekst met bronvermelding op dit weblog van 1 november 2012.


Vooruit, 26 januari 1916

Fragment uit een interview uit 1970.
Kasper Bonjoannij en Krijn Viskil voeren bij de ouwe Leen Koster. Ze zijn verdronken bij het overhalen van de zeilen, waarschijnlijk handen tussen de blokken dat prakkezeren ze. We zaten de trein hierover te praten. Stopten in Leiden, Leen Koster werd gevraagd door een mede-passagier waarom hij moest overhalen. Koster zei dat hij uit de vaargeul wilde blijven. Toen kregen deze weduwen ook een uitkering, omdat het ongeval verband hield met de oorlog. Dus uitkering voor oorlogsslachtoffer (1e wereldoorlog) daar gingen ze werk van maken. Ze kregen pensioen als oorlogsweduwen, 16 gulden in de week.
Interview van Kees Koster en Gerrit Langbroek met J. Boomsma uit 1970. ZB 1903 A 07 


Jan Viskil (1884-1938)
Begin september 1938 berichtte de IJmuider Courant dat de stoomtrawler IJM 60 Catharina Duyvis de visvangst moest afbreken omdat de schipper, Jan Viskil, ernstig ziek was geworden. Hij werd overgebracht naar het Antonius Ziekenhuis te IJmuiden, waar hij op 2 september 1938 overleed, 53 jaar oud. Jan Viskil werd op 26 december 1884 geboren te Middelharnis. Hij was de oudste zoon van Willem Viskil, schipper van de MD18 Zeemanshoop en Pieternella Hollaar. Hij trouwde op 10 juni 1910 met Annetje van Groningen, geboren op 6 maart 1885, dochter van Laurus van Groningen (1838-1917) en Bastiana Jordaan (1840-1927). In 1918 was Jan Viskil stuurman (ouweman) van de MD 11 Oranje Nassau en na de verkoop aan de rederij Klinge en Poortman te Maassluis werd hij schipper van deze vissloep tot eind 1925. Op 11 april 1931 vestigde Jan zich met vrouw en zoon in IJmuiden. Bij zijn begrafenis werd gememoreerd dat met hem de IJmuider vissersvloot een van haar meest geziene schippers had verloren. Zoon Willem werd huisschilder. Annetje Viskil-van Groningen overleed op 10 juni 1955 te Velsen, 70 jaar oud.

Gerrit Jongejan Gzn. en Cornelia Viskil
Een zoon van Gerrit Jongejan (verdronken in 1910, aan boord van de Luctor et Emergo) en Geertrui Witvliet (zie tekst van 13 februari 2012) heette ook Gerrit, geboren in 1887. Hij was visser en trouwde met Cornelia Viskil, eveneens in 1887 geboren. Cornelia was een dochter van Jaspert  Viskil en Sara Pietertje Sprong.


foto van de site online-begraafplaatsen



vrijdag 15 maart 2013

Gerrit van Dongen (1797-1884) en Josina Jordaan (1802-1863)

Ouders, broers en zussen
Gerrit van Dongen is een zoon van Johannis Antonsz van Dongen en Elisabeth Arensdr Hotting. Johannis is op 31 oktober 1762 in Raamsdonk geboren. Hij is op 12 juni 1785 in Middelharnis met Elisabeth Hotting getrouwd, dochter van Aren Gerritszn Hotting en Aaltje Ariens Gouwman. Hotting was in de achttiende eeuw een bekende vissersfamilie in Middelharnis. Johannis was de eerste Van Dongen die naar Middelharnis kwam. Het waren binnenschippers en in de negentiende eeuw ook vissers. De familie heeft zich in deze eeuw zeer uitgebreid, het bevolkingsregister 1890-1921 kent vele pagina's met vissers die Van Dongen heten. Johannis van Dongen en Elisabeth Hotting hadden zes kinderen: Anthonij (30 november 1785), Japserina (1787), Aren (1790), Hendrika (1792), Johanna (1794) en Gerrit (1797).
Johannis van Dongen is in november 1798 in het Spui verdronken, zo blijkt uit de huwelijksakte van Gerrit en Josina.
Anthonij is in 1815  met Maatje Blok getrouwd. Aren trouwde op 15 april 1814 met Jacoba Forendina de Windt (naaister). Zij is in 1815 overleden na de bevalling van een eveneens overleden tweeling, waarna Aren in 1818 met Tannetje van Gelder is getrouwd (een zus van Lena en Huibertje, zie bericht van 28 maart 2012 over Gijsbert Jongejan).
Aren en Tannetje kregen veertien kinderen waarvan er elf voor hun derde levensjaar overleden. Johannis, Frans en Maria hebben de kindertijd overleefd, ze trouwden resp. met Jannetje de Bloeme, Geertje den Buizer en Jan Joosse. Aren van Dongen was schipper. Hij is op 11 oktober 1836 op 46-jarige leeftijd verdronken doordat zijn boeijer op het Haringvliet omsloeg (akte 78, 1836). 

Huwelijk en kinderen
Josina Jordaan en Gerrit van Dongen trouwden op 4 mei 1822 in Middelharnis, zij was 19 en hij 24 jaar oud. Gerrit was arbeider van beroep.
Kinderen (soms aangegeven onder de naam Van Donge):
Johannis werd geboren op 13 oktober 1822, Leendert van 1824 is op driejarige leeftijd overleden, Anthonij is van november 1825. Dochter Bastiaantje werd in 1828 geboren en Elisabeth in 1830. De zonen Leendert, Gerrit en Cornelis zijn van 1832, 1835 en 1836. Gerrit heeft maar twee maanden geleefd. Vier zoons en twee dochters hebben de volwassen leeftijd bereikt.

Huwelijk van de kinderen
De oudste zoon Johannis trouwde als eerste in 1843 met Leentje Koppelmans uit Sommelsdijk, na het overlijden van Leentje trouwde hij in 1868 met Adriana de Reus die al twee keer weduwe was geworden. Adriana was de weduwe van de broer van Johannes, Leendert.
Anthonij (ook gespeld als Anthony) trouwde in 1851 met Aartje de Koning uit Middelharnis.
Leendert is in 1859 met Adriana de Reus uit Sommelsdijk getrouwd en Cornelis in 1860 met Maatje Troost geboren in Goedereede.
Bastiaantje trouwde op 37-jarige leeftijd in 1854 met Jacob van der Kroon uit Oude-Tonge en Elisabeth in 1856 met Leendert de Ruiter uit Sommelsdijk.
Anthonij trouwde als enige met een vissersdochter. De meeste kinderen van Gerrit van Dongen en Josina Jordaan trouwden buiten de vissersgemeenschap van Middelharnis met partners uit andere plaatsen.
Johannis werd evenals zijn vader arbeider, de drie andere zonen werden visser.

De scheepsramp met de Eben Haëzer van 1863; drie zonen en een neef omgekomen.
In de nacht van 3 op 4 december 1863 zijn in een hevige storm veel visserssloepen vergaan waaronder twee sloepen uit Middelharnis: de sloep Eben Haëzer en de sloep Vrouwe Aplonia. Hierbij kwamen 26 bemanningsleden om het leven. Het waren sloepen van reder Slis.
Op de Eben Haëzer was Bastiaan Dubbeld de schipper.
De familie Van Dongen werd zeer zwaar getroffen. Aan boord waren de drie broers Anthonij van Dongen (1825-1863) van 38 jaar, Leendert van Dongen (1832-1863) van 31 en Cornelis van Dongen (1835-1863) van 28.
Bij deze ramp is nog een Anthonij van Dongen (1837-1863) verdronken. Hij was 26 jaar, een kleinzoon van de bovenvermelde Anthonij die met Maatje Blok getrouwd was, zoon van Johannis van Dongen en Teuntje Dubbeld. De vrouw van Anthonij heette Trijntje Dupree.

Nabestaanden
Moeder Josina Jordaan heeft deze ramp niet mee hoeven maken, ze was een paar weken ervoor op 26 oktober 1863 op 61-jarige leeftijd overleden. Vader Gerrit van Dongen is heel oud geworden: in 1884 overleden, 87 jaar.

- De weduwe van Anthonij, Aartje de Koning, is niet hertrouwd, ze verdiende de kost als naaister. In 1919 is ze overleden, 92 jaar oud. Ze had drie dochters waarvan er twee, Josina en Maatje in 1879 getrouwd zijn. Dochter Christina bleef ongehuwd en woonde samen met haar moeder op het adres Voorstraat A212. Ze is in 1942 overleden.
- De weduwe van Leendert , Adriana de Reus, is in 1868 met haar zwager Johannis van Dongen hertrouwd.
- De weduwe van Cornelis, Maatje Troost, is in 1866 hertrouwd met Cornelis van Weezel.
- Ook neef Anthonij was gehuwd. Zijn weduwe, Trijntje Duprée, was dienstbode en is in 1867 hertrouwd met Teunis Jordaan.

Meer familieleden op zee gebleven
Op 21 januari 1882 is Johannis van Dongen (1825-1882), 56 jaar, overboord gevallen en op de Noordzee verdronken. Hij was aan boord van de sloep Emma en Anna, de MD 17 van reder Kolff (1). Zijn ouders waren de Aren(d) van Dongen en Tannetje van Gelder, zie boven. Hij was dus een neef van de drie broers Van Dongen die in 1863 zijn verdronken. Johannis was getrouwd met Jannetje de Bloeme. Ze hadden vier kinderen. Aagje uit 1865 is in 1866 overleden. Aren uit 1853 is in 1878 getrouwd met Neeltje van der Stolpe en Elizabeth uit 1857 is in 1877 met Marinus Cornelis van Dalen getrouwd. Alleen Frans van Dongen, geboren in 1864 was in 1882 nog thuis. Hij trouwde in 1888 met Maartje Koster en is naar Rotterdam verhuisd.


rechts Jannetje de Bloeme (1826-1906),
weduwe van Johannis van Dongen (1825-1882)
links dochter Elizabeth van Dongen (1857-1942)
rouwdracht, Jannetje draagt een zg. keuvelhoed



In december 1895 is de Zeemanshoop met man en muis vergaan. Aan boord was ook Anthonij van Dongen (1875-1895). Hij is een zoon van Hubertus van Dongen en Jannetje Krijger, kleinzoon van Johannis van Dongen en Teuntje Dubbeld. Achterkleinzoon van de bovenvermelde Anthonij van Dongen, gehuwd met Maatje Blok. Anthonij was twintig jaar en ongehuwd toen hij is verdronken.
Op 17 januari 1912 is de  MD 3 Anna met volledige bemanning vergaan. Dit was de laatste scheepsramp die de vloot van Middelharnis trof alvorens de visserij volledig teloor ging.
Onder de slachtoffers twee leden van de familie Van Dongen.
Jakob van Dongen (1850-1912) was het oudste bemanningslid aan boord. De vader van Jakob is de oudste zoon van Gerrit van Dongen, Johannis. Johannis, gehuwd met Lena Koppelmans, was de enige van de vier broers die niet naar zee ging. Zijn zoon Jakob is dus wel visser geworden. Jakob was in 1870 gehuwd met Bartalina de Ruiter (1849-1915) en lid van de gereformeerde kerk.Het leven van Bartalina is beschreven in het boek over de MD3 (4).
Ook de zoon van Jakob en Bartalina, hij heette ook Johannis van Dongen (1877-1912) is bij de scheepsramp van 1912 omgekomen. Hij was in 1903 gehuwd met Teuntje van Dongen (1877-1950). Hun jongste zoon Willem was nog maar net geboren (29 juli 1911). Nel Slegers-van Dongen, een dochter van Johannis, beschrijft de dagen rond de scheepsramp. Het leven van Teuntje is beschreven in het boek over de MD3 (4)

In de familie Van Dongen vielen tijdens de Eerste Wereldoorlog twee slachtoffers.
Aan boord van IJM 285 Juno die op 2 juli 1918 met man en muis is vergaan was Willem van Dongen (1875-1918). Hij is geboren op 21 juli 1875 in Middelharnis en is ook een zoon van Jakob van Dongen en Bartalina de Ruiter. Een oudere broer dus van de bovenvermelde Johannis. De Juno is waarschijnlijk door ontploffing van een of meer mijnen vergaan (2).
Willem van Dongen woonde in Rotterdam. Hij was op 2 juni 1899 in Middelharnis gehuwd met Jannetje Buth (1875-  ) uit Sommelsdijk. Ze zijn rond 1900 naar Rotterdam vertrokken waar de acht kinderen geboren zijn. Willem was 42 jaar toen hij omgekomen is.

Willem van Dongen (1875-1918) met Elizabeth (1902) en Jacob (1901) 
Rotterdam, ca. 1905. Foto afkomstig van Leonard Wubs
                             

Aan boord van de IJm 301 Hendrik Willem die op 12 maart 1919 is vergaan was Sijbrand van Dongen (1889-1919). Hij is geboren op 15 februari 1889 in Middelharnis, zoon van Gerrit van Dongen en Jannetje de Koning. Zijn grootouders zijn Johannis van Dongen en Lena Koppelmans. Hij was op 21 november 1913 getrouwd met Wilhelmina Jacoba de Ruiter uit Sommelsdijk. Ze zijn in Rotterdam gaan wonen. Toen Sijbrand op dertigjarige leeftijd omkwam hadden ze één kind (3).

Bronnen:
De namen van drie omgekomen broers staan vermeld in de Nederlansche Staatscourant van 17 februari 1865, 9 oktober 1866 en 26 mei 1868. Voor Anthonij van Dongen Jzn. zie 2e huwelijk weduwe Trijntje Dupree, Middelharnis huw. akte 13 1867.
Bemanningsleden MD 4 via bevolkingsregister 1890-1920 Middelharnis.
1. Overlijdensakte 1882 Middelharnis, nummer 10. Het overlijden is op 24 januari 1882 aangegeven door Bastiaan van Gelder, 30 jaar en Pieter de Bloeme, eveneens 30 jaar. Allebei vissers.
Gerrit Jongejan, mijn overgrootvader, was de schipper. Zie tekst van 5 februari 2012.
2. Jaarverslag Visscherij-inspectie 1918, deel 2, bijlage 2.
3. idem 1919, deel 2, bijlage 2.
4. Fons Grasveld. Het lot van de MD3 Anna. Met medewerking van Jan van de Voort.. Hilversum 2014, 112. en 128,129. Met foto's van Jakob en Johannis van Dongen op p.112 en 114
En: Eilanden-nieuws, 14 november 1980.

Met dank aan mw. J. van den Berg-Witvliet voor aanvullende gegevens en de foto van haar betovergrootmoeder Jannetje de Bloeme.