woensdag 17 april 2019

Schip Nieuw-Holland uit Middelharnis gezonken in de haven van Hansweert (1875)

Een merkwaardig bericht in de kranten van april 1875. De visserssloep Nieuw-Holland uit Middelharnis is op de terugweg naar Middelharnis op de westberm van het kanaal door Zuid-Beveland gestoten. Het schip is naar de haven van Hansweert gesleept en daar gezonken. De bemanning is gered en liefderijk verpleegd aan boord van het 'recherchevaartuig nr. 3, kapitein L.J. 't Hart'.  De kapitein van het vissersvaartuig was D. Witvliet.

Middelburgsche Courant, 6 april 1875


Nieuwe Vlaardingsche Courant, 7 april 1875

Het merkwaardige aan dit bericht is dat er geen vissloep met de naam Nieuw-Holland was en ook geen stuurman met de naam Dirk Witvliet.
Aangezien het om visvervoer naar Antwerpen ging moeten we eerder denken aan een ventjagersschuit, een botter met een bun of een dergelijk vaartuig. Dirk Witvliet was wel schipper van beroep. Dat zal dus op een schip geweest zijn dat vis vervoerde.




* Dirk Witvliet, gehuwd met Willemina Johanna Moll, was schipper.
Huwelijksakte 1880/14, huwelijk van Leendert Koster met Hendrika Witvliet

zondag 24 maart 2019

Een brief van schipper Jan van Dueren (Zierikzee 1827)

Jan Franse van Dueren (1788-1850) is eerder genoemd op dit weblog, zie bericht van 9 januari 2014. Hij is in 1821 schipper geworden bij de Nieuwe Visscherij in Zierikzee op de nieuw gebouwde sloep De Hoop.
Op 18 april 1827 schreef Van Dueren vanuit Den Helder een brief aan de boekhouder van De Hoop, J.S. Steinbuch 'Koninglijk Postmeester' te Zierikzee. Ze waren met de sloep naar Texel gereisd om aas in te kopen. Zaterdag voor Pasen hadden ze  gevist en wel wat gevangen, maar in verhouding tot de elf bakken want die ze uitgezet hadden was de vangst heel mager.
In het voorjaar werd vooral haring als aas in de beugvisserij gebruikt. Maar er werd onvoldoende haring gevangen zodat De Hoop geen aas had en niet verder kon vissen. 

Mijn Heer de Heer J.S. Stijnbuch, ik laat u weten
Als dat wij op Zondag paassen in Tessel ben gekomen
Want wij hebbe een Zaturdag voor paase nog
11 bak geschoote voor 4 kabbeljauwen en 15 schelvissen
en de Haring vissters zijn een dingsdag gaan vissen
maar niet gevangen, een woensdag zijn zijn ze weer
gaan vissen, maar hebbe maar net voor de klijne
schokkers wat gevange, dus ik weet niet hoe dat
ik aan haring zal koome, ik hoop het beste daar
van. Daar is mijn een bot aan geboode dat ik
geld kan krijge om een schuijt vis te koopen,
maar ik weet niet wat ik doen zal.
Ik zal zien hoe dat het verder af loop.
Verder blijf ik u Edele dienswillege dienaar
JvDueren
Helder den 18 april






Van Dueren is op het aanbod om een schuit vis te kopen ingegaan en met de vis 'op negotie' naar Antwerpen gevaren.
Steinbuch hoorde van iemand uit Middelharnis, die in Zierikzee was, dat Van Dueren Zierikzee voorbij gevaren was met een schuit vis om in Antwerpen te verkopen. De boekhouder had de  brief toen nog niet ontvangen en was onaangenaam verrast. Ook de Commissie van Toezicht was ontstemd dat Van Dueren niet als visser, maar als koopman had gehandeld en dat hij tegen de regels in niet in Zierikzee was binnen gelopen. De kwestie had geen gevolgen voor de schipper.




Zeeuws Archief (ZA), toegang 5518, Commissie van Toezicht van de Nieuwe Visscherij te Zierikzee (1817)1818-1835, inv. nr. 7 notulen en inv. nr. 155 bijlagen, vergadering 27 april 1827.



vrijdag 22 maart 2019

Een brief van schipper Maarten Abeele (Zierikzee 1824)

We schreven al eerder over Maarten Abeele (1767-1841), zie bericht van 26 mei 2014. Hij is in 1822 met zijn gezin naar Zierikzee verhuisd en werd schipper op de nieuw gebouwde sloep De Vreede van de onderneming De Nieuwe Visscherij.
Op 26 november 1824 zat bij de ingekomen stukken van de vergadering van de Commissie van Toezicht een schrijven van Maarten Abeele.

Mijne Heeren van toezigt over De Nieuwe Visscherij van Zierikzee.
het doet mij zeer en ben gevoelig aangedaan
over het ongeluk dat Mattijs Verschoor
treft om tot heden niet weer met een schip
te worden begunstigd. Hij heeft voor twee jaar
geleden bij mijn als stuurman gevaren en
daar ik wegens zijn bekwaamheid indien het
in mijn magt stond hem wel een oorlogschip
zou durven toe vertrouwen, daar ik heden weer
een proef van geve, want zoo hij mij in alles niet
voldaan had zoude ik hem terstond niet
weder bij mijn aan boort nemen en hem alles aan
bevele. Voor zoo ver mijn bekend is zijn er wel
aandere schip[p]ers die aan meer mis bruik schuldig
staan als Mattijs Verschoor. Ik verklaar andermaal
een ...kundig ze[e]man te zijn
En geensints een misbruik maak van sterken 
drank, want terwijl ik een mensch ben die zeer
weijnig sterken drank gebruik[t], zoude het ...
ontdekken van iemand die te veel gebruikte.
Als ik magt over de visscherij hadde was het





eerste schip dat uit de haven voer voor hem,
hij is het waardig in alle betrekking want
hij is een visscher in zijn hart. Zie daar mijne
heeren mijn gevoelen over Mattijs Verschoor.
Hij gaat met mij als visscher weer naar zee,
Maar ik wenschte wel dat hij het geluk had om
van de winter nog eens met mijn op zijn eigen
schip zame uijt de haven te varen. Hij heeft
nu veel ondervonden en heeft ... sedert
een en geruime tijd mijn ra[a]d gevolgt,
waarvan hij wel blijk zal geven. Ik [h]oop
dat ulieden mijn dat sult verschoonen daar
ik als mensch het belang van een ander
behartigd. En noem mijn met ware achting

ued dienaar
M. Abeele




Zeeuws Archief (ZA), toegang 5518, Commissie van Toezicht van de Nieuwe Visscherij te Zierikzee (1817)1818-1835inv. nr. 112, vergadering 26 november 1824

dinsdag 12 februari 2019

De vergeten vissers van Middelharnis. Aanvullingen en correcties op het boek

Sinds het verschijnen in november 2018 van het boek:
Rinus van Dam, Marlies Jongejan, Pieter Koster. De vergeten vissers van Middelharnis. Scheepsrampen en ongevallen (1717-1938) 

zijn de volgende aanvullingen en correcties ontvangen.

p. 84
De Antwerpse rederij van de Pionier en de Avenir was weduwe Mauroy, geen Manroy.
(met dank aan Raymond van Ael)

p. 122
De maten van de eerste sloep Vrouw Aplonia. De maat van de holte is per abuis als wijdte weergegeven.
In het bestek van staat: 62 Rijnlandse voet lang over de stevens (19,47 meter), wijd op zijn uitwatering 17 voet (5,34 meter).  De maat van de holte is niet vermeld "en hol bij de mast onder het dek na proportie".


p. 146
De Zierikzeese sloep de Hoop, gebouwd in 1820, is in het winterseizoen 1836-37 toegevoegd aan de vloot van Middelharnis onder de naam Wisselvalligheid .  Jacob Slis kocht in 1835 twee sloepen uit Zierikzee: de Hoop en de Pieter Mogge.
De Wisselvalligheid was 46 jaar oud bij het vergaan in januari 1867.

p.178
Luctor et Emergo
Bij onderhoud op de werf van Peeman is de sloep een keer omgevallen.
Wordt:  
In juni 1907 is de sloep op de scheepswerf van Peeman van de goot gegleden en op haar kant op de werf gevallen. Het eerste bericht in de Vlaardingsche Courant is van 16 juni 1906. De krant berichtte op 27 juni dat het scheepsbouwmeester Fiegee uit Vlaardingen gelukt was om het schip weer recht en in het water te krijgen.




Vlaardingsche Courant, 27 juni 1906

p. 181 
Foto Luctor et Emergo.
Onderschrift moet zijn: de MD 1 Luctor et Emergo in juni 1907 omgevallen op de werf van Peeman

p. 198
De sloep Eben HaĆ«zer is halverwege de winter van 1842-43 naar Middelharnis gekomen. Gekocht door Jacob Slis. De oorspronkelijke naam was de Eersteling van Pernis van reder D. Pons. In deze winter was Arend Verschoor de stuurman, in 1843-44 Jan de Korte en in 1844-45 Gleijn Langbroek.

p. 232 
Aquarel is gemaakt door A. Stolk

p. 276
1828: Jacob van Eck. Overleed op 28 juni 1828 om drie uur in de middag op de vissloep Willem den Eersten uit Zierikzee, schipper Dirk van Zwieten.
Er waren nog twee Menheersenaars aan boord, te weten Leendert Sprong en Pieter Abeele. Jacob had voor het vertrek van de sloep uit Zierikzee op 10 mei 1828 nog een handgeld van 13 gulden als voorschot ontvangen.

p.280
1884: Jacob van der Sluis. Het ongeval vond plaats op een visloggerschip uit Schiedam, de SDM 3 Excelsior.

1885: Cornelis Oosterling (zie tekst op dit weblog van 4 februari 2019)

1887: Pieter Koudijzer. Het ongeval vond plaats op de houten zeillogger HD 30 Pollux. Dit was een schip met een registratienummer van Den Helder maar met een bemanning uit Pernis.

1888: Cornelis Koster (zie tekst op dit weblog van 20 januari 2019)

1896: Gerrit Langbroek. Hij was aan boord van de zeilsloep VL 172 Jeannette, schipper J. Visser.

1898: Cornelis Gootjes (zie tekst op dit weblogvan 9 januari 2019)

p. 282
1913: Glijn Langbroek  (zie tekst op dit weblog van 8 januari 2019)

p.284
IJM 312 Helene is op 9 juni beschoten, niet op 12 juni

p.293
1920: Jan Krijger
IJM 69 Bruinvisch, niet IJM 89

p.293
1921: Johannis Aupperlee

MA 56 Letty , niet MA 55


Aanvullingen en correcties pagina's 280-293 met dank aan Jan van Welie.

maandag 4 februari 2019

Cornelis Oosterling (1860-1885) en Apolonia 't Hart (1861-1933)

Op het in november 2018 verschenen boek:
Rinus van Dam, Marlies Jongejan, Pieter Koster. De vergeten vissers van Middelharnis. Scheepsrampen en ongevallen (1717-1938) 

is een aanvulling ontvangen voor pagina 280. Het betreft een visser die omkwam bij een scheepsramp met een Pernisser vissloep.


1885: Cornelis Oosterling

was opvarende van de Pernisser sloep PR1 Lichtstraal, schipper Johannes van der Steen, rederij J.C. Speelman. Het schip voer op oudejaarsdag 1884 uit van Pernis ter visvangst en bevond zich rond 15 januari 1885 nabij Vlieland en Terschelling. Het schip verging tijdens een zware sneeuwstorm. Alle twaalf bemanningsleden kwamen om.
Cornelis Oosterling werd geboren op 25 februari 1860 in Middelharnis, zoon van Arend Oosterling (1821-1895) en Neeltje Nuij (1831-1864). Hij verhuisde al jong naar Pernis en trouwde daar op 3 oktober 1884 met Apolonia ’t Hart. Cornelis werd 24 jaar oud, het huwelijk duurde slechts drie en een halve maand. 

Apolonia is op 12 mei 1861 te Zierikzee geboren. Haar ouders, Lourens ’t Hart (1833-1870), visser van beroep, en Dirkje ’t Hart (1835-1906) waren geboren te Pernis. Ten tijde van de scheepsramp was Apolonia zwanger. Ze beviel op 29 september 1885 van een zoon: Cornelis Lourens Martinus. Cornelis woonde in Maassluis, was in 1916 los werkman van beroep en in 1937 metaalbrander. Hij overleed op 29 december 1937 te Schiedam, 52 jaar oud.
In 1889 kreeg Apolonia van de rechtbank toestemming tot het aangaan van een nieuw huwelijk. Ze trouwde opnieuw met een visser en wel op 9 december 1893. Het was Cornelis Nieuwpoort uit Pernis. Hij is geboren op 27 augustus 1853 en overleden op 10 april 1943, 89 jaar oud. Hij was weduwnaar van Maria Verschoor (1856-1892). Cornelis en Maria hadden zes kinderen van wie er ten tijde van de bruiloft met Apolonia nog vier in leven waren. 
Cornelis Nieuwpoort en Apolonia kregen samen vier kinderen: Bastiana, geboren op 8 februari 1895 werd slechts 10 maanden, Lourens (1897- ), Korstiaan (1899- ) en Dirkje Bastiaantje (1902- ). Het gezin vertrok begin twintigste eeuw naar Maassluis, waar Cornelis werkte als zeevisser en later als fabrieksarbeider. Apolonia overleed in Den Haag op 23 oktober 1933, 72 jaar oud.





Vlaardingsche Courant, 21 januari 1885





Aanvulling met dank aan Jan van Welie. 

Genealogische gegevens van Pieter Koster

zondag 20 januari 2019

Cornelis Koster (1822-1888), Magdalena Zeeuw (1822-1849), Maria van den Berge (1831-1863) en Johanna Bolle (1821-1893)

Op het in november 2018 verschenen boek:
Rinus van Dam, Marlies Jongejan, Pieter Koster. De vergeten vissers van Middelharnis. Scheepsrampen en ongevallen (1717-1938) 

is nog een aanvulling ontvangen voor pagina 280. Het betreft een visser die op een schip uit Maassluis is overleden in 1888.


1888: Cornelis Koster
was lid van de bemanning van de logger MA43 Secunda.  Deze houten zeillogger is 
rond 4 oktober 1888 bij de Doggersbank vergaan. Volgens een melding van 14 oktober was de logger ondersteboven drijvend gezien door een Scheveningse bomschuit. Waarschijnlijk is het schip door Noordwestelijke stormvlagen naar Texel afgedreven. Het wrak strandde bij de Koog op Texel en daarin trof men de stoffelijke overschotten aan van vijf bemanningsleden. Voorts spoelden de lichamen van zeven bemanningsleden aan op Texel. Goederen afkomstig van de Secunda spoelden aan op Texel en Ameland of werden uit zee gevist. Het wrak werd publiek verkocht voor 56 gulden. Het overlijden van Cornelis werd op 19 oktober aangegeven door Leendert Leverstein (zoon van de reder), boekhouder, 40 jaar en Arie Klinge, kuiper, 35 jaar, beiden wonende te Maassluis. Cornelis was 66 jaar oud. Hij werd geboren op 14 augustus 1822 in Middelharnis. Hij is een zoon van Pieter Koster en Maatje Viskil. Pieter Koster is in 1825 bij het vergaan van de gaffelvisschuit de Jonge Cornelis van stuurman Jacob Bree omgekomen. Cornelis is een broer van de in 1867 bij het vergaan van de Wisselvalligheid omgekomen Adrianus Viskil Koster. 
Cornelis trouwde op 18 april 1848 te Sommelsdijk met de op 12 mei 1822 aldaar geboren Magdalena Zeeuw, dochter van Johannes Zeeuw (1780-1829) en Arjaantje Groenendijk (1782-1843). Magdalena overleed op 22 juni 1849 te Middelharnis. Het huwelijk bleef kinderloos.
Op 22 februari 1856 hertrouwde hij te Brouwershaven met Maria van den Berge, geboren 4 maart 1831 te Bruinisse, dochter van Dingeman van den Berge (1801-1887) en Theuntje Jumelet (1804-1839). Zij kregen drie kinderen: Pieter (1857-1918), geboren in Zierikzee; Dingeman Leendert (1858-1936), geboren te Ouddorp en Teuntje (1861-1862), geboren te Brouwershaven. Een vierde kind kwam op 2 maart 1863 levenloos ter wereld. Twee dagen later overleed Maria in het kraambed.
Cornelis hertrouwde op 7 maart 1874 te Brouwershaven met Johanna Bolle, geboren 17 november 1821 te Bommenede, weduwe van Stoffel Duinhouwer (1823-1871) en dochter van Leendert Bolle en Lena Koreman. Ten tijde van de ramp woonden Cornelis en Johanna in Terneuzen. Johanna overleed op 20 maart 1893 te Zonnemaire, 71 jaar oud.


Middelburgsche Courant, 24 oktober 1888
In de Middelburgsche Courant stond vermeld dat Koster uit Vlissingen kwam. Hij was echter woonachtig in Terneuzen.




Aanvulling met dank aan Jan van Welie. 

Genealogische gegevens van Pieter Koster

woensdag 9 januari 2019

Cornelis Gootjes (1838-1898) en Maria van Wijk (1834-1903)

Op het in november 2018 verschenen boek:
Rinus van Dam, Marlies Jongejan, Pieter Koster. De vergeten vissers van Middelharnis. Scheepsrampen en ongevallen (1717-1938) 

is nog een aanvulling ontvangen voor pagina 281. Het betreft een visser die op een schip uit Maassluis is overleden in 1898.


1898: Cornelis Gootjes 
geboren op 5 april 1838 te Dirksland, zoon van Willem Gootjes (1809-1879) en Dina de Haan (1812-1884). Hij trouwde op 28 april 1866 in Middelharnis met Maria van Wijk, geboren te Middelharnis op 9 januari 1834, dochter van Cornelis van Wijk (1812-1910) en Helena Ditvosch (1810-1891). Cornelis en Maria kregen zes kinderen: Wilhelmina (1867-1898), de tweeling Cornelis (1870-1945) en Helena (1870-1935), Dina (1872-1876), Martina (1876- ) en Dina (1878- ), allen geboren te Middelharnis.
Cornelis voer op de haringlogger MA 67 Frans, schipper Arie Fillekers. Tijdens de haringvangst sneed hij zich in zijn vinger met als gevolg bloedvergiftiging, waaraan hij op 28 september 1898 aan boord overleed, 60 jaar oud. Hij werd begraven in Maassluis. Cornelia overleed op 29 november 1903 in Middelharnis, 69 jaar oud. 



Maas- en Scheldebode, 7 oktober 1898



Aanvulling met dank aan Jan van Welie. 

Genealogische gegevens van Pieter Koster