vrijdag 9 augustus 2013

Matthijs Onderdelinden (1818-1896) en Aagje Korteweg (1819-1895)

De oudste kinderen van Matthijs Onderdelinden en Aagje Korteweg zijn in Middelharnis geboren en de jongere kinderen op Texel in De Cocksdorp. Reden om hun levensloop nader te bekijken. Ook bijzonder is dat ze ruim vijftig jaar bij elkaar geweest zijn, in de negentiende eeuw kwam dit weinig voor.

Maas- en Scheldebode, 25 augustus 1893
Ouders
Aagje Korteweg is een dochter van Cornelis Korteweg en Leentje Hollaar. Ze is geboren op 24 april 1819 in Sommelsdijk.
Matthijs Onderdelinden (ook wel geschreven als Onderdelinde, Onder de Linden en varianten) is een zoon van Gerrit Onderdelinden  en Neeltje Dominé, geboren op 6 oktober 1818.
Zie ook de tekst op "Arjaentje" van 7 augustus 2013.

Matthijs was negen jaar oud toen zijn vader op 5 maart 1828 verdronk.

Gerrit Onderdelinden (1798-1828) was een van de bemanningsleden van de sloep Catharina Elisabeth die met man en muis vergaan is. De moeder van Matthijs is in 1831 hertrouwd.

Huwelijk en kinderen van Matthijs Onderdelinden en Aagje Korteweg
Aagje Korteweg heeft op 6 december 1842 een zoon gekregen die Gerrit Korteweg heette. Matthijs Onderdelinden en Aagje Korteweg zijn op 20 augustus 1843 in Sommelsdijk getrouwd, allebei 24 jaar oud. Matthijs heeft het kind van Aagje toen erkend. Helaas is Gerrit een maand na het huwelijk op 18 september 1843 overleden.
Matthijs was visser toen hij trouwde en Aagje was arbeidster.
Op 4 januari 1845 werd Cornelis Leendert Onderdelinden geboren, dochter Neeltje uit 1847 leefde maar kort, in 1849 werd opnieuw een dochter Neeltje geboren, in 1851 kwam Leentje en in december 1852 Gerritje. Deze kinderen zijn in Middelharnis geboren. 
Pieter Onderdelinden werd op 25 maart 1854 op Texel - De Cocksdorp geboren, Wouterina in 1856 , Gerrit Onderdelinden in 1857. Ook werd op Texel twee keer een dochtertje Marina geboren in 1858 en 1859, zij hebben allebei maar kort geleefd.
Marinus Onderdelinden was de jongste zoon, geboren 28 april 1861 op Texel.

Schelpenvisser op Texel
Matthijs en Aagje zijn in 1853 naar Texel verhuisd. Het moment van verhuizen valt samen met het overlijden van Cornelis Vervaart, de stiefvader van Matthijs (zie bericht van 7 augustus 2013).
Matthijs vond werk als schelpenvisser in De Cocksdorp, een dorp dat in korte tijd uit de grond gestampt en bewoond geraakt was. In 1855 waren er 276 inwoners.
Texel kende, anders dan Middelharnis, verschillende maritieme bedrijfstakken. Naast de visserij waren ook de wiernijverheid en de schelpenvisserij van belang.  De schelpenvisserij won vanaf 1848 op Texel aan betekenis.  De schelpen, meestal van kokkels, werden met een soort hark binnenboord gehaald en vervolgens naar kalkbranderijen in Makkum of Harlingen vervoerd. Ook werden ze op andere plaatsen afgeleverd ten behoeve van aanleg en onderhoud van wegen. In de jaren vijftig en zestig van de negentiende eeuw had Texel een aandeel van 85% in de schelpenvisserij in Noord-Holland terwijl dit eerst 25% was. Door de grote concurrentie raakten de schelpenbanken uitgeput. De neergang van deze sector zette rond 1870 in (1).
Matthijs Onderdelinden vond tijdens deze bloeiperiode werk als schelpenvisser op Texel. Toen het in Middelharnis weer beter ging met de visserij halverwege de jaren zestig keerde hij terug naar zijn geboortedorp.

Terug naar Middelharnis
Matthijs Onderdelinden en Aagje Korteweg zijn op 11 augustus 1865 met hun acht kinderen (vier zonen en vier dochters) teruggekomen naar Middelharnis waar Matthijs weer visser werd. De vier zonen Cornelis Leendert, Pieter, Gerrit en Marinus werden eveneens visser. De dochters werden dienstbode en trouwden met een visser of een arbeider.

De kinderen
- Cornelis Leendert Onderdelinden werd visser en hij trouwde met Jannetje van Antwerpen. Zij zijn in 1871 kort na de geboorte van hun dochter Aagje naar Noord-Amerika verhuisd, in 1874 teruggekomen en in februari 1882 voorgoed met hun twee kinderen naar Noord-Amerika (Paterson) geëmigreerd. 
Neeltje Onderdelinden trouwde in 1873 met Johannis Springvloet Dubbeld die arbeider was. Dit gezin is al vroeg naar Rotterdam vertrokken waar Johannis in 1884 overleden is. Neeltje heeft nog twee jaar in Middelharnis gewoond met haar vijf kinderen en is in 1886 weer naar Rotterdam verhuisd. Ze is hertrouwd en in 1925 overleden.
- Leentje Onderdelinden trouwde in 1878 met Machiel Dubbeld, die visser was. Een zoon van Hendrik Dubbeld en Woutrina van den Bos. Leentje is in 1908 overleden.
- Gerritje Onderdelinden was dienstbode en is in 1876 getrouwd met Jan Breeman, visser, zoon van Job Breeman (visser) en Neeltje van den Broeke. Jan Breeman is al in 1886 overleden. Gerritje had een winkeltje om in haar levensonderhoud te voorzien. Ze is hertrouwd en in 1936 in Oegstgeest overleden.
- Pieter Onderdelinden werd visser, Hij trouwde in 1881 met Huibertje Dubbeld, een zus van bovengenoemde Machiel. Zij kregen zes kinderen.
- Wouterina Onderdelinden is in 1880 met Daniël Adrianus de Graaf een arbeider uit Den Bommel getrouwd.
- Gerrit  Onderdelinden werd ook visser en trouwde met Gijsje Klaasje Koper,een dienstbode uit Sommelsdijk. Ze kregen zeven kinderen.
- Marinus werd visser en trouwde in 1884 met Geertje Vroegindeweij. Zij kregen zeven kinderen waarvan er een jong overleden is.

Drie van de zonen van Matthijs en Aagje bleven visser in Middelharnis. Een beroep met een hoog risico en veel slachtoffers, ook in de familie Onderdelinden.

Op zee gebleven
Zoals we zagen was de vader van Matthijs in 1828 verdronken de ramp met de Catharina Elisabeth.
De jongste zoon van Matthijs en Aagje, Marinus Onderdelinden (1861-1895),  is omgekomen bij de ramp met sloep Zeemanshoop in de nacht van 6 op 7 december 1895.  Geertje Vroegindeweij bleef met zeven jonge kinderen achter, de jongste was begin 1895 geboren en de oudste in januari 1885.
Moeder Aagje Korteweg is drie weken na deze ramp overleden, 76 jaar oud en vader Matthijs Onderdelinden enkele maanden later op 77-jarige leeftijd.

De volgende generatie telde twee heel jonge slachtoffers, allebei aan boord van Luctor et Emergo die op 24 januari 1910 met de volledige bemanning is vergaan. Marinus Onderdelinden (1898-1910) was elf jaar, bijna twaalf en zijn neef Machiel Onderdelinden (1891-1910) was achttien jaar oud. Marinus was koffiekoker en Machiel was bovenman.
Arjanus Faasse heeft vanaf april 1909 als elfjarige als kofjekokertje gevaren op de Luctor et Emergo. In het najaar van 1909 kwam Marinus Onderdelinden in zijn plaats. Arjanus schrijft (2):
In de winter volgende op het jaar waarin ik mijn eerste zomerreis maakte, is deze sloep gebleven op het zeemanskerkhof. Waarom moest Marinus Onderdelinden, die in mijn plaats in het najaar aan boord stapte van de Luctor Et Emergo met twaalf mensen verdrinken ? Waarschijnlijk onder een hoop water bedolven tijdens een vliegende storm. Noch van het schip, noch van de bemanning, noch van de tuigage of enig ander onderdeel van het schip heeft men ooit iets teruggezien. Men wachtte maar en men wachtte, maar men wachtte tevergeefs 
Marinus  was een zoon van Gerrit Onderdelinden en Gijsje Klaasje Koper, hij werd op 16 februari 1898 geboren (3).
Machiel was een zoon van Pieter Onderdelinde en Huibertje Dubbeld, geboren op 26 november 1891. Zie voor de familie Dubbeld de tekst van 12 juli 1913.


1.Rob van Ginkel. Tussen Scylla en Charybdis, een etnohistorie van Texels vissersvolk (1813-1932). p.51, 121-124.
2. Arjanus Faasse, Zee en eiland, Middelharnis, ca. 1962, p. 49 en 84

Genealogische gegevens Onderdelinden zijn ontleend aan Genealogie Onderdelinden op de website Rijerkerk.net. zie de nrs. 121,174,245,382-390.
3. Over hun zoon Matthijs geb 1902 staat onder nummer 543 vermeld dat hij in 1923 als verstekeling probeerde naar Paterson te komen. Hij is teruggestuurd naar Nederland.

woensdag 7 augustus 2013

Emigratie van Middelharnis naar Texel tussen 1836 en 1853

Op zoek naar de gezinsgeschiedenis van Gerrit Onderdelinden die in 1828 omkwam toen de sloep Catharina en Elizabeth verging kwam ik vier gezinnen tegen die vanuit Middelharnis naar Texel zijn vertrokken. 
De gegevens heb ik rond de weduwe van Gerrit Onderdelinden, Neeltje Dominé (1796-1885), gegroepeerd.

Ouders van Neeltje Dominé
Neeltje Dominé is een dochter van Matthijs Dominé (1763-1836) en Teuntje van Brussel (1768-1845) uit Middelharnis.  Matthijs en Teuntje hadden zes of zeven kinderen van wie er een jong overleden is. Matthijs was bouwman van beroep.
Teuntje Teunisdr van Brussel is op 7 januari 1845 op Texel overleden. Ze was toen 76 jaar. Ze is met een van haar dochters meeverhuisd na het overlijden van haar man.

Neeltje had een jongere zus, Maatje Dominé, geboren in 1804  en gehuwd op 19 oktober 1823 met Adrianus van der Kloot, een smidsknecht die in 1798 in Oud-Vossemeer geboren was en in Middelharnis woonde. Maatje en Adrianus kregen twee zoons en vier dochters die tussen 1824 en februari 1834 in Middelharnis zijn geboren.

Huwelijk van Neeltje Dominé met Gerrit Onderdelinden
Gerrit Onderdelinden (ook wel geschreven als Onderdelinde, Onder de Linden en varianten) was een zoon van Cornelis Onderdelinden (1769-1833) en Wouterina Bogerman (1771-1817), ook wel geschreven als Boogerman of Bogertman.
Neeltje en Gerrit zijn op 15 februari 1817 in Middelharnis getrouwd. Ze waren allebei minderjarig want Gerrit was nog maar achttien jaar toen hij trouwde en Neeltje was 20 jaar oud. De vader van Gerrit was visser, de vader van Neeltje was bouwman.
Op 14 augustus 1817 werd dochter Wouterina geboren, dan volgt Matthijs op 6 oktober 1818 en dan Jannetje op 23 mei 1826.

De ramp met de Catharina Elisabeth 1828, overlijden van Gerrit Onderdelinde
Gerrit Onderdelinden (1798-1828) was een van de bemanningsleden van de sloep Catharina Elisabeth, stuurman Leendert de Waard, die op 5 maart 1828 met man en muis bij Egmond is vergaan(1). Zie over deze scheepsramp bericht van 21 april 2012 op dit weblog.
Neeltje bleef achter met drie kinderen van tien, negen en bijna twee jaar oud.

Neeltje Dominé hertrouwd met Cornelis Vervaart
Neeltje is in maart 1831 hertrouwd met Cornelis Vervaart (ook wel Vervaert), arbeider, woonachtig in Middelharnis en geboren in 1789 in Oudenbosch. In mei 1831 werd dochter Anthonia geboren, in 1834 Pieter en op 6 april 1841 volgde Teuntje Vervaart. 

Verhuizing naar Texel (Eierland en De Cocksdorp)
Nicolas Joseph de Cock scheepsreder te Rotterdam, afkomstig uit Antwerpen, en een aantal andere investeerders kochten in februari 1835 het Eierland, een voormalig eiland dat al eerder door een dijk met Texel verbonden was. In 1835 werden de oostelijk van deze dijk gelegen gronden ingepolderd.



bron: Geocoaching.com
Texel en Eijerland ca. 1630

Er waren tweehonderd aandeelhouders die deze landaanwinning financierden.  Vanaf april 1836 konden de eerste boeren in de nieuwe polder aan de slag (2).  De namen van enkele pioniers staan op de website van Miriam Klaassen.
  • Pieter Roelofs Stoepker uit Ulrum
  • Eelke Rens Sinia uit Grijpskerk
  • Cornelis Arijsz Kievit from Stellendam (een neef van aandeelhouder L. Kievit)
  • P.S. Noordhof uit Zuid-Holland 
  • Paulus Jansz den Bleijker uit Ouddorp
  • Johannes van St. Annaland uit Ooltgensplaat
  • Dirk Cornelisz Tanis uit Ouddorp die de meekrapcultuur op Texel introduceerde
Behalve boeren en landarbeiders (waarvan er heel veel uit Ouddorp kwamen) waren ook ambachtslieden nodig in het nieuwe land. De Cock huurde in 1835 Adrianus van der Kloot uit Middelharnis in als smid. Zijn eerste opdracht was het maken van drie ploegen naar een model dat in Stellendam werd gebruikt (3).

Adrianus van der Kloot en Maatje Dominé
 
Maatje Dominé en Adrianus van der Kloot en hun kinderen Marinus, Teuntje, Matthijs, Adriaantje, Jannetje en Martina zijn naar Texel verhuisd. Ook de broer van Adrianus, Jacob van der Kloot uit Oud-Vossemeer, trok op verzoek van De Cock naar Texel . Jacob was timmerbaas. Jacob en Adrianus werden door de Sociëteit Eijerland betaald.
In 1838 werd Adrianus lid van de gemeenteraad van De Cocksdorp en Eijerland waar inmiddels 565 mensen zich gevestigd hadden. Jacob was als aannemer verantwoordelijk voor de bouw van o.a. de directiewoning van de Sociëteit en voor de bouw van de hervormde kerk in 1839. Adrianus werd in 1840 ouderling van deze kerk. De smid was van vele markten thuis want behalve ploegen vervaardigde hij in 1841 ook het uurwerk voor de kerk.

Jacobus Monté en Wouterina Onderdelinden
Na zus Maatje en zwager Adrianus namen ook de dochter en schoonzoon van Neeltje Dominé de stap om naar Texel te verhuizen. Wouterina Onderlinden was in april 1835 op zeventienjarige leeftijd getrouwd met Jacobus Monté, weduwnaar van Cornelia Oosterman, 35 jaar oud. Zijn oudste dochter was twaalf jaar toen hij met Wouterina trouwde. In augustus 1835 werd Wouterina in Middelharnis moeder van een zoon die de naam Gerrit kreeg. Vanaf oktober 1836 woonde het gezin op Texel. Jacobus Monté was kleermaker, ook daar was in de nieuwe polders behoefte aan. Jacobus was niet in dienst van de Sociëteit Eijerland, hij werkte voor eigen rekening (3).

Neeltje Dominé en Cornelis Vervaart
In 1844 of 1845 zijn ook Neeltje Dominé en Cornelis Vervaart met hun kinderen naar Texel verhuisd. In september 1843 toen haar zoon Matthijs Onderdelinden trouwde woonde Neeltje Dominé nog in Middelharnis. Dochter Jannetje Onderdelinden trouwde op 27 december 1845 op Texel met Willem van Huizen die in 1817 in Ouddorp geboren was.
Anthonia Vervaart, dochter uit het tweede huwelijk van Neeltje Dominé trouwde op Texel op 2 april 1853 eveneens met een man die in Ouddorp was geboren, de 28-jarige Adrianus van Vliet.

Overlijden van Cornelis Vervaart op Texel.
Cornelis Vervaart is op 28 februari 1853 op Texel overleden, enkele maanden voor het huwelijk van dochter Anthonia.
Neeltje bleef alleen achter met haar dochter Teuntje van elf en zoon Pieter van achttien. Haar andere drie dochters waren getrouwd en woonden op Texel. Zoon Pieter  Vervaart is hier in 1857 overleden toen hij 22 was.

Matthijs Onderdelinde en zijn gezin verhuizen naar Texel
Na het overlijden van zijn stiefvader Cornelis Vervaart is Matthijs Onderdelinde die visser was met zijn vrouw Aagje Korteweg en hun vier kinderen vanuit Middelharnis naar Texel (De Cocksdorp) verhuisd. Zij hebben op Texel nog vier kinderen gekregen. (Zie voor dit gezin de volgende tekst op dit weblog).
Ik veronderstel dat hij vanwege de zorg voor zijn moeder naar Texel vertrok. Daarnaast hebben ook economische motieven een rol gespeeld. De bedrijfstak visserij ontwikkelde zich in Middelharnis niet voorspoedig en op Texel waren in deze jaren wel mogelijkheden om de kost te verdienen voor een gezin. 

Overlijden van Neeltje
Neeltje Dominé is op 31 december 1885 op Texel overleden, 89 jaar oud.

Emigratie van Texel naar Zijpe (N-H), Haarlemmermeer en Noord-Amerika
Van de kinderen van Neeltje woonden toen de meesten al lang niet meer op Texel. Matthijs is rond 1865 al teruggegaan naar Middelharnis. Jannetje Onderdelinden en Willem van Huizen woonden vanaf ca.1858 in de Haarlemmermeer en zijn daar overleden.  Wouterina Onderdelinden is na het overlijden van Jacobus Monté hertrouwd, ook zij is in de Haarlemmermeer overleden. Teuntje Vervaart trouwde op 7 april 1871, dertig jaar oud, eveneens in de Haarlemmermeer. Alleen Anthonia Vervaart is voor zover ik na heb kunnen gaan op Texel gebleven.
Zus en zwager Maatje Dominé en Adrianus van der Kloot zijn ook naar de Haarlemmermeer vertrokken en daar overleden. 
Van de volgende generatie zijn kinderen zowel uit de familie Van der Kloot als uit de familie Monté naar Noord-Amerika geëmigreerd.  De oudste zoon van Maatje en Adrianus heette Marinus van der Kloot, geboren 13 maart 1824 in Middelharnis. Hij vertrok in 1868 naar Chicago vanuit Zijpe in Noord-Holland. Hij was evenals zijn vader smid en stichtte de Vanderkloot Iron Works in Chicago waar veel familieleden werk vonden (4).

1. Huwelijksbijlage bij het huwelijk van Neeltje Dominé en Cornelis Vervaert, 24 maart 1831, akte 2 Middelharnis.
2. Zie voor meer informatie bijvoorbeeld het hoofdstuk over Eijerland in de Vaderlansche letteroefeningen, Amsterdam, 1837, deel 2. p.496 met vervolg op p. 554. e-book Vaderlansche letteroefeningen
3. Zie de gegevens in Kroniek van Eijerland, samengest. door Anneke Paagman-Bakker. Texel, Stichting 150 jaar Eierland,1985.  p. 14-22
De zes jarige Johanna Cornelia Monté(s) is in 1837 op Texel overleden, akte 13 oktober 1837.
4. Zie hiervoor de emigratiegegevens op de website van Miriam Klaassen. Op de website van Dave Jordan staan de gegevens over de familie Van der Kloot http://jordanstuff.net/ourhistory/index.html .


woensdag 31 juli 2013

Arij Jongejan (1767-1835), Maria Stapel (1770-1812) en Hendrika van Ham (1771-1834)

Ouders, broers en zussen
Arij (ook wel als Arie vermeld) Jongejan behoort tot de eerste generatie van de familie Jongejan die in Middelharnis is geboren. Hij is geboren op 28 juni 1767.
Zijn vader heette Pieter Jongejan (ca. 1730-1802). Pieter is in Piershil geboren en in 1753 in Middelharnis getrouwd met Cornelia Kolff. Cornelia overleed op 31-jarige leeftijd in 1761, na de geboorte van haar vierde kind. Pieter is in 1763 hertrouwd met Lijntje Tieleman.
Lijntje Tieleman (1741-1815) was een dochter van Gijsbert Tieleman en Tannetje de Jong.
Arij was de tweede zoon uit dit huwelijk. Zijn oudere broer Gijsbert overleed op negenjarige leeftijd. Na hem kwam Hendrik die maar een maand oud werd. Toen volgden opnieuw een Hendrik en een Gijsbert die wel in leven bleven. Over zijn broers Hendrik en Gijsbert en over zijn zus Maria heb ik eerder geschreven op 28 maart 2012, 22 juni 2013 en 12 juli 2013.
Maria Stapel was een dochter van Gerrit Stapel en Maatje Stapel, ze is op 23 december 1770 geboren. Gerrit Stapel was stuurman.


Huwelijk en kinderen
Op 21 december 1791 zijn Arij en Maria getrouwd in Middelharnis, hij was 24 en zij 21.
Op 17 juni 1792 werd dochter Lientje gedoopt, zij werd genoemd naar de moeder van Arie. Gerrit is in 1794 geboren, Pieter in 1797, Jakob in 1799 en Hendrik in 1802.
Twee meisjes, allebei Maatje genoemd naar de moeder van Maria, hebben maar kort geleefd. Dochter Maria is in 1809 geboren.
Maria Stapel was ca. 41 jaar toen ze op 30 maart 1812 overleed. Kort daarna, op 1 juli 1812, is ook dochter Lientje overleden. De jongste dochter Maria was toen zes jaar oud.


Stuurman Arij Pietersz Jongejan
Arij is op 1 juli 1793 beëdigd als stuurman. Dit was anderhalf jaar na zijn huwelijk met stuurmansdochter Maria Stapel. In 1798 was hij een van de 29 stuurlieden uit Middelharnis die onder Deense vlag voer (3).
In januari 1804 ging Arij Jongejan onder Pruisische vlag varen. Hij kreeg een paspoort om naar Emden te reizen (1). Signalement: Leeftijd staat niet ingevuld (36 jaar), lang: 5 voeten rijnlands en 3 duijmen, (165 cm) blauwe ogen, bruin haar, lang van aangezicht en niet gezet van persoon.







Ventjagersboek, AGM 412.




Op 6 mei 1804 voer hij onder Pruisische vlag naar Middelharnis waar hij op de visafslag 16 kabeljauwen, 2 snees schelvis (is 42 stuks) en 7 tarbotten aanbracht. De kabeljauwen deden een gulden en 14 stuivers per stuk (fl, 1,70), de schelvis een gulden per snee en de tarbotten een gulden per stuk.
Op 18 januari 1806, bij het afleggen van een nieuwe eed, was hij nog stuurman. De schuit heette de Jonge Cornelis. Maar op 8 april 1806 toen de schuit door de Engelsen werd gekaapt stond Jacob Bree aan het roer.
In juni 1807 is de visserij met de gaffelschuit waar hij stuurman op was beëindigd. De aanhoudende stremming van de visserij noodzaakte hiertoe. In een verklaring van Arij en zijn tien matrozen staat dat ze allemaal in behoeftige omstandigheden zijn komen te verkeren (2). Jacob Bree nam de schuit over.
In 1811 was Arij matroos op de Paulina Helena, de schuit van zijn zwager Simon Stapel. Zie hierover het bericht over Simon en Aren Stapel van 15 mei 2015. Arij was een van de matrozen die de verklaring van 17 juni 1811 mede ondertekenden.


Tweede huwelijk
Arij Jongejan is hertrouwd op 11 mei 1815 met Hendrika van Ham, 43 jaar oud en van beroep winkelierster. Dochter van Arij van Ham en Elizabeth Vermeulen, zie ook bericht van 1 maart 2014 Elizabeth Vermeulen.
Hendrika was de weduwe van Willem Tale en ze had drie dochters: Elizabeth geboren in 1800, Maatje in 1802 of 1803 en Willemtje uit 1808. De drie meisjes waren van dezelfde leeftijd als de jongste kinderen van Arie en Maria, waar Arie nu de zorg voor had.
Maatje Taale, de middelste dochter, is in 1817 overleden, veertien jaar oud.
Hendrika van Ham is op 6 februari 1834 overleden, ze was 62 jaar oud.


De kinderen
Van Pieter Jongejan (1797- ? ) ontbreken de gegevens. Was hij met zijn ooms Gijsbert Jongejan en Teunis van der Sloot aan boord van de gaffelschuit van Pieter van den Tol, die in 1819 met man en muis verging ?
Gerrit Jongejan was visser en is in 1818 gehuwd met Trijntje Dupree (zie het bericht op dit weblog van 21 april 2012). Jakob Jongejan, mijn betovergrootvader en ook visser, trouwde in 1826 met GeertruijTouw (zie bericht van 5 februari 2012).
Van Hendrik Jongejan (1802- ?) ontbreekt na 1827 elk spoor. Op 14 oktober 1827 kreeg Willemtje Tale een zoon die Arie Jongejan heette. Het kind werd erkend door Hendrik Jongejan (akte 73, 1827), visser. Hij was de stiefbroer van Willemtje. Arie werd maar een maand oud, hij is overleden op 14 november 1827.
Van een huwelijk tussen Hendrik en Willemtje heb ik geen akte gevonden. Willemtje Taale is in 1833 met Laurens van den Nieuwendijk getrouwd. Zou Hendrik omgekomen zijn op zee ? (Op 5 maart 1828 is een sloep met volledige bemanning vergaan).
Toen Hendrika van Ham overleden was in februari 1834 heeft Maria Jongejan mogelijk de nering van haar stiefmoeder overgenomen. Maria staat bij haar huwelijk op 28 augustus 1834 te boek als winkelierster. Ze trouwde met Gerrit Spuij, een visser die in 1810 in Pernis geboren was.


Arij Jongejan is een ruim jaar later overleden, in 1835. Hij was 68 jaar.


1.  Rechterlijk Archief Middelharnis, inventarisnummer 31, 21 januari 1804. Met signalement

2. Rechterlijk archief Middelharnis, inv. nr. 31, attestatie van 27 juni 1807
3.Archief voormalige gemeente Middelharnis, inv. nr. 9. Resolutieboek, 25 juni 1798

maandag 29 juli 2013

Dirkje van Delft (1875-1959)

Ouders, broer en zussen
Dirkje van Delft was een dochter van Maarten van Delft (geboren 10 november 1848) en Elizabeth Muije. Dirkje is geboren op 25 oktober 1875.  Haar vader Maarten was visser-stuurman. Hij was een oudere broer van Geerit van Delft, gehuwd met Sara Jongejan (zie de foto van Maarten en Geerit bij het bericht van 10 februari 2012).
Dirkje had drie jongere zussen, Aagje uit 1877 , Maria uit 1879 en Teuntje Elizabeth uit 1882. Haar broer Johannis is op 18 maart 1885 geboren. Een maand na de geboorte van haar zoon is Elizabeth Muije op 16 april 1885 overleden, Dirkje was dus nog maar ruim negen jaar toen ze haar moeder verloor.
Op 15 april 1886 is zoon Johannis overleden, hij was 13 maanden oud.  Twee weken later, 29 april 1886,  is Maarten van Delft hertrouwd met Teuntje Abeele. 
Maria van Delft is op 27 december 1890 overleden, elf jaar oud.

Het jaar 1895
Dirkje trouwde op 24 mei 1895 met Gerrit Roodzant, geboren 22 december 1872. Zij was 19 en hij 22 jaar. Op 25 november 1895 is hun dochter Elizabeth Roodzant geboren.
Kort na de geboorte van Elizabeth in de nacht van 6 op 7 december 1895 is Gerrit Roodzant (1872-1895) omgekomen toen de sloep de Zeemanshoop waar hij op voer met man en muis verging.
Dirkje was twintig jaar toen ze weduwe werd, ze bleef achter met haar dochtertje van nog geen twee weken.
Dirkje en Elizabeth gingen inwonen bij Maarten van Delft, de vader van Dirkje. Hij woonde aan de Kaaidreef en was net weduwnaar geworden. Zijn tweede vrouw Teuntje Abeele was namelijk in de zomer van 1895 op vijftigjarige leeftijd overleden. 

Dirkje van Delft hertrouwd met Leendert van Gelder
De beide zussen van Dirkje trouwden met partners uit Sommelsdijk. Aagje in 1897 met Cornelis Blok en Teuntje Elizabeth in 1905 met Marinus Breeman.
Dirkje trouwde opnieuw met een visser. Haar tweede man was Leendert van Gelder, geboren 31 januari 1872, zoon van Krijn van Gelder en Cornelia Koudijzer. Het huwelijk tussen Dirkje en Leendert vond plaats op 25 januari 1901. Zij was 25 en hij 29 jaar oud. Ook vader Maarten van Delft trouwde opnieuw (in 1902).  Zijn derde vrouw was Elizabeth Cornelia Koster.

Op 29 augustus 1901 werd dochter Cornelia van Gelder geboren, in 1903 zoon Maarten, in 1904 Krijn, in 1905 Jacob Johannis en in december 1907 Maria. Met Elizabeth erbij waren er zes kinderen in het gezin van Leendert en Dirkje.

In 1905 was dochter Cornelia ernstig ziek terwijl Leendert op zee was.


Advertentie in de Vooruit van 4 oktober 1905
(niet 100% zeker dat dit dezelfde Leendert is, wel zeer waarschijnlijk).


Op 19 maart 1907 is de vader van Leendert, Krijn van Gelder (1845-1907), aan boord van MD 7 Burgemeester Mijs  stuurman Leendert Koster Sr. door een beroerte getroffen en overleden (1).Hij was 62 jaar oud. Van zijn overlijden is in Velsen aangifte gedaan.

Opnieuw weduwe
Ook de tweede echtgenoot van Dirkje is op zee gebleven. Leendert van Gelder (1872-1908) is overleden op 22 september 1908, 36 jaar oud.  Hij was aan boord van de MD 13 Voorlichter schipper Mattheus den Braber. Het lichaam is geborgen. Het overlijden is in Vlaardingen aangegeven omdat de sloep daar binnenkwam.



Maas- en Scheldebode 26 september 1908

Dirkje werd op haar 32ste voor de tweede keer weduwe en bleef met zes kinderen achter waarvan de oudste twaalf was en de jongste nog geen jaar.
Dirkje begon een winkeltje aan de Spuistraat. 
Het gezin is op 8 mei 1913 naar Rotterdam verhuisd. Kennelijk is het haar op dat moment niet gelukt om in Rotterdam een nieuw bestaan op te bouwen, want op 13 juni 1913 zijn ze alweer teruggekomen naar Middelharnis.

Derde huwelijk met Jacob van Gelder
Elizabeth Roodzant ging al vroeg uit huis. Ze heeft in Nieuwe-Tonge en in Hellevoetsluis gewerkt en trouwde op haar negentiende jaar in 1915 met Wouter van Popering uit Bruinisse.
Dirkje was inmiddels 42 jaar toen ze op 15 oktober 1918 opnieuw trouwde. De bruidegom was haar zwager Jacob van Gelder, 36 jaar oud, geboren 7 september 1882. Jacob was ook visser en een jongere broer van Leendert. 


Vader Maarten van Delft is kort na het huwelijk op 7 november 1918 overleden, bijna zeventig jaar oud.

Op 22 juni 1919 hebben Dirkje en Jacob een zoon gekregen die ze Leendert noemden. Dirkje was toen 43 jaar. Jacob en Dirkje zijn in 1922 met hun gezin (zonder Cornelia en Elizabeth die al getrouwd waren) naar Rotterdam verhuisd. Jacob bleef zeevisser van beroep. Zoon Maarten was ook aanvankelijk visser maar werd later grondwerker.
Jacob van Gelder is op 7 februari 1959 in Rotterdam overleden en Dirkje in hetzelfde jaar op 13 september.


1. Zie bericht in Maas- en Scheldebode, 23 maart 1907.
Met dank aan de heer B.J. Maat voor aanvullende gegevens en de foto van Jacob van Gelder.

zaterdag 20 juli 2013

Johannis den Braber (1824-1859) en Arentje Koning (1826-1904)

Ouders
Johannis den Braber is in 1824 in Dirksland geboren, zoon van Gijsbert den Braber (geb. 1797 Dirksland). De moeder van Johannis was Geertje van Assen uit Sommelsdijk.
Arentje Koning is 1826 in Middelharnis geboren. Mijn betovergrootmoeder Sara Koning (zie bericht van 5 februari 2012) was haar tante. De vader van Arentje was Cornelis Koning.(geb. 1802), hij was arbeider van beroep. Haar moeder heette Maria Dubbeld, ze kwam uit Stad ah Haringvliet.

Huwelijk en kinderen
Johannis en Arentje zijn op 26 mei 1849 in Middelharnis getrouwd, hij was 24 en zij 23 jaar oud. Johannis was arbeider van beroep. Ze konden beiden niet lezen en schrijven.
Johannis en Arentje kregen vijf zonen.
Op 18 januari 1850 werd Gijsbert geboren, Kornelis in 1852, Mattheus in 1854, Gerrit in 1857 en Dirk in 1859. Vader Johannis in 1859 op 35-jarige leeftijd overleden. Arentje bleef met vijf jonge kinderen achter. Gerrit is in juli 1866 ten tijde van de cholera-epidemie op negenjarige leeftijd overleden.
Arentje Koning is achttien jaar later, in 1877, hertrouwd met Jacob Wielhouwer uit Sommelsdijk, ze was toen 51 jaar. Haar zoon Kornelis was een jaar eerder omgekomen op zee.
Gijsbert is in 1926 in Hilligersberg overleden, Mattheus overleed in 1917 in Middelharnis en Dirk in 1938 in Velsen (2) . Dirk was visser.
Hoewel vader Johannis en grootvader Cornelis arbeider waren zijn alle vier de zonen visser geworden. In de jaren zestig en zeventig van de negentiende eeuw waren er meer arbeidskrachten in de visserij in Middelharnis nodig, zodat er ruimte was voor jongens van buiten de traditionele vissersgezinnen (zie ook Van den Hoek, Jordaan, Van Dongen).

Ongeval in 1876: Kornelis overleden
Kornelis den Braber (1852-1876) was 24 jaar toen hij op 13 november 1876 op 54 graden NB overboord sloeg van de sloep MD 5 Onbestendigheid, schipper Jan de Korte (1). Hij was ongehuwd en als jongen aan boord van de sloep. Ook matroos Ary Dupree van 34 jaar en de schipper zijn toen omgekomen. Zie ook berichten van 16 december 2012 en 25 maart 2013.

Mattheus den Braber en Maatje van Dongen,
De middelste zoon Mattheus is op 24 januari 1879 getrouwd met Maatje van Dongen, dochter van Anthony van Dongen en Aartje de Koning. Haar vader Anthony van Dongen, twee van zijn broers en een neef zijn in 1863 verdronken bij de ramp met de Eben Haëzer. Zie bericht van 15 maart 2013.
Mattheus was 24 en Maatje 23 jaar oud ten tijde van het huwelijk. Ze kregen vier dochters en twee zonen. De jongste zoon Cornelis Johannis (3) is in 1897 geboren. Maatje van Dongen overleed in 1899, 42 jaar oud.
Mattheus den Braber was schipper bij rederij Kolff. Van 1890 tot en met 1895 op de MD 17 Emma en Anna, van 1896 tot en met 1901 op de MD 11 Hendrika Adriana en van 1902 tot en met 1909 op de MD 13 Voorlichter, een sloep die ook voor de haringvisserij was uitgerust (4). In 1911 was hij schipper op de Oranje Nassau.

Schipper Anthony den Braber
De oudste zoon van Mattheus en Maatje was Anthony den Braber (1884-1912), genoemd naar zijn grootvader Anthony van Dongen. Hij werd op zijn 25e jaar in 1909 schipper van de MD 3 Anna van reder Kolff, een sloep die ook op haringvangst ging.
Op 9 januari 1912 is de sloep uit Middelharnis vertrokken en op 13 januari voor het laatst gezien. Alle dertien bemanningsleden zijn verdronken. Anthony den Braber was bijna 28 jaar toen hij overleed. Hij was ongehuwd.


Maas- en Scheldebode 31 januari 1912

1. overlijdensakte Middelharnis 101, 1876.
2. Dirk en zijn gezin zijn 4 januari 1913 naar Velsen vertrokken, eerder woonden ze korte tijd in Rotterdam, 1899-1900. Gijsbert en zijn gezin zijn al in 1891 naar Rotterdam verhuisd.
3. Cornelis Johannis den Braber was in 1919 amanuensis volgens bevolkingsregister. Hij woonde met zijn vrouw Jacoba Bakker in de bij de HBS behorende ambtswoning. 
4. Gegevens uit :  De sloepen van Middelharnis, 1834-1923. Handgeschreven overzicht, auteur onbekend. Aanwezig in Maritiem Museum Rotterdam, 64 p.  Compleet vanaf 1887

Foto's  van Anthony den Braber in:
Fons Grasveld. Het lot van de MD3 Anna. Met medewerking van Jan van de Voort.Hilversum 2014, p.99, 113

donderdag 18 juli 2013

Cornelis Jordaan (1807-1864) en Teuntje van Prooijen (1811-1902)

Ouders
Cornelis Jordaan is een zoon van Leendert Jordaan en Bastiaantje van Eck. Hij is geboren op 20 november 1807 in Middelharnis. Cornelis was de jongste, hij had een zus die Geertje heette en een zus Josina die met Johannis van Dongen is getrouwd, zie de tekst van 15 maart 2013 op dit weblog. Zijn broers heetten Hendrik en Leendert.
Teuntje van Prooijen is een dochter van Teunis van Prooijen en Jannetje van Gelder, ze is op 25 augustus 1811 geboren.

Huwelijk en kinderen
Cornelis en Teuntje trouwden op 3 november 1833. Hij was 25 jaar en arbeider van beroep, zij was 22 jaar en arbeidster. De vader van Cornelis was toen al overleden, de vader van Teuntje was arbeider.
Ze kregen tussen 1834 en 1853 negen kinderen, zes jongens en drie meisjes. .
Op 15 mei 1834 werd Leendert geboren, ca.1836 Teunis, in 1838 Jan, in 1840 Johannis, op 24 september 1848 Cornelis en in 1853 Pieter. Bastiana is van 1843, Jannetje van 1845 en Adriaantje van 1851.
Hoewel de ouders niet uit vissersfamilies kwamen werden de zonen allemaal visser. Er was in de jaren zestig van de negentiende eeuw ruimte voor nieuwkomers op de arbeidsmarkt van vissers. Jordaan, Van den Hoek, Van Dongen zijn families die niet van oudsher in de visserij actief waren.
Jan en Johannis Jordaan hebben op enig moment het vissersberoep vaarwel gezegd en zijn koopman geworden. In het bevolkingsregister van 1860 staat vader Cornelis overigens niet meer als arbeider maar als viskoopman.

De ramp met de Lucretia Adelaide in 1865
Leendert Jordaan (1834-1865), de oudste zoon van Cornelis en Teuntje, was een van de bemanningsleden van de sloep Lucretia Adelaïde die op 19 of 20 februari 1865 met man en muis is vergaan.
Nabestaanden van Leendert Jordaan:
Leendert was op 8 januari 1858 gehuwd met Aaltje Koote (1829-1900). Aaltje en Leendert hadden twee kinderen, Teuntje uit 1858 en Leendert uit 1861. Aaltje heeft een verklaring van het vermoedelijk overlijden van Leendert bij de rechtbank aangevraagd. Ze is in 1873 met de beide kinderen naar de V.S. vertrokken. Daar is ze in 1875 in Oceana (Michigan) hertrouwd met Adrianus Lijdens (1827-1915), afkomstig uit Sommelsdijk. Ze is in 1900 in Jamestown (Michigan) overleden, 71 jaar oud.
Teuntje Jordaan (1858-1935) is in 1883 in Fremont (Michigan) getrouwd met Gerrit Kloet (1856-1940) uit Stad aan 't Haringvliet. Zij kregen acht kinderen.
Leendert Jordaan (1861-1934) trouwde in 1886 met Minke Siebes (1866-1916). Zij kregen tien kinderen. Zie de gegevens in de reactie op deze blogtekst.



Fragmenten uit de Nederlandsche Staatscourant
31 januari 1868
Aaltje Koote vraagt Verklaring van Vermoedelijk Overlijden
van Leendert Jordaan.

In dezelfde tijd (na 1861 en voor 1870)  is ook de op een na jongste zoon Cornelis Jordaan (1848-1865) om het leven gekomen. Het is zeer aannemelijk dat hij op dezelfde sloep als zijn oudere broer werkte, maar het is ook mogelijk dat hij op een van de sloepen die in 1863 vergaan zijn het leven liet. De Van Dongens van de Eben Haëzer , vergaan in 1863, waren neven van deze broers Jordaan.

De ramp met de MD 3 Anna in 1912
Pieter Jordaan (1853-1912) is altijd visser gebleven, in tegenstelling tot zijn broers Jan en Johannis die koopman werden. Pieter is omgekomen bij de ramp met de MD 3 Anna op 20 januari 1912. Hij was gehuwd met Maatje van den Bogert (1852-1923). Ook hun zoon Marinus Lauwrens Jordaan (1894-1912) was aan boord van deze sloep die met man en muis is vergaan (1).

Noot :
Teunis Jordaan is in 1866 weduwnaar geworden, hij hertrouwde in 1867 met Trijntje Dupree, de weduwe van Anthony van Dongen

1. Foto van Marinus Lauwrens Jordaan. Zie: Fons Grasveld. Het lot van de MD3 Anna. Met medewerking van Jan van de Voort.. Hilversum,2014. p. 118. Over het leven van weduwe Maatje van den Boogert, zie p.124

vrijdag 12 juli 2013

Huibertje Zeedijk (1782-1854), Hendrik Jongejan (1772-1810) en Machiel Dubbeld (1785-1850)

Ouders
Huibertje (ook wel Huijbertje) was een dochter van Teunis Zeedijk en Tannetje Langbroek die allebei in 1751 geboren zijn en in 1811 overleden. Langbroek was een vissersfamilie, Zeedijk niet voor zover ik weet.
Huibertje is op 30 juni 1782 geboren. Ze had een oudere broer Cornelis die jong overleden is, twee jongere broers Hendrik en Cornelis en een jongere zus die Tannetje heette.

Hendrik Jongejan is geboren op 18 oktober 1772. Hij was een zoon van Pieter Cornelisz. Jongejan uit zijn tweede huwelijk met Lijntje Gijsberts Tieleman. Over zijn broer Gijsbert en zijn zus Maria heb ik al eerder geschreven.

Huwelijk en kinderen
Op 10 mei 1806 zijn Hendrik en Huibertje getrouwd in Middelharnis. Hij was toen 33 en zij 23 jaar. Wat het beroep was van Hendrik weet ik niet.
Ze kregen drie dochters:
- Lijntje Jongejan (1807-1871), geboren in februari 1807.
- Tannetje Jongejan (1809-1884) en
- Maria Jongejan geboren op 26 juli 1810 en overleden op 30 augustus 1810, vijf weken oud

Overlijden van Hendrik, Huibertje hertrouwd
Hendrik Jongejan overleed korte tijd later,  op 9 november 1810. De oorzaak van zijn overlijden op de leeftijd van 38 jaar is niet bekend.
Huibertje bleef achter met twee dochtertjes, van drie jaar en anderhalf jaar.
Huibertje is (waarschijnlijk in 1811) hertrouwd met Machiel (ook wel Magchiel) Dubbeld.
Machiel Dubbeld was een zoon van Cornelis Dubbeld, die visser was en mandenmaker. Zijn moeder heette Magdalena van Dijk.

Kinderen uit het tweede huwelijk van Huibertje Zeedijk
Op 11 september 1812 werd Magdalena Dubbeld (1812-1881) geboren. Toen volgde Teuntje Dubbeld (1815-1890) en daarna Cornelis Dubbeld (1817-1900).
Bastiaan Dubbeld (1820-1863) was het vierde kind, daarna volgden Pieter Dubbeld (1822- 1903) en Hendrik Dubbeld (1826-1897).
Huibertje kreeg in totaal negen kinderen waarvan er in ieder geval acht de volwassen leeftijd bereikten, voor die tijd een bijzonderheid. Huibertje Zeedijk is in 1854 overleden. Ze was toen weduwe want Machiel Dubbeld was in 1850 overleden.

Lijntje en Tannetje Jongejan
Lijntje Jongejan werd dienstbode in Sommelsdijk en ze is daar getrouwd met Pieter Nipius, die arbeider was. Het huwelijk vond plaats op 10 mei 1829, Lijntje was toen 22 jaar.
Kinderen van Lijntje en Pieter onder andere:
Hubertje Nipius geboren in 1840 en genoemd naar haar grootmoeder, gehuwd met Johannes de Vogel. Lijntje Nipius geboren in 1849 trouwde in 1871 met Dingeman van der Laan. Er werd geen zoon naar grootvader Hendrik vernoemd, wel was er een zoon die Machiel heette. Lijntje Jongejan is in 1871 in Sommelsdijk overleden, twee maanden voor het huwelijk van dochter Lijntje.
Tannetje Jongejan is op 19 december 1830 in Middelharnis met Wouter Boezer (1803-1883), ook wel als Boeser gespeld, getrouwd. Wouter was (binnen)schipper ten tijde van het huwelijk en kwam uit Dirksland maar woonde in Sommelsdijk. Zijn vader Jan Boezer was ook schipper, gehuwd met Maria van der Sluijs. Tannetje was 21 jaar toen ze trouwde, ze woonde in Middelharnis en haar beroep was dienstbode. Tannetje kon niet schrijven, zo blijkt uit de huwelijksakte. 
Kinderen van Tannetje en Wouter o.a.:
Dochter Huijbertje Boezer, genoemd naar haar grootmoeder, trouwde in 1864 met Cornelis Koster. Zoon Hendrik Boezer, genoemd naar zijn grootvader is in 1876 in Sommelsdijk met Maatje van der Stolpe getrouwd. Hij woonde in Middelharnis, was visser en lid van de Christelijk Gereformeerde kerk.
Tannetje is kort na haar man in 1884 in Middelharnis overleden.

Schipper Bastiaan Dubbeld 
Het vierde kind uit het tweede huwelijk van Huibertje Zeedijk was Bastiaan Dubbeld. Hij was de schipper van de sloep Eben Haëzer, die in 1863 met man en muis is vergaan.
Zie ook het bericht op dit weblog van 15 maart 2013 over de familie Van Dongen.
Bastiaan Dubbeld (1820-1863) was 43 jaar oud toen hij overleed, geboren 29 augustus 1820. Hij is op 9 augustus 1846 getrouwd met Arendje Wittekoek (1822-1889). In december 1846 werd dochter Huberta geboren, in 1853 Johannis en in 1863 Machiel. Arendje is niet hertrouwd (1).

Familieleden op zee gebleven
De oudere zus van Bastiaan, Teuntje Dubbeld was gehuwd met Johannis van Dongen (geb 1815), Een zoon van dit echtpaar, Anthonij van Dongen (1836-1863), was eveneens aan boord van de Eben Haëzer. Hij was dus een kleinzoon van Huibertje Zeedijk.

Ver na de tijd van Huibertje en Machiel zijn twee achterkleinzoons zijn op zee gebleven (2): Cornelis Dubbeld (1882-1919) en Hendrik Dubbeld (1883-1918)
Cornelis Dubbeld, het derde kind van Huibertje en Machiel, trouwde met Neeltje Albrechts. Een van hun zonen heette Abraham Dubbeld, gehuwd in 1881 met Sophia van Dalen. Abraham en Sophia en hun gezin zijn op 10 mei 1906 naar Velsen verhuisd. 


Rotterdamsch nieuwsblad 16 juni 1918



Zoon Hendrik Dubbeld (1883-1918) was visser en is eveneens mee naar Velsen verhuisd. Hij kwam in 1910 in Middelharnis terug waar hij met Kaatje Buth, 27 jaar, uit Melissant trouwde. In oktober 1912 verhuisden ze naar Rotterdam. Hendrik was aan boord van de logger Juno uit IJmuiden die tussen 26 juni en 16 juli 1918 (2 juli 1918 waarschijnlijk) is vergaan. In oktober 1918 is zijn vrouw met dochter Sophia (geboren 1914) van Rotterdam naar Middelharnis verhuisd.
Cornelis Dubbeld (1882-1919) was eveneens visser. Hij is op 12 maart 1919 omgekomen toen de IJM 301 Hendrik Willem op een mijn liep. Zeven bemanningsleden waren afkomstig uit Middelharnis. Zie bericht van 28 november 2013.
Cornelis was 36 jaar, woonde in IJmuiden en was ongehuwd.


1. In de Nederlandsche Staatscourant van 26 mei 1868 staat dat Arendje zich samen met elf andere weduwen tot de rechtbank heeft gewend voor een verklaring over het overlijden van hun echtgenoten. Zo'n verklaring was o.a. nodig om een nieuw huwelijk aan te kunnen gaan.
2.Met dank aan Pieter Koster te Haarlem voor de gegevens over Hendrik Dubbeld.
Vermelding van Hendrik en Cornelis Dubbeld ook in de Jaarverslagen Visserijinspectie 1918 en 1919.