dinsdag 11 mei 2021

Vertrek van vissers en hun gezinnen uit Middelharnis (18e - 20e eeuw)

In het begin van de achttiende eeuw probeerde het Zeeuwse stadje Veere vissers en ventjagers uit Middelharnis aan te trekken. Deze poging was weinig geslaagd.

Vissers uit Middelharnis naar Veere (1732)


In de geschiedenis van Middelharnis zijn er momenten geweest dat er te weinig werkgelegenheid in de visserij. Vissers verhuisden met hun gezinnen noodgedwongen naar andere plaatsen. De volgende pagina's verwijzen naar deze emigratie.

Vissers uit Middelharnis naar Zierikzee (1818-1835)

Vissers uit Middelharnis naar Antwerpen (1842-1864)

Gezinnen naar Hellevoetsluis (1850-1860)

De visserij liep in Middelharnis vanaf 1890 terug en er dienden zich in de stad Rotterdam nieuwe bestaansmogelijkheden aan. Maar veel vissers bleven hun beroep trouw, zij gingen naar Maassluis, Vlaardingen of IJmuiden (gemeente Velsen). Tussen 1890 en 1920 vertrokken 162 vissers al dan niet met gezin. Deze vissers zijn niet allemaal beschreven. Door te zoeken op bovengenoemde plaatsnamen op dit weblog zijn er veel te achterhalen.

Het onderwerp is in algemene zin beschreven in het volgende bericht:

Waar zijn de vissers gebleven  ? deel 1.  (Velsen/IJmuiden)

Het onderstaande bericht gaat over een echtpaar uit Middelharnis in IJmuiden:

Jan Krijger en Arendje Born

De levensloop van dertien kinderen uit Middelharnis, geboren tussen 1851 en 1875 is hier beschreven:

Waar zijn de vissers gebleven ? deel 2. (twee families)

De individuele overwegingen van een visser om te vertrekken staan hier beschreven

De waereld is grôôt genog






Geboorte, huwelijk en sterfte in een vissersgemeenschap (Middelharnis 19e eeuw)

In de levensgeschiedenissen van de vissersgezinnen zien we veel gemeenschappelijke ervaringen, zoals het trouwen op jonge leeftijd, de afwezigheid van de vader en het levensritme dat gedomineerd werd door de seizoenen van de visserij.
Dit onderscheidde vissersgezinnen van gezinnen uit andere beroepsgroepen.
De huwelijksleeftijd was laag en in verhouding werden veel kinderen al voor de huwelijksdatum of enkele maanden daarna geboren.  Er waren, ook weer verhoudingsgewijs, veel ongehuwde moeders en ook, als gevolg van de ongevallen en scheepsrampen op zee, veel weduwen.
En dat gevoegd bij de kenmerken die in de negentiende eeuw voor de hele bevolking golden zoals hoge zuigelingen- en kindersterfte, sterfte als gevolg van epidemieën en sterfte van kraamvrouwen in de dagen en weken na de bevalling. Samengestelde gezinnen kwamen veel voor.

maandag 10 mei 2021

Boekhouders en reders van Middelharnis. Een overzicht

De vissersvloot van Middelharnis bestond vanaf de achttiende eeuw uit grote schepen met een bemanning van dertien personen. Om het geld voor deze schepen bij elkaar te brengen en ook om de risico's te spreiden was het nodig dat meerdere personen in een schip investeerden. Deze  zogeheten partenrederij heeft in Middelharnis tot het midden van de negentiende eeuw bestaan. De stuurman had meestal ook een aandeel. In 1783 waren de 25 gaffel- en bezaanschuiten in handen van 102 verschillende reders.Een boekhouder voerde de administratie van een schip namens de reders (mede-eigenaren).  De reders behoorden tot de gegoede burgerij en tot de middenstand van het dorp.

Zie voor de partenrederij het volgende artikel:


De grote reders anno 1783 waren:


 

Aan het eind van de achttiende eeuw investeerde ook de familie Kolff in scheepsparten. Leden van deze familie bleven in de negentiende eeuw en tot het eind van de visserij in Middelharnis in 1923 actief als reders. Meer informatie:

Lambertus Kolff. Regent in de Bataafs Franse tijd

Reders Kolff

Na het overlijden van Cornelis Kolff in 1830 zette zijn weduwe (en nicht) Hermina Johanna Kolff de rederij voort onder de naam Wed. C. Kolff en Zoon.



Weduwe Cornelis Kolff
Hermina Johanna Kolff (1784-1859)

In de negentiende eeuw ontwikkelden leden van de familie Slis zich naast de familie Kolff als belangrijke reders:

Reders Slis

Behalve Slis en Kolff had Middelharnis enkele kleinere boekhouders en reders die een tot drie sloepen onder hun hoede hadden. Dit waren:

Gabriël de Jonge (1767-1849). Hij was in 1821 de opdrachtgever voor de bouw van de vissloep Jonge Jacomina. Hij bleef boekhouder van deze sloep tot en met het seizoen 1832-33. Daarnaast was hij boekhouder van de gaffelschuit Wilhelmina. De Jonge kwam oorspronkelijk uit Nieuwe Tonge. Hij was koopman en schipper van beroep. De Jonge was vanaf 1813 lid van de gemeenteraad van Middelharnis. In de jaren 1820 was hij assessor, een functie die vergelijkbaar is met wethouder

Pieter den Baars (1793-1832) was boekhouder van de sloep Cornelia Johanna. Deze sloep werd in april 1822 in gebruik genomen, mogelijk was Pieter den Baars ook de opdrachtgever voor de bouw. De naam van de sloep veranderde in het seizoen 1827-28 in Jonge Anthony. Zijn grootvader Pieter den Baars was broodbakker en boekhouder van een gaffelvisschuit waarin hij drie vierenzestigste part bezat. De schuit heette Cornelis en Jacobus, genoemd naar zijn beide zonen. Daarnaast had hij nog parten in vijf andere schepen. Zoon Jacobus den Baars is in 1797 in Vlaardingen getrouwd met Alida Hoogendijk, een dochter van Arij Claasz Hoogendijk die boekhouder, reder en (wijn)koopman was. Jacobus staat vermeld als wijnkoper, koopman en reder. Pieter den Baars was dus via zijn oom en tante bekend met de wereld van de Vlaardingse reders. Na het overlijden van Pieter nam zijn vrouw, Dirkje Schenk, het boekhouderschap over. Dirkje was afkomstig uit een familie van zeilmakers. Haar broer Aart Schenk is ook nog enkele jaren boekhouder van Jonge Anthony geweest. Voor het seizoen 1846-47 nam Jan Kom het van hem over. 

Jan Kom (1803-1865) was koffiehuishouder en boekhouder van de Jonge Anthony sinds 1846. In 1849-50 werd hij boekhouder van een andere sloep waarvan de herkomst niet bekend is. Hij noemde deze sloep  de Vrouw Maartje naar zijn vrouw Maartje Kas. Na zijn overlijden in mei 1865 verkocht Maartje Kas de Vrouw Maartje. De sloep was mede eigendom van Joost van den Tol (1799-1855) bouwman in Stad aan 't Haringvliet. Jan Kom was eigenaar van een tweede schip, genaamd Klaartje, een klein vissersvaartuig.

Johannis Meijer Veerman (link naar tekst van 19 december 2012).

Jeroen van de Rovaart Peeman (1820-1887), scheepmaker, was in 1867 boekhouder van de nieuwgebouwde sloep Jannetje en Sara, in 1869 ook van de Vijf Gebroeders en in 1875 van de  Willem de Zwijger. Ook zijn oudste zoon Jan Peeman (1844-1902) stond in 1872 als reder te boek. Peeman stopte als reder in 1878. Van de drie sloepen gingen er twee over naar Slis. De Jannetje en Sara ging over naar Kolff en werd vervolgens gesloopt.

Klaas Johannis Meijer (1850-1918), logementhouder, was gehuwd met Sara Cornelia Nipius, die in 1885 overleed. Klaas Johannis hertrouwde in 1886 met Elizabeth den Dunnen uit Made en Drimmelen. In 1888 haalde hij twee Antwerpse sloepen naar Middelharnis, de A11 Avenir en de A12 Pionnier. In 1891 kregen de sloepen de namen MD 7 Toekomst en MD 35 Pionier. In het seizoen 1891-92 heette de Pionier MD 35 Lientje en Cornelis (naar kinderen van Meijer). Rederij Slis nam in 1894 de beide Antwerpse sloepen over. 

woensdag 5 mei 2021

Redden, bergen, slepen, loodsen en goederen opvissen. Nevenactiviteiten van de vissers van Middelharnis

De vissers van Middelharnis hadden een goede reputatie als het ging om het verlenen van assistentie aan andere schepen. In een bericht over de redding van de bemanning van een fluitschip lezen we in de Rotterdamsche Courant van 27 december 1817 dat de vissers:

'hebbende in deze dezelfde ijver betoond als steeds door de visschers van Middelharnas, bij dergelijke gevallen, wordt aan den dag gelegd'

Op de Noordzee, in het Goereese Gat en op het Haringvliet kwamen de vissers allerlei situaties tegen die om actie vroegen. We hebben de links naar de berichten op dit weblog hier verzameld onder de noemer nevenactiviteiten.


1677: Vissers uit Middelharnis als loods in het Goereese Gat

1686: Surinamevaarder Sint Jan binnengesleept

1699: Berging Kasteel van Bajoene

1706: Het schip de Liefde van Friesland binnengesleept

1720: Binnenslepen Frans koopvaardijschip Goereese Gat

1760: Vaten brandewijn opgevist

1768: Levende potvis binnengebracht

1791: Redding van de bemanning van het koopvaardijschip Juno

1792: Vaten olijfolie opgevist

1807: Loodsdienst van Den Briel naar Texel

1814: Binnenbrengen van een smakschip

1815: Redding en loodsen van een kofschip door twee gaffelschuiten

1817: Redding van de 16-koppige bemanning van het fluitschip Bosschen Hove

1822: Loodsen van het smakschip Jonge Elisabeth

1825: Loodsen koopvaardijschip van Maarten Schaap

1825: Binnenloodsen van een zinkende galjas

1825: Bengaalse boomwol (katoen) opgevist

1835: Redding van de 40-koppige bemanning van het stoomschip Pylades

1839 en later: Hulpverlening aan schepen in nood. Overzicht.


1863: Inventaris van een verlaten bark meegenomen door drie sloepen

1880: vaten petroleum opgevist


Hulpverlening aan schepen in nood. Reddingsacties door vissers uit Middelharnis vanaf 1839

Op deze pagina een overzicht van reddingen door sloepen uit Middelharnis vanaf 1839 tot begin 20e eeuw.  Voor een overzicht van de vroegere periode zie het bericht hierna.


1839: Cornelis Langbroek en zijn bemanningsleden ontvingen van de Britse consul een beloning voor het redden van de Engelse schepen Malvina, Mercury en Richard and Thomas. De schipper krijgt 50 gulden, de stuurman 30 gulden, matrozen 25 gulden, de 'lichte' matrozen 15 gulden en de jongens elk 10 gulden. Cornelis Langbroek was stuurman van de Geertruida Margaretha.

Middelburgsche Courant, 18 juli 1839

1845: Redding van twee man van het in de Noordzee gezonken kofschip Johanna uit Hannover door de bemanning van de vissloep Lucretia Adelaïde, stuurman Jan de Bloeme. De stuurman ontving uit handen van de burgemeester een zilveren medaille, een getuigschrift en honderd gulden om onder de bemanning te verdelen


Algemeen Handelsblad, 29 oktober 1845

1850: De bemanning van de vissloep Pieter Mogge, stuurman Jan de Korte, redde in februari de bemanning van het Engelse schip New-Castle trader. Elk bemanningslid van de Pieter Mogge ontving 24 gulden. De stuurman kreeg een zilveren medaille. Pieter Koster heeft deze redding beschreven in zijn bijdrage getiteld 'Trouw en Vlijt', in het boek De vergeten vissers van Middelharnis, p. 237

Algemeen Handelsblad, 21 juni 1850


1852: De hoeker Onbestendigheid, stuurman Jan de Korte, bracht acht schipbreukelingen aan land. Zij behoorden tot een kofschip onder Papenburger vlag dat geladen was met steenkool.  Pieter Koster heeft deze redding beschreven in zijn bijdrage getiteld 'Trouw en Vlijt', in het boek De vergeten vissers van Middelharnis, p. 238


NRC 8 november 1852


1869 : Assistentie bij de stranding van de Djawa  door de vissloep Maria Cornelia, stuurman Izak van den Nieuwendijk (bron: AGM, staten Slis en Kollf)

NRC, 19 januari 1869


1869: Op 6 maart 1869 trof de bemanning van de vissloep de Kleine Maria, schipper de Koning, benoorden het Goereese Gat een verlaten Engels brikschip met de naam Waters aan. Het schip was beladen met steenkool op weg van Sunderland naar Rotterdam. De vissers begaven zich met gevaar voor eigen leven aan boord van het brikschip. Waarschijnlijk had de bemanning kort tevoren het schip verlaten want de haard was nog aan en het scheepsjournaal was zondag 4 maart nog ingevuld. De brik is naar Hellevoetsluis gesleept.

Dagblad voor Zuid-Holland en 's-Gravenhage, 11 maart 1869




1872: Berging van de Zweedse driemastschoener Danube door de vissloep Noord Over , stuurman Laurens van der Put (bron: AGM, staten Slis en Kollf)

Algemeen Handelsblad, 6 april 1872


1874: Noorse bark Soeblomstev mastloos gestrand. Opvarenden gered door de bemanning vissloep Ulbo, stuurman Jan Smit.


Nieuws van den Dag, 12 december 1874


1876: Bemanning van de Duitse schoener Fünf Gebrüder uit Neuenfelde gered door de Titia Jacoba, stuurman Maarten van Delft. De vijf bemanningsleden werden overgezet op een stoomboot naar Hamburg.


Vlaardingsche courant, 1 juli 1876

1877: De vissloep Zeemanshoop (Huibrecht van den Hoek) bracht de Deense schoener Carl Emil binnen in Hellevoetsluis. Het schip was op weg van Londen naar Kopenhagen. In stormweer brak de grote mast. De schoener is op sleeptouw genomen naar Hellevoetsluis.


Algemeen Handelsblad, 3 november 1877


1882: Redding van de bemanning van de sloep Zeemanshoop uit Hellevoetsluis

1883: De mislukte berging van de nieuwgebouwde schoener Adreania Riga door de vissloep Nijverheid, schipper Cornelis van den Hoek. Aangetroffen op 31 december 1883 op 6 uur van Texel, door het volk verlaten. De bedoeling was om de schoener in Nieuwediep aan te brengen, doch het sleeptouw brak.


Vlaardingsche Courant, 5 januari 1884



1884: Redding van de bemanning van het Engelse smakschip Joseph & Sara


1887: De Antwerpse vissloep Avenir werd in november 1887  ter hoogte van de Doggersbank aangevaren door de Duitse stoomboot Prins Wilhelm. De Avenir raakte zwaar beschadigd. De schipper van de Avenir was M. Don. De sloep had een Nederlandse bemanning. De  Waakzaamheid (Johannis de Waard) uit Middelharnis sleepte de Avenir naar Nieuwediep. De rederij Slis kreeg 1.200 gulden hulploon uitgekeerd. Het bedrag werd aan de besomming toegevoegd en naar rato over de rederij (6/17)en de bemanning (11/17) verdeeld.


Heldersche en Nieuwedieper Courant, 20 november 1887


Heldersche en Nieuwedieper Courant, 23 november 1887


Nieuwsblad Hoekse Waard en omstreken, 23 november 1887.


1888: De Belgische vissloep Avenir kwam enkele maanden later opnieuw in de problemen De schipper was Dubbeld (uit Middelharnis). De sloep werd in Nieuwediep binnengesleept door de MD 10 Tweelingen (Johannes Abraham de Waard) en de MD 16 Op hoop van zegen (Jacob van den Hoek). De sloep had in de nacht van 31 januari op 1 februari te kampen gehad met ''hooggaande zeeën" waardoor het roer brak. In eerste instantie lukt het de Tweelingen en Op Hoop van Zegen niet om bijstand te verlenen. De tweede keer lukte het wel om de sloep op sleeptouw te nemen.

Nieuwe Vlaardingsche Courant, 4 februari 1888


1890: Bemanning van het Nederlandse barkschip Ida, aan land gebracht door de MD 6 Titia Jacoba, stuurman Maarten van Delft.

Heldersche en Nieuwedieper Courant, 27 juni 1890


1891: De trawler Raleigh uit Yarmouth verloor in januari door een stortzee de beide masten. De trawler is door de MD 28 Vertrouwen, stuurman Cornelis van den Hoek op sleeptouw genomen. De sleepboot Wodan heeft de Vertrouwen met de Raleigh de haven van Maassluis binnengebracht.

Algemeen Handelsblad 20 januari 1891

1891: Reddingspoging van de Noorse bark Atlas door de bemanning van de MD 28 Vertrouwen, stuurman Cornelis van den Hoek.


Heldersche en Nieuwedieper Courant, 5 augustus 1891.


1902: Hulp aan de bemanning van het Duitse vaartuig Hinrika uit Oldenburg door de bemanning van MD 15 Poolster, stuurman Cornelis van den Hoek Jzn. Vier bemanningsleden kregen een medaille.


Telegraaf, 20 juni 1902


1903: Stoombeuger Stella Matutina met machineschade de haven van IJmuiden binnengesleept door MD 28 Vertrouwen, stuurman Cornelis van den Hoek. Over het uitblijven van de sloep Vertrouwen bestond in Middelharnis veel ongerustheid.


Nieuwe Vlaardingsche Courant, 11 maart 1903


1903: redding van zes bemanningsleden van het stoomschip Klampenborg uit Kopenhagen door de sloep MD 2 Doggersbank, schipper Jacobus van den Hoek


Nieuwe Vlaardingsche Courant, 3 oktober 1903



vrijdag 30 april 2021

Noordzeevloot van Middelharnis. Vijfde in grootte van Nederland (1887)

In 1887 verscheen Van Keulen's almanak voor de zee-visscherij. Deze almanak bevat een:

'Proeve eener Rangschikking naar plaatselijken omvang' 

In deze lijst zijn de vissersvloten geordend volgens de tonnenmaat. Dat wil zeggen het tonnage van alle schepen van een plaats bij elkaar opgeteld. 

De rangorde voor de Noordzeevloot zag er als volgt uit:

1. Vlaardingen 8.965 ton 

2. Scheveningen 7.450 ton

3. Maassluis 5.586 ton

4. Katwijk 2.473 ton

5. Middelharnis 1.473 ton (twintig bunsloepen).


Bron:

Van Keulen's almanak voor de zee-visscherij (Noordzee, Zuiderzee en Schelde).  Amsterdam, H.G. Bom,1887, p.  258.(eerste jaargang, niet verder verschenen).

zondag 25 april 2021

Botters, hoogaarzen, aken en bunschouwen van Middelharnis (1887)

Over de Middelharnisse vloot voor de visserij op het Haringvliet is nog weinig bekend. In 1887 had Middelharnis 33 vissersschepen, waarvan twintig bunvissloepen en dertien kleinere vaartuigen. 

De MD 1 tot en met MD 18 waren sloepen, evenals de MD 28 Vertrouwen en de MD 32 Eben Haëzer.

De dertien kleinere vissersvaartuigen zijn hieronder opgesomd. Na de havencode MD en het visserijnummer (sinds 1886 verplicht) volgen de scheepsnaam, de naam van de schipper/eigenaar, de tonnenmaat en het bouwjaar.


Botters:

MD 19 Jonge Willem, D. Witvliet, 29 ton, 1850

MD 21 Volharding (II), Eigendom van P.L. Slis en Zoon, schipper C. Groen, 27 ton, 1869

MD 22 Jonge Simon, Simon de Waard Szn, 23 ton, 1850

MD 23 De Beer, A. Witvliet, 22 ton, 1850


Hoogaarzen:

MD 20 Drie Gebroeders, B. Dubbeld, 27 ton, 1854

MD 31 Onderneming, J. Dubbeld, 27 ton, 1872


Aken:

MD 24 Jonge Jan, L. de Waard, 16 ton, 1881

MD 26 Jonge Pieter, C. Spuij, 12 ton 1870

MD 33 Jonge Jannetje, K. Muije, 19 ton, 1886


Bunschouwen:

MD 25 Jonge Arend, H. Groen, 18 ton, 1850

MD 30 De Hoop, P. Waterman, 17 ton, 1856


Bottersb.: (Bottersboot ?).

MD 27 (zonder naam), J. van Gelder, 10 ton, 1880

MD 29 (zonder naam), B. Dubbeld, 10 ton, 1860




Bron:
Van Keulen's almanak voor de zee-visscherij (Noordzee, Zuiderzee en Schelde).  Amsterdam, H.G. Bom,1887, p.  230-231.
(eerste jaargang, niet verder verschenen).